2024-01-01 | BWBR0030250 | Wet dieren

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1d6c7cf3e9
commit 0f83eaadaf

View file

@ -354,7 +354,7 @@ g. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts.
### Artikel 2.10
**1.** Het is verboden om dieren behorend tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën te doden, behoudens in gevallen waarin een dier wordt gedood voor de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten of in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
**1.** Het is verboden om dieren behorend tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën te doden, behoudens in gevallen waarin een dier wordt gedood voor de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten of in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Bij algemene maatregel van bestuur worden in elk geval aangewezen de krachtens artikel 2.2, eerste lid, aangewezen zoogdiersoorten en ganzen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het doden, het bedwelmen, het fixeren, het onderbrengen en het verplaatsen van dieren.
@ -453,9 +453,9 @@ c. de uitsluiting van dieren van deelname aan wedstrijden ingeval in de dieren e
d. de wijze waarop de aanwezigheid van een stof in dieren, een bestanddeel daarvan of een omzettingsproduct, wordt aangetoond, en
e. een verbod op het voorhanden, in voorraad of aanwezig hebben van stoffen.
**5.** Het is verboden deel te nemen aan wedstrijden met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht.
**5.** Het is verboden deel te nemen aan wedstrijden met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht.
**6.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht, tot een wedstrijd toe te laten.
**6.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht, tot een wedstrijd toe te laten.
### Artikel 2.16
@ -471,9 +471,9 @@ c. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en zie
d. de bevordering van de instandhouding van diersoorten, en
e. informatie en educatie met betrekking tot de tentoongestelde diersoorten.
**3.** Het is verboden deel te nemen aan tentoonstellingen of keuringen met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht.
**3.** Het is verboden deel te nemen aan tentoonstellingen of keuringen met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht.
**4.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht, tot een tentoonstelling of keuring toe te laten.
**4.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht, tot een tentoonstelling of keuring toe te laten.
### Paragraaf 2. Regels over diervoeders
@ -969,7 +969,7 @@ d. het reinigen en ontsmetten.
### Artikel 5.7
De op grond van deze paragraaf of artikel 5.1, vierde lid, getroffen maatregelen ter preventie of bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen kunnen zo nodig afwijken van het overige bij en krachtens deze wet bepaalde, de Meststoffenwet en hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming.
De op grond van deze paragraaf of artikel 5.1, vierde lid, getroffen maatregelen ter preventie of bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen kunnen zo nodig afwijken van het overige bij en krachtens deze wet bepaalde, de Meststoffenwet en artikel 4.3, in samenhang met artikel 4.31, 4.32, 4.34, 4.36 of 4.38, artikel 5.1, eerste lid, aanhef, onder f of g, tweede lid, aanhef en onder g, wel dan niet in samenhang met artikel 5.18, 5.39 of 5.40, of artikel 5.2, eerste of tweede lid, van de Omgevingswet.
### Artikel 5.8
@ -1028,6 +1028,10 @@ i. een verplichting tot het identificeren en registreren.
**5.** Maatregelen, die krachtens het eerste lid, onderdeel c, worden getroffen met betrekking tot dieren die wegens de opname, de vermoedelijke opname of het gevaar van opname van schadelijke stoffen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren, worden getroffen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
### Artikel 5.10a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 5.11
**1.**
@ -1058,7 +1062,7 @@ l. een verbod op het voederen aan, het toepassen bij of het brengen in de nabijh
**1.**
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot bedrijven, inrichtingen of locaties die de gezondheid van mens of dier in gevaar kunnen brengen en:
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot bedrijven, inrichtingen of locaties die de gezondheid van mens of dier, of het welzijn van dieren in gevaar kunnen brengen en:
a. ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed;
b. waar dieren of producten aanwezig zijn of zijn geweest ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed.
@ -1283,7 +1287,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. *overtreding:* gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens:
1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.18a, 2.20, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 3.7, 5.1, derde lid, tweede volzin, en vierde lid5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.10, 5.11, 5.12 of 10.2, eerste lid;
1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.15, vijfde en zesde lid, 2.16, eerste, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.18a, 2.20, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 3.7, 5.1, derde lid, tweede volzin, en vierde lid5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.10, 5.10a, 5.11, 5.12 of 10.2, eerste lid;
2°. een van de bepalingen, bedoeld in onderdeel a, in samenhang met de artikelen 6.2, eerste lid, 6.4, eerste lid, 7.1, 7.2, eerste of derde lid, 7.5, derde lid, of 10.5, eerste lid;
b. *overtreder:* degene die de overtreding pleegt of mede pleegt.
@ -1315,23 +1319,49 @@ Vervallen
### Artikel 8.11
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.4, 2.1, eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, 2.9, eerste lid, 2.10, eerste lid, en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, zijn misdrijven.
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, 2.9, eerste lid, 2.10, eerste lid, en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, of met de maatregel, als bedoeld in artikel 8.11a zijn misdrijven.
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, zesde lid, 2.2, eerste lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen b, c en d, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, zijn overtredingen.
### Artikel 8.11a
**1.**
Ter beveiliging van de maatschappij, ter bescherming van de goede zeden of ter voorkoming van strafbare feiten die de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadelen, kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:
a. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;
b. waarbij overeenkomstig artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.
**2.**
De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:
a. geen of minder dieren, dan wel bepaalde diersoorten niet, te houden,
b. zich niet op te houden in een bepaald gebied.
**3.** De maatregel kan voor de duur van het leven of voor een periode van ten hoogste dertig jaren worden opgelegd.
**4.** De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een strafbaar feit zal begaan dat de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadeelt.
**5.** Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.
**6.** De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.
### Artikel 8.12
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1 eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.10, eerste lid en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1 eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.10, eerste lid en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.
**3.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.4, 2.1, zesde lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
**3.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, zesde lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
**4.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.2, eerste lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en 2.4, eerste, tweede en derde lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
**4.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.2, eerste lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en 2.4, eerste, tweede en derde lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
**5.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.15, derde lid, worden gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen is georganiseerd, wordt de in het derde lid voorziene hechtenis met een derde verhoogd.
**6.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.4, 2.1, eerste lid, 2.2, achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.
**6.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.
**7.** Gedragingen in strijd met artikel 8.11a worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.
### Artikel 8.13