2004-01-23 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-23 12:00:00 +00:00
parent 3a166708f7
commit 0e138a4fb2

View file

@ -81,10 +81,6 @@ het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;
a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs en het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs;
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 34, 37, 38, 55, 56, eerste en tweede lid, 62, eerste tot en met vierde lid, 63 tot en met 66, 69, 132 en 133, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
«*nascholing*»:
een vorm van scholing, gegeven aan leden van het personeel om hun kennis, inzicht, vaardigheden en beroepshoudingen direct verband houdend met de uitoefening van hun beroep, voortbouwend op de in de initiële opleiding verworven aanvangsbekwaamheid te verdiepen en uit te breiden;
*schoolplan*:
een schoolplan als bedoeld in artikel 21. Onder schoolplan wordt tevens verstaan instellingsplan, tenzij het tegendeel blijkt;
@ -1353,6 +1349,20 @@ Vervallen
**2.** Indien een openbare school in stand wordt gehouden door een stichting of een openbare rechtspersoon, wordt deze aangemerkt als een door de gemeente in stand gehouden openbare school voor de toepassing van afdeling 2 en afdeling 8.
### Artikel 73a
**1.** Onze minister kan op aanvraag van een bevoegd gezag besluiten dat, met het oog op de ontwikkeling door scholen van instrumenten voor planning en beheer, de artikelen 123, tweede en derde lid, 129, 148 en 149 niet van toepassing zijn op de bekostiging van de scholen van dat bevoegd gezag. Voor een dergelijk besluit komen ten hoogste tien bevoegde gezagsorganen in aanmerking. Onze minister kan een tijdstip vaststellen voor welke de aanvragen moeten worden ingediend.
**2.** Onze minister bepaalt bij zijn besluit welke regelen en voorwaarden voor de bekostiging zullen gelden in plaats van het bepaalde bij of krachtens de artikelen, genoemd in het eerste lid, alsmede de wijze van bekostiging. Onze minister kan aan het besluit voorschriften verbinden omtrent het afleggen van rekening en verantwoording van het financieel beheer, alsmede, zo nodig in afwijking van het bepaalde krachtens artikel 168, tweede volzin, omtrent de inrichting van de boekhouding.
**3.** Onze minister stelt, na overleg met de aanvrager, een ontwerp op van het besluit en zendt dit ontwerp aan de aanvrager. Indien de aanvrager zijn aanvraag niet binnen twee weken na verzending van het ontwerp van het besluit door Onze minister heeft ingetrokken, besluit Onze minister overeenkomstig het ontwerp.
**4.** Voor zover nodig neemt Onze minister, na overleg met de gemeente of gemeenten die het aangaat, een besluit omtrent toepassing van de overschrijdingsregeling, bedoeld in de artikelen 136 tot en met 142, door de gemeente of gemeenten waar een of meer scholen waarop een besluit als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, gevestigd zijn. Onze minister kan daarbij afwijken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 136 tot en met 142.
**5.** Het besluit, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vier jaren.
**6.** Indien voor het einde van de geldigheidsduur van het besluit een voorstel van wet tot invoering van lumpsumbekostiging voor de personeels- en exploitatiekosten van scholen als bedoeld in deze wet bij de Staten-Generaal wordt ingediend, kan de minister het besluit, bedoeld in het eerste lid, na overleg met het bevoegd gezag, zodanig aanpassen en in afwijking van het vijfde lid verlengen, dat een goede overgang wordt gewaarborgd naar het bekostigingssysteem dat geldt op het moment waarop de periode eindigt waarop het besluit betrekking heeft.
### Artikel 74
In deze titel wordt onder «school» verstaan een school of afdeling als bedoeld in artikel 8, tenzij het tegendeel blijkt.
@ -2146,7 +2156,7 @@ b. de bekostiging voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een
**5.** Het bevoegd gezag zorgt voor het deel van de materiële instandhouding waarop de programma's van eisen, bedoeld in artikel 112, eerste lid onder d en e, betrekking hebben.
### Afdeling 5. Formatie personeel; bekostiging kosten vervanging van personeel; bekostiging voor schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening
### Afdeling 5. Formatie personeel; bekostiging kosten vervanging van personeel
### Artikel 117
@ -2223,27 +2233,29 @@ b. het personeel anders dan bedoeld onder a.
### Artikel 122
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden aan een school bekostiging wordt verstrekt in verband met het bestrijden van schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening. De omvang van de bekostiging bedraagt een jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per formatieplaats.
Vervallen
### Artikel 123
Wijziging in de besteding van de bekostiging voor schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening mag niet leiden tot kosten van werkloosheidsuitkeringen.
Vervallen
### Afdeling 6. Nascholing personeel
### Afdeling 6. Schoolbudget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid
### Artikel 124
**1.** De grondslag van de omvang van de bekostiging voor nascholing ten behoeve van scholen, niet zijnde instellingen, is de formatie berekend op grond van artikel 117, eerste lid, aanhef en onder a 1°, b, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid. De grondslag van de omvang van de bekostiging voor nascholing ten behoeve van instellingen is de formatie berekend op grond van artikel 117, eerste lid, aanhef en onder a 2° en b, en artikel 117, vijfde lid.
**1.** Bij ministeriële regeling wordt de grondslag vastgesteld voor de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. De omvang van de bekostiging is in ieder geval afhankelijk of mede afhankelijk van de onderwijssoort, het aantal leerlingen op de teldatum, bedoeld in artikel 118, en de samenstelling van het leerlingenbestand.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt een bekostigingsbedrag per formatieplaats vastgesteld.
**2.** Met inachtneming van het eerste lid verstrekt het Rijk jaarlijks aan het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere scholen bekostiging ten behoeve van personeels- en arbeidsmarktbeleid.
**3.** De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt besteed aan personele uitgaven.
### Artikel 125
Met inachtneming van artikel 124 verstrekt het Rijk jaarlijks aan het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere scholen bekostiging ten behoeve van nascholing van het personeel.
Vervallen
### Artikel 126
De bekostiging, bedoeld in artikel 125, wordt besteed aan de kosten van nascholing ten behoeve van het personeel. Indien de bekostiging niet volledig is besteed, wordt het resterende bedrag in een fonds ondergebracht. Dit fonds mag ten hoogste een bedrag omvatten dat gelijk is aan de bekostiging van de laatste 3 jaren. Niet bestede gelden worden voor zover deze gelden het in de vorige volzin bedoelde bedrag overstijgen, onverwijld in 's Rijks kas teruggestort.
Vervallen
### Afdeling 7. Wijze van bekostiging
@ -2462,13 +2474,13 @@ a. het totaal van de bedragen
1°. die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, en
2°. voor niet verbruikte formatierekeneenheden voor zover die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven,
b. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de nascholing,
b. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van personeels- en arbeidsmarktbeleid als bedoeld in artikel 124,
c. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de materiële instandhouding,
d. het totaal van de ontvangsten
1°. bedoeld in artikel 131, derde lid, en
2°. voor niet verbruikte formatierekeneenheden, bedoeld in artikel 131, eerste lid onder b,
e. het totaal van de ontvangsten dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens artikel 125 voor nascholing voor het kalenderjaar zijn vastgesteld,
e. het totaal van de ontvangsten dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens artikel 124, tweede lid, ten behoeve van personeels- en arbeidsmarktbeleid voor het kalenderjaar zijn vastgesteld,
f. het totaal van de ontvangsten dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens artikel 111 voor de voorzieningen voor de materiële instandhouding voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld,
g. het totaal van de aanvullende ontvangsten waaronder worden verstaan de bedragen die krachtens artikel 129 voor de voorzieningen ten behoeve van de materiële instandhouding voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld,
h. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de instandhouding van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 69,
@ -2527,7 +2539,7 @@ Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 139,
**1.** Het bevoegd gezag van een school besteedt de door het Rijk verstrekte bekostiging, voor zover het niet betreft de bekostiging bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van die school met inachtneming van het bepaalde in artikel 144.
**2.** Het bevoegd gezag van een school besteedt de door het Rijk verstrekte bekostiging, bedoeld in artikel 128, ten behoeve van de scholen van dat bevoegd gezag. Onder scholen als bedoeld in de vorige volzin, worden verstaan scholen in de zin van deze wet, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs.
**2.** Het bevoegd gezag van een school besteedt de door het Rijk verstrekte bekostiging, bedoeld in de artikelen 124 en 128, ten behoeve van de scholen van dat bevoegd gezag. Onder scholen als bedoeld in de vorige volzin, worden verstaan scholen in de zin van deze wet, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs.
### Artikel 144