2011-08-19 | BWBR0030375 | Inkomstenbelasting, oud regime lijfrenten en toerekening lijfrentetermijnen aan echtgenoot

This commit is contained in:
Coornhert 2011-08-19 12:00:00 +00:00
parent 200750fee6
commit 0fe70e144b

View file

@ -0,0 +1,33 @@
---
titel: Inkomstenbelasting, oud regime lijfrenten en toerekening lijfrentetermijnen
aan echtgenoot
bwb_id: BWBR0030375
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2011-08-25'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030375
citeertitel: Inkomstenbelasting, oud regime lijfrenten en toerekening lijfrentetermijnen
aan echtgenoot
---
# Inkomstenbelasting, oud regime lijfrenten en toerekening lijfrentetermijnen aan echtgenoot
## 1. Inleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## 2. Toepassing van artikel 69 van de Wet IB 1964 op naar nieuw regime omgezette lijfrenten
## 3. Honorering van opgewekt vertrouwen
Het in april 2011 ingenomen standpunt van de Belastingdienst in een specifieke casus heeft ertoe geleid dat in identieke gevallen belastingplichtigen op basis van dat standpunt vaststaande posities hebben ingenomen. Dergelijke posities moeten fiscaal worden behandeld conform het in april 2011 door de Belastingdienst voor de specifieke casus ingenomen standpunt omdat belastingplichtigen daaraan vertrouwen mogen ontlenen.
De specifieke casus betrof een zogenoemde kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die was gesloten door de meestverdienende echtgenoot die ook de lijfrentepremies had afgetrokken. Op het tijdstip van de expiratie van de kapitaalverzekering was de minstverdienende echtgenoot onherroepelijk begunstigde van de lijfrente. De lijfrenteclausule moet daarom ook door de minstverdienende echtgenoot worden uitgevoerd en deze doet dat door het inbrengen van het lijfrentekapitaal in een lijfrentespaarrekening. Langs deze weg is in de eerste plaats een fiscaal geruisloze omzetting mogelijk, ondanks het feit dat de andere echtgenoot dan de echtgenoot die oorspronkelijk verzekeringnemer was, de rechthebbende wordt van de lijfrentespaarrekening of het lijfrentebeleggingsrecht. Bovendien hield het standpunt van de Belastingdienst in dat de uitkeringen die op de lijfrentespaarrekening of het lijfrentebeleggingsrecht worden ontvangen door de minstverdienende echtgenoot, ook daadwerkelijk bij die echtgenoot zouden worden belast. Dit ondanks het feit dat de premies voor de lijfrenteverzekering in het verleden bij de andere, meestverdienende echtgenoot in aftrek zijn gekomen.
Dit in april 2011 ingenomen standpunt van de Belastingdienst blijft gelden voor alle gevallen waarvan aannemelijk is dat uitsluitend op basis van deze standpuntbepaling en nog vóór de dagtekening van het besluit, vóór of door de expiratie van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule de begunstiging onherroepelijk is gewijzigd ten gunste van de minstverdienende echtgenoot. Hieronder vallen in beginsel niet situaties waarin reeds vóór het bekend worden van het standpunt van de Belastingdienst de minstverdienende echtgenoot (onherroepelijk) begunstigde van de lijfrente was. Dit is anders als na de standpuntbepaling door de Belastingdienst, maar vóór de dagtekening van dit besluit, tevens overboeking van het lijfrentekapitaal heeft plaatsgevonden naar een aanbieder van lijfrentespaarrekeningen of lijfrentebeleggingsrechten. Ook deze situaties worden gerespecteerd. Als datum van bekend worden van het standpunt van de Belastingdienst wordt uitgegaan van 6 april 2011.
Met het oog op de beoordeling of sprake is van opgewekt vertrouwen en om dit voor de toekomst vast te leggen, moeten deze situaties vóór 1 januari 2012 worden gemeld aan de voor de belastingplichtige bevoegde inspecteur van de Belastingdienst. Daarbij dienen stukken te worden overgelegd waaruit het tijdstip van onherroepelijk worden van de begunstiging c.q. het tijdstip van overboeking van het lijfrentekapitaal blijkt.
## 4. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de datum van het besluit.