diff --git a/wet/wet-rol-werknemers-bij-de-europese-vennootschap/BWBR0018115/README.md b/wet/wet-rol-werknemers-bij-de-europese-vennootschap/BWBR0018115/README.md index f88275f4431..7fc37694f2c 100644 --- a/wet/wet-rol-werknemers-bij-de-europese-vennootschap/BWBR0018115/README.md +++ b/wet/wet-rol-werknemers-bij-de-europese-vennootschap/BWBR0018115/README.md @@ -50,7 +50,7 @@ met dien verstande, dat indien het bestuursorgaan overeenkomstig een onderlinge *raadpleging*: dialoog en uitwisseling van standpunten tussen de SE en de SE-ondernemingsraad of de werknemersvertegenwoordigers; -*richtlijn*: de richtlijn nr. 2001/86/EG van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PbEG L 294); +*richtlijn*: de richtlijn nr. 2001/86/EG van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PbEG L 294); *rol van de werknemers*: elke procedure, met inbegrip van informatie, raadpleging en medezeggenschap, die de werknemersvertegenwoordigers in staat stelt invloed uit te oefenen op de binnen de vennootschap te nemen besluiten; @@ -58,7 +58,7 @@ met dien verstande, dat indien het bestuursorgaan overeenkomstig een onderlinge *toezichthoudend orgaan, leidinggevend orgaan of bestuursorgaan van de SE*: wat daaronder wordt verstaan in de verordening; -*verordening*: de verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294). +*verordening*: de verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294). **2.** Handelen of nalaten door het bestuur van de SE of van de deelnemende vennootschappen, wordt toegerekend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die de onderneming in stand houdt. @@ -139,11 +139,11 @@ b. voor zover het in de overige lidstaten werkzame personen betreft: hetgeen het ### Artikel 1:5 -**1.** Iedere belanghebbende kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verzoeken te bepalen dat gevolg dient te worden gegeven aan hetgeen is bepaald bij dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 1:4 voor zo ver het tweede lid niet anders bepaalt, of bij een overeenkomst als bedoeld in 1:18. Een bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SE-ondernemingsraad, ingesteld krachtens dit hoofdstuk, kunnen niet in de proceskosten van deze procedure worden veroordeeld. +**1.** Iedere belanghebbende kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam verzoeken te bepalen dat gevolg dient te worden gegeven aan hetgeen is bepaald bij dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 1:4 voor zo ver het tweede lid niet anders bepaalt, of bij een overeenkomst als bedoeld in 1:18. Een bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SE-ondernemingsraad, ingesteld krachtens dit hoofdstuk, kunnen niet in de proceskosten van deze procedure worden veroordeeld. **2.** -De bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SE-ondernemingsraad kunnen aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verzoeken om: +De bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SE-ondernemingsraad kunnen aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam verzoeken om: a. krachtens artikel 1:4, vierde en vijfde lid, 1:12, tweede lid, of 1:26, derde lid, opgelegde geheimhouding op te heffen op de grond dat degene die de geheimhouding heeft opgelegd bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het opleggen van geheimhouding had kunnen besluiten; b. degene die informatie heeft geweigerd krachtens artikel 1:12, tweede lid, of 1:26, derde lid, te verplichten tot het verstrekken van informatie op de grond dat deze bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het weigeren van informatie had kunnen besluiten. @@ -596,7 +596,7 @@ met dien verstande, dat indien het bestuursorgaan overeenkomstig een onderlinge *raadpleging*: dialoog en uitwisseling van standpunten tussen de SCE en de SCE-ondernemingsraad of de werknemersvertegenwoordigers; -*richtlijn*: de richtlijn nr. 2003/72/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PbEG L 207); +*richtlijn*: de richtlijn nr. 2003/72/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PbEG L 207); *rol van de werknemers*: elke procedure, met inbegrip van informatie, raadpleging en medezeggenschap, die de werknemersvertegenwoordigers in staat stelt invloed uit te oefenen op binnen het juridisch lichaam te nemen besluiten; @@ -604,7 +604,7 @@ met dien verstande, dat indien het bestuursorgaan overeenkomstig een onderlinge *toezichthoudend orgaan, leidinggevend orgaan of bestuursorgaan van de SCE*: wat daaronder wordt verstaan in de verordening; -*verordening*: de verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PbEG L 207). +*verordening*: de verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PbEG L 207). **2.** Handelen of nalaten door het bestuur van de SCE of van de deelnemende juridische lichamen, wordt toegerekend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die de onderneming in stand houdt. @@ -631,7 +631,7 @@ b. de overeenkomstige rechten van personen of organen die handelen onder eigen n **4.** Voor de toepassing van het eerste lid worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend. -**5.** Geen moederonderneming is een onderneming als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder a of c, van verordening (EEG) 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 (PbEG L 395) betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. +**5.** Geen moederonderneming is een onderneming als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder a of c, van verordening (EEG) 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 (PbEG L 395) betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. **6.** Het recht van een lidstaat dat op een juridisch lichaam van toepassing is, bepaalt of dat juridisch lichaam een moederonderneming is als bedoeld in het eerste lid. @@ -685,11 +685,11 @@ b. voor zover het in de overige lidstaten werkzame personen betreft: hetgeen het ### Artikel 2:5 -**1.** Iedere belanghebbende kan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verzoeken te bepalen dat gevolg dient te worden gegeven aan hetgeen is bepaald bij dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 2:4 voor zover het tweede lid niet anders bepaalt, of bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 2:19. Een bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SCE-ondernemingsraad, ingesteld krachtens dit hoofdstuk, kunnen niet in de proceskosten van deze procedure worden veroordeeld. +**1.** Iedere belanghebbende kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam verzoeken te bepalen dat gevolg dient te worden gegeven aan hetgeen is bepaald bij dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 2:4 voor zover het tweede lid niet anders bepaalt, of bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 2:19. Een bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SCE-ondernemingsraad, ingesteld krachtens dit hoofdstuk, kunnen niet in de proceskosten van deze procedure worden veroordeeld. **2.** -De bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SCE-ondernemingsraad kunnen aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verzoeken om: +De bijzondere onderhandelingsgroep of de leden daarvan en een SCE-ondernemingsraad kunnen aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam verzoeken om: a. krachtens artikel 2:4, vierde en vijfde lid, 2:13, tweede lid of 2:28, derde lid, opgelegde geheimhouding op te heffen op de grond dat degene die de geheimhouding heeft opgelegd bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het opleggen van geheimhouding had kunnen besluiten; b. degene die informatie heeft geweigerd krachtens artikel 2:13, tweede lid, of 2:28, derde lid, te verplichten tot het verstrekken van informatie op de grond dat deze bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het weigeren van informatie had kunnen besluiten.