2011-05-25 | BWBR0005393 | Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
This commit is contained in:
parent
74f64eba4a
commit
0f1c53e27d
1 changed files with 68 additions and 28 deletions
|
|
@ -14,7 +14,9 @@ citeertitel: Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Dit reglement is van toepassing op de Westerschelde met haar mondingen, met inbegrip van het gedeelte van de territoriale zee dat wordt begrensd door de lijn over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°37'.0 N, 03°27'.2 O, vandaar naar 51°35'.6 N, 03°23'.3 O, vandaar naar 51°34'.0 N, 03°22'.2 O, vandaar naar 51°24'.7 N, 03°17'.9 O en vandaar naar grenspaal 369.
|
||||
Dit reglement is van toepassing op de Westerschelde met haar mondingen, met inbegrip van het gedeelte van de territoriale zee dat wordt begrensd door de lijn over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°36’.95 N en 003°27’.12 E, vandaar naar 51°35’.55 N en 003°23’.22 E, vandaar naar 51°33’.95 N en 003°22’.12 E, vandaar naar 51°26’.03 N en 003°18’.46 E, en vandaar naar grenspaal 369.
|
||||
|
||||
De coördinaten zijn uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System (WGS-84), in graden en minuten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -40,9 +42,15 @@ een werktuiglijk voortbewogen schip dat sleepdienst verricht of assistentie verl
|
|||
f. zeilschip:
|
||||
|
||||
een schip dat onder zeil is mits de voortstuwingswerktuigen, indien aangebracht, niet worden gebruikt;
|
||||
f.1. zeilplank:
|
||||
|
||||
klein zeilschip voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage die is gemonteerd op een in alle richtingen draaibare mastvoet en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund;
|
||||
g. klein schip:
|
||||
|
||||
een schip met een lengte van minder dan 20 meter, uitgezonderd een sleepboot, een duwboot en een schip bezig met de uitoefening van de visserij;
|
||||
g.1. waterscooter:
|
||||
|
||||
klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water kan varen en gebouwd of ingericht is om door een of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;
|
||||
h. samenstel:
|
||||
|
||||
een sleep, een duwstel of een gekoppeld samenstel;
|
||||
|
|
@ -344,7 +352,7 @@ g. moet een klein schip dat varende is, uitwijken voor andere dan kleine schepen
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De voorschriften van dit artikel zijn van toepassing op schepen die niet in zicht van elkaar zijn wanneer zij varen in of in de buurt van een gebied met beperkt zicht.
|
||||
**1.** Bij beperkt zicht maakt een schip gebruik van radar. Als een schip niet op radar kan varen, gaat het bij beperkt zicht op de dichtstbijzijnde daarvoor geschikte plaats stilliggen.
|
||||
|
||||
**2.** Elk schip moet een veilige vaart aanhouden aangepast aan de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht. Een werktuiglijk voortbewogen schip moet zijn machines gereed hebben ten einde onmiddellijk te kunnen manoeuvreren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,7 +439,12 @@ a. zichtbaar:
|
|||
zichtbaar bij donkere nacht en bij heldere dampkring;
|
||||
b. gewoon licht, helder licht en krachtig licht:
|
||||
|
||||
lichten die op een afstand van onderscheidenlijk ten minste 1 000 meter, 2.000 meter en 3.000 meter zichtbaar zijn.
|
||||
1. voor zeeschepen:
|
||||
|
||||
lichten die op een afstand van onderscheidenlijk ten minste 1.000 meter, 2.000 meter en 3.000 meter zichtbaar zijn;
|
||||
2. voor binnenschepen:
|
||||
|
||||
de lichten die voldoen aan de eisen van bijlage 1.5 van de Binnenvaartregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -497,7 +510,7 @@ b. een ruitvormig dagmerk aan of nabij het achterste uiteinde van de sleep.
|
|||
|
||||
Een schip bezig met de uitoefening van de visserij moet voeren:
|
||||
|
||||
a. twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere; een schip met een lengte van minder dan 20 meter mag in plaats van het hierboven vermelde dagmerk een mand voeren;
|
||||
a. twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere.
|
||||
b. ingeval het vaart door het water loopt, tevens de zijdelichten en het heklicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
|
@ -529,7 +542,7 @@ f. wanneer ankers uitstaan, zodanig dat deze een gevaar voor de scheepvaart kunn
|
|||
Een bovenmaats zeeschip dat varende is, moet voeren, daar waar dit het best kan worden gezien:
|
||||
|
||||
a. behalve de lichten voorgeschreven voor een werktuiglijk voortbewogen schip, drie rondom zichtbare rode krachtige lichten geplaatst in verticale lijn;
|
||||
b. een cilinder.
|
||||
b. een cilinder als dagmerk.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -626,7 +639,7 @@ d. Indien een duwstel of een gekoppeld samenstel één of meer schepen bevat, be
|
|||
e. Een binnenschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel, geladen met verschillende gevaarlijke stoffen als bedoeld onder *a, b*, en *c* moet uitsluitend de lichten of kegels voeren voorgeschreven voor de gevaarlijke stof die volgens dit lid het grootste aantal blauwe lichten of kegels vereist.
|
||||
f. De sterkte van de blauwe lichten voorgeschreven in dit lid moet ten minste gelijk zijn aan die van blauwe gewone lichten.
|
||||
|
||||
**7.** Het vijfde en zesde lid zijn ook van toepassing op tankschepen, die na het lossen van de in de bij dit besluit behorende bijlagen 1 tot en met 3 bedoelde stoffen nog niet gereinigd, ontgast of geheel geïnertiseerd zijn.
|
||||
**7.** Het vijfde en zesde lid zijn ook van toepassing op tankschepen, die na het lossen van de in de bij dit besluit behorende bijlage 1 bedoelde stoffen nog niet gereinigd, ontgast of geheel geïnertiseerd zijn.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Geluids- en lichtseinen
|
||||
|
||||
|
|
@ -870,7 +883,7 @@ c. een schip dat over stuurboordboeg ligt en dat aan zijn loefzijde een schip zi
|
|||
Het redegebied Vlissingen wordt begrensd:
|
||||
|
||||
a. aan de noordzijde door de lijn lopende langs de wal van Walcheren, over de koppen van de havendammen van de Koopmanshaven, de koppen van de havendammen van de buitenvoorhaven van het kanaal door Walcheren, en de koppen van de havendammen van de Sloehaven;
|
||||
b. aan de westzijde door de meridiaan van het licht "Kruishoofd" op de wal van Zeeuws-Vlaanderen tot de positie 51°26'.3 N., 03°28'.3 O., en vervolgens door de lijn in ongeveer noordoostelijke richting over de positie 51°27'.6 N., 03°31'.3 O. naar de wal van Walcheren;
|
||||
b. aan de westzijde door de lijn gaande over het gedoofde oeverlicht «Kruishoofd» op de wal van Zeeuws-Vlaanderen tot de boei «Trawl» en vervolgens door de lijn in ongeveer noordoostelijke richting over de boei OG 12 naar de wal van Walcheren;
|
||||
c. aan de oostzijde door de meridiaan van het groene havenlicht van de Sloehaven;
|
||||
d. aan de zuidzijde door de lijn lopende langs de wal van Zeeuws-Vlaanderen en over de koppen van de havendammen van de veerhaven van Breskens en vervolgens door de parallel van het rode havenlicht van deze veerhaven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -878,16 +891,16 @@ d. aan de zuidzijde door de lijn lopende langs de wal van Zeeuws-Vlaanderen en o
|
|||
|
||||
Als voorzorgsgebied wordt aangeduid het gedeelte van het redegebied Vlissingen, dat als volgt wordt begrensd:
|
||||
|
||||
a. aan de noordzijde door de lijn gaande over de boeien W 6, W 8, W 10, W 12, SG-W, SG 5, SG 3, SG 1, OG 19, OG 17, OG 15 tot aan het snijpunt met de lijn gaande over de boeien "Trawl" en OG 6, vervolgens in ongeveer noordoostelijke richting gaande tot aan de boei OG 6, vervolgens gaande over de boei SG 2 en over het worteleinde van het Leugenaarshoofd, vervolgens gaande langs de wal van Walcheren, over de koppen van de havendammen van de Koopmanshaven, de koppen van de havendammen van de buitenvoorhaven van het kanaal door Walcheren, de koppen van de havendammen van de Sloehaven en over de tussenliggende betonning;
|
||||
b. aan de oostzijde door de meridiaan van het groene havenlicht van de Sloehaven;
|
||||
c. aan de zuidzijde door de lijn gaande over de boeien 7, 5, 3, 1, H-SS, Songa, W9 en W7;
|
||||
d. aan de westzijde door de meridiaan van het licht "Kruishoofd" op de wal van Zeeuws-Vlaanderen.
|
||||
a. aan de noordzijde door de lijn gaande over de boeien W 6, W 8, W 10, SG-W, SG 3, SG 1, OG 21, OG 19 tot aan het snijpunt met de lijn gaande over de boeien «Trawl» en OG 14, vervolgens in ongeveer noordoostelijke richting gaande tot aan de boei OG 14, vervolgens gaande over de boeien OG 16, SG 2, SG 4 en over het worteleinde van het Leugenaarshoofd, vervolgens gaande langs de wal van Walcheren, over de koppen van de havendammen van de Koopmanshaven, vervolgens gaande over de boeien RV 2, RV 4, RV 6, de koppen van de havendammen van de buitenvoorhaven van het kanaal door Walcheren, vervolgens gaande over de boei 2 en de koppen van de havendammen van de Sloehaven;
|
||||
b. aan de oostzijde door de meridiaan van het groene havenlicht aan de Sloehaven;
|
||||
c. aan de zuidzijde door de lijn gaande over de boeien 7, 5, 3, 1, H-SS, SS 1, Songa, W9 en W7;
|
||||
d. aan de westzijde door de lijn gaande over het gedoofde oeverlicht «Kruishoofd» op de wal van Zeeuws-Vlaanderen en de boei «Trawl».
|
||||
|
||||
De Rijkshavenmeester Westerschelde kan ter vervanging van bedoelde boeien en tonnen andere punten ter begrenzing van het voorzorgsgebied vaststellen.
|
||||
De Rijkshavenmeester Westerschelde kan ter vervanging van bedoelde boeien en tonnen andere punten ter begrenzing van het voorzorgsgebied vaststellen. Deze punten worden in de Staatscourant gepubliceerd.
|
||||
|
||||
**3.** Het voorzorgsgebied wordt beschouwd als hoofdvaargeul.
|
||||
|
||||
**4.** Op het redegebied Vlissingen zijn artikel 9, eerste en vierde lid, onder *a*, en artikel 18, onder *d* 3° en *e* 2°, niet van toepassing.
|
||||
**4.** Op het redegebied Vlissingen zijn artikel 9, eerste en vierde lid, onder *a*, en artikel 18, onder d 3° en e 2°, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -895,7 +908,7 @@ Een schip bezig met de uitoefening van de visserij in het redegebied Vlissingen
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Een schip met oostelijke koers moet zoveel als mogelijk vermijden te varen ten noorden van de lijn lopende van een punt 600 meter ten zuiden van het westelijke hoofd van de Koopmanshaven te Vlissingen naar een punt 600 meter ten zuiden van het rode licht van de buitenvoorhaven van het kanaal door Walcheren.
|
||||
**1.** Een schip met oostelijke koers vermijdt zoveel als mogelijk te varen ten noorden van de lijn lopende van een door de Rijkshavenmeester Westerschelde vastgesteld punt ten zuiden van het westelijke hoofd van de Koopmanshaven te Vlissingen naar een door de Rijkshavenmeester Westerschelde vastgesteld punt ten zuiden van het rode licht van de Buitenhaven te Vlissingen. Deze punten worden in de Staatscourant gepubliceerd.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip met westelijke koers moet zoveel als mogelijk vermijden te varen ten zuiden van de bij het eerste lid vermelde lijn, met dien verstande dat een schip dat het voornemen heeft door de Wielingen te varen deze lijn reeds mag overschrijden voordat het de westelijke grens daarvan heeft bereikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -909,19 +922,17 @@ Wanneer aan de radartoren, die zich langs de boulevard te Vlissingen bevind, een
|
|||
|
||||
**1.** In het voorzorgsgebied mag een schip niet ankeren.
|
||||
|
||||
**2.** Buiten het voorzorgsgebied mag een schip niet ankeren in een strook die aan de noordzijde wordt begrensd door de zuidgrens van de vaargeul van het voorzorgsgebied. De westelijke grens loopt langs de lijn westkop veerhaven Breskens en de radartoren aan de boulevard te Vlissingen, de oostelijke grens langs de lijn over de toren van de hervormde kerk te Breskens en het Schelde Coördinatie Centrum te Vlissingen.
|
||||
**2.** Buiten het voorzorgsgebied mag een schip niet ankeren in een strook die aan de noordzijde wordt begrensd door de zuidgrens van de vaargeul van het voorzorgsgebied. De westelijke grens wordt gevormd door de witte sectorbegrenzing 024°, lopende over de lichtboei Songa, van het oeverlicht Boulevard De Ruyter. De oostelijke grens wordt gevormd door de witte sectorbegrenzing 013°, lopende over de lichtboei ARV-VH, van het oeverlicht Boulevard De Ruyter.
|
||||
|
||||
**3.** De Rijkshavenmeester Westerschelde kan ontheffing verlenen van de bij het eerste en tweede lid gestelde verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** In het redegebied Vlissingen moet een naar zee varend schip, behalve een klein schip, ter aanduiding dat het voornemens is het Oostgat te kiezen, bij nacht één rondom zichtbaar groen gewoon licht voeren of overdag de seinvlag O van het Internationaal seinboek.
|
||||
|
||||
**2.** Het bij het eerste lid bedoelde licht moet worden gevoerd zo hoog mogelijk daar waar dit het best kan worden gezien, doch ten minste 2 m boven de zijdelichten. Indien ten gevolge van de weersomstandigheden verwarring met de zijdelichten zou kunnen ontstaan, mag bedoeld licht niet worden gevoerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Een schip dat in het redegebied Vlissingen bezig is met kompasstellen of met calibreren van de richtingszoeker moet bij nacht één of meer groene, heldere flikkerlichten voeren zodanig geplaatst dat ten minste één van deze lichten rondom zichtbaar is of overdag het tweevlagssein OQ van het Internationaal seinboek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Diverse bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -933,15 +944,42 @@ Een schip dat in het redegebied Vlissingen bezig is met kompasstellen of met cal
|
|||
|
||||
### Artikel 50a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een schip gebruikt geen verkeerstekens om daaraan te meren of daaraan te verhalen, beschadigt ze niet en maakt ze niet ongeschikt voor hun bestemming.
|
||||
|
||||
### Artikel 50b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien het zodanig is beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant van de inzinkingsmerken, dan wel indien het zodanig is beladen dat het een geringer vrijboord heeft dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien door de wijze van belading de stabiliteit in gevaar wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
onverminderd het bepaalde in het tweede lid, neemt een binnenschip niet deel aan de scheepvaart indien aan boord niet aanwezig zijn:
|
||||
|
||||
a. het certificaat van onderzoek overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Binnenvaartwet;
|
||||
b. het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand;
|
||||
c. De stabiliteitsberekening, met inbegrip van de daarbij gebruikte berekeningsmethode en het resultaat daarvan, voor de actuele, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand.
|
||||
|
||||
### Artikel 50c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een persoon die zwemt dan wel op andere wijze watersport bedrijft zonder gebruik te maken van een schip houdt voldoende afstand tot een varend schip of tot een schip bezig met het verrichten van werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**2.** Een persoon die waterskiet of doet waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maakt of gebruik doet maken, of vaart met een waterscooter, een zeilplank of met een door een vlieger voortbewogen plank, houdt voldoende afstand tot een varend schip of tot een schip bezig met het verrichten van werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde personen gedragen zich zodanig dat geen gevaar of hinder voor andere gebruikers van het vaarwater kan worden veroorzaakt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Zwemmen, onderwatersport, watersport zonder gebruik te maken van een schip, waterskiën of doen waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maken of gebruik doen maken, varen met een waterscooter, varen met een zeilplank of varen met een door een vlieger voortbewogen plank vinden niet plaats:
|
||||
|
||||
a. op of in de onmiddellijke nabijheid van een ankerplaats;
|
||||
b. in de vaargeul;
|
||||
c. in routes van veerponten;
|
||||
d. nabij de ingangen van havens;
|
||||
e. in de nabijheid van meergelegenheden;
|
||||
f. in de door de Rijkshavenmeester Westerschelde aangewezen gebieden.
|
||||
|
||||
**5.** De Rijkshavenmeester Westerschelde kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het vierde lid. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
|
|
@ -989,7 +1027,7 @@ b. door een zeeschip met een bruto-tonnage als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981
|
|||
|
||||
**6.** De Rijkshavenmeester Westerschelde kan ontheffing verlenen van de in het eerste en vierde lid bedoelde meldingsplichten met betrekking tot een zeeschip als bedoeld in die leden, dat in lijndienst vaart tussen twee in Nederland gelegen havens of tussen een in Nederland gelegen haven en een haven gelegen in een andere staat, als wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtlijn nr. 2002/59/EG.
|
||||
|
||||
**7.** De bevoegde autoriteit trekt de ontheffing in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
**7.** De Rijkshavenmeester Westerschelde trekt de ontheffing in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Het eerste, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op een schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in samenhang met artikel 6 bis van richtlijn nr. 2002/59/EG.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1011,7 +1049,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 53a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Schepen van handhavingsdiensten en brandweer, en reddingsvaartuigen betrokken bij reddingsoperaties mogen, behoudens het bepaalde in artikel 3, afwijken van de voorschriften van dit besluit voor zover dat voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 31, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op schepen van de brandweer die hulp bieden of daartoe op weg zijn en op reddingsvaartuigen die betrokken zijn bij een reddingsoperatie met toestemming van de Rijkshavenmeester Westerschelde.
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
|
|
@ -1023,15 +1063,15 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
Aan boord van elk schip, met uitzondering van een open klein schip, waarop dit reglement van toepassing is, moeten een bijgewerkt exemplaar van dit reglement en de meest recente uitgave van, of een volledig bijgewerkte zeekaart van het in artikel 1 genoemde gebied aanwezig zijn; deze moeten op eerste aanvraag van een opsporingsambtenaar ter inzage worden gegeven.
|
||||
Aan boord van elk schip, met uitzondering van een open klein schip, waarop dit reglement van toepassing is, moeten een volledig bijgewerkt exemplaar van dit reglement en de meest recente uitgave van, of een volledig bijgewerkte zeekaart van het in artikel 1 genoemde gebied aanwezig zijn. Een volledig bijgewerkt exemplaar van dit reglement en een volledig bijgewerkt exemplaar van de zeekaart die via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kunnen worden, zijn eveneens toegestaan. Deze moeten op eerste aanvraag van een opsporingsambtenaar door deze kunnen worden ingezien.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Overtreding van de bij of krachtens dit reglement vastgestelde bepalingen, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 2a, 3, tweede lid, 4, 9, achtste lid, 11, 13, negende lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, 22, 30, derde lid onder *c,* 31, tweede lid, 32, 38, 40, 43, 47, derde lid, 52, tweede lid, 53, tweede lid, 54, tweede lid, 56 tot en met 60, alsmede overtreding van de aan een vergunning, ontheffing of toestemming verbonden voorschriften, met uitzondering van overtreding van de voorschriften verbonden aan een ontheffing als bedoeld in artikel 51a, zesde lid, is een strafbaar feit.
|
||||
Overtreding van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde bepalingen, alsmede overtreding van de aan een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming verbonden voorschriften, is een strafbaar feit.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Bij dit besluit is als bijlage 5 een kaart van het Redegebied Vlissingen gevoegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
|
|
@ -1066,4 +1106,4 @@ Vervallen.
|
|||
|
||||
## Bijlage 5
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue