2023-07-13 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
This commit is contained in:
parent
a9ca94cad0
commit
0e7fe878d9
1 changed files with 38 additions and 107 deletions
|
|
@ -1763,100 +1763,85 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd alcoholhoudende dranken te gebruiken, bij zich te hebben of in de dienstlokalen te bewaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7c. Het melden van een misstand
|
||||
## Hoofdstuk 7c. Het melden van een vermoeden van een misstand
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 98a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt onder ambtenaar mede verstaan
|
||||
|
||||
a. de gewezen ambtenaar;
|
||||
b. degenen die anderszins arbeid verrichten of hebben verricht bij het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
in dit hoofdstuk wordt voorts verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. COID: de Centrale Organisatie Integriteit Defensie;
|
||||
b. melder: degene die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig dit hoofdstuk;
|
||||
c. melding: de melding van een vermoeden van een misstand.
|
||||
- *betrokken derde:* betrokken derde als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
|
||||
- *COID:* Centrale Organisatie Integriteit Defensie;
|
||||
- *degene die een melder bijstaat:* degene die een melder bijstaat als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
|
||||
- *melder:* melder als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
|
||||
- *melding:* melding als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders;
|
||||
- *vermoeden van een misstand:* vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders.
|
||||
|
||||
### Artikel 98b
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een vertrouwenspersoon integriteit of een gewezen vertrouwenspersoon integriteit wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een misstand
|
||||
### Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand
|
||||
|
||||
### Artikel 98c
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd defensieonderdeel wijst een of meer vertrouwenspersonen integriteit aan bij zijn defensieonderdeel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak:
|
||||
|
||||
a. een ambtenaar op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand; en
|
||||
b. het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID te informeren over een melding.
|
||||
**2.** De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 98d
|
||||
|
||||
**1.** Een ambtenaar doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende, bij het Meldpunt van de COID of bij een vertrouwenspersoon integriteit. Indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, kan hij rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
**1.** Een melder doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende of bij het Meldpunt Integriteit Defensie. De melder kan ook rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
**2.** Een melding over een andere organisatie dan het defensieonderdeel waar hij tewerkgesteld doet een ambtenaar bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of, indien dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd, rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
**2.** Een melding over een andere organisatie dan het defensieonderdeel waar hij is tewerkgesteld, doet een melder bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 98e
|
||||
|
||||
Een ambtenaar kan een krachtens artikel 98c, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
|
||||
Een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde kan een krachtens artikel 98c, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 98f
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon integriteit maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 98g
|
||||
|
||||
Degene bij wie een melding is gedaan, stelt het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
|
||||
Degene bij wie een melding is gedaan, stelt de Secretaris-Generaal door tussenkomst van de COID onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 98h
|
||||
|
||||
Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van de melding gaan vertrouwelijk met de melding en de identiteit van de melder om.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 98i
|
||||
|
||||
Het hoofd defensieonderdeel bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
De Secretaris-Generaal bevestigt de ontvangst van de melding binnen zeven dagen schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
|
||||
### Artikel 98j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De commandant stelt onverwijld een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand, tenzij:
|
||||
De Secretaris-Generaal stelt onverwijld een onderzoek in naar de melding, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het vermoeden van een misstand kennelijk ongegrond is;
|
||||
a. de melding kennelijk ongegrond is;
|
||||
b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De commandant meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, indien deze op de hoogte zijn gebracht van de melding. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
**2.** De Secretaris-Generaal stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, doorlopend en in ieder geval binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na verzending van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 98i, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van informatie over de verdere behandeling van de melding en, in voorkomend geval, de mededeling van het achterwege laten van een onderzoek dan wel de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**4.** Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
|
||||
**4.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
**5.** Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
|
||||
|
||||
### Artikel 98k
|
||||
|
||||
**1.** De commandant stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, binnen twaalf weken na de melding schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Als niet binnen twaalf weken toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid, wordt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, voordat deze termijn verlopen is daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 98l
|
||||
|
||||
**1.** Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet Huis voor klokkenluiders, stelt de commandant de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. Een afschrift wordt gezonden naar het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
**1.** Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet bescherming klokkenluiders, stelt de commandant de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. Een afschrift wordt gezonden naar het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
|
||||
**2.** Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt de commandant de reden voor de afwijking.
|
||||
**2.** Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt de Secretaris-Generaal de reden voor de afwijking.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming
|
||||
|
||||
|
|
@ -1866,17 +1851,17 @@ b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
|
|||
|
||||
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling als gevolg van een melding dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
|
||||
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 98j, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet Huis voor klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
|
||||
a. de procedure is gericht tegen een melding en gestelde benadeling dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
|
||||
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 98j, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet bescherming klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt als gevolg van een melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
|
||||
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt in verband met een melding of de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
|
||||
|
||||
a. het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en
|
||||
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling het gevolg is van de melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
|
||||
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling verband houdt met een melding of het gevolg is van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
|
||||
|
||||
**3.** De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het hoofd defensieonderdeel.
|
||||
**3.** De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan de Secretaris-Generaal.
|
||||
|
||||
**4.** Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1888,19 +1873,19 @@ b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of h
|
|||
|
||||
### Artikel 98o
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd defensieonderdeel beslist binnen zes weken op het verzoek.
|
||||
**1.** De Secretaris-Generaal beslist binnen zes weken op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd defensieonderdeel kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
**2.** De Secretaris-Generaal kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 98p
|
||||
|
||||
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door de commandant van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
|
||||
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
|
||||
|
||||
### Artikel 98q
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 98m aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan de commandant of het hoofd defensieonderdeel te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het hoofd defensieonderdeel voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
|
||||
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 98m aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het hoofd defensieonderdeel voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
|
||||
b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 258,57 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 6.205,71, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
|
||||
|
|
@ -1910,7 +1895,7 @@ c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wette
|
|||
|
||||
### Artikel 98r
|
||||
|
||||
Op meldingen van ambtenaren die zijn gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.10, onderdeel i, van het Besluit van […] houdende aanpassing van besluiten in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (Stb. […]) in de zin van de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie, zoals die luidde voorafgaand aan het bedoelde tijdstip, is met ingang van dat tijdstip dit hoofdstuk van toepassing.
|
||||
Op meldingen van ambtenaren die zijn gedaan voor 17 december 2021 blijft hoofdstuk 7c van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 23 juni 2023, houdende wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement en het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2377,60 +2362,6 @@ Indien door de ambtenaar voor het gebruik der ambts- of dienstwoning een vergoed
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 11
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *diensttijd bij de overheid:* de diensttijd, bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie;
|
||||
- *RVU-ontslag:* het ontslag op aanvraag om gebruik te maken van de regeling vervroegd uittreding;
|
||||
- *RVU-uitkering:* een maandelijkse uitkering volgend op een RVU-ontslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 132
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de ambtenaar die vóór 1 januari 2029 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt op diens aanvraag RVU-ontslag verleend indien de ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. op de datum van diens RVU-ontslag ten hoogste 36 maanden is verwijderd van de datum van de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt, en;
|
||||
b. op de datum van diens RVU-ontslag een diensttijd bij de overheid heeft doorgebracht van tenminste 35 jaar, en;
|
||||
c. tot de datum van diens RVU-ontslag aanspraak heeft op de toelage, bedoeld in:
|
||||
|
||||
1°. artikel 20 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, of;
|
||||
2°. artikel 24 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, of;
|
||||
3°. artikel 5 van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie, of;
|
||||
4°. artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie, alsmede over de afgelopen twintig jaar gecumuleerd een periode van ten minste tien jaar aanspraak heeft gehad op één of meerdere van deze toelagen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. op wie de overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 171a, van toepassing is, alsmede
|
||||
b. die een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen komt niet in aanmerking voor RVU-ontslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 133
|
||||
|
||||
**1.** Op aanvraag van de ambtenaar wordt RVU-ontslag verleend op grond van artikel 114, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt uiterlijk vier maanden voor de beoogde ontslagdatum of voor 31 december 2025 ingediend bij het bevoegd gezag, waarbij geldt dat de ambtenaar uiterlijk 31 december 2025 van de beslissing tot ontslagverlening schriftelijk in kennis wordt gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 134
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op de RVU-uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
|
||||
|
||||
**4.** De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
|
||||
|
||||
a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
|
||||
b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
|
||||
c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Rechtspositie studenten aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de
|
||||
|
||||
### Artikel 161
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue