diff --git a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md index 4efdb193a15..1e633079fa9 100644 --- a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md +++ b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md @@ -162,8 +162,8 @@ b. In afwijking van het bepaalde onder a wordt, indien de vervolging in het voor De in de vorige leden, behoudens in het derde lid, onder b, bedoelde grondslag wordt bepaald op: -a. tenminste een bedrag van € 1.743,65 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2004: € 1.766,64en -b. ten hoogste een bedrag van € 3.619,74 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2004: € 3.667,46. +a. tenminste een bedrag van € 1746,61 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 1793,87en +b. ten hoogste een bedrag van 3625,89 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 3723,99. **8.** @@ -190,8 +190,8 @@ a. 85% voor de gehuwde vervolgde, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b, onderscheidenlijk achtste lid, onder b; c. 80% voor de ongehuwde vervolgde met minderjarige kinderen; d. 75% voor de alleenstaande vervolgde; -e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.365,36 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2004: € 2.396,54; -f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.200,94 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2004: 2.229,96. +e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2369,38 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 2433,48; +f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2204,68 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 2264,33. **2.** @@ -230,9 +230,9 @@ Bij verblijf van een alleenstaande of een echtpaar ter verpleging of verzorging a. 12% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een alleenstaande; b. 20% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een gehuwde, tenzij onderdeel *c* van toepassing is; -c. 12% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een gehuwde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder *b*, onderscheidenlijk achtste lid, onder b. +c. 12% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een gehuwde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b, onderscheidenlijk achtste lid, onder b. -**2.** Op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde uitkering wordt een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot het bedrag van de premie, welke hij ten hoogste ter zake van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 verschuldigd is of zou zijn. +**2.** Op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde uitkering wordt een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag dat per categorie van uitkeringsgerechtigden kan verschillen. **3.** Indien de in het eerste lid bedoelde kosten van verpleging of verzorging met toepassing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden betaald en de uitkeringsgerechtigde in die kosten een eigen bijdrage verschuldigd is, wordt op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de eigen bijdrage. @@ -242,9 +242,9 @@ c. 12% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een gehuwde, ### Artikel 15 -**1.** Indien de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder *a*, van dat artikel, wordt de uitkering van de uitkeringsgerechtigde vermeerderd met een toeslag gelijk aan het bedrag van de te zijnen laste blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot het bedrag van de premie, welke hij ten hoogste ter zake van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 verschuldigd is of zou zijn. +**1.** Indien de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder a, van dat artikel, wordt de uitkering van de uitkeringsgerechtigde vermeerderd met een toeslag gelijk aan het bedrag van de te zijnen laste blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag dat per categorie van uitkeringsgerechtigden kan verschillen. -**2.** Indien de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder *a*, van dat artikel, wordt de uitkering van de uitkeringsgerechtigde alleen dan vermeerderd met een toeslag wegens de premie van verzekering tegen ziektekosten, indien en voorzover de uitkering minder zou bedragen dan de uitkering, welke is afgeleid van het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder *a*, van dat artikel verhoogd met de in het eerste lid bedoelde toeslag. +**2.** Indien de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder a, van dat artikel, wordt de uitkering van de uitkeringsgerechtigde alleen dan vermeerderd met een toeslag wegens de premie van verzekering tegen ziektekosten, indien en voorzover de uitkering minder zou bedragen dan de uitkering, welke is afgeleid van het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder a, van dat artikel verhoogd met de in het eerste lid bedoelde toeslag. ### Artikel 16 @@ -260,9 +260,9 @@ c. 12% van de overeenkomstig artikel 8 vastgestelde grondslag voor een gehuwde, Op de in artikel 10 bedoelde uitkering wordt, indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, een toeslag verleend. Deze toeslag bedraagt: -a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; -b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, die tevens een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, 20% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder c, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; -c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet. +a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, die tevens een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet. **2.** @@ -291,6 +291,10 @@ b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op en **8.** Een besluit van Onze Minister ingevolge het zevende lid wordt in de *Staatscourant* bekend gemaakt. +### Artikel 18a + +De op grond van de artikelen 14, tweede lid, en 15, eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen worden door Onze Minister herzien naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de zorgtoeslag. + ### Artikel 19 **1.** @@ -298,7 +302,7 @@ b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op en Behoudens het bepaalde in artikel 14, vierde lid, worden op de uitkeringen, vermeerderd met de toeslagen als bedoeld in de artikelen 15 en 17, in mindering gebracht: a. indien de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, de bruto- inkomsten uit tegenwoordige arbeid in beroep of bedrijf, na aftrek van verwervingskosten, voorzover deze inkomsten 20% van de grondslag waarnaar de uitkering is berekend te boven gaan; -b. indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, en pensioengerechtigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van die wet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, voorzover dit niet meer bedraagt dan twee maal het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder *b*, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; +b. indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, en pensioengerechtigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van die wet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, voorzover dit niet meer bedraagt dan twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet; c. de inkomsten uit vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot; d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de vervolgde alsmede van kinderbijslag uit welken hoofde of onder welke benaming ook genoten. @@ -312,7 +316,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de -a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2005: € 721,96. per jaar wordt vrijgelaten. +a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2006: € 733,54. per jaar wordt vrijgelaten. b. Indien na het tijdstip van de aanvraag aan de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot andere vermogensbestanddelen toevallen, worden de inkomsten uit het vermogen opnieuw berekend overeenkomstig het bepaalde onder *a*. c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder *b*, geeft geen aanleiding tot herziening van de overeenkomstig dit lid, onder *a* en *b* vastgestelde inkomsten, tenzij het vermogen, door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde generlei invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat dit tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot. @@ -320,7 +324,7 @@ c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder *b*, geeft geen aanleidi **7.** Tot de inkomsten bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend doelgerichte subsidies of tegemoetkomingen, waaronder begrepen de vermeerdering, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de artikelen 9 en 10 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de artikelen 12, 13 en 14 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, voorzover deze de toeslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, of het bedrag, bedoeld in artikel 21*b*, indien dit is toegekend, overschrijdt. -**8.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 17, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag, genoemd in artikel 9, tiende lid, onder *b*, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met achtste lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder *b*, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht. +**8.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 17, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met achtste lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder *b*, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht. **9.** @@ -333,9 +337,9 @@ b. in afwijking van het vijfde lid, onder *a*, het in dat artikelonderdeel bedoe ### Artikel 19a -**1.** Op de uitkeringen, waaronder begrepen de met de in artikel 17 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikelen 14, vierde lid, en 19, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge de Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt. +**1.** Op de uitkeringen, waaronder begrepen de met de in artikel 17 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikelen 14, vierde lid, en 19, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt. -**2.** Indien ingevolge een van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. +**2.** Indien ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. **3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, of de uitkering is berekend naar een grondslag als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder b, dan wel is vastgesteld met toepassing van artikel 13. @@ -351,7 +355,7 @@ b. in afwijking van het vijfde lid, onder *a*, het in dat artikelonderdeel bedoe **3.** Indien de in het eerste en tweede lid bedoelde kosten betrekking hebben op verpleging of verzorging van een alleenstaande of een echtpaar in een daartoe bestemde inrichting, en niet met toepassing van een der sociale verzekeringswetten worden betaald, worden deze kosten vergoed voor zover de inkomsten daartoe ontoereikend zijn. Van de inkomsten blijft buiten beschouwing een bedrag ter grootte van de overeenkomstig artikel 14, eerste en tweede lid, vastgestelde uitkering. -**4.** Een vergoeding, ter zake van de kosten bedoeld in de voorgaande leden, wordt slechts verleend voor zover deze niet ten laste kunnen worden gebracht van een ziekenfondsverzekering krachtens de Ziekenfondswet (1964, *Stb.* 392) of van een ziektekostenverzekering, indien een zodanige verzekering is of zou zijn afgesloten. De Raad kan van het bepaalde in de voorgaande volzin afwijken, indien, gezien de individuele omstandigheden van de aanvrager, naar het oordeel van genoemde Raad daartoe gegronde redenen aanwezig zijn. +**4.** Een vergoeding ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt slechts verleend voor zover deze niet ten laste kunnen worden gebracht van een zorgverzekering ingevolge de Zorgverzekeringswet of een andere ziektekostenverzekering of ten laste daarvan zouden kunnen worden gebracht indien een zodanige verzekering is of zou zijn gesloten. De Raad kan van de eerste volzin afwijken, indien, gezien de individuele omstandigheden van de aanvrager, naar het oordeel van de Raad daartoe gegronde redenen aanwezig zijn. ### Artikel 21