From 0eb1332503d427a1e56d521d3cb49ef2fdc057eb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 12 May 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-05-12 | BWBR0037946 | Meetcode elektriciteit --- .../BWBR0037946/README.md | 287 ++++++------------ 1 file changed, 90 insertions(+), 197 deletions(-) diff --git a/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md b/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md index 93801984576..10bf3ce7105 100644 --- a/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md +++ b/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md @@ -16,11 +16,11 @@ citeertitel: Meetcode elektriciteit ### Artikel 1.1.1 -Deze code bevat de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998. +Deze code bevat de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de Wet. ### Artikel 1.1.2 -Vervallen +In deze code wordt verstaan onder ‘de Wet’: de Elektriciteitswet 1998. ### Artikel 1.1.3 @@ -28,16 +28,12 @@ Meetinrichtingen voldoen ten minste aan de daaraan in of krachtens de wet gestel ### Artikel 1.1.4 -Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit. +Van de in deze code gebruikte begrippen die niet reeds in de Wet zijn gedefinieerd, is de betekenis vastgelegd in de Begrippencode elektriciteit behorende bij de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 31 van de Wet. ### Artikel 1.1.5 In zoverre een meetinrichting onder de Metrologiewet valt, is deze code niet van toepassing ten aanzien van een onderwerp dat voor die meetinrichting in de Metrologiewet wordt geregeld. -### Artikel 1.1.6 - -Waar in deze code ‘gecontracteerd transportvermogen’ staat, wordt per aansluiting de hoogste waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding bedoeld, tenzij één van beide specifiek is aangeduid. - ### Paragraaf 1.2. Voorwaarden met betrekking tot meterbeheerders, meterplaatsers en meetverantwoordelijken #### Paragraaf 1.2.1. Meterbeheerder @@ -83,7 +79,7 @@ f. het MEP-meetbedrijf verricht de in artikel 2a, lid 2, onderdeel c van de Rege ### Artikel 1.2.3.4 -In afwijking van 1.2.3.2 is er voor grootverbruikaansluitingen waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is, geen meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden. In dat geval is de netbeheerder op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit in combinatie met artikel 10.17, vijfde lid van de Netcode elektriciteit verantwoordelijk voor de vaststelling van de hoeveelheid getransporteerde energie op het overdrachtspunt van de desbetreffende grootverbruikaansluiting. +In afwijking van 1.2.3.2 is er voor grootverbruikaansluitingen waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is, geen meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden. In dat geval is de netbeheerder op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit in combinatie met 6.3.5.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas verantwoordelijk voor de vaststelling van de hoeveelheid getransporteerde energie op het overdrachtspunt van de desbetreffende grootverbruikaansluiting. ### Artikel 1.2.3.5 @@ -95,11 +91,7 @@ Indien de aangeslotene bij ingebruikname van de grootverbruikaansluiting geen me ### Artikel 1.2.3.7 -Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn grootverbruikaansluiting(en) niet zelf uitoefent, machtigt een meetverantwoordelijke voor het opvragen van informatie uit het aansluitingenregister en het register als bedoeld in paragraaf 13.4 van de Netcode elektriciteit van de netbeheerder, betrekking hebbend op de grootverbruikaansluiting van de aangeslotene alsmede voor het afwikkelen van het proces van overdracht van meetverantwoordelijkheid. - -### Artikel 1.2.3.8 - -In aanvulling op artikel 1.2.3.5 wijzen de aangeslotenen op een offshore-platform met een aansluiting op het net op zee, en de beheerder van het desbetreffende offshore-platform, gezamenlijk één meetverantwoordelijke aan voor alle aansluitingen op het desbetreffende offshore-platform. +Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn grootverbruikaansluiting(en) niet zelf uitoefent, machtigt een meetverantwoordelijke voor het opvragen van informatie uit het aansluitingenregister van de netbeheerder, betrekking hebbend op de grootverbruikaansluiting van de aangeslotene alsmede voor het afwikkelen van het proces van overdracht van meetverantwoordelijkheid. #### Paragraaf 1.2.4. Beëindiging van de beheerovereenkomst tussen de meetverantwoordelijke en de aangeslotene @@ -123,7 +115,7 @@ De vangnetregeling is van toepassing vanaf het moment dat de erkenning van de me ### Artikel 1.2.5.2 -Aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW hebben tien werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. De overige aangesloten hebben 40 werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. +Aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW hebben tien werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. De overige aangesloten hebben 40 werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. ### Artikel 1.2.5.3 @@ -141,7 +133,7 @@ e. indien de aangeslotene niet zelf binnen de in 1.2.5.2 genoemde termijn een ni ### Artikel 1.2.5.5 -Zolang de vangnetregeling van toepassing is, worden de meetgegevens ten behoeve van de balanceringsverantwoordelijkheid voor grootverbruikaansluitingen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, vastgesteld op basis van het jaarverbruik van de voorafgaande periode en een profiel. +Zolang de vangnetregeling van toepassing is, worden de meetgegevens ten behoeve van de programmaverantwoordelijkheid voor grootverbruikaansluitingen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, vastgesteld op basis van het jaarverbruik van de voorafgaande periode en een profiel. ### Artikel 1.2.5.6 @@ -149,11 +141,11 @@ Voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW word ### Artikel 1.2.5.7 -Voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan of gelijk aan 1 MW en een grootverbruikaansluiting met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, wordt voor het in 1.2.5.5 bedoelde profiel gebruik gemaakt van een door de gezamenlijke netbeheerders en de BRP’s vooraf vastgesteld noodprofiel. +Voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan of gelijk aan 1 MW en een grootverbruikaansluiting met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, wordt voor het in 1.2.5.5 bedoelde profiel gebruik gemaakt van een door de gezamenlijke netbeheerders en de programmaverantwoordelijken vooraf vastgesteld noodprofiel. ### Artikel 1.2.5.8 -In afwijking van 1.2.5.6 en 1.2.5.7 treft de netbeheerder bij aangeslotenen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, waarbij de verzameling van meetgegevens, zoals bedoeld in 5.3, en de overdracht van meetgegevens, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, ondanks de intrekking van de erkenning van de meetverantwoordelijke correct blijven functioneren, een regeling met de desbetreffende BRP om de desbetreffende meetgegevens te gebruiken zolang de vangnetregeling van toepassing is. +In afwijking van 1.2.5.6 en 1.2.5.7 treft de netbeheerder bij aangeslotenen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, waarbij de verzameling van meetgegevens, zoals bedoeld in 5.3, en de overdracht van meetgegevens, zoals bedoeld in 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, ondanks de intrekking van de erkenning van de meetverantwoordelijke correct blijven functioneren, een regeling met de desbetreffende programmaverantwoordelijke om de desbetreffende meetgegevens te gebruiken zolang de vangnetregeling van toepassing is. ### Artikel 1.2.5.9 @@ -165,7 +157,7 @@ In het geval de meetverantwoordelijke in faillissement verkeert of surseance van ### Artikel 1.2.5.11 -Indien er, nadat de nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen, nog geen overdracht van meetgegevens kan plaats vinden zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, kan voor een periode van maximaal tien werkdagen de procedure als bedoeld in bijlage 5 worden toegepast. +Indien er, nadat de nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen, nog geen overdracht van meetgegevens kan plaats vinden zoals bedoeld in 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, kan voor een periode van maximaal tien werkdagen de procedure als bedoeld in 6.3.5.10 van de Informatiecode elektriciteit en gas worden toegepast. ### Artikel 1.2.5.12 @@ -185,7 +177,7 @@ De bepalingen in hoofdstuk 2 zijn van toepassing op comptabele meetinrichtingen: a. in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee elektriciteitsnetten; b. in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting van een aangeslotene niet zijnde een netbeheerder; -c. ten behoeve van een GCvO-installatie achter een aansluiting groter dan 3x80 A. +c. ten behoeve van een productie-installatie achter een aansluiting groter dan 3x80 A. ### Paragraaf 2.2. Comptabele meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten @@ -195,15 +187,15 @@ In het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten is een te ### Artikel 2.2.2 -Aan een telemetriegrootverbruikmeetinrichting op een overdrachtspunt van een aansluiting tussen een net en het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in artikel 2.2.1, wordt voor een overdrachtspunt van een dergelijke aansluiting, zoals bedoeld in artikel 15.3, eerste lid, van de Netcode elektriciteit, gelijk gesteld een comptabele meetinrichting die gebruik maakt van niet voor comptabele doeleinden geïnstalleerde meettransformatoren aan de hoogspanningszijde waarbij de nauwkeurigheid met inachtneming van artikel 4.3.2.2 wordt verbeterd door toepassing van digitale foutcorrectie en digitale plaatscorrectie. +Aan een telemetriegrootverbruikmeetinrichting op een overdrachtspunt van een aansluiting tussen een net en het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in 2.2.1, wordt voor een overdrachtspunt van een dergelijke aansluiting, zoals bedoeld in 7.3.6 van de Netcode elektriciteit, gelijk gesteld een comptabele meetinrichting die gebruik maakt van niet voor comptabele doeleinden geïnstalleerde meettransformatoren aan de hoogspanningszijde waarbij de nauwkeurigheid met inachtneming van 4.3.2.2 wordt verbeterd door toepassing van digitale foutcorrectie en digitale plaatscorrectie. -### Paragraaf 2.3. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een kleinverbruikaansluiting +### Paragraaf 2.3. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3x80A ### Artikel 2.3.1 -In het (de) overdrachtspunt(en) van een kleinverbruikaansluiting is een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting of een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aanwezig. +In het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3x80A is een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting of een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aanwezig. -### Paragraaf 2.4. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een grootverbruikaansluiting +### Paragraaf 2.4. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting groter dan 3x80A ### Artikel 2.4.1 @@ -211,32 +203,31 @@ In het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting groter dan 3x80A is een tele ### Artikel 2.4.2 -a. In afwijking van 2.4.1 kan in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting groter dan 3x80A met een gecontracteerd transportvermogen minder dan 0,1 MW, een profielgrootverbruikmeetinrichting aanwezig zijn tot uiterlijk 31 december 2025. -b. In afwijking van 2.4.1 kan in het (de) overdrachtspunt(en) van een artikel-1-lid-2-of-3-aansluiting, kleiner dan of gelijk aan 3x80A een profielgrootverbruikmeetinrichting aanwezig zijn. +In afwijking van 2.4.1 is in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting groter dan 3x80A met een gecontracteerd vermogen minder dan 0,1 MW, een profielgrootverbruikmeetinrichting aanwezig, tenzij de aangeslotene kiest voor een telemetriegrootverbruikmeetinrichting. ### Artikel 2.4.3 -Blindenergie wordt niet gemeten bij aansluitingen waarvan het gecontracteerd transportvermogen minder dan 0,1 MW bedraagt en de aansluiting alleen wordt gebruikt voor het afnemen van elektrische energie uit het net. +Blindenergie wordt niet gemeten bij aansluitingen waarvan het gecontracteerde vermogen minder dan 0,1 MW bedraagt en de aansluiting alleen wordt gebruikt voor het afnemen van elektrische energie uit het net. ### Artikel 2.4.4 -Bij aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen van meer dan 0,1 MW en bij aansluitingen die worden gebruikt voor het leveren van energie aan het net wordt blindenergie gemeten als vanwege de aard van de aangesloten belasting kan worden verwacht dat de arbeidsfactor op de aansluiting lager kan worden dan de op grond van de artikelen 2.27 en 3.15, eerste lid van de Netcode elektriciteit van toepassing zijnde waarde. De meetinrichting is in dat geval uitgerust met één of meer kvarh- meters, waarmee per aansluiting het aantal kvarh per maand wordt bepaald. +Bij aansluitingen met een gecontracteerd vermogen van meer dan 0,1 MW en bij aansluitingen die worden gebruikt voor het leveren van energie aan het net wordt blindenergie gemeten als vanwege de aard van de aangesloten belasting kan worden verwacht dat de arbeidsfactor op de aansluiting lager kan worden dan de op grond van 2.1.5.6 of 2.1.5.6a van de Netcode elektriciteit van toepassing zijnde waarde. De meetinrichting is in dat geval uitgerust met één of meer kvarh- meters, waarmee per aansluiting het aantal kvarh per maand wordt bepaald. ### Artikel 2.4.5 kWmax wordt gemeten op alle overdrachtspunten van grootverbruikaansluitingen waar op grond van 3.7 van de Tarievencode elektriciteit de kWmax één van de tariefdragers is. -### Paragraaf 2.5. Meetinrichting ten behoeve van een GCvO-installatie +### Paragraaf 2.5. Meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie ### Artikel 2.5.1 -Bij een GCvO installatie is een productiemeetinrichting vereist. +Een productiemeetinrichting wordt, indien vereist, geplaatst op de plaats waar de productie-installatie met de rest van de elektrische installatie is verbonden. ### Paragraaf 2.6. Aanwijzing meterbeheerder ### Artikel 2.6.1 -De meterbeheerder van een meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten is een door de beide netbeheerders aangewezen meetverantwoordelijke, tenzij één van beide netten een gesloten distributiesysteem is. In dat geval is het een door de beheerder van het gesloten distributiesysteem aangewezen meetverantwoordelijke. +De meterbeheerder van een meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten is een door de beide netbeheerders aangewezen meetverantwoordelijke, tenzij één van beide netten een particulier net is. In dat geval is het een door de beheerder van het particuliere net aangewezen meetverantwoordelijke. ### Artikel 2.6.2 @@ -248,11 +239,7 @@ De meterbeheerder van een meetinrichting van een grootverbruikaansluiting is de ### Artikel 2.6.4 -De netbeheerder beheert het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting tenzij de netbeheerder en de aangeslotene anders zijn overeengekomen. Dit is ook van toepassing op de meetinrichting bij een “MS- aansluiting met meting op LS”, zoals bedoeld in bijlage A5 van de Tarievencode elektriciteit. - -### Artikel 2.6.5 - -Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.9 van de Netcode elektriciteit, wijst in afwijking van artikel 2.6.4 de aangeslotene een beheerder aan voor het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting, als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel g, van de Netcode elektriciteit. De aangeslotene draagt er zorg voor dat deze aangewezen beheerder jegens de meetverantwoordelijke voldoet aan de in paragraaf 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit genoemde verplichtingen. +De netbeheerder beheert het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting tenzij de netbeheerder en de aangeslotene anders zijn overeengekomen. Dit is ook van toepassing op de meetinrichting bij een “MS- aansluiting met fysieke levering op LS”, zoals bedoeld in bijlage A5 van de Tarievencode elektriciteit. ## Hoofdstuk 3. Uitrol van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen @@ -319,7 +306,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende 5 aaneengesloten d ### Artikel 3.3.1 -Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: +Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; @@ -338,7 +325,7 @@ e. de meterplaatser is erkend. ### Artikel 3.3.3 -Het resultaat van de in artikel 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in artikel 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder. +Het resultaat van de in 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder. ### Artikel 3.3.4 @@ -393,7 +380,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengeslote ### Artikel 3.3.14 -De netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 daartoe vastgestelde vergoeding. +De netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens de Wet daartoe vastgestelde vergoeding. ### Artikel 3.3.15 @@ -403,7 +390,7 @@ De netbeheerder bewaart de op grond van 3.3.10 ontvangen gegevens tenminste twee ### Artikel 3.4.1 -Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: +Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; @@ -424,9 +411,7 @@ f. de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting voldoet aan ### Artikel 3.4.3 -Het resultaat van de in artikel 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. - -Indien niet aan alle in artikel 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. +Het resultaat van de in 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting.Indien niet aan alle in 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. ### Artikel 3.4.4 @@ -465,7 +450,7 @@ Indien de aangeslotene niet verklaart dat de tellerstand(en) van de oude meetinr ### Artikel 3.4.10 -De meterplaatser verzamelt de additionele gegevens die de netbeheerder nodig heeft voor het in artikel 3.11.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas bedoelde bericht, te weten: voor elk telwerk van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting, indien van toepassing, de volgende gegevens: +De meterplaatser verzamelt de additionele gegevens die de netbeheerder nodig heeft voor het in 7.3.2.4 bedoelde bericht, te weten: voor elk telwerk van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting, indien van toepassing, de volgende gegevens: – de telwerkindicatie; – de tariefzone; @@ -496,7 +481,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengeslote ### Artikel 3.4.16 -De netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 daartoe vastgestelde vergoeding. +De netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens de Wet daartoe vastgestelde vergoeding. ### Artikel 3.4.17 @@ -510,7 +495,7 @@ De netbeheerder bewaart de op grond van 3.4.11 ontvangen gegevens tenminste twee ### Artikel 4.1.1.1 -De capaciteit, het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting, met inbegrip van het primaire deel van de meetinrichting, zijn in overeenstemming met het op de desbetreffende aansluiting gecontracteerde transportvermogen, dan wel met de doorlaatwaarden van de aansluiting. +De capaciteit, het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting, met inbegrip van het primaire deel van de meetinrichting, zijn in overeenstemming met de op de desbetreffende aansluiting gecontracteerde transportcapaciteit, dan wel met de doorlaatwaarden van de aansluiting. ### Artikel 4.1.1.2 @@ -532,7 +517,7 @@ De hardwarematige zegels dragen een kenmerk van de meterbeheerder en de function ### Artikel 4.1.2.4 -De meterbeheerder heeft een zegeladministratie en een schriftelijke instructie voor het gebruik van zegels. Indien het gebruikte type zegels vereist dat de meterbeheerder een zegeltang gebruikt, heeft de meterbeheerder tevens een zegeltangadministratie en een schriftelijke instructie voor het gebruik van zegeltangen. +De meterbeheerder heeft een zegeltangadministratie en een schriftelijke instructie voor het gebruik van zegeltangen en zegels. ### Artikel 4.1.2.5 @@ -586,10 +571,6 @@ Bij nieuw aan te leggen aansluitingen worden alle essentiële onderdelen van de Indien de meetinrichting zich niet op het overdrachtspunt van de aansluiting bevindt, informeert de netbeheerder de meetverantwoordelijke over de afspraken die gemaakt zijn tussen de netbeheerder en de aangeslotene over de vermenigvuldigingsfactor voor het energieverlies tussen de meetinrichting en het overdrachtspunt. -### Artikel 4.3.1.4 - -Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.9 van de Netcode elektriciteit zorgt de op grond van artikel 2.6.5 aangewezen beheerder ervoor dat de capaciteit, het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting ten behoeve van het secundaire allocatiepunt, met inbegrip van het primaire deel van de meetinrichting, in overeenstemming zijn met de doorlaatwaarde van het betreffende allocatiepunt. - #### Paragraaf 4.3.2. Eisen aan het primaire deel van de meetinrichting ### Artikel 4.3.2.1 @@ -602,7 +583,7 @@ Bij bestaande aansluitingen voldoet het primaire deel van de meetinrichting aan ### Artikel 4.3.2.3 -Bij meting aan laagspanningszijde van de MS/LS-transformator zorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting voor aansluitklemmen in de spannings- en stroomcircuits waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. De smeltveiligheden (inclusief de zekeringhouder) in de spanningsmeetcircuits maken onderdeel uit van het primaire deel van de meetinrichting. +Bij meting aan laagspanningszijde van de MS/LS-transformator zorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting voor klemmen op de secundaire zijde van de stroomtransformator(en) waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. Op de spanningsrail verzorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting een aansluitpunt waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. ### Artikel 4.3.2.4 @@ -707,11 +688,7 @@ De in 4.3.3.1 genoemde gegevens in het meterregister kunnen desgevraagd worden i ### Artikel 4.3.3.4 -Bij beëindiging van de beheerovereenkomst met de meetverantwoordelijke, bewaart de meetverantwoordelijke de gegevens zoals bedoeld in 4.3.3.1 gedurende een periode van tenminste zeven jaar. - -### Artikel 4.3.3.5 - -Onvolkomenheden aan de meetinrichting die leiden tot aanpassing van de onder 4.3.3.2 bedoelde gegevens van de meetinrichting alsmede onvolkomenheden met betrekking tot de verzameling van gegevens van de meetinrichting worden binnen vijf werkdagen na constatering door de meetverantwoordelijke gemeld aan de netbeheerder. +Bij beëindiging van de beheerovereenkomst met de meetverantwoordelijke, bewaart de meetverantwoordelijke de gegevens zoals bedoeld in 4.3.3.1 nog ten minste drie jaar. #### Paragraaf 4.3.4. Eisen aan profielgrootverbruikmeetinrichtingen en productiemeetinrichtingen @@ -726,25 +703,17 @@ b. indien dit volgens 2.4.5 van toepassing is, de kWmax binnen de gespecificeerd De productiemeetinrichting registreert de tellerstanden voor één of twee telwerken (normaaltelwerk en laagtelwerk of in geval van een meetinrichting met één telwerk: enkeltelwerk) met bijbehorende vermenigvuldigingsfactoren. -### Artikel 4.3.4.3 - -Op een profielgrootverbruikmeetinrichting geplaatst in het (de) overdrachtspunt(en) van een artikel-1-lid-2-of-3-aansluiting, kleiner dan of gelijk aan 3x80A is paragraaf 4.2 met uitzondering van 4.2.2 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van netbeheerder meetverantwoordelijke dient te worden gelezen. - #### Paragraaf 4.3.5. Eisen aan telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen ### Artikel 4.3.5.1 Een telemetriegrootverbruikmeetinrichting registreert: -a. per meetperiode gelijk aan de onbalansverrekeningsperiode de uitgewisselde energie op het overdrachtspunt van de aansluiting en de uitgewisselde energie op de grens tussen afzonderlijke installaties als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e en artikel 2.9, onderdeel d, van de Netcode elektriciteit; +a. per meetperiode van 15 minuten de op het overdrachtspunt van de aansluiting uitgewisselde energie; b. de totale hoeveelheid met het net uitgewisselde energie op één of twee telwerk(en) (enkeltarief respectievelijk normaaltarief en laagtarief) met bijbehorende vermenigvuldigingsfactoren; c. indien dit volgens 2.4.3 en 2.4.4 van toepassing is, het aantal kvarh per maand. d. indien dit volgens 2.4.5 van toepassing is, de kWmax. -### Artikel 4.3.5.1a - -In afwijking van 4.3.5.1, lid a kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de meetverantwoordelijke voor aangeslotenen die elektrische energie leveren aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ten behoeve van de systeembalans door middel van ingezette aFRR, noodvermogen, en het MARI-product een meetperiode opleggen die kleiner is dan de onbalansverrekeningsperiode. - ### Artikel 4.3.5.2 Bij de registratie van de in 4.3.5.1 genoemde uitgewisselde energie wordt onderscheid gemaakt naar de energie die de aangeslotene ontvangt en naar de energie die de aangeslotene levert. @@ -777,43 +746,43 @@ Het volume dat gebruikt wordt in artikel 3.9.3 van de Tarievencode elektriciteit ### Artikel 4.3.6.1 -Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting, de in B1.1 en B1.2 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst. +Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting, de in B1.1 en B1.2 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst. ### Artikel 4.3.6.2 -Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.3 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.3 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. ### Artikel 4.3.6.3 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.4 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.4 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. ### Artikel 4.3.6.4 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting niet de in B1.5 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting niet de in B1.5 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. ### Artikel 4.3.6.5 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.6 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.6 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden. ### Artikel 4.3.6.6 -Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting, de in B1.7 en B1.8 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst. +Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting, de in B1.7 en B1.8 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst. ### Artikel 4.3.6.7 -Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.9 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.9 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. ### Artikel 4.3.6.8 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting die is aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.10 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting die is aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.10 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. ### Artikel 4.3.6.9 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting de in B1.11 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting de in B1.11 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. ### Artikel 4.3.6.10 -Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.12 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. +Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.12 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. ### Artikel 4.3.6.11 @@ -825,11 +794,11 @@ c. de afwijking van de netspanning van de nominale waarde bedraagt ten hoogste 1 ### Artikel 4.3.6.12 -Bij aansluitingen op laagspanning is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning 230 V. +Bij aansluitingen op laagspanningsniveau is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning 230 V. ### Artikel 4.3.6.13 -Bij aansluitingen op hoogspanning is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning de door de netbeheerder toegekende spanning Uc. +Bij aansluitingen op hoogspanningsniveau is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning de door de netbeheerder toegekende spanning Uc. ### Artikel 4.3.6.14 @@ -882,13 +851,9 @@ De in 5.1.1 bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan. ### Paragraaf 5.2. Meetgegevensverzameling bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen en bij productiemeetinrichtingen -### Artikel 5.2.0 - -De meetverantwoordelijke voorziet de tellerstanden, zoals genoemd in 4.3.4.1, van een herkomstindicatie. Desgevraagd geeft de meetverantwoordelijke aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet inzage in de registratie van de meetgegevens en de bijbehorende herkomstindicaties. - ### Artikel 5.2.1 -Tenminste eenmaal per maand, tussen de vijfde werkdag voor en de vijfde werkdag na de maandwisseling bepaalt de meetverantwoordelijke bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen op aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A en bij productiemeetinrichtingen de in 4.3.4.1 en 4.3.4.2 bedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. +Tenminste eenmaal per maand, tussen de vijfde werkdag voor en de vijfde werkdag na de maandwisseling bepaalt de meetverantwoordelijke bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen op aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A en bij productiemeetinrichtingen de in 4.3.4.1 bedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. ### Artikel 5.2.2 @@ -924,41 +889,13 @@ De in 5.2.1 tot en met 5.2.4 en 5.2.7 bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen ### Artikel 5.2.10 -De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.2.1 tot en met 5.2.4 en 5.2.7 gedurende een periode van ten minste zeven jaar. - -### Artikel 5.2.11 - -De meetverantwoordelijke valideert de overeenkomstig 5.2.1 tot en met 5.2.5 en 5.2.7 bepaalde meetgegevens op volledigheid en juistheid aan de hand van de volgende criteria: - -a. de voor de bepaling van de hoeveelheid uitgewisselde energie benodigde tellerstanden zijn beschikbaar; -b. de gemeten hoeveelheid met het net uitgewisselde energie is groter dan 50% van de hoeveelheid die op grond van de uitwisseling tijdens de voorafgaande periode zou mogen worden verwacht; -c. de gemeten hoeveelheid met het net uitgewisselde energie is kleiner dan 200% van de hoeveelheid die op grond van de uitwisseling tijdens de voorafgaande periode zou mogen worden verwacht. - -### Artikel 5.2.12 - -Indien de meetgegevens niet voldoen aan de in 5.2.11 genoemde validatiecriteria worden de meetgegevens door de meetverantwoordelijke (opnieuw) af- of uitgelezen of wordt in overleg met de aangeslotene vastgesteld of de gemeten hoeveelheid overeenkomt met de hoeveelheid die zou mogen worden verwacht. - -### Artikel 5.2.13 - -De meetverantwoordelijke stelt de overeenkomstig 5.2.11 valide meetgegevens en de overeenkomstig 5.2.12 bepaalde meetgegevens vast. - -### Artikel 5.2.14 - -De validatie en vaststelling zoals bedoeld in 5.2.11 tot en met 5.2.13 vindt plaats uiterlijk de werkdag na de dag van verzameling van meetgegevens. - -### Artikel 5.2.15 - -De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas. Indien artikel 2.4.5 van toepassing is en de aansluiting meerdere verbindingen omvat, bepaalt de meetverantwoordelijke uit de gemeten waarden de ten behoeve van het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas te sturen waarde voor de kWmax van de aansluiting. +De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.2.1 tot en met 5.2.4 en 5.2.7 gedurende een periode van drie jaar. ### Paragraaf 5.3. Meetgegevensverzameling bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen -### Artikel 5.3.0 - -De meetverantwoordelijke voorziet de meetgegevens bedoeld in deze paragraaf van een herkomstindicatie, een validatiestatus en indien van toepassing een reparatiemethodiek. Desgevraagd geeft de meetverantwoordelijke aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet inzage in de registratie van de meetgegevens en de bijbehorende herkomstindicaties, de validatiestatussen en de reparatiemethodieken. - ### Artikel 5.3.1 -De meetverantwoordelijke verzamelt de in 4.3.5.1 genoemde meetgegevens dagelijks op elektronische wijze op een zodanige wijze dat de resolutie van de meetgegevens daardoor niet wordt beïnvloed en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. +De meetverantwoordelijke verzamelt de in 4.3.5.1 genoemde meetgegevens op elektronische wijze op een zodanige wijze dat de resolutie van de meetgegevens daardoor niet wordt beïnvloed en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. ### Artikel 5.3.2 @@ -982,33 +919,7 @@ De in 5.3.1, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ### Artikel 5.3.7 -De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.3.1, 5.3.3 en 5.3.4 gedurende een periode van ten minste zeven jaar. - -### Artikel 5.3.8 - -De meetverantwoordelijke controleert op de dag van de verzameling van de meetgegevens of alle meetperioden van de meting aanwezig zijn en een meetwaarde bevatten. - -### Artikel 5.3.9 - -De meetverantwoordelijke valideert de gecollecteerde meetgegevens op de dag van de verzameling van de meetgegevens door de meetverantwoordelijke op juistheid aan de hand van de volgende criteria: - -a. in geval van een hoofdmeting en een controlemeting is het verschil per dag in de hoeveelheid energie gemeten door de hoofdmeting en de controlemeting kleiner dan tweemaal de geldende nauwkeurigheidsklasse van de meetinrichting zoals bepaald in bijlage B1 vermenigvuldigd met de daguitwisseling van de hoofdmeter; -b. de gemeten hoeveelheid energie is groter dan of gelijk aan nul; -c. de hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per meetperiode is kleiner dan 120% van de hoeveelheid die maximaal uitgewisseld kan worden op basis van de capaciteit van de meetinrichting; -d. de status in de meetinrichting aangaande de meting of de meetwaarde en de status van het meetkanaal geven geen indicatie van een fout; -e. de tijdsynchroniciteit van de meetinrichting en meetperiode blijft binnen de in 4.3.5.3 tot en met 4.3.5.5 aangegeven normen. - -### Artikel 5.3.10 - -De meetverantwoordelijke repareert de op grond van 5.3.9 niet-valide meetgegevens overeenkomstig 5.4.3.1 tot en met 5.4.3.4. Alle op grond van paragraaf 5.4.3 gerepareerde meetgegevens gelden als definitief. - -### Artikel 5.3.11 - -De meetverantwoordelijke past op de overeenkomstig 5.3.9 en 5.3.10 gevalideerde meetgegevens de vermenigvuldigingsfactor toe en stelt de meetgegevens vast. - -### Artikel 5.3.12 - -De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.2, 6.2.2.3 en 6.2.2.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas. Indien artikel 2.4.5 van toepassing is en de aansluiting meerdere verbindingen omvat, bepaalt de meetverantwoordelijke uit de gemeten waarden de ten behoeve van het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas te sturen waarde voor de kWmax van de aansluiting. +De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.3.1, 5.3.3 en 5.3.4 gedurende een periode van drie jaar. ### Paragraaf 5.4. Storingen in de gegevensverwerking bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen @@ -1026,11 +937,7 @@ Een storing in de afstanduitlezing van de databuffers van een telemetriegrootver ### Artikel 5.4.2.2 -Wanneer afstanduitlezing van de databuffers niet mogelijk is, leest de meetverantwoordelijke de databuffers van de telemetriegrootverbruikmeetinrichting ter plaatse uit. Het ter plaatse uitlezen van de databuffers geschiedt binnen twee werkdagen na constatering van desbetreffende storing in de afstanduitlezing, waarbij de meetverantwoordelijke rekening houdt met de opslagcapaciteit van de databuffers. - -### Artikel 5.4.2.3 - -Wanneer de meetgegevens die zijn uitgelezen en opgeslagen door de meetverantwoordelijke verschillen van de meetgegevens die zijn opgeslagen in de databuffers van de meetinrichting, gelden de laatstbedoelde meetgegevens. +Wanneer afstanduitlezing van de databuffers niet mogelijk is, leest de meetverantwoordelijke de databuffers van de telemetriegrootverbruikmeetinrichting ter plaatse uit. Het ter plaatse uitlezen van de databuffers geschiedt binnen twee werkdagen na constatering van desbetreffende storing in de afstanduitlezing, waarbij de meetverantwoordelijke rekening houdt met de opslagcapaciteit van de databuffers. De meetverantwoordelijke verstrekt de gevalideerde meetgegevens conform 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas aan de netbeheerder. #### Paragraaf 5.4.3. Reparatie en schatting van meetgegevens bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen @@ -1040,11 +947,11 @@ Ingeval van een hoofdmeting en een controlemeting wordt de gemiste waarde van de ### Artikel 5.4.3.2 -Indien er op een dag meetgegevens ontbreken over een aaneengesloten periode van maximaal twaalf kwartieren, worden de ontbrekende waarden in de meetgegevens berekend door het kopiëren van de belastingcurve van een vergelijkbare dag. +Indien de totale hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per dag bekend is, worden de ontbrekende waarden in de meetgegevens automatisch gerepareerd als het meetgegevens betreft over een aaneengesloten periode van maximaal 1 uur en 15 minuten. De ontbrekende waarden worden bepaald door de hoeveelheid lineair te verdelen over de desbetreffende meetperiode(n). Het op deze wijze repareren van meetgegevens is per aansluiting slechts eenmaal per dag toegestaan. ### Artikel 5.4.3.3 -De meetverantwoordelijke berekent ontbrekende meetgegevens in geval van grotere hiaten in de meetgegevens dan twaalf kwartieren of bij het ontbreken van een belastingcurve van een vergelijkbare dag overeenkomstig bijlage 5. +Reparatie van grotere hiaten in de meetgegevens dan 1 uur en 15 minuten dan wel meer niet aaneengesloten hiaten op een dag, worden gerepareerd door het kopiëren van de belastingcurve van een vergelijkbare dag. Deze wijze van reparatie mag per belastingcurve maximaal een maal per week worden doorgevoerd over perioden van maximaal een dag. ### Artikel 5.4.3.4 @@ -1060,25 +967,13 @@ Desgevraagd geeft de meetverantwoordelijke aan de netbeheerder van het landelijk ### Artikel 5.4.3.7 -Vervallen +Indien bij de in 5.4.2.2 bedoelde uitlezing ter plaatse van de databuffer geen meetgegevens beschikbaar komen, dient de meetverantwoordelijke de meetgegevens te schatten overeenkomstig bijlage 5. De geschatte meetgegevens worden tijdig overeenkomstig paragraaf 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas aangeboden aan de netbeheerder. -### Paragraaf 5.5. Afhandeling van herzieningsverzoeken +### Paragraaf 5.5. Afhandeling van herzieningsverzoeken van netbeheerders ### Artikel 5.5.1 -Vervallen - -### Artikel 5.5.2 - -De meetverantwoordelijke beantwoordt binnen drie werkdagen na ontvangst van een herzieningsverzoek van een BRP of netbeheerder met een acceptatie of een afwijzing met reden. - -### Artikel 5.5.3 - -Indien de meetverantwoordelijke het herzieningsverzoek terecht acht, stelt hij de meetgegevens opnieuw vast of verwerkt hij de aanpassing van de stamgegevens. - -### Artikel 5.5.4 - -De meetverantwoordelijke stuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas. +De meetverantwoordelijke handelt een conform 6.3.2.2 of 6.3.3.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas van een netbeheerder ontvangen verzoek af binnen de daartoe in 6.2.2.4 van de Informatiecode elektriciteit en gas gestelde termijn. ## Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen @@ -1139,7 +1034,7 @@ De netbeheerder beslist na overleg met de aangeslotene over de toelaatbaarheid v ### Artikel 6.3.2 -Vervallen +In afwijking van 4.3.5.1 is een meetperiode van 30 minuten toegestaan indien de meetinrichting geplaatst is tussen 12 april 2000 en 1 maart 2004 bij een aansluiting met een gecontracteerd transportvermogen van 0,1 tot 1 MW. In dit geval herleidt de meetverantwoordelijke de meetgegevens zoals bedoeld in 5.3.1 naar 15 minutenwaarden door voor elke betreffende aangeslotene per meetperiode van 30 minuten de 15 minutenwaarden voor de twee 15 minutenperioden binnen die 30 minuten uit te rekenen door te delen door 2. ### Artikel 6.3.3 @@ -1155,7 +1050,7 @@ Partijen stellen elkaar zo spoedig mogelijk op de hoogte van alle gegevens, voor ### Artikel 6.3.6 -Indien in deze code wordt verwezen naar andere wet- en regelgeving of naar een nationale, Europese of internationale norm, is, tenzij anders vermeld, de meest recent vastgestelde versie van deze wet- en regelgeving of norm van toepassing. Indien de norm wordt neergelegd in een wettelijke regeling dan wordt deze norm toegepast zodra deze wettelijke regeling van kracht wordt. +Voor zover in deze code wordt verwezen naar technische normen, geldt dat indien een nieuwe versie daarvan wordt vastgesteld die nieuwe norm geldt. Indien deze norm wordt neergelegd in een wettelijke regeling dan wordt deze toegepast zodra deze van kracht wordt. ### Artikel 6.3.7 @@ -1163,7 +1058,7 @@ Indien in deze code wordt verwezen naar andere wet- en regelgeving of naar een n ### Artikel 6.3.8 -De Meetcode Elektriciteit, zoals vastgesteld bij besluit van 12 november 1999 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken. +De Meetcode Elektriciteit, zoals vastgesteld bij besluit van 12 november 1999 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken. ### Artikel 6.3.9 @@ -1177,15 +1072,15 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Meetcode elektriciteit. B1.1 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. PF = arbeidsfactor -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom) @@ -1195,13 +1090,13 @@ cap. = capacitief B1.2 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op HS- niveau als functie van het gecontracteerde vermogen. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom) @@ -1209,33 +1104,33 @@ ind. = inductief B1.3 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie geleverd door een productie- installatie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het maximale vermogen van de productie-installatie. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. PF = arbeidsfactor -Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk = Pwkk,max/(1,73*Unom) +Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de productie-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk = Pwkk,max/(1,73*Unom) ind. = inductief B1.4 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning via stroomtransformatoren. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau via stroomtransformatoren. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. PF = arbeidsfactor -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) in het betreffende leverpunt bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom) +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen (Pc) in het betreffende leverpunt bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom) Ind. = inductief B1.5 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS- niveau, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. @@ -1251,27 +1146,27 @@ ind. = inductief B1.6 -Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op laagspanning. +Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie geleverd door een productie- installatie bij een aansluiting op LS-niveau. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. PF = arbeidsfactor -Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) +Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de productie-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) ind. = inductief B1.7 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. PF = arbeidsfactor -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen(Pc) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic = Pc /(1,73*Unom) @@ -1281,13 +1176,13 @@ cap. = capacitief B1.8 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerd transportvermogen. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen (Pc) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom) @@ -1295,33 +1190,33 @@ ind. = inductief B1.9 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie geleverd door een productie-installatie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het maximale vermogen van de productie- installatie. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. PF = arbeidsfactor -Iwkk= stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) +Iwkk= stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de productie-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) ind. = inductief B1.10 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning via stroomtransformatoren. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau via stroomtransformatoren. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. -**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerd transportvermogen. +**) Geldt alleen als de gemiddelde belasting kleiner is dan 30% van het gecontracteerde vermogen. PF = arbeidsfactor -Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerd transportvermogen (Pc) in het betreffende leverpunt bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom) +Ic = stroomsterkte berekend uit het gecontracteerde vermogen (Pc) in het betreffende leverpunt bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Ic= Pc /(1,73*Unom) ind. = inductief B1.11 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. @@ -1337,13 +1232,13 @@ ind. = inductief B1.12 -Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op laagspanning. +Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie geleverd door een productie-installatie bij een aansluiting op LS-niveau. *) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld. PF = arbeidsfactor -Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de GCvO-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) +Iwkk = stroomsterkte berekend uit het maximale vermogen van de productie-installatie (Pwkk,max) bij nominale netspanning (Unom). Er geldt: Iwkk=Pwkk,max/(1,73*Unom) ind. = inductief @@ -1357,10 +1252,8 @@ ind. = inductief B5.1 -De meetverantwoordelijke of netbeheerder hanteert per onbalansverrekeningsperiode de volgende methode om de berekende meetgegevens te bepalen: +Indien een meetverantwoordelijke of een netbeheerder moet schatten, wordt rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: -Leveringsrichting invoeding: +De meetverantwoordelijke of netbeheerder hanteert per programmatijdseenheid (PTE: 15 minuten) een van de volgende methoden om de geschatte meetgegevens te bepalen en communiceert de gehanteerde methode in het bericht met de meetgegevens: -Indien er sprake is van één of meer elektriciteitsproductie-eenheden achter de aansluiting, is de energieuitwisseling vanuit de installatie naar het net nul, tenzij de meetverantwoordelijke na overleg met de aangeslotene of netbeheerder andere informatie ontvangt, waarmee de meetverantwoordelijke met behulp van een indirecte methode een berekening kan maken van de geproduceerde elektriciteit, en de daaruit volgende invoeding op het net. - -Leveringsrichting afname: +Jaarlijks stelt voor 1 november de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet deze onzekerheidsfactor vast en publiceert deze op haar website. De netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet berekent op basis van de in 3.4.1 ontvangen informatie het procentuele verschil tussen de in de allocatie gebruikte meetgegevens en de maandelijks verstuurde verbruiksberichten voor aansluitingen waar verschillen zijn opgetreden en stelt de onzekerheidsfactor fo vast op basis van dit procentuele verschil, rekening houdend met de gestelde minimumgrens en de in de berekeningen opgenomen fo van het voorgaande jaar.