diff --git a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md index b2a96d08888..05dbac22d5c 100644 --- a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md +++ b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md @@ -111,7 +111,7 @@ b. in de lokale omgeving ten behoeve van het aangaan of onderhouden van sociale Als een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij: -a. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet ontvangen voor zorg en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de zorg inkopen. +a. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet ontvangen voor zorg en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de zorg inkopen, en b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. **3.** Een verzekerde die inwoont bij een ouder, pleegouder of pleegoudervoogd als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet wordt niet aangemerkt als bewoner van een kleinschalig wooninitiatief. @@ -122,8 +122,8 @@ b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de W De verzekerde heeft geen recht op zorg ingevolge de wet indien hij: -a. krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, of artikel 2.12, van het Besluit zorgverzekering, die noodzakelijk is in verband met palliatief terminale zorg, tenzij die zorg wordt verleend als voortzetting van zorg ingevolge de wet; -b. minderjarig is en krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op de verzorging vanwege complexe somatische problematiek of vanwege een lichamelijke handicap als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering; +a. krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 of artikel 2.12, van het Besluit zorgverzekering, die noodzakelijk is in verband met palliatief terminale zorg, tenzij die zorg wordt verleend als voortzetting van zorg ingevolge de wet; +b. minderjarig is en voornamelijk in verband met complexe somatische problematiek of een lichamelijke handicap is aangewezen op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering; c. minderjarig is en in verband met een verstandelijke beperking is aangewezen op zorg en ondersteuning in een veilige en vertrouwde leef- en woonomgeving, gericht op opvoeding en het waar mogelijk deelnemen aan het maatschappelijk leven zoals bedoeld in het zorgprofiel voor wonen met begeleiding en verzorging. ### Paragraaf 2. Bepalingen over indicatiebesluiten @@ -179,7 +179,7 @@ Een indicatiebesluit geldt voor onbepaalde tijd, tenzij het indicatiebesluit beh Het vermogen van een persoon is zijn vermogensgrondslag, bedoeld in het tweede of derde lid, waarvan de volgende vermogensbestanddelen worden afgetrokken: a. op aanvraag van de verzekerde, het bedrag ter grootte van door de verzekerde in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die krachtens artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zijn aangewezen; -b. voor de toepassing van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c, en artikel 3.3.2.4, eerste lid, een bedrag van € 10.090 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.090 voor zijn echtgenoot die: +b. voor de toepassing van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c, en artikel 3.3.2.4, eerste lid, een bedrag van € 10.141 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.141 voor zijn echtgenoot die: 1°. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of 2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in artikel 3.3.2.1, eerste lid, of artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid, dan wel artikel 3.11, eerste lid, of artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verschuldigd is, @@ -226,11 +226,11 @@ met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt. ### Artikel 3.3.1.7 -**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 3.3.2.1, tweede lid, 3.3.2.2, derde en vierde lid, 3.3.2.4, tweede en vierde lid, 3.3.3.1, eerste lid en tweede lid, voor zover het betreft de in dat lid genoemde bedragen per bijdrageperiode, en 3.3.3.2, tweede en vierde lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten. +**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 3.3.2.1, tweede lid, 3.3.2.2, derde en vierde lid en 3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten. -**2.** Bij ministeriële regeling wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b, jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, jaarlijks wordt gewijzigd. +**2.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b, 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, en 3.3.2.4a, eerste lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, jaarlijks wordt gewijzigd. -**3.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen van het bijdrageplichtig inkomen, genoemd in artikel 3.3.3.1, tweede lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. +**3.** Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bedragen voor de toepassing van de artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.3.2.4, tweede en vierde lid, artikel 3.3.2.5, eerste en tweede lid, en 3.3.2.6, eerste lid, afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar voor de toepassing. ### Paragraaf 3.2. De berekening van de eigen bijdragen @@ -244,7 +244,7 @@ a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden in een instelling verblijven, c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen. -**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.312,60 per maand. +**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.332,60 per maand. **3.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen slechts eenmaal de eigen bijdrage, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, verschuldigd. @@ -252,7 +252,7 @@ c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot ver **1.** -In afwijking van artikel 3.3.2.1 bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: +In afwijking van artikel 3.3.2.1 bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling; b. de gehuwde verzekerden tezamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken; @@ -261,18 +261,18 @@ d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvo **2.** -De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: +De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt; b. de gehuwde verzekerden tezamen van wie één in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en de ander een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; d. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn. -**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 160,60 en niet meer dan € 842,80 per maand. +**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 161,80 en niet meer dan € 850 per maand. **4.** -De eigen bijdrage wordt verminderd met € 137,60 per maand voor: +De eigen bijdrage wordt verminderd met € 138,80 per maand voor: a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget of een modulair pakket thuis ontvangt; b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie één een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; @@ -300,6 +300,8 @@ c. het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in **9.** Op aanvraag van de verzekerde is de eigen bijdrage niet verschuldigd indien de verzekerde een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet ontvangt, indien hij een inkomen heeft dat gelijk is aan of lager is dan de in dat artikel genoemde normbedragen die gelden voor de daarbij genoemde omstandigheden of indien hij op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van die wet geen uitkering ontvangt. +**10.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verschillende tijdsaanduidingen die per zorgvorm worden gehanteerd en de wijze waarop die meetellen voor de berekening van de urengrens, bedoeld in het vijfde en zesde lid. + ### Artikel 3.3.2.3 **1.** @@ -312,6 +314,7 @@ b. op het met toepassing van onderdeel a berekende bedrag worden in mindering ge 1°. 15% van de netto-opbrengst van in het voorafgaande kalenderjaar verrichte arbeid van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet dan wel, indien dit onbekend of niet beschikbaar is, 15% van de redelijkerwijs te verwachten netto-opbrengst van in het lopende kalenderjaar verrichte arbeid, van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet; 2°. het in het peiljaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag, een aftrekpost die verschillend kan zijn voor een verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en een verzekerde die die leeftijd nog niet heeft bereikt of extra vrijlatingen, een en ander volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels; 3°. op aanvraag van de verzekerde, de in het peiljaar geldende uitkering op grond van artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 of op grond van artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945; +4°. een bedrag van 12% van zijn vermogen als bedoeld in artikel 3.3.1.2 over het peiljaar, tot een maximum van € 2.700, voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt indien zijn inkomen, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt en een bedrag van 12% van dat vermogen, tot een maximum van € 2.700, over het peiljaar voor zijn echtgenoot die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt indien het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt; c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. **2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, 8% van het te verwachten vermogen, en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het zak- en kleedgeld, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie, vermeerderd met de inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de zorgtoeslag, zoals deze bedragen gelden in het lopende kalenderjaar. Het aldus berekende bijdrageplichtig inkomen wordt, om de per maand verschuldigde bijdrage vast te stellen, gedeeld door twaalf. @@ -324,19 +327,28 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% ### Artikel 3.3.2.4 -**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.030, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt. +**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.085, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt. -**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.571 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt. +**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.593 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt. **3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld. -**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.571 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. +**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.593 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. **5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht. ### Artikel 3.3.2.4a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +In afwijking van artikel 3.3.2.4, eerste lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, verminderd met: + +a. een bedrag van 12% van het vermogen over het peiljaar van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, tot een maximum van € 2.700, indien zijn inkomen, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt, en +b. een bedrag van 12% van het vermogen over het peiljaar van zijn echtgenoot die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, tot een maximum van € 2.700, indien zijn inkomen, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt. + +**2.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. + +**3.** Het op grond van het eerste en tweede lid berekende bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, wordt verminderd met € 6.030 indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt. ### Artikel 3.3.2.5 @@ -479,7 +491,7 @@ b. een andere zorgaanbieder dan een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel a of Van het tweede lid, onder a, is sprake indien de zorg is verleend door: 1°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg; -2°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel waaraan een geldige beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is afgegeven; +2°. een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel; 3°. een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg. **4.** Indien onderdeel a en onderdeel b, van het tweede lid, gelijktijdig van toepassing zijn op een mantelzorger, dan geldt het tarief voor mantelzorgers bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. @@ -902,13 +914,13 @@ Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *college:* college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Woerden, Meppel of Delft; -- *deelbudget:* budget dat door of vanwege het college, de zorgverzekeraar of het zorgkantoor voor de verlening van het integrale budget ter beschikking is gesteld voor het betrekken van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of zorg als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging die op grond van artikel 2.10, tweede lid, valt onder de zorg voor verzekerden tot achttien jaar, waaruit de Sociale verzekeringsbank betalingen verricht ter verkrijging van diensten voor de deelnemer; +- *deelbudget:* budget dat door of vanwege het college, de zorgverzekeraar of het zorgkantoor voor de verlening van het integrale budget ter beschikking is gesteld voor het betrekken van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of zorg als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar, valt onder de zorg voor verzekerden tot achttien jaar, waaruit de Sociale verzekeringsbank betalingen verricht ter verkrijging van diensten voor de deelnemer; - *deelnemer:* verzekerde die toegang heeft gekregen tot het experiment; - *experiment:* experiment als bedoeld in artikel 10.1.2, tweede lid, van de wet in de gemeente; - *gemeente:* gemeente Delft, Meppel of Woerden; - *integraal budget:* som van de deelbudgetten waaruit de Sociale verzekeringsbank betalingen verricht ter verkrijging van diensten voor de deelnemer; - *ondersteuningsplan:* besluit van het college met een op de behoefte aan diensten van de deelnemer afgestemd plan met alle aanspraken en rechten op grond waarvan betalingen kunnen worden verricht uit het integraal budget; -- *Zvw-pgb:* gemaximeerde vergoeding die een zorgverzekeraar in 2016 op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of met ingang van 2017 op grond van artikel 13a van die wet verstrekt voor de kosten die de verzekerde maakt voor het betrekken van zorg als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging die op grond van artikel 2.10, tweede lid, valt onder de zorg voor verzekerden tot achttien jaar. +- *Zvw-pgb:* gemaximeerde vergoeding die een zorgverzekeraar in 2016 op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of met ingang van 2017 op grond van artikel 13a van die wet verstrekt voor de kosten die de verzekerde maakt voor het betrekken van zorg als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar, valt onder de zorg voor verzekerden tot achttien jaar. ### Artikel 9.2 @@ -960,7 +972,7 @@ Het ondersteuningsplan kan ten behoeve van het integraal pakket, bedoeld in arti a. zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, b, f of g, van de wet; b. diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening van het college als bedoeld in dat artikel kunnen behoren; c. jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet die kan behoren tot een individuele voorziening van het college als bedoeld in artikel 8.1.1 van die wet, en -d. verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging die op grond van artikel 2.10, tweede lid, valt onder de zorg voor verzekerden tot achttien jaar. +d. verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering of verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit voor zover dat verblijf gepaard gaat met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar. **4.** Bij het opstellen van het ondersteuningsplan wordt rekening gehouden met de gezamenlijke vraag naar diensten van deelnemers die tot hetzelfde huishouden dan wel dezelfde leefeenheid behoren, indien deze deelnemers daarom, met hun toestemming onderling afgestemd, verzoeken. @@ -1068,9 +1080,7 @@ Vervallen ### Artikel 10.10a -**1.** Op aanvraag van de verzekerde wordt, onverminderd artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, op het met toepassing van het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel berekende bedrag de in het peiljaar geldende uitkering op grond van de overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Conference on Jewish Material Claims Against Germany, gebaseerd op artikel 2 van de Vereinbarung vom 18 September 1990 über die Herstellung der Einheit Deutschlands zwischen der Bundesrepublik Deutschland und der Deutschen Demokratischen Republik zur Durchführung und Auslegung des am 31. August 1990 in Berlin unterzeichneten Einigungvertrages in mindering gebracht. - -**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2018. +Vervallen ### Artikel 10.11