diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md index cd9415fd42e..8ec010bec95 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md @@ -909,11 +909,11 @@ Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn ### Artikel 54 -**1.** Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet. Het verslag omvat mede een opgave van de ten laste van het college gebleven kosten, bedoeld in artikel 56, eerste lid en is voorzien van een verklaring van de accountant, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de getrouwheid van de verstrekte gegevens en de rechtmatigheid van de uitvoering van de wet, alsmede van een oordeel van de gemeenteraad over de uitvoering van de wet. +**1.** Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. -**2.** Voorafgaand aan het verslag, bedoeld in het eerste lid, dient het college bij Onze Minister een voorlopig verslag in over de uitvoering. +**2.** Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in. -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het voorlopig verslag, het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring. Deze regels kunnen voor categorieën van gemeenten verschillen, waarbij kan worden bepaald dat de verplichting het verslag te voorzien van een verklaring niet van toepassing is. +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering. ### Artikel 55 @@ -921,7 +921,7 @@ Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het college en de gemeenteraad de in het eerste lid bedoelde inlichtingen verzamelen en verstrekken, waarbij kan worden bepaald dat categorieën van gemeenten bepaalde inlichtingen niet hoeven te verzamelen en te verstrekken. -**3.** De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en de bescheiden, bedoeld in artikel 54, worden kosteloos verstrekt. +**3.** De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 54, worden kosteloos verstrekt. ## Hoofdstuk V. Financiering @@ -982,7 +982,9 @@ c. de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 59a. ### Artikel 59c -**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 56 en 58, de vergoeding, bedoeld in artikel 56 en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 59a, vast, binnen een jaar na ontvangst van het verslag en de daarop betrekking hebbende verklaring bedoeld in artikel 54, eerste lid. +**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 56 en 58, de vergoeding, bedoeld in artikel 56 en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 59a, vast, binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. + +**2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, niet of niet volledig is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve vastgesteld. **2.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve vastgesteld. @@ -1001,7 +1003,7 @@ b. niet is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 20 of 20a gestelde regel Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voorzover naar het oordeel van Onze Minister: -a. de tekortkomingen van bijzondere aard of geringe betekenis zijn; +a. de tekortkomingen van bijzondere aard zijn; b. het college zich voldoende heeft ingespannen om de tekortkomingen op te heffen. ### Paragraaf 4. Voorzieningen