diff --git a/wet/wet-op-de-jeugdhulpverlening/BWBR0004608/README.md b/wet/wet-op-de-jeugdhulpverlening/BWBR0004608/README.md index 2f0037560fb..898b3005108 100644 --- a/wet/wet-op-de-jeugdhulpverlening/BWBR0004608/README.md +++ b/wet/wet-op-de-jeugdhulpverlening/BWBR0004608/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de jeugdhulpverlening bwb_id: BWBR0004608 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1997-09-01' +datum_inwerkingtreding: '2003-06-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004608 citeertitel: Wet op de jeugdhulpverlening --- @@ -43,7 +43,8 @@ q. samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 14; r. jeugdhulpadviesteam: een team als bedoeld in hoofdstuk III; s. beroepskracht: degene die op grond van een overeenkomst of aanstelling tegen een beloning werkzaam is; t. maatregel van justitiële kinderbescherming: een beslissing van de rechter of van de officier van justitie als bedoeld in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of de vijfde afdeling van de zesde titel van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor een ouder of voogd, - anders dan in verband met beëindiging van het huwelijk of scheiding van tafel en bed - in zijn gezag over een jeugdige wordt beperkt of dit gezag aan hem wordt ontnomen, alsmede de beslissingen genomen in verband met een zodanige beslissing en voorts de straffen en maatregelen, bedoeld in artikel 77*h* van het Wetboek van Strafrecht; -u. Riagg: een instelling die als zodanig is toegelaten op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. +u. Riagg: een instelling die als zodanig is toegelaten op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +v. verwerken van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens. v. cliëntenvertrouwenspersoon: persoon die bij een voorziening of instelling werkzaam is om, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van de uitvoerder of de instelling aan jeugdigen op hun verzoek advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden samenhangend met de aan hen geboden hulpverlening. **2.** @@ -87,7 +88,7 @@ d. ambulante hulpverlening: hulpverlening, anders dan bedoeld onder *a*, *b* of **1.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 27, 35, 37, 41a, 41b, 41c en 56 geschiedt door Onze Ministers. -**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 60, 61, 81 en 84, alsmede voor een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 82, geschiedt door Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 geschiedt door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. +**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 60 en 61 geschiedt door Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 geschiedt door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van deze wet, behoudens die, bedoeld in de artikelen 61, 65 en 84, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de *Staatscourant* is geplaatst en aan ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de plaatsing is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Ministers te brengen. Gelijktijdig met de plaatsing wordt het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. @@ -144,7 +145,7 @@ b. de bedragen die het Rijk voornemens is voor het derde en vierde jaar aan de p **1.** Provinciale staten stellen jaarlijks telkens voor vier jaren een plan vast ten aanzien van de regionale voorzieningen. -**2.** Het plan voorziet voor elke regio in een patroon van voorzieningen, dat zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften en dat evenwichtig is opgebouwd uit hulpverlening van de typen, genoemd in artikel 1, tweede lid. Het plan voorziet in ieder geval in een genoegzaam aanbod van jeugdhulpverlening ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een maatregel van justitiële kinderbescherming is toegepast. Het bepaalde in de voorgaande volzin geldt eveneens ten aanzien van jeugdigen voor wie voortzetting van hulp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *b*, 3°, noodzakelijk is. Onze ministers kunnen in verband met de tweede en derde volzin richtlijnen geven omtrent de inhoud van het provinciale plan. +**2.** Het plan voorziet voor elke regio in een patroon van voorzieningen, dat zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften en dat evenwichtig is opgebouwd uit hulpverlening van de typen, genoemd in artikel 1, tweede lid. Het plan voorziet in ieder geval in een genoegzaam aanbod van jeugdhulpverlening ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een maatregel van justitiële kinderbescherming is toegepast. Het bepaalde in de voorgaande volzin geldt eveneens ten aanzien van jeugdigen voor wie voortzetting van hulp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *b*, 3°, noodzakelijk is. Voorts voorziet het plan er in ieder geval in dat in de provincie één of meer advies- en meldpunten kindermishandeling, als bedoeld in artikel 34a, werkzaam zijn. Onze ministers kunnen in verband met de tweede, derde en vierde volzin richtlijnen geven omtrent de inhoud van het provinciale plan. **3.** @@ -376,6 +377,57 @@ De plaatsende instantie doet aan het jeugdhulpadviesteam van de regio van zijn w **2.** Van een intrekking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +## Hoofdstuk IVA. Advies- en meldpunten kindermishandeling + +### Artikel 34a + +**1.** + +Een advies- en meldpunt kindermishandeling heeft, onverminderd de taken van de raad voor de kinderbescherming, tot taak: + +- het naar aanleiding van een melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan onderzoeken of sprake is van kindermishandeling; +- het beoordelen van de vraag of en zo ja tot welke stappen de melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan aanleiding geeft; +- het initiatief nemen tot de voor de minderjarige meest aangewezen hulpverlening; +- het, na overleg met de raad voor de kinderbescherming, aan deze overdragen van een geval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, indien een maatregel met betrekking tot het gezag over de minderjarige overwogen dient te worden; +- het in kennis stellen van andere justitiële autoriteiten van kindermishandeling of een vermoeden daarvan, indien het belang van de minderjarige dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft, daartoe aanleiding geeft; +- het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stappen die door het advies- en meldpunt kindermishandeling zijn ondernomen. + +**2.** Een advies- en meldpunt kindermishandeling heeft bovendien tot taak het verstrekken van advies aan een persoon die een vermoeden van kindermishandeling heeft over de stappen die door hem in verband hiermee kunnen worden ondernomen en het zonodig ondersteunen daarbij. + +**3.** Onder kindermishandeling wordt in dit hoofdstuk verstaan: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. + +**4.** Een advies- en meldpunt kindermishandeling wordt in stand gehouden door een rechtspersoon die, indien hij ook andere taken heeft, voor de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid, een afzonderlijke organisatorische eenheid inricht. + +### Artikel 34b + +Een advies- en meldpunt kindermishandeling werkt, onverminderd artikel 35, eerste lid, volgens een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde werkwijze, waarbij nadere regels kunnen worden gesteld omtrent de in artikel 34a genoemde taken. Bij of krachtens deze maatregel worden voorts regels gesteld omtrent de samenwerking met de raad voor de kinderbescherming, alsmede omtrent de gevallen waarin het bekendmaken van de identiteit van de persoon die de kindermishandeling of een vermoeden daarvan heeft gemeld of van de persoon van wie informatie in het kader van het onderzoek is verkregen, achterwege kan blijven. + +### Artikel 34c + +**1.** Een advies- en meldpunt kindermishandeling kan zonder toestemming van degene die het betreft persoonsgegevens verwerken indien dit voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 34a, eerste lid, noodzakelijk is te achten. + +**2.** Een advies- en meldpunt kindermishandeling kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid. + +**3.** Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een advies- en meldpunt kindermishandeling inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. + +**4.** Het college van burgemeester en wethouders verstrekt een advies- en meldpunt kindermishandeling uit de gemeentelijke basisadministratie terstond de algemene gegevens, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder a, onderdelen 1 tot en met 6 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van het advies- en meldpunt ingevolge artikel 34a, eerste lid. + +**5.** In afwijking van artikel 103, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens doet het college van burgemeester en wethouders geen mededeling aan de betrokkene of degene die namens deze daarom verzoekt, over de verstrekking van hem betreffende gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie aan een advies- en meldpunt kindermishandeling, voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. Voor wat betreft de toepassing van artikel 110 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft achterwege blijven van een mededeling als hier bedoeld dezelfde gevolgen als het achterwege blijven van een mededeling ingevolge artikel 103, derde lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. + +### Artikel 34d + +**1.** Indien persoonsgegevens worden verkregen bij een ander dan degene die het betreft brengt een advies- en meldpunt kindermishandeling hem hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na het moment van vastlegging van de hem betreffende gegevens, op de hoogte. + +**2.** De in het eerste lid genoemde termijn kan telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 34a, eerste lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. + +**3.** In afwijking van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens kan een advies- en meldpunt kindermishandeling de mededeling aan degene die het betreft dat ten aanzien van hem persoonsgegevens worden verwerkt achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. + +### Artikel 34e + +**1.** Indien het aan het bestuur van een voorziening of instelling bekend is geworden dat een persoon die werkzaam is bij de voorziening of de instelling zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan kindermishandeling, doet het bestuur van de desbetreffende voorziening of instelling hiervan onverwijld melding aan het advies- en meldpunt kindermishandeling. + +**2.** Indien een persoon die werkzaam is in een voorziening of instelling op enigerlei wijze bekend is geworden dat een bij die voorziening of instelling werkzame andere persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan kindermishandeling, stelt hij het bestuur daarvan onverwijld in kennis. + ## Hoofdstuk V. Kwaliteit ### Artikel 35 @@ -556,7 +608,7 @@ Degene die belast is met de vaststelling van de bijdrage deelt de bijdrageplicht **7.** Voor de toepassing van deze wet kan degene die belast is met de inning executoriaal beslag onder derden leggen door van het dwangbevel in afschrift mededeling te doen aan de derde beslagene. Artikel 479 *g* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing. -## Hoofdstuk VIII. Inzagerecht +## Hoofdstuk VIII. Inzage in en het bewaren en vernietigen van bescheiden ### Artikel 42 @@ -568,30 +620,58 @@ De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op jeugdigen die verbli ### Artikel 43 -**1.** Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde verstrekken de uitvoerder en de plaatsende instantie aan anderen dan de jeugdige geen inlichtingen over de jeugdige, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden, dan met toestemming van de jeugdige. - -**2.** Onder anderen dan de jeugdige zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking bij de hulpverlening noodzakelijk is en degene die is betrokken bij de uitvoering of voorbereiding van een maatregel van kinderbescherming. - -**3.** Onder anderen dan de jeugdige zijn evenmin begrepen diens wettelijke vertegenwoordigers, indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, alsmede indien hij deze leeftijd heeft bereikt, doch niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake. - -### Artikel 44 - **1.** -De inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de jeugdige geweigerd, indien deze: +Inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de jeugdige geweigerd, indien deze: -a. jonger dan twaalf jaren is, of -b. minderjarig is en de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake. +- jonger dan twaalf jaren is, of +- de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake. -**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden desgevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen, dan wel de inzage in of het afschrift van de bescheiden verstrekt. +**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden desgevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt, tenzij het belang van de jeugdige daardoor kan worden geschaad. **3.** Inlichtingen over, inzage in of afschrift van bescheiden kan eveneens worden geweigerd, indien de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de jeugdige daardoor zou worden geschaad. -**4.** Voor de verstrekking van een afschrift kan de kostprijs daarvan in rekening worden gebracht. +**4.** Voor de verstrekking van een afschrift kan een vergoeding worden gevraagd overeenkomstig de krachtens artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde regels. + +### Artikel 44 + +**1.** Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, verstrekken de uitvoerder en de plaatsende instantie aan anderen dan de jeugdige geen inlichtingen over de jeugdige, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden dan met toestemming van de jeugdige. + +**2.** + +Indien de jeugdige minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij: + +- jonger is dan twaalf jaren, of +- de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake. + +**3.** Onder anderen dan de jeugdige zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking bij de hulpverlening noodzakelijk is en degenen die zijn betrokken bij de voorbereiding of uitvoering van een maatregel van kinderbescherming. + +**4.** Onder anderen dan de jeugdige zijn evenmin begrepen diens wettelijke vertegenwoordigers, indien hij de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, alsmede indien hij deze leeftijd heeft bereikt, doch niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake, tenzij door het verstrekken van inlichtingen over de jeugdige, danwel van inzage in of afschrift van bescheiden, het belang van de jeugdige kan worden geschaad. + +### Artikel 44a + +**1.** Onverminderd het tweede lid en artikel 44b bewaren een uitvoerder en een plaatsende instantie bescheiden die deze met betrekking tot de jeugdige onder zich hebben gedurende tien jaren, te rekenen van het tijdstip waarop zij zijn vervaardigd, of zoveel langer als redelijkerwijs in verband met een zorgvuldige hulpverlening noodzakelijk is. + +**2.** Een advies- en meldpunt kindermishandeling en een instelling bewaren de bescheiden tot het jongste kind van het gezin waartoe de minderjarige behoort en met welk gezin het advies- en meldpunt kindermishandeling of de instelling bemoeienis heeft gehad, meerderjarig is geworden, een en ander voor zover aannemelijk gemaakt kan worden dat het bewaren van de bescheiden een bijdrage kan leveren aan het beëindigen van een mogelijke situatie van kindermishandeling of van belang kan zijn voor een situatie waarin een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige overwogen dient te worden. + +### Artikel 44b + +**1.** Een uitvoerder en een plaatsende instantie vernietigen de door hen bewaarde bescheiden binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van degene op wie de bescheiden betrekking hebben. + +**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de verzoeker, alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet. + +**3.** + +Het verzoek van een jeugdige wordt niet ingewilligd indien deze: + +- jonger dan twaalf jaren, of +- minderjarig is en de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. + +**4.** In de gevallen bedoeld in het derde lid, kan het verzoek door een wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan. ### Artikel 45 -**1.** De uitvoerder en de plaatsende instantie treffen een schriftelijke regeling waarin het recht op inzage in en afschrift van gegevens, alsmede de beperkingen aan het verstrekken van inlichtingen en inzage worden geregeld overeenkomstig de artikelen 42 tot en met 44. +**1.** De uitvoerder en de plaatsende instantie treffen een schriftelijke regeling waarin het recht op inzage in en afschrift van gegevens, alsmede de beperkingen aan het verstrekken van inlichtingen en inzage worden geregeld overeenkomstig de artikelen 42 tot en met 44b. **2.** Deze regeling wordt aan de belanghebbenden beschikbaar gesteld.