2005-12-29 | BWBR0019152 | Reïntegratiebesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2005-12-29 12:00:00 +00:00
parent b5497ed750
commit 0f7a35e51e

View file

@ -0,0 +1,294 @@
---
titel: Reïntegratiebesluit
bwb_id: BWBR0019152
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-12-29'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0019152
citeertitel: Reïntegratiebesluit
---
# Reïntegratiebesluit
### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, de WAJONG of de WAO;
b. Wet IWIA: Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
c. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
e. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
f. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
### Artikel 2
**1.**
Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA of een voorziening als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, artikel 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA, wordt niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft:
a. die algemeen gebruikelijk is; of
b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een in dat lid bedoelde subsidie of voorziening worden verstrekt respectievelijk worden verleend indien deze dient ter vergoeding van kosten of voorzieningen waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is en die vrijwel uitsluitend is geïndiceerd voor de werksituatie, dan wel vrijwel uitsluitend kan worden gebruikt voor of in de werksituatie.
**3.** Bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening.
### Artikel 3
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA wordt niet verstrekt indien de kosten, bedoeld in dat artikel, minder bedragen dan 1,85 maal het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals laatstgenoemd artikel luidde op 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.
**2.** Indien de gezamenlijke waarde van voorzieningen waarvoor in een kalenderjaar een subsidie is aangevraagd als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA, een bedrag ter hoogte van 1,85 maal het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag overtreft, kan het UWV de werkgever subsidie verstrekken ter hoogte van die gezamenlijke waarde.
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de verlening van voorzieningen als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA.
### Artikel 4
Een voorziening als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien deze in overwegende mate op het individu is gericht.
### Paragraaf 2. Voorzieningen
### Artikel 5
**1.** Vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wet WIA, worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd of voortzetting van een verleende voorziening wordt overwogen, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
**2.** Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van het eerste lid de som van het inkomen over het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie.
**3.** Onder vervoersvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan een bruikleenauto, een taxikostenvergoeding en een kilometervergoeding voor het gebruik van een eigen auto of van een bruikleenauto.
**4.**
Bij ministeriële regeling:
a. worden regels gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, waarbij kan worden bepaald dat bij de vaststelling van het inkomen mede in aanmerking wordt genomen het inkomen van de echtgenoot, de partner of een ander gezinslid van de in het eerste lid bedoelde persoon;
b. kan het in het eerste lid bedoelde percentage voor categorieën van personen worden verhoogd; en
c. kan worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt bij de verlening van nader te bepalen vervoersvoorzieningen.
**5.** Beëindiging van de vervoersvoorziening wegens overschrijding van de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van de datum gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen beëindiging in kennis is gesteld.
### Artikel 6
**1.** Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Wet WIA of artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd.
**2.** Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien op grond van artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA een vervoersvoorziening is verleend.
**3.** Na beëindiging van een vervoersvoorziening, verleend op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA of artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA, wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden.
### Artikel 7
**1.** De verlening van een intermediaire activiteit als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de Wet WIA, vindt plaats door vergoeding van de kosten voor de bemiddeling bij het vinden van en voor het gebruik van een intermediaire activiteit.
**2.** De voorziening, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste worden verleend voor het aantal uren dat overeenkomt met 15% van het aantal door de persoon met een auditieve, motorische en visuelehandicap te werken uren per kalenderjaar.
**3.** Het UWV kan van het in het tweede lid bedoelde percentage afwijken voorzover toepassing daarvan, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verlening van een intermediaire activiteit op grond van artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA.
### Artikel 8
**1.** Het UWV kan indien een of meer feiten op grond waarvan een voorziening als bedoeld in artikel 35 van de Wet WIA of artikel 2.17 van de Wet IWIA is verleend, zodanig wijzigen dat de verlening van de voorziening niet langer is aangewezen, of indien een met betrekking tot een voorziening afgesloten bruikleencontract afloopt, een belanghebbende de niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleende voorziening doen behouden of doen kopen, voor een prijs die de op dat moment in het maatschappelijke verkeer geldende waarde van een dergelijke voorziening niet te boven gaat.
**2.** Indien de voorziening, bedoeld in het eerste lid, een vervoermiddel betreft, wordt bij het bepalen van de prijs, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de voorziening zonder specifieke aanpassingen.
### Paragraaf 3. Subsidieregeling werkgevers
### Artikel 9
Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA verstrekt de werkgever ten minste de volgende gegevens:
a. het aansluitingsnummer van de werkgever bij het UWV;
b. het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer;
c. de naam van de werknemer;
d. de datum van aanvang, de aard en de omvang van de dienstbetrekking;
e. het loon van de werknemer;
f. een overzicht van de gemaakte of de te maken kosten;
g. een onderbouwing van de noodzaak tot het maken van de kosten;
h. gegevens waaruit blijkt op grond waarvan de werknemer volgens de werkgever een structurele functionele beperking heeft; en
i. een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO of artikel 25, tweede lid, van de Wet WIA.
### Artikel 10
**1.** Bij de beoordeling en de berekening van de kosten, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA, wordt de omzetbelasting buiten beschouwing gelaten, tenzij de werkgever aantoont dat deze door hem niet kan worden verrekend.
**2.** Indien het totaal van de kosten, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA, meer bedraagt dan € 22 689 wordt bij de bepaling van de hoogte van de subsidie, bedoeld in dat artikel, rekening gehouden met het bedrijfseconomisch voordeel voor de werkgever bij de te treffen voorziening. De vaststelling van het bedrijfseconomisch voordeel geschiedt met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer aanvaarde bedrijfseconomische normen.
### Artikel 11
**1.**
Indien de werkgever een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA in dienst heeft gehouden, bedraagt het in dat onderdeel bedoeld bedrag:
a. € 450,, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; en
b. € 2000,, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het in onderdeel a bedoelde minimumloon bedraagt.
**2.**
Indien de werkgever een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA in dienst heeft genomen, bedraagt het in dat onderdeel bedoelde bedrag:
a. € 1350,, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt; en
b. € 6000,, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de subsidie, bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA wordt verstrekt ten behoeve van een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA voor wie de werkgever geen korting als bedoeld in artikel 49 van de Wet financiering sociale verzekeringen kan toepassen.
### Artikel 12
**1.** Een beschikking tot subsidieverstrekking kan op aanvraag van de werkgever door het UWV worden herzien, indien de periode van drie respectievelijk één jaar, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de Wet WIA, voortijdig wordt beëindigd op initiatief van de werknemer of omdat de werknemer wegens arbeidsongeschiktheid definitief niet in de dienstbetrekking terugkeert, terwijl de werkgever kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Wet WIA. De bedragen, bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA, worden verlaagd naar evenredigheid van de kortere duur van de dienstbetrekking.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het UWV nadat de kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn gemaakt, vaststelt dat bij de werkgever geen passende arbeid aanwezig is.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de uitvoering van dit artikel.
### Paragraaf 4. Voorzieningen t.b.v. zelfstandigenarbeid
### Artikel 13
**1.** Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ vervoersvoorzieningen verlenen die ertoe strekken dat die persoon zijn werkplek of opleidingslokatie kan bereiken.
**2.** Het UWV kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid op aanvraag vervoersvoorzieningen verlenen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Op de verlening van voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn de artikelen 5, 6 en 8 van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het UWV kan een voorziening als bedoeld in het eerste lid gedurende ten hoogste zes maanden verlengen indien het recht op die voorziening eindigt omdat de in het eerste lid bedoelde persoon ten gevolge van het verrichten van arbeid als zelfstandige geen recht meer heeft op een uitkering.
### Artikel 14
**1.** Het UWV kan op aanvraag ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ met een auditieve, visuele of motorische handicap intermediaire activiteiten verlenen.
**2.** Artikel 7, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid.
**3.** Het UWV kan een voorziening als bedoeld in het eerste lid gedurende ten hoogste twee maanden verlengen indien het recht op die voorziening eindigt omdat de in het eerste lid bedoelde persoon ten gevolge van het verrichten van arbeid als zelfstandige geen recht meer heeft op een uitkering.
### Artikel 15
**1.**
Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ, ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal een lening of borgtocht verstrekken ter hoogte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag indien:
a. de arbeidsmarktpositie van die persoon daartoe aanleiding geeft; en
b. het starten van het bedrijf naar het oordeel van het UWV voor betrokkene een reële optie is, gelet op diens beperking als gevolg van de handicap en het door hem opgestelde bedrijfsplan.
**2.**
Het UWV verstrekt geen lening of borgtocht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, indien:
a. die persoon surséance van betaling heeft aangevraagd;
b. die persoon failliet is verklaard en het faillissement voortduurt; of
c. er ten aanzien van het faillissement van die persoon geen schuldsanering heeft plaatsgevonden.
### Paragraaf 5. Loon- en inkomenssuppletie
### Artikel 16
**1.**
De hoogte van de loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c van de WAO, artikel 67a van de WAZ of artikel 59f van de WAJONG, bedraagt:
a. gedurende het eerste jaar 100%,
b. gedurende het tweede jaar 75%,
c. gedurende het derde jaar 50% en
d. gedurende het vierde jaar 25%
van het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die zou worden verkregen indien de resterende verdiencapaciteit per uur bezien zou worden verlaagd tot het feitelijk door betrokkene per uur verdiende loon en het bedrag van de feitelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, met dien verstande dat de loonsuppletie niet meer bedraagt dan 20% van zijn resterende verdiencapaciteit.
**2.** Indien betrokkene in de dienstbetrekking waarvoor loonsuppletie wordt verstrekt minder uren werkt dan waartoe hij bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in staat wordt geacht, wordt het bedrag van de loonsuppletie vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren waarin in deze dienstbetrekking arbeid wordt verricht en de noemer door het aantal uren waarop de resterende verdiencapaciteit is gebaseerd.
**3.**
De loonsuppletie bedraagt tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, het loon en, indien van toepassing,
a. het inkomen uit bedrijf of beroep,
b. de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 17,
c. een uitkering op grond van de Ziektewet of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering,
d. een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering,
e. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg, of
f. een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
### Artikel 17
**1.**
De hoogte van de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 65d van de WAO, artikel 67b van de WAZ of artikel 59g van de WAJONG, bedraagt:
a. gedurende het eerste jaar 100%,
b. gedurende het tweede jaar 75%,
c. gedurende het derde jaar 50% en
d. gedurende het vierde jaar 25%
van het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die zou worden verkregen indien de resterende verdiencapaciteit per uur bezien zou worden verlaagd tot het feitelijk door betrokkene per uur verdiende inkomen en het bedrag van de feitelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, met dien verstande dat de inkomenssuppletie niet meer bedraagt dan 20% van zijn resterende verdiencapaciteit.
**2.** Indien betrokkene in het bedrijf of beroep minder uren werkt dan waartoe hij bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in staat wordt geacht, wordt het bedrag van de inkomenssuppletie vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren waarin in het bedrijf of beroep arbeid wordt verricht en de noemer door het aantal uren waarop de resterende verdiencapaciteit is gebaseerd.
**3.**
De inkomenssuppletie bedraagt tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, het inkomen uit het bedrijf of beroep en, indien van toepassing,
a. het loon,
b. de loonsuppletie, bedoeld in artikel 16,
c. een uitkering op grond van de Ziektewet of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering,
d. een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering,
e. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg, of
f. een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
### Paragraaf 6. Overige instrumenten
### Artikel 18
**1.** De persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning.
**2.**
De persoonlijke ondersteuning wordt slechts verleend indien:
a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken;
b. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten; en
c. de persoonlijke ondersteuning wordt gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het UWV erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning als bedoeld in onderdeel a.
**3.** De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.
**4.** Het UWV kan van de in het derde lid bedoelde percentages afwijken voorzover toepassing daarvan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
### Artikel 19
**1.**
Onder voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA, worden uitsluitend verstaan:
a. vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de persoon, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet IWIA, zijn opleidingslokatie kan bereiken;
b. intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een auditieve handicap;
c. meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de opleidingslocatie en de bij de opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de persoon, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet IWIA, zijn afgestemd.
**2.** Op de verlening van voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA zijn de artikelen 5, 6 en 8 van overeenkomstige toepassing.
**3.**
Onder voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Wet IWIA worden niet verstaan:
a. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of aanvullingen op die voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald;
c. personele onderwijsfaciliteiten, waaronder in ieder geval worden verstaan activiteiten als remedial teaching, ambulante begeleiding of het geven van begeleidingslessen;
d. voorzieningen voor het vervoer van leerlingen naar en van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs, tenzij artikel V van de wet van 17 januari 2002 houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervoer van leerlingen (Stb. 59) van toepassing is;
e. voorzieningen verband houdende met dyslexie.
### Artikel 20
Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in de artikelen 29b en 90 van de Ziektewet wordt vastgesteld dat hij lijdt aan ziekte of gebreken, die maken dat hij binnen de in artikel 29b, eerste en vierde lid, van die wet bedoelde termijn van vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking respectievelijk na vaststelling van het recht op uitkering een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, wordt die termijn van vijf jaar voor afloop daarvan verlengd, indien op dat moment de ziekte of gebreken dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten naar het oordeel van het UWV nog bestaan.
### Paragraaf 7. Overgangsbepalingen
### Artikel 21
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de persoon ten aanzien van wie de bruikleen van een vervoermiddel, met inachtneming van artikel 23 van de Wet voorzieningen gehandicapten na inwerkingtreding van die wet is voortgezet.
### Artikel 22
Dit besluit treedt in werking met ingang van 29 december 2005.
### Artikel 23
Dit besluit wordt aangehaald als: Reïntegratiebesluit.