From 0f69ff8355be29fb62600c9a3f9db9dcd6e21e94 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-01-01 | BWBR0009398 | Penitentiaire maatregel --- .../BWBR0009398/README.md | 649 +++++++----------- 1 file changed, 245 insertions(+), 404 deletions(-) diff --git a/amvb/penitentiaire-maatregel/BWBR0009398/README.md b/amvb/penitentiaire-maatregel/BWBR0009398/README.md index 7e81f98ab18..b889a108797 100644 --- a/amvb/penitentiaire-maatregel/BWBR0009398/README.md +++ b/amvb/penitentiaire-maatregel/BWBR0009398/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Penitentiaire maatregel bwb_id: BWBR0009398 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2025-11-01' +datum_inwerkingtreding: '2001-04-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009398 citeertitel: Penitentiaire maatregel --- @@ -17,8 +17,8 @@ citeertitel: Penitentiaire maatregel In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: de Penitentiaire beginselenwet; -b. reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995; -c. *college:* het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de gedetineerde ingezetene was of overwegend verbleef voorafgaand aan de detentie dan wel van de gemeente waarin de gedetineerde zich na afloop van zijn detentie wil vestigen. +b. reclassering: de stichting alsmede een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onderscheidenlijk onder c, van de Reclasseringsregeling 1995; +c. executie-indicator: de aantekening van het openbaar ministerie bij het aanbieden van een vonnis ter executie aan Onze Minister waarin wordt aangegeven dat het openbaar ministerie wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de betreffende gedetineerde. ## Hoofdstuk 2. Opperbeheer inrichtingen en regime @@ -34,20 +34,24 @@ c. *college:* het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de **1.** Het dagprogramma voor een inrichting of afdeling wordt bepaald in de huisregels en beslaat de periode tussen uitsluiting van de gedetineerden in de ochtend en de insluiting van de gedetineerden voor de nacht. -**2.** +**2.** In het regime van algehele gemeenschap, bedoeld in artikel 20 van de wet, duurt het dagprogramma minimaal 78 uren per week en worden daarin minimaal 48 uren per week aan activiteiten en bezoek geboden. -De directeur draagt in het gemeenschapsregime, bedoeld in artikel 20 van de wet, zorg voor: +**3.** -a. een basisprogramma van 42,5 uur per week, waarin ten minste 22,5 uur per week aan activiteiten en bezoek worden aangeboden; -b. een plusprogramma van 59 uur per week, waarin ten minste 28 uur per week aan activiteiten en bezoek worden aangeboden. +Het regime van beperkte gemeenschap, bedoeld in artikel 21 van de wet, wordt onderscheiden in: -**3.** De aangeboden activiteiten in het basis- en in het plusprogramma kunnen per individuele gedetineerde verschillen. +a. een standaardregime, waarin het dagprogramma minimaal 78 uren per week duurt en daarin minimaal 43 uren per week aan activiteiten en bezoek worden geboden; +b. een sober regime, waarin het dagprogramma minimaal 56 uren per week duurt en daarin minimaal 38 uren per week aan activiteiten en bezoek worden geboden; +c. een regime voor extra beveiligde inrichtingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder e, van de wet, waarin het dagprogramma minimaal 78 uren per week duurt en daarin minimaal 18 uren per week aan actviteiten en bezoek worden geboden; +d. een regime voor de tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in artikel 44b, onderdeel a, waarin het dagprogramma minimaal 59 uren per week duurt en daarin minimaal 41 uren per week aan activiteiten en bezoek wordt geboden. -**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de vaststelling van het basis- en plusprogramma. Hierbij kan in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk worden afgeweken van het bepaalde in het tweede lid. +**4.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de verschillende regimes die in de daarbij aangeduide inrichtingen gelden. ### Artikel 4 -Vervallen +**1.** De directeur meldt onttrekkingen aan detentie en andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. + +**2.** De directeur verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding. ## Hoofdstuk 3. Penitentiair programma @@ -55,9 +59,9 @@ Vervallen **1.** Een penitentiair programma omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten waaraan door de deelnemer aan dat penitentiair programma wordt deelgenomen. -**2.** De activiteiten in een penitentiair programma zijn gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, het vergroten van de kans op arbeid na invrijheidstelling, het bieden van onderwijs, het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer zoals ambulante verslavingszorg of ambulante geestelijke gezondheidszorg, of geven op andere wijze invulling aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. +**2.** De activiteiten in een penitentiair programma zijn gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, het vergroten van de kans op arbeid na het einde van de vrijheidsstraf, het bieden van onderwijs, het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer zoals verslavingszorg of geestelijke gezondheidszorg, of geven op andere wijze invulling aan het met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf dienstbaar maken van de tenuitvoerlegging hiervan aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. -**3.** Van een penitentiair programma wordt een schriftelijke omschrijving gemaakt. Deze omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten, de verhouding tot de in het detentie-en re-integratieplan neergelegde doelen, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, de begeleiding van en het toezicht op de deelnemer aan het penitentiair programma, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de deelnemer aan het penitentiair programma. +**3.** Van een penitentiair programma wordt een schriftelijke omschrijving gemaakt. Deze omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, de begeleiding van en het toezicht op de deelnemer aan het penitentiair programma, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de deelnemer aan het penitentiair programma. **4.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de procedure tot erkenning van een penitentiair programma en over de kwaliteitseisen waaraan een penitentiair programma moet voldoen. @@ -67,105 +71,65 @@ Vervallen Voor deelname aan een penitentiair programma komen niet in aanmerking: -a. gedetineerden ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een tevens opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen; -b. gedetineerden die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gevolg dienen te geven aan de op hen rustende vertrekplicht of die zullen worden uitgeleverd; -c. gedetineerden die in een extra beveiligde inrichting zijn geplaatst; -d. gedetineerden die in een beperkt beveiligde afdeling zijn geplaatst; -e. gedetineerden aan wie de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd. +a. tot vrijheidsstraf veroordeelden ten aanzien van wie de einddatum van de detentie nog niet vaststaat; +b. gedetineerden ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een tevens opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen; +c. gedetineerden ten aanzien van wie vaststaat dat zij na de detentie zullen worden uitgezet of uitgeleverd; +d. gedetineerden die in een extra beveiligde inrichting verblijven. ### Artikel 7 **1.** Indien de directeur het verantwoord acht dat een gedetineerde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma doet hij een daartoe strekkende voordracht aan de selectiefunctionaris. -**2.** De directeur voegt bij zijn voordracht het advies van de reclassering, en het advies van het openbaar ministerie indien dit op grond van artikel 6:1:10 van het Wetboek van Strafvordering is uitgebracht. +**2.** De directeur voegt bij zijn voordracht het advies van het openbaar ministerie in de gevallen waarin het openbaar ministerie ten aanzien van de gedetineerde een executie-indicator heeft gegeven. Hij voegt daarbij tevens het advies van de reclassering in het arrondissement waarin het penitentiair programma ten uitvoer wordt gelegd. **3.** -De selectiefunctionaris betrekt in zijn beslissing de gedetineerde aan een penitentiair programma te laten deelnemen in ieder geval: +Bij zijn beslissing om een gedetineerde in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een penitentiair programma betrekt de selectiefunctionaris in ieder geval de volgende aspecten: a. de aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict; -b. de mate van onzekerheid over de datum van invrijheidstelling; -c. de beschikbaarheid van een aanvaardbaar verblijfadres. +b. het huidige detentieverloop, waaronder het gedrag van de gedetineerde, het nakomen van afspraken door de gedetineerde en diens gemotiveerdheid; +c. het gevaar voor recidive; +d. de mate waarin de gedetineerde in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te kunnen dragen; +e. een aanvaardbaar verblijfadres; +f. de geschiktheid van de gedetineerde voor een penitentiair programma. -**4.** De selectiefunctionaris neemt zijn beslissing tot deelname aan een penitentiair programma slechts indien de gedetineerde zich bereid heeft verklaard tot deelname aan het programma en de in verband daarmee gestelde algemene en bijzondere voorwaarden. - -### Artikel 7a - -**1.** - -De deelnemer aan een penitentiair programma wordt onder elektronisch toezicht gesteld, indien: - -a. het gedrag van de deelnemer daartoe aanleiding geeft; -b. aan de deelname aan een penitentiair programma bijzondere risico’s zijn verbonden, of; -c. dit voor de bescherming van de belangen van slachtoffers noodzakelijk is. - -**2.** Elektronisch toezicht kan vervallen indien het gedrag, de risico’s of de belangen bedoeld in het eerste lid niet langer tot het toezicht aanleiding geven. De deelnemer kan wederom onder elektronisch toezicht worden gesteld indien het gedrag, de risico’s of de belangen bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven. - -**3.** - -De selectiefunctionaris is belast met de beslissingen, bedoeld in het eerste en tweede lid. Hij kan bepalen dat geen elektronisch toezicht wordt toegepast indien: - -a. een andere vorm van vierentwintiguurstoezicht aanwezig is, -b. het elektronisch toezicht afbreuk doet aan de resocialisatie van de deelnemer, of -c. bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. +**4.** De selectiefunctionaris neemt zijn beslissing over deelname aan een penitentiair programma slechts indien de gedetineerde zich bereid heeft verklaard tot deelname aan het programma en de daaraan verbonden voorwaarden. ### Artikel 8 **1.** De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van een penitentiair programma ligt bij de directeur van de inrichting of afdeling waarin de deelnemer aan het penitentiair programma is ingeschreven. -**2.** Degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het penitentiair programma. Hij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader aanwijzingen geven aan de deelnemer. Hij kan ten aanzien van de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten binnen het penitentiair programma worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen stelt hij de directeur schriftelijk op de hoogte. +**2.** Degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het penitentiair programma. Hij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader aanwijzingen geven aan de deelnemer. Hij kan ten aanzien van de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten binnen het penitentiair programma worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen stelt hij de directeur onverwijld schriftelijk op de hoogte. ### Artikel 9 **1.** -Deelname aan een penitentiair programma geschiedt onder de algemene voorwaarden dat de gedetineerde: +Aan een beslissing om een gedetineerde in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een penitentiair programma worden, behoudens nader door de directeur te stellen bijzondere voorwaarden, de volgende algemene voorwaarden verbonden: -a. zich gedraagt overeenkomstig de aanwijzingen van degene die is belast met zijn begeleiding en toezicht en aan deze alle verlangde inlichtingen verschaft; -b. tevoren melding doet aan de directeur van een verandering van betrekking of verblijfadres; -c. zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. +a. de deelnemer aan het penitentiair programma gedraagt zich overeenkomstig de aanwijzingen van degene die is belast met zijn begeleiding en toezicht en zal aan deze alle verlangde inlichtingen verschaffen; +b. hij doet tevoren melding aan de directeur van een verandering van betrekking of woonplaats; +c. hij maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit. -**2.** Aan de deelname aan het penitentiair programma kunnen daarnaast door de directeur bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de gedetineerde worden verbonden. +**2.** Ingeval een deelnemer aan een penitentiair programma door ziekte of een andere oorzaak niet in staat is de activiteiten van het penitentiair programma te volgen, wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geschorst. **3.** -De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden: - -a. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen; -b. een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden of te vestigen; -c. een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn; -d. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie; -e. een verbod verdovende middelen of alcohol te gebruiken en ten behoeve van de naleving van dat verbod het verlenen van medewerking aan bloedonderzoek of urineonderzoek; -f. een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten; -g. een beperking van het recht om Nederland te verlaten; -h. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade of het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen; -i. de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied; -j. deelname aan een gedragsinterventie; -k. een verplichting zich onder ambulante behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling gedurende een termijn van ten hoogste de duur van het penitentiaire programma; -l. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffend, waaraan deze gedurende de deelname aan het penitentiair programma heeft te voldoen. - -**4.** Van het stellen van bijzondere voorwaarden doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. - -### Artikel 9a - -**1.** - -Bij overtreding van de algemene of bijzondere voorwaarden of verzuim van deelname aan het programma kan de directeur, afhankelijk van de ernst van de gedraging, beslissen tot: +Bij overtreding van de voorwaarden kan de directeur, afhankelijk van de ernst van de overtreding, beslissen tot: a. het geven van een waarschuwing aan de deelnemer aan het penitentiair programma; b. wijziging of aanvulling van de bijzondere voorwaarden gesteld aan deelname aan een penitentiair programma; -c. het adviseren van de selectiefunctionaris om de deelname aan het penitentiair programma te beëindigen; -d. het onmiddellijk zelfstandig beëindigen van deelname aan het penitentiair programma indien dit dringend noodzakelijk is. +c. het adviseren van de selectiefunctionaris de deelname aan het penitentiair programma te beëindigen. -**2.** De directeur wint advies in bij degene die is belast is met het toezicht op de tenuitvoerlegging van het penitentiair programma, tenzij spoed dit verhindert. Diegene kan ook ongevraagd aan de directeur adviseren. +Hij neemt een dergelijke beslissing niet dan nadat hij advies heeft ingewonnen bij degene die belast is met het toezicht op de tenuitvoerlegging van het penitentiair programma. Deze kan ook ongevraagd aan de directeur advies geven tot het nemen van een van de in dit lid genoemde beslissingen. -**3.** De directeur geeft de deelnemer aan een penitentiair programma van een beslissing als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. +**4.** De directeur geeft de deelnemer aan een penitentiair programma van een beslissing als bedoeld in het derde lid onverwijld schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. -**4.** Van het wijzigen of aanvullen van bijzondere voorwaarden, de overtreding van de voorwaarden of verzuim van deelname aan het programma en een beslissing als bedoeld in het eerste lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. +**5.** Van het stellen van bijzondere voorwaarden, de overtreding van de voorwaarden en een beslissing als bedoeld in het derde lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. ### Artikel 10 -**1.** De deelnemer aan een penitentiair programma kan bij de beklagcommissie bij de inrichting of afdeling waarin hij is ingeschreven een klacht indienen over de beslissingen, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, onder a, b en d. +**1.** De deelnemer aan een penitentiair programma kan bij de beklagcommissie bij de inrichting of afdeling waarin hij is ingeschreven een klacht indienen over de beslissingen, bedoeld in artikel 9, derde lid. **2.** De artikelen 60, tweede en derde lid, 61, 62, 63, 64, 65, 67, met uitzondering van het derde lid, het vijfde lid, tweede volzin, en het zesde lid, 68, 69, 70 en 71 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -186,8 +150,6 @@ b. een advocaat; c. een medicus; d. een deskundige uit de kring van het maatschappelijk werk. -**4.** Indien de commissie toezicht houdt op een inrichting of afdeling waar geneeskundige behandeling als bedoeld in de artikelen 46a tot en met 46e van de wet wordt verricht, maakt ook een psychiater van de commissie deel uit. - ### Artikel 12 **1.** De leden van de commissie van toezicht worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan. @@ -206,7 +168,7 @@ a. ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onz b. personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting; c. personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen, indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen, ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld; d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen; -e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens of de politiegegevens, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet politiegegevens. De bezwaren hebben betrekking op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden. +e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit inlichtingen justitiële documentatie of de politieregisters, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet politieregisters. De bezwaren hebben betrekking op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden. ### Artikel 14 @@ -265,291 +227,156 @@ d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernst **1.** De kosten van de commissie van toezicht worden door de Staat gedragen. -**2.** De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. +**2.** De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn vastgesteld. **3.** Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding. -## Hoofdstuk 4a. Commissie van toezicht en beklagcommissie voor het vervoer - -### Artikel 20a - -**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer, genoemd in artikel 18e, eerste lid, van de wet, worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. - -**2.** De artikelen 11, derde lid, 12, 14, 16, 18, 19 en 20 zijn van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor benoeming als lid eveneens niet in aanmerking komen ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie. - -### Artikel 20b - -**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen waar en de vervoersmiddelen waarmee handelingen betreffende het vervoer worden uitgeoefend. - -**2.** De leden van de commissie van toezicht ontvangen van Onze Minister en de directeur van de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van het vervoer van gedetineerden en kunnen alle op het vervoer betreffende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. - -**3.** Onze Minister en de directeur van de inrichting brengen alle voor de uitoefening van de taak van de commissie van toezicht belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie van toezicht. - -## Hoofdstuk 4b. Detentie- en re-integratieplan - -### Artikel 20c - -Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van het detentie- en re-integratieplan, bedoeld in artikel 18a van de wet. - -### Artikel 20d - -**1.** Voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het vaststellen, aanpassen en uitvoeren van het detentie- en re-integratieplan van de gedetineerde kunnen gegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid, over de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven aan elkaar worden verstrekt door de directeur, de reclassering en het college. - -**2.** - -De in het eerste lid bedoelde gegevens betreffen: - -a. persoonsidentificerende gegevens: - -1°. de geslachtsnaam; -2°. voornamen; -3°. adres; -4°. geboorteplaats en geboortedatum; -5°. nationaliteit; -6°. persoonsidentificerende nummers. -b. de datum van aanvang van de vrijheidsbeneming en van de invrijheidstelling. -c. de vaststelling dat de gedetineerde al dan niet beschikt over een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en, indien hij over een dergelijk document beschikt, wat daarvan de geldigheidsduur is. -d. het behoud of het verkrijgen van huisvesting of onderdak na detentie, zoals: - -1°. de inschrijving als woningzoekende; -2°. de woonsituatie vóór detentie; -3°. het bestaan van een betalingsachterstand bij een huurovereenkomst. -e. het verkrijgen van een inkomen uit betaald werk of uitkering na detentie, zoals: - -1°. het arbeidsverleden; -2°. eerdere uitkeringen of werkinkomen en de hoogte daarvan; -3°. het opleidingsniveau en eventueel lopende opleidingstrajecten. -f. gegevens als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de toeleiding naar schuldhulpverlening. -g. de ondersteuning van de gedetineerde bij het opschorten en weer opstarten, of aanvragen van een zorgverzekering, zoals: - -1°. het hebben van een zorgverzekering vóór detentie; -2°. de naam van de zorgverzekeraar; -3°. het polisnummer behorende bij de verzekering. -h. het behoud of de versterking van een positief sociaal netwerk, met inbegrip van een hulpvraag namens de gedetineerde voor ondersteuning in de thuissituatie na detentie en een hulpvraag namens de gedetineerde aan de gemeente voor ondersteuning van gezinsleden tijdens de detentie. - -**3.** - -De directeur, de reclassering en het college verstrekken elkaar, indien zorg of maatschappelijke ondersteuning tijdens of na detentie nodig is, de door hen verwerkte persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor het organiseren van deze zorg of maatschappelijke ondersteuning. Die gegevens kunnen betrekking hebben op: - -a. eerdere en lopende zorgtrajecten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, de Jeugdwet of de Wet forensische zorg; -b. de naam van de zorgaanbieder die de trajecten uitvoert of bij de eerdere uitvoering betrokken is geweest; -c. de gemeente waar de zorg of maatschappelijke ondersteuning is of wordt verleend. - -**4.** - -Ten behoeve van het vaststellen, aanpassen en uitvoeren van het detentie- en re-integratieplan, kunnen de directeur, de reclassering en het college overleggen over het inzetten van reclasseringstoezicht, het uitbrengen van advies en de inzet van interventies voor de invulling en uitvoering van het detentie- en re-integratieplan. Hiertoe kunnen gegevens worden verstrekt over: - -a. eerdere reclasseringscontacten, het detentieverloop en de detentiefasering; -b. de motivatie van de gedetineerde; -c. het gedrag van de gedetineerde tijdens detentie. - -## Hoofdstuk 5. (Onvrijwillige) geneeskundige behandeling +## Hoofdstuk 5. Gedwongen geneeskundige handelingen ### Artikel 21 -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: +**1.** Voordat de directeur beslist dat de door de arts noodzakelijk geachte geneeskundige handeling onder dwang zal worden toegepast, pleegt de directeur overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft. Indien de handeling door een andere arts wordt verricht, wordt bovendien met hem overlegd. -a. *a-dwangbehandeling:* een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder a, van de wet; -b. *b-dwangbehandeling:* een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder b, van de wet; -c. *gedwongen geneeskundige handeling:* de gedwongen geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 32 van de wet; -d. *geneeskundige behandeling:* de onvrijwillige geneeskundige behandelingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, en de vrijwillige geneeskundige behandeling, bedoeld in artikel 46c van de wet; -e. *geneeskundig behandelingsplan:* het geneeskundig behandelingsplan, bedoeld in artikel 46b van de wet; -f. *inspecteur:* de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen; -g. *voorzetting van a-dwangbehandeling:* de voortzetting van a-dwangbehandeling, bedoeld in artikel 46e, vijfde lid, van de wet. +**2.** Indien de toepassing van een geneeskundige handeling onder dwang noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde, pleegt de aan de inrichting verbonden arts overleg met een psychiater. -### Artikel 21a +**3.** In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het ernstige gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de gedetineerde of van anderen niet op een andere wijze kan worden afgewend. Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de gedetineerde minst ingrijpende handeling. -**1.** Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts. - -**2.** In een inrichting of op een afdeling als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar. - -**3.** Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn. - -**4.** Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de gedetineerde dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen. De resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier. - -**5.** Een geneeskundige behandeling van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet, wordt verricht door twee artsen, waarvan ten minste één arts is verbonden aan de inrichting, of door een aan de inrichting verbonden arts en een verpleegkundige. - -### Artikel 21b - -**1.** - -In het geneeskundig behandelingsplan worden ten minste opgenomen: - -a. de diagnose van de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde; -b. de therapeutische middelen, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn, die zullen worden toegepast teneinde een zodanige verbetering van de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde te bereiken, dat het gevaar op grond waarvan deze in verband met zijn geestelijke gezondheidstoestand in een daartoe krachtens artikel 14 van de wet aangewezen afdeling of inrichting behoeft te verblijven, wordt weggenomen; -c. of er overeenstemming over het geneeskundig behandelingsplan is. - -**2.** Gedurende de behandeling, kan het geneeskundig behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging worden de uitkomsten van het multidisciplinair overleg, bedoeld in artikel 21a, vierde lid, betrokken. - -**3.** Een wijziging van het geneeskundig behandelingsplan wordt, in overleg met de gedetineerde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. +**4.** De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van artikel 32 van de wet, de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier. ### Artikel 22 -**1.** +**1.** De gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de arts. -Ingeval van een a- of b-dwangbehandeling wordt in het geneeskundig behandelingsplan eveneens opgenomen: +**2.** Van de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling wordt onverwijld melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Indien de geneeskundige handeling wordt toegepast ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde wordt tevens onverwijld melding gedaan aan de bevoegde regionale inspecteur voor de gezondheidszorg. -a. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de gedetineerde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en -b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de gedetineerde ten aanzien van de behandeling. - -**2.** Het deel van het geneeskundig behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de gedetineerde dan wel diens curator of mentor, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen. - -**3.** Ingeval van a-dwangbehandeling worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in artikel 46e, tweede lid, van de wet, bij het in het tweede lid bedoelde overleg betrokken. - -### Artikel 22a - -**1.** Voordat de directeur beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden toegepast, pleegt de directeur overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd. - -**2.** Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde, pleegt de directeur bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. - -**3.** In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend. - -### Artikel 22b - -**1.** Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de gedetineerde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het geneeskundig behandelingsplan. - -**2.** Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de gedetineerde minst ingrijpende handeling. - -### Artikel 22c - -**1.** Voordat de directeur de beslissing tot verlenging van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij in ieder geval overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft. - -**2.** In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht. - -**3.** De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in artikel 21a, vierde lid, worden bij de beslissing meegenomen. - -### Artikel 22d - -De gedetineerde wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het medische dossier. - -### Artikel 22e - -**1.** De directeur stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de gedetineerde, de curator en de mentor in kennis van een voorgenomen beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken. - -**2.** De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de gedetineerde. - -**3.** Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van een a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van a- en b- dwangbehandeling en indien een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur. - -**4.** Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft de directeur daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen. - -**5.** - -De directeur zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt: - -a. in verband met welk gevaar is besloten tot een a- of b-dwangbehandeling, dan wel een gedwongen geneeskundige handeling; -b. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de gedetineerde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; -c. welke personen, bedoeld in artikel 46c, onder c, van de wet, zich tegen de behandeling verzetten; -d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de gedetineerde ten aanzien van de behandeling; en -e. indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de gedetineerde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in de hoofdstukken XI–XII respectievelijk XIII van de wet. - -**6.** Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling en een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt de directeur tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld in artikel 46c, onder b, van de wet te komen. Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid. - -**7.** Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling geeft de directeur kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid. - -### Artikel 22f - -De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling en de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 21a, vierde lid, artikel 22a en 22c, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier. - -### Artikel 22g - -**1.** De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 46e, vierde lid, van de wet, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. - -**2.** De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling indien die handeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde. +**3.** De gedetineerde wordt gedurende de periode die volgt op de gedwongen geneeskundige handeling zo vaak als nodig is bezocht door een arts dan wel in diens opdracht door een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het medische dossier. ### Artikel 23 -**1.** Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in artikel 22a, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat wordt door de directeur een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog. +**1.** Zo spoedig mogelijk na de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van de aan de inrichting verbonden arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de gedetineerde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het medische dossier. -**2.** De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige geneeskundige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan de directeur over de voortzetting van die behandeling. +**2.** Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in artikel 21, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat wordt door de directeur een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog. -## Hoofdstuk 5a. Toezicht op gesprekken - -### Artikel 23a - -**1.** Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste vier maanden. - -**2.** Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist. - -**3.** Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet is opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist. - -**4.** De gedetineerde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld. - -**5.** Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn. - -**6.** - -De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met: - -a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; -b. de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid; -c. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten; -d. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven. - -### Artikel 23b - -**1.** De gedetineerde en de rechtsbijstandverlener worden op de hoogte gesteld van het visueel toezicht op gesprekken tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener als bedoeld in artikel 38, achtste lid, van de wet. - -**2.** Het visueel toezicht vindt plaats door middel van cameraobservatie. De camerabeelden worden terstond na het gesprek gewist. - -**3.** In afwijking van het tweede lid worden de camerabeelden bewaard als een ambtenaar of medewerker bij de inrichting of afdeling het gesprek tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener onderbreekt en de directeur na het horen van de ambtenaar of medewerker beslist tot beëindiging van het gesprek. - -**4.** De op grond van het derde lid bewaarde camerabeelden worden verwijderd zes weken na het verstrijken van de beklagtermijn als bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de wet, tenzij beklag is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering zes weken na het verstrijken van de beroepstermijn als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, tenzij beroep is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering de dag na de uitspraak van de beroepscommissie. - -**5.** In het kader van het in artikel 45a, eerste lid, van de Advocatenwet bedoelde toezicht licht de directeur de deken in het arrondissement waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt in over het beëindigen van een gesprek, als bedoeld in het derde lid. +**3.** De in het tweede lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het tweede lid bedoelde termijn en, indien de gedwongen geneeskundige handeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan de directeur over de voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling. ## Hoofdstuk 6. Geestelijke verzorging ### Artikel 24 -**1.** Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn een hoofd boeddhistische geestelijke verzorging, een hoofd hindoeïstische geestelijke verzorging, een hoofd islamitische geestelijke verzorging, een hoofdrabbijn, een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistische geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. - -**2.** De hoofden zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijk verzorgers behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. +Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond. ### Artikel 25 -Aan een inrichting zijn geestelijk verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijk verzorgers van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijk verzorgers van het humanistisch verbond. +**1.** Bij het Ministerie van Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. + +**2.** De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijke verzorgers behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. ### Artikel 26 -De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 24, eerste lid. +De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een inrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 25, eerste lid. ### Artikel 27 -Een andere geestelijk verzorger dan de in artikel 25 genoemde kan door de directeur toegang worden verleend tot de inrichting. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met Onze Minister. +**1.** Een geestelijke verzorger van een andere dan de in artikel 24 genoemde gezindte of levensovertuiging kan door de directeur aan een inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers. + +**2.** Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijke verzorgers als bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid. + +**3.** Een geestelijke verzorger die aan de inrichting is verbonden anders dan bij wijze van aanstelling, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten. + +## Hoofdstuk 7. Beroep tegen medisch handelen ### Artikel 28 -Geestelijke verzorging van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet, wordt verleend door twee geestelijke verzorgers van in beginsel dezelfde godsdienst of levensovertuiging, waarvan ten minste één geestelijk verzorger is verbonden aan een inrichting. +**1.** Een gedetineerde kan een beroepschrift indienen tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts. Met de inrichtingsarts wordt in dit hoofdstuk gelijkgesteld de verpleegkundige dan wel andere hulpverleners die door de inrichtingsarts bij de zorg aan gedetineerden zijn betrokken. -## Hoofdstuk 7. Maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie +**2.** + +Onder medisch handelen als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: + +a. enig handelen in het kader van of nalaten in strijd met de zorg die de in het eerste lid bedoelde personen in die hoedanigheid behoren te betrachten ten opzichte van de gedetineerde, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand zij bijstand verlenen of hun bijstand is ingeroepen; +b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in die hoedanigheid in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. ### Artikel 29 -De directeur houdt aantekening van de rechtsbijstandverleners die op grond van artikel 40a, eerste, vijfde of zesde lid, van de wet toegang hebben tot de gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet. +**1.** Alvorens een beroepschrift in te dienen doet de gedetineerde een schriftelijk verzoek aan de Medisch Adviseur bij het Ministerie van Justitie om te bemiddelen terzake van de klacht. Dit verzoek dient uiterlijk op de veertiende dag na die waarop het medisch handelen waartegen de klacht zich richt heeft plaatsgevonden te worden ingediend. + +**2.** De Medisch Adviseur stelt de betrokkene in de gelegenheid de klacht schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het aanstonds duidelijk acht dat de klacht zich niet voor bemiddeling leent. Hij kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. + +**3.** De Medisch Adviseur is ten behoeve van de bemiddeling bevoegd het medisch dossier van de gedetineerde in te zien. + +**4.** De Medisch Adviseur streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. + +**5.** De Medisch Adviseur sluit de bemiddeling af met een mededeling van zijn bevindingen aan de gedetineerde en de arts. De gedetineerde wordt gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een beroepschrift alsmede de termijn waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden. + +**6.** Een afschrift van de mededeling zendt de Medisch Adviseur aan de directeur van de inrichting waaraan de arts tegen wiens medisch handelen de klacht zich richt is verbonden. + +**7.** De Medisch Adviseur is bevoegd een klacht door te verwijzen naar de beklagcommissie. Hij zendt van de doorverwijzing van een klacht een bericht aan de klager. ### Artikel 30 -De directeur draagt er zorg voor dat brieven of andere poststukken die op grond van artikel 40a, tweede lid, van de wet niet worden uitgereikt aan de gedetineerde, ongeopend worden geretourneerd aan de afzender. De directeur vermeldt aan de afzender de reden waarom niet tot uitreiking is overgegaan. +**1.** Het beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing benoemde commissie van drie leden, bestaande uit één jurist en twee artsen, die wordt bijgestaan door een secretaris. + +**2.** Het met redenen omklede beroepschrift wordt uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de mededeling van de Medisch Adviseur ingediend. De directeur draagt zorg dat een gedetineerde die beroep wenst in te stellen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld. + +**3.** De indiening van het beroepschrift kan door tussenkomst van de directeur van de inrichting waar de gedetineerde verblijft geschieden. De directeur draagt in dat geval zorg dat het beroepschrift, of, indien het beroepschrift zich in een envelop bevindt, de envelop, van een dagtekening wordt voorzien, welke geldt als dag van indiening. + +**4.** Het beroepschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk het medisch handelen waarover wordt geklaagd en de redenen van het beroep. + +**5.** Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het beroepschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beroepscommissie kan bepalen dat het beroepschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 45. ### Artikel 31 -Op een verzoek tot het toestaan van een of meer andere rechtsbijstandverleners als bedoeld in artikel 40a, zesde lid, van de wet, wordt zo spoedig mogelijk maar in elk geval binnen een maand beslist. +**1.** De beroepscommissie en de secretaris zijn ten behoeve van de behandeling van het beroepschrift bevoegd het medisch dossier van de klager in te zien. + +**2.** De behandeling van het beroepschrift vindt niet in het openbaar plaats, behoudens ingeval de beroepscommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag. + +**3.** De secretaris van de beroepscommissie zendt de arts een afschrift van het beroepschrift toe en vraagt het verslag van de bemiddeling op bij de Medisch Adviseur. + +**4.** De beroepscommissie stelt de klager en de arts in de gelegenheid omtrent het beroepschrift mondeling of schriftelijk opmerkingen te maken, tenzij zij het beroep aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht. De beroepscommissie kan bepalen dat de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie, bedoeld in het derde lid, kunnen worden gemaakt. + +**5.** De klager en de arts kunnen de voorzitter van de beroepscommissie de vragen opgeven die zij aan elkaar gesteld wensen te zien. + +**6.** De beroepscommissie kan de arts en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de beroepscommissie aan de klager onderscheidenlijk de arts mondeling medegedeeld. + +**7.** De beroepscommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. Indien mondeling inlichtingen worden ingewonnen, zijn het vijfde en zesde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. De beroepscommissie kan bepalen dat ingeval bij een andere persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien. + +**8.** De klager heeft het recht zich te doen bijstaan door een rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon die daartoe van de beroepscommissie toestemming heeft gekregen. Indien aan de klager een advocaat is toegevoegd, geschieden diens beloning en de vergoeding van de door hem gemaakte kosten volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur. + +**9.** Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de voorzitter zorg voor de bijstand van een tolk. De beloning van de tolk en de vergoeding van de door de tolk gemaakte kosten geschieden met overeenkomstige toepassing van artikel 45. + +**10.** Tijdens de beroepsprocedure staat de beroepscommissie aan de klager op diens verzoek toe van de gedingstukken kennis te nemen. ### Artikel 32 -**1.** Bezoek door de in artikel 37, eerste lid, van de wet, genoemde personen en instanties, aan een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet of in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet wordt afgelegd door ten minste twee personen. +**1.** De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. De uitspraak is met redenen omkleed en gedagtekend. Zij wordt door de voorzitter, alsmede door de secretaris ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld. Aan de klager en de arts wordt onverwijld en kosteloos een afschrift van de beslissing van de beroepscommissie toegezonden of uitgereikt. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de rechtsbijstandverlener van de gedetineerde. +**2.** Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beroepscommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak, bedoeld in het eerste lid. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 45. + +**3.** De secretaris zendt van alle uitspraken van de beroepscommissie een afschrift naar Onze Minister. Een ieder heeft recht op kennisneming van deze uitspraken en het ontvangen van een afschrift daarvan. Onze Minister draagt zorg dat dit afschrift geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de gedetineerde kan worden afgeleid. Met betrekking tot de kosten van het ontvangen van een afschrift is het bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 33 -Vervallen +**1.** + +De uitspraak van de beroepscommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke: + +a. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep; +b. ongegrondverklaring van het beroep; +c. gegrondverklaring van het beroep. + +**2.** Indien de klacht door de beroepscommissie geheel of gedeeltelijk gegrond wordt geacht bepaalt de beroepscommissie of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast. ### Artikel 34 -Vervallen +**1.** + +De in de artikelen 28 tot en met 31 aan de gedetineerde toegekende rechten kunnen, behoudens ingeval de Medisch Adviseur of de beroepscommissie van oordeel is dat zwaarwegende belangen van de gedetineerde zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door: + +a. de curator, indien de gedetineerde onder curatele is gesteld; +b. de mentor, indien ten behoeve van de gedetineerde een mentorschap is ingesteld; +c. de ouders of voogd, indien de gedetineerde minderjarig is. + +**2.** De directeur draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt. ## Hoofdstuk 8. Dossiers @@ -581,21 +408,18 @@ b. een kopie van een selectieadvies onderscheidenlijk een overplaatsingsvoorstel c. de meest recente registratiekaart; d. andere belangrijke justitiële documenten, waaronder: -1° de grond voor opneming, bedoeld in artikel 6:2:1 van het Wetboek van Strafvordering; +1° het extract van het vonnis; 2° formulieren betreffende verlof en de daarop genomen beslissing; 3° verzoeken onderscheidenlijk machtigingen tot plaatsing en overplaatsing en deelname aan een penitentiair programma; 4° gratieverzoeken en de daarop genomen beslissing; 5° verzoeken om strafonderbreking en de daarop genomen beslissing; -6° mededelingen omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling. +6° mededelingen omtrent de vervroegde invrijheidstelling. e. uitslagen van urinecontroles, dan wel een samenvattend overzicht daarvan; f. kopieën van strafrapporten, meldingen van bijzondere voorvallen en interne meldingen; g. documenten betreffende beklagzaken en beroepszaken; h. kopieën van correspondentie van de inrichting over de gedetineerde; i. een kopie van het intakeformulier per inrichting van verblijf; -j. samenvattingen van periodieke besprekingen over de gedetineerde in inrichtingsoverleggen; -k. kopieën van risicotaxaties; -l. kopieën van delictanalyses; -m. het detentie- en re-integratieplan en de daarop aangebrachte aanpassingen. +j. samenvattingen van periodieke besprekingen over de gedetineerde in inrichtingsoverleggen. **2.** De overige op de gedetineerde betrekking hebbende stukken worden verzameld in een inrichtingsdossier. Zij worden gerangschikt naar onderwerp in chronologische volgorde. @@ -605,11 +429,9 @@ m. het detentie- en re-integratieplan en de daarop aangebrachte aanpassingen. **2.** De directeur zendt het penitentiair dossier gelijktijdig met de formele overplaatsing van de gedetineerde aan de directeur van de inrichting of afdeling waar de gedetineerde verder zal verblijven. -**3.** Indien een gedetineerde wordt overgebracht naar een instelling voor de verlening van forensische zorg, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wet forensische zorg, zendt de directeur de voor een goede en veilige verlening van de forensische zorg noodzakelijk geachte bescheiden daaruit aan het hoofd of de geneesheer-directeur van die instelling. +**3.** Indien een gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld deel te nemen aan een penitentiair programma zendt de directeur het penitentiair dossier aan de directeur bedoeld in artikel 8, eerste lid. -**4.** Indien een gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld deel te nemen aan een penitentiair programma zendt de directeur het penitentiair dossier aan de directeur bedoeld in artikel 8, eerste lid. - -**5.** Bij invrijheidstelling, ontvluchting of overlijden van een gedetineerde zendt de directeur het penitentiair dossier naar Onze Minister. +**4.** Bij invrijheidstelling, ontvluchting of overlijden van een gedetineerde zendt de directeur het penitentiair dossier naar Onze Minister. ### Artikel 39 @@ -623,7 +445,7 @@ m. het detentie- en re-integratieplan en de daarop aangebrachte aanpassingen. ### Artikel 40 -**1.** De directeur kan, in geval van weigering van inzage door de gedetineerde van diens dossier op een van de gronden van artikel 21, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, een door de gedetineerde gemachtigd lid van de commissie van toezicht doen kennis nemen van de gegevens waarvan de kennisneming aan de gedetineerde onthouden wordt. De artikelen 57 en 58 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** De directeur kan, in geval van weigering van inzage door de gedetineerde van diens dossier op een van de gronden van artikel 30 van de Wet persoonsregistraties, een door de gedetineerde gemachtigd lid van de commissie van toezicht doen kennis nemen van de gegevens waarvan de kennisneming aan de gedetineerde onthouden wordt. De artikelen 57 en 58 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. **2.** @@ -640,35 +462,62 @@ Hetzelfde geldt voor de selectiefunctionaris, de directeur en de door hen aangew ### Artikel 41 -Vervallen +**1.** De beslissing tot plaatsing, bedoeld in artikel 13 of 19 van het Wetboek van Strafrecht, geschiedt door Onze Minister. + +**2.** Onze Minister kan beslissen dat het verblijf in de justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden wordt beëindigd, indien het hoofd van de inrichting waarin de betrokkene is geplaatst Onze Minister tot plaatsing in een gevangenis adviseert. + +**3.** Bij het voorstel tot plaatsing of beëindiging daarvan wordt het in artikel 13, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht genoemde advies overgelegd. ### Artikel 42 -Vervallen +**1.** De plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf die tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd, geschiedt in beginsel nadat eenderde van de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer is gelegd. + +**2.** In het geval dat na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak er geen strafrestant bestaat dan wel het strafrestant te kort is om de plaatsing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn te doen geschieden, geschiedt de plaatsing zo spoedig mogelijk na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak, tenzij met inachtneming van artikel 43, tweede lid, wordt besloten tot een latere plaatsing. + +**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel wordt voor de bepaling van de duur van de opgelegde vrijheidsstraf onder de opgelegde gevangenisstraf tevens begrepen alle vrijheidsstraffen die de veroordeelde krachtens andere onherroepelijke rechterlijke uitspraken dient te ondergaan. ### Artikel 43 -Vervallen +**1.** In afwijking van artikel 42, eerste lid, kan de plaatsing van een veroordeelde tot gevangenisstraf die tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd om de volgende redenen op een eerder of later tijdstip dan vermeld in artikel 42, eerste lid, geschieden. + +**2.** + +Redenen voor plaatsing op een later tijdstip dan vermeld in artikel 42, eerste lid, kunnen zijn + +a. het advies van de rechter, bedoeld in artikel 37b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, +b. adviezen van gedragsdeskundigen die zijn uitgebracht over de veroordeelde waaruit naar voren komt dat deze niet toegankelijk is voor behandeling, +c. gebleken is dat de veroordeelde extreem vluchtgevaarlijk is. + +**3.** + +Redenen voor plaatsing op een eerder tijdstip dan vermeld in artikel 42, eerste lid, kunnen zijn + +a. het advies van de rechter, bedoeld in artikel 37b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, +b. de noodzaak tot spoedige behandeling van de veroordeelde, +c. het verblijf in de penitentiaire inrichting, indien dit leidt tot ernstige gedragsproblemen van de veroordeelde, +d. de leeftijd van de veroordeelde, indien deze jonger is dan 23 jaar. ### Artikel 44 -Vervallen +**1.** Ten aanzien van veroordeelden tot gevangenisstraf die tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd wordt zo spoedig mogelijk na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak een plaatsingsadvies uitgebracht. Onze Minister geeft nadere regels over de te volgen procedure bij plaatsingsadviezen. + +**2.** Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde veroordeelden vindt jaarlijks, voor de eerste maal een jaar na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak, een beoordeling plaats omtrent de noodzaak tot plaatsing in een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Onze Minister geeft nadere regels voor de te volgen procedure bij de beoordelingen. ### Artikel 44a -Vervallen +Aan de gedetineerde wordt van de beslissing van Onze Minister tot plaatsing in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en tot beëindiging van zijn verblijf in die inrichting onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling gedaan. Daarbij wordt de gedetineerde gewezen op de mogelijkheid van het instellen van beroep, bedoeld in hoofdstuk XVI van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden. -## Hoofdstuk 9A. Bijzondere bepalingen met betrekking tot veroordeelden tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders +## Hoofdstuk 9A. Bijzondere bepalingen met betrekking tot veroordeelden tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden ### Artikel 44b In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -a. maatregel: plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht; -b. inrichting: inrichting voor stelselmatige daders als bedoeld in artikel 10a van de wet; -c. betrokkene: persoon aan wie de maatregel is opgelegd tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders; -d. college van burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouders van de gemeente die deelneemt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel, als bedoeld in artikel 38o, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; -e. verblijfsplan: verblijfsplan als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de wet; +a. maatregel: plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht; +b. inrichting: inrichting voor de opvang van verslaafden als bedoeld in artikel 10a van de wet; +c. betrokkene: persoon aan wie de maatregel is opgelegd tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden; +d. gemeentebestuur: gemeentebestuur van de gemeente die deelneemt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel, als bedoeld in artikel 38o, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; +e. plan van opvang: plan van opvang als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de wet; f. evaluatie: evaluatie als bedoeld in artikel 18c van de wet. ### Artikel 44c @@ -677,41 +526,43 @@ Hoofdstuk 3 is niet van toepassing op de tenuitvoerlegging van de maatregel. ### Artikel 44d -**1.** De tenuitvoerlegging van de maatregel vindt plaats in een inrichting. +**1.** De tenuitvoerlegging van de maatregel vindt plaats in drie fasen. -**2.** De directeur kan betrokkene overeenkomstig bij regeling van Onze Minister te stellen nadere regels toestemming verlenen om de inrichting tijdelijk te verlaten. +**2.** De tenuitvoerlegging in de eerste en tweede fase vindt plaats in een inrichting in een regime van beperkte gemeenschap. De directeur bepaalt in de huisregels welke regimes van toepassing zijn. -**3.** De tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel kan plaatsvinden buiten de inrichting. +**3.** De directeur kan betrokkene overeenkomstig bij regeling van Onze Minister te stellen nadere regels toestemming verlenen om de inrichting in de tweede fase tijdelijk te verlaten. + +**4.** De tenuitvoerlegging in de derde fase vindt plaats buiten de inrichting. ### Artikel 44e -**1.** De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting ligt bij de directeur. +**1.** De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de maatregel in de derde fase ligt bij de directeur. -**2.** De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting ligt bij het college van burgemeester en wethouders. +**2.** De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregel in de derde fase ligt bij het gemeentebestuur. ### Artikel 44f **1.** -Onze Minister en het college van burgemeester en wethouders maken nadere afspraken over de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting. Daarin worden in ieder geval afspraken gemaakt over: +Onze Minister en het gemeentebestuur sluiten een convenant over de tenuitvoerlegging van de derde fase. Daarin worden in ieder geval afspraken gemaakt over: -a. huisvesting; -b. arbeid; +a. huisvesting, +b. arbeid en c. dagbesteding van de betrokkene. -**2.** De kosten van de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel, voor zover die betrekking hebben op het verblijf buiten de inrichting, komen ten laste van de gemeente, onverminderd het recht van betrokkene op een socialezekerheidsuitkering. +**2.** De kosten van de tenuitvoerlegging van de derde fase, voor zover die betrekking hebben op de opvang buiten de inrichting, komen ten laste van de gemeente, onverminderd het recht van betrokkene op een socialezekerheidsuitkering. ### Artikel 44g -**1.** Het verblijfsplan bestrijkt de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel. Het plan wordt in zijn geheel of in gedeelten vastgesteld door de directeur. Het verblijfsplan voor de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting wordt vastgesteld door de directeur en het college van burgemeester en wethouders. +**1.** Het plan van opvang bestrijkt de drie fasen van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Het plan wordt in zijn geheel of in gedeelten, voor elk van de fasen of onderdelen daarvan, vastgesteld. Het plan van opvang voor de eerste en tweede fase wordt vastgesteld door de directeur. Het plan van opvang voor de derde fase wordt vastgesteld door de directeur en het gemeentebestuur. -**2.** Indien een programma als bedoeld in artikel 44j wordt aangeboden, wordt bij de opstelling van het verblijfsplan het oordeel ingewonnen van degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de onderdelen van dat programma. +**2.** Bij de opstelling van het plan van opvang wordt het oordeel ingewonnen van degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 44j. ### Artikel 44h -**1.** Het verblijfsplan kan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 18c, derde lid, van de wet, betrokken. +**1.** Gedurende de opvang kan het plan van opvang worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 18c, derde lid, van de wet, betrokken. -**2.** Een wijziging in het verblijfsplan wordt zo veel mogelijk in overleg met betrokkene vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan meegedeeld. +**2.** Een wijziging in het plan van opvang wordt zo veel mogelijk in overleg met betrokkene vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan meegedeeld. **3.** Artikel 44g is van overeenkomstige toepassing. @@ -719,32 +570,21 @@ c. dagbesteding van de betrokkene. **1.** -In het verblijfsplan worden in ieder geval opgenomen: +In het plan van opvang worden in ieder geval opgenomen: a. een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene; -b. een individueel begeleidingsplan. +b. een individueel begeleidingsplan; +c. een programma; +d. de voorwaarden die zijn verbonden aan deelneming aan het programma, de afspraken met betrokkene over deelneming daaraan en de gevolgen van het niet nakomen van die afspraken; +e. de naam van de trajectbegeleider, bedoeld in artikel 44k. -**2.** +**2.** De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde afspraken houden in ieder geval in dat betrokkene zich schriftelijk bereid verklaart deel te nemen aan het programma en te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. -Indien een programma wordt aangeboden, wordt in het verblijfsplan ook opgenomen: - -a. het programma; -b. de voorwaarden die zijn verbonden aan deelneming aan het programma, de afspraken met betrokkene over deelneming daaraan en de gevolgen van het niet nakomen van die afspraken; -c. de naam van de trajectcoördinator, bedoeld in artikel 44k. - -**3.** De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde afspraken houden in ieder geval in dat betrokkene zich schriftelijk bereid verklaart deel te nemen aan het programma en te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. - -**4.** Het verblijfsplan wordt opgenomen in het penitentiair dossier. +**3.** Het plan van opvang wordt opgenomen in het penitentiair dossier. ### Artikel 44j -**1.** Gedurende het verblijf wordt een programma aangeboden, indien aannemelijk is dat betrokkene in staat en bereid is aan een programma deel te nemen. - -**2.** Indien ten aanzien van de betrokkene een specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, wordt in het programma met die problematiek rekening gehouden. - -**3.** - -Het programma is in ieder geval gericht op de ontwikkeling van vaardigheden van betrokkene ten aanzien van: +In de opvang wordt een programma aangeboden dat in ieder geval is gericht op de ontwikkeling van vaardigheden van betrokkene ten aanzien van: a. zelfzorg en hygiëne; b. arbeid; @@ -756,45 +596,47 @@ g. sociale omgang. ### Artikel 44k -Indien een programma wordt aangeboden, wijst de directeur voor de betrokkene een trajectcoördinator aan. - -De trajectcoördinator heeft tot taak: - -a. betrokkene gedurende het gehele verblijf te begeleiden; -b. toezicht uit te oefenen op de naleving van de afspraken met betrokkene en op het voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan het programma; -c. over het verblijfsplan te rapporteren en te adviseren aan de directeur en, wat de laatste fase buiten de inrichting betreft, ook aan het college van burgemeester en wethouders; -d. verbindingen te leggen tussen de instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. - -### Artikel 44l - -**1.** De selectiefunctionaris beslist over plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase op de grondslag van een advies van de directeur en het college van burgemeester en wethouders. Alvorens te adviseren winnen de directeur en het college van burgemeester en wethouders het oordeel van de trajectcoördinator in. +**1.** De directeur wijst in overeenstemming met de stichting verslavingsreclassering GGZ Nederland voor iedere betrokkene een trajectbegeleider aan. **2.** -Bij de beslissing over plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: +De trajectbegeleider heeft tot taak: -a. het verloop van de tenuitvoerlegging, waaronder het gedrag van betrokkene, het nakomen van afspraken door hem en zijn gemotiveerdheid; -b. het gevaar voor recidive; -c. de mate waarin hij in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te dragen. +a. betrokkene gedurende de gehele opvang te begeleiden; +b. toezicht uit te oefenen op de naleving van de afspraken met betrokkene en op het voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan het programma; +c. over het plan van opvang te rapporteren en te adviseren aan de directeur en, wat de derde fase betreft, ook aan het gemeentebestuur; +d. verbindingen te leggen tussen de onderscheiden fasen en tussen de instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. + +### Artikel 44l + +**1.** De directeur beslist over plaatsing in de tweede fase. Alvorens te beslissen wint hij het oordeel van de trajectbegeleider in. + +**2.** De selectiefunctionaris beslist over plaatsing in de derde fase op de grondslag van een advies van de directeur en het gemeentebestuur. Alvorens te adviseren winnen de directeur en het gemeentebestuur het oordeel van de trajectbegeleider in. **3.** -Aan de plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase worden, behoudens nader door de directeur of het college van burgemeester en wethouders te stellen bijzondere voorwaarden, de volgende algemene voorwaarden gesteld: +Bij de beslissing over plaatsing in de derde fase worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: -a. betrokkene gedraagt zich overeenkomstig de aanwijzingen van de trajectcoördinator en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma en verschaft aan dezen alle verlangde inlichtingen; -b. hij doet tevoren melding aan de trajectcoördinator van een verandering van betrekking of woonplaats; +a. het verloop van de opvang in de eerste en tweede fase, waaronder het gedrag van betrokkene, het nakomen van afspraken door hem en zijn gemotiveerdheid; +b. het gevaar voor recidive; +c. de mate waarin hij in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te dragen. + +**4.** + +Aan de plaatsing in de derde fase worden, behoudens nader door de directeur of het gemeentebestuur te stellen bijzondere voorwaarden, de volgende algemene voorwaarden gesteld: + +a. betrokkene gedraagt zich overeenkomstig de aanwijzingen van de trajectbegeleider en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma en verschaft aan dezen alle verlangde inlichtingen; +b. hij doet tevoren melding aan de trajectbegeleider van een verandering van betrekking of woonplaats; c. hij maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit; d. hij onthoudt zich van het gebruik van een middel, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. -**4.** Van het stellen van bijzondere voorwaarden doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. - -**5.** Betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase. Artikel 18, tweede en derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot plaatsing in de derde fase. Artikel 18, tweede en derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 44m -**1.** Indien betrokkene niet of niet meer in staat of bereid is deel te nemen aan het programma in de laatste fase buiten de inrichting dan wel te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden, kan de selectiefunctionaris hem op de grondslag van een advies van de directeur terugplaatsen in de inrichting. +**1.** Indien betrokkene niet of niet meer bereid is deel te nemen aan het programma in de derde fase dan wel te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden, kan de selectiefunctionaris hem op de grondslag van een advies van de directeur terugplaatsen in de inrichting. -**2.** Alvorens te adviseren aan de selectiefunctionaris wint de directeur het oordeel van het college van burgemeester en wethouders- en de trajectcoördinator in. +**2.** Alvorens te adviseren aan de selectiefunctionaris wint de directeur het oordeel van het gemeentebestuur en de trajectbegeleider in. **3.** Betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid. Artikel 17, tweede tot en met vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. @@ -802,22 +644,20 @@ d. hij onthoudt zich van het gebruik van een middel, vermeld op de bij de Opiumw **1.** -Bij overtreding van de in artikel 44l, derde lid, bedoelde voorwaarden kan de directeur beslissen tot: +Bij overtreding van de in artikel 44l, vierde lid, bedoelde voorwaarden kan de directeur beslissen tot: a. het geven van een waarschuwing aan betrokkene; -b. wijziging of aanvulling van de aan plaatsing buiten de inrichting gestelde bijzondere voorwaarden. +b. wijziging of aanvulling van de aan plaatsing gestelde bijzondere voorwaarden. -**2.** +**2.** De directeur neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat hij het oordeel van de trajectbegeleider heeft ingewonnen en heeft overlegd met het gemeentebestuur. -De directeur neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat hij het oordeel van de trajectcoördinator heeft ingewonnen en heeft overlegd met het college van burgemeester en wethouders. +**3.** De directeur geeft betrokkene van een beslissing als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. -De directeur geeft betrokkene van een beslissing als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. - -Van de overtreding van de voorwaarden en een beslissing als bedoeld in het eerste lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. +**4.** Van het stellen van bijzondere voorwaarden, de overtreding van de voorwaarden en een beslissing als bedoeld in het eerste lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. ### Artikel 44o -De artikelen 15, eerste en tweede lid, en 17, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting. +De artikelen 15, eerste en tweede lid, en 17, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van de maatregel in de derde fase. ### Artikel 44p @@ -827,22 +667,23 @@ De artikelen 15, eerste en tweede lid, en 17, eerste lid, zijn van overeenkomsti ### Artikel 44q -**1.** De directeur voert de evaluatie uit van het verloop van het verblijf in de inrichting. De directeur en het college van burgemeester en wethouders voeren de evaluatie uit van het verloop van het verblijf buiten de inrichting in de laatste fase. +**1.** De directeur voert de evaluatie uit van het verloop van de opvang in de eerste en tweede fase. De directeur en het gemeentebestuur voeren de evaluatie uit van het verloop van de opvang in de derde fase. -**2.** +**2.** Het evaluatieverslag wordt gemaakt voor het einde van iedere fase. -In het evaluatieverslag wordt een visie op de persoon van betrokkene gegeven. +**3.** -Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de volgende aspecten ten aanzien van hem: +In het evaluatieverslag wordt een visie op de persoon van betrokkene gegeven.Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de volgende aspecten ten aanzien van hem: a. zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid en het herstel daarvan; b. de ontwikkeling van zijn vaardigheden met het oog op zijn terugkeer in de maatschappij en de beëindiging van zijn recidive; c. de ontwikkeling van zijn motivatie tot gedragsverandering; -d. zijn oordeel over het verblijf; -e. incidenten waarbij hij betrokken is geweest; -f. punten die van belang zijn voor de nazorg. +d. zijn oordeel over de opvang; +e. incidenten waarbij hij betrokken is geweest. -**3.** Het verslag komt tot stand in samenwerking met de trajectcoördinator, indien deze is aangewezen, en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. +**4.** Het verslag bevat punten die van belang zijn voor de opvang in de volgende fase. Het laatste evaluatieverslag bevat punten die van belang zijn voor de nazorg. + +**5.** Het verslag komt tot stand in samenwerking met de trajectbegeleider en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. ## Hoofdstuk 10. Vergoedingen beklag- en beroepsprocedures @@ -860,7 +701,7 @@ De gedetineerde ontvangt bij invrijheidstelling reisgeld voor een reis of reisge ### Artikel 47 -Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg komen ten laste van de Staat de kosten van geneeskundige verzorging van de gedetineerde die in een inrichting gevangenisstraf of hechtenis ondergaat. +Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Algemene wet bijzondere ziektekosten komen ten laste van de Staat de kosten van geneeskundige verzorging van de gedetineerde die in een inrichting gevangenisstraf of hechtenis ondergaat, voor zover de gedetineerde niet als verplicht verzekerde aanspraak kan maken op verstrekkingen krachtens de Ziekenfondswet. ### Artikel 48 @@ -912,7 +753,7 @@ Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbi ### Artikel 59 -Dit besluit berust mede op de artikelen 4, zesde lid, en 18a, zesde lid, van de Penitentiaire beginselenwet. +De Gevangenismaatregel wordt ingetrokken. ### Artikel 60