2007-02-01 | BWBR0017613 | Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid
This commit is contained in:
parent
bbd771b428
commit
0e6740ab03
1 changed files with 34 additions and 49 deletions
|
|
@ -104,6 +104,10 @@ b. een buitenlandse krijgsmacht, indien het voorval plaatsvond op of boven het g
|
|||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van nader aan te wijzen voorvallen waarbij ook een andere staat of een ander land betrokken is, regels gesteld over de inrichting van het onderzoek, over het samenwerken met die andere staat of dat andere land bij de uitvoering van het onderzoek en de rol van de raad in deze gevallen alsmede de bij een dergelijk onderzoek in acht te nemen internationale verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Voor zover daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen ten aanzien van de raad in acht genomen. Op als zelfstandig bestuursorgaan aan te merken functionarissen van de raad is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Inrichting en samenstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
|
@ -114,13 +118,13 @@ b. een buitenlandse krijgsmacht, indien het voorval plaatsvond op of boven het g
|
|||
|
||||
**3.** De raad doet aan zijn beraadslagingen ten aanzien van individuele of categorieën voorvallen daarvoor in aanmerking komende buitengewone leden deelnemen.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de beraadslagingen van de raad nemen buitengewone leden niet deel voor de toepassing van de artikelen 7, 16, 17, 20, eerste lid, 23, eerste lid, 25, 26, 65 en 71.
|
||||
**4.** Aan de beraadslagingen van de raad nemen buitengewone leden niet deel voor de toepassing van de artikelen 7, 16, 17, 20, eerste lid, 25, 26, 65 en 71.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen worden de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
|
||||
|
||||
**2.** De leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid,worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen worden de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid, bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
|
||||
|
||||
**3.** De keuze van de leden van de raad geschiedt op zodanige wijze dat alle relevante deskundigheid in de raad aanwezig is. In de raad is in ieder geval deskundigheid aanwezig op het terrein van defensie en transport. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -142,10 +146,7 @@ b. een buitenlandse krijgsmacht, indien het voorval plaatsvond op of boven het g
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de wijze van beëdiging van de leden van de raad;
|
||||
b. de vergoeding, waaronder de vergoeding van reis- en verblijfkosten, van de leden van de raad.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de wijze van beëdiging van de leden van de raad.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,8 +208,6 @@ a. hemzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad aan
|
|||
b. een instelling of rechtspersoon betreft waarbij hij werkzaam is of belang heeft;
|
||||
c. een voorval betreft waarbij hij op enigerlei wijze betrokken is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De leden van de raad maken andere functies dan hun lidmaatschap van de raad openbaar door het ter inzage leggen van een opgave van deze andere functies bij de raad en bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -227,9 +226,11 @@ De raad beslist of hij zich om deze reden van deelneming aan het onderzoek moet
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt, binnen een half jaar na zijn instelling, onder goedkeuring van Onze Minister, een bestuursreglement vast.
|
||||
De raad stelt, binnen een half jaar na zijn instelling, een bestuursreglement vast.
|
||||
|
||||
**2.** De goedkeuring kan worden onthouden op de grond dat het bestuursreglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de raad kan belemmeren.
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
Artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Beheer
|
||||
|
||||
|
|
@ -247,41 +248,13 @@ De rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid wordt in en buiten rechte verteg
|
|||
|
||||
**1.** De raad stelt vóór 1 november een begroting vast voor het volgende boekjaar alsmede een financieel meerjarenbeleidsplan.
|
||||
|
||||
**2.** De begroting omvat een raming van de baten en lasten, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven.
|
||||
|
||||
**3.** De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
|
||||
|
||||
**4.** Uit de toelichting blijkt steeds welke begrotingsposten betrekking hebben op de uitoefening van de aan de raad opgedragen taken dan wel op andere activiteiten.
|
||||
|
||||
**5.** Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft, nog niet eerder werden verricht, omvat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening.
|
||||
|
||||
**6.** Het besluit tot vaststelling van de begroting en het financieel meerjarenbeleidsplan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**7.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De raad vormt een egalisatiereserve.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt de maximale omvang van de egalisatiereserve vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het verschil tussen de gerealiseerde baten van de raad en de gerealiseerde lasten van de activiteiten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
|
||||
|
||||
**4.** De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** De raad dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister een jaarrekening in.
|
||||
|
||||
**2.** Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
**2.** De begroting en het financieel meerjarenbeleidsplan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt de maximale omvang van de egalisatiereserve vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De jaarrekening, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar, wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van het gestelde in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,6 +266,18 @@ Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontst
|
|||
|
||||
**5.** De raad stelt de jaarrekening en de verklaring, bedoeld in het tweede lid, algemeen verkrijgbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt jaarlijks vóór 1 juli een verslag op van de werkzaamheden, het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder.
|
||||
|
|
@ -303,7 +288,7 @@ Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontst
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De raad verstrekt desgevraagd Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. Het bepaalde in de vorige twee zinnen heeft geen betrekking op inlichtingen, zakelijke gegevens en bescheiden met betrekking tot de inhoud en aanpak van concrete onderzoeken van de raad.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, kan de raad weigeren Onze Minister inlichtingen te verstrekken of inzage te geven in zakelijke gegevens en bescheiden, met betrekking tot de inhoud en de aanpak van lopende onderzoeken van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt de raad de inlichtingen die deze voor zijn taakuitoefening in het algemeen nodig heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -702,7 +687,7 @@ De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de overige ond
|
|||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
De raad draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van zijn gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
|
|
@ -772,7 +757,7 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele
|
|||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze rijkswet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze rijkswet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 26, derde lid, worden voorschriften gesteld omtrent de totstandkoming van het verslag en de betrokkenheid van de raad daarbij.
|
||||
|
||||
|
|
@ -780,11 +765,11 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele
|
|||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, de raad ernstig in gebreke blijft in de uitoefening van zijn taak wat de onderzoeken, bedoeld in het bepaalde op grond van artikel 5, betreft, kunnen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, de noodzakelijke voorzieningen treffen. In dat geval zijn op de door Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat,aan te wijzen personen de artikelen 32 tot en met 40, 69 en 70 van overeenkomstige toepassing. Onderzoeken worden verricht met inachtneming van de artikelen 44 tot en met 65. Voorts zijn de artikelen 31, 73 en 74 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, kunnen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat de noodzakelijke voorzieningen treffen indien naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, de raad ernstig in gebreke blijft in de uitoefening van zijn taak wat de onderzoeken, bedoeld in het bepaalde op grond van artikel 5, betreft. In dat geval zijn op de door Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, aan te wijzen personen de artikelen 32 tot en met 40, 69 en 70 van overeenkomstige toepassing. Onderzoeken worden verricht met inachtneming van de artikelen 44 tot en met 65. Voorts zijn de artikelen 73 en 74 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 23, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt de termijn waarbinnen de raad in de gelegenheid wordt gesteld alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren, gesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister en Onze Minister wie het aangaat, stellen de raad, de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba onverwijld in kennis van door hen getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 23, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stellen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat tevens de raad en de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba onverwijld in kennis van door hen getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue