2024-04-17 | BWBR0037946 | Meetcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2024-04-17 12:00:00 +00:00
parent ba143672a0
commit 1009f30243

View file

@ -315,7 +315,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende 5 aaneengesloten d
### Artikel 3.3.1
Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
a. de EAN-code van de aansluiting;
b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting;
@ -334,7 +334,7 @@ e. de meterplaatser is erkend.
### Artikel 3.3.3
Het resultaat van de in artikel 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in artikel 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder.
Het resultaat van de in artikel 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in artikel 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder.
### Artikel 3.3.4
@ -399,7 +399,7 @@ De netbeheerder bewaart de op grond van 3.3.10 ontvangen gegevens tenminste twee
### Artikel 3.4.1
Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
a. de EAN-code van de aansluiting;
b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting;
@ -420,7 +420,7 @@ f. de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting voldoet aan
### Artikel 3.4.3
Het resultaat van de in artikel 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting.
Het resultaat van de in artikel 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting.
Indien niet aan alle in artikel 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt.
@ -773,43 +773,43 @@ Het volume dat gebruikt wordt in artikel 3.9.3 van de Tarievencode elektriciteit
### Artikel 4.3.6.1
Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting, de in B1.1 en B1.2 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst.
Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting, de in B1.1 en B1.2 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst.
### Artikel 4.3.6.2
Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.3 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.3 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
### Artikel 4.3.6.3
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.4 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.4 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
### Artikel 4.3.6.4
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting niet de in B1.5 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting niet de in B1.5 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
### Artikel 4.3.6.5
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.6 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie niet de in B1.6 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking overschrijden.
### Artikel 4.3.6.6
Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting, de in B1.7 en B1.8 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst.
Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting, de in B1.7 en B1.8 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden. Dit geldt ook indien de primaire delen van de meetinrichting niet in het overdrachtspunt van de aansluiting zijn geplaatst.
### Artikel 4.3.6.7
Ingeval van een aansluiting op hoogspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.9 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op hoogspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.9 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
### Artikel 4.3.6.8
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting die is aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.10 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting die is aangesloten via stroomstransformatoren de in B1.10 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
### Artikel 4.3.6.9
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting de in B1.11 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning met een direct aan te sluiten kWh-meter mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting de in B1.11 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
### Artikel 4.3.6.10
Ingeval van een aansluiting op laagspanningsniveau mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.12 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
Ingeval van een aansluiting op laagspanning mag de maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting ten behoeve van een productie-installatie de in B1.12 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijden.
### Artikel 4.3.6.11
@ -821,11 +821,11 @@ c. de afwijking van de netspanning van de nominale waarde bedraagt ten hoogste 1
### Artikel 4.3.6.12
Bij aansluitingen op laagspanningsniveau is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning 230 V.
Bij aansluitingen op laagspanning is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning 230 V.
### Artikel 4.3.6.13
Bij aansluitingen op hoogspanningsniveau is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning de door de netbeheerder toegekende spanning Uc.
Bij aansluitingen op hoogspanning is de in onderdeel c van artikel 4.3.6.11 genoemde nominale waarde van de netspanning de door de netbeheerder toegekende spanning Uc.
### Artikel 4.3.6.14
@ -944,7 +944,7 @@ De validatie en vaststelling zoals bedoeld in 5.2.11 tot en met 5.2.13 vindt pla
### Artikel 5.2.15
De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas.
De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas. Indien artikel 2.4.5 van toepassing is en de aansluiting meerdere verbindingen omvat, bepaalt de meetverantwoordelijke uit de gemeten waarden de ten behoeve van het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas te sturen waarde voor de kWmax van de aansluiting.
### Paragraaf 5.3. Meetgegevensverzameling bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
@ -996,7 +996,7 @@ e. de tijdsynchroniciteit van de meetinrichting en meetperiode blijft binnen de
### Artikel 5.3.10
De meetverantwoordelijke berekent de op grond van 5.3.9 niet-valide meetgegevens overeenkomstig 5.4.3.1 tot en met 5.4.3.4. Alle op grond van paragraaf 5.4.3 gerepareerde meetgegevens gelden als definitief.
De meetverantwoordelijke repareert de op grond van 5.3.9 niet-valide meetgegevens overeenkomstig 5.4.3.1 tot en met 5.4.3.4. Alle op grond van paragraaf 5.4.3 gerepareerde en geschatte meetgegevens gelden als definitief.
### Artikel 5.3.11
@ -1004,7 +1004,7 @@ De meetverantwoordelijke past op de overeenkomstig 5.3.9 en 5.3.10 gevalideerde
### Artikel 5.3.12
De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.2, 6.2.2.3 en 6.2.2.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas.
De meetverantwoordelijke verstuurt de vastgestelde meetgegevens overeenkomstig het bepaalde in 6.2.2.2, 6.2.2.3 en 6.2.2.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas. Indien artikel 2.4.5 van toepassing is en de aansluiting meerdere verbindingen omvat, bepaalt de meetverantwoordelijke uit de gemeten waarden de ten behoeve van het bepaalde in 6.2.2.7 en 6.2.2.8 van de Informatiecode elektriciteit en gas te sturen waarde voor de kWmax van de aansluiting.
### Paragraaf 5.4. Storingen in de gegevensverwerking bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
@ -1173,7 +1173,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Meetcode elektriciteit.
B1.1
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerde vermogen.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1191,7 +1191,7 @@ cap. = capacitief
B1.2
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op HS- niveau als functie van het gecontracteerde vermogen.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerde vermogen.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1205,7 +1205,7 @@ ind. = inductief
B1.3
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1217,7 +1217,7 @@ ind. = inductief
B1.4
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau via stroomtransformatoren.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning via stroomtransformatoren.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1231,7 +1231,7 @@ Ind. = inductief
B1.5
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS- niveau, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1247,7 +1247,7 @@ ind. = inductief
B1.6
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op LS-niveau.
Maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen productiemeetinrichting bij een aansluiting op laagspanning.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1259,7 +1259,7 @@ ind. = inductief
B1.7
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerde vermogen.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1277,7 +1277,7 @@ cap. = capacitief
B1.8
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het gecontracteerde vermogen.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische blindenergie bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het gecontracteerde vermogen.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1291,7 +1291,7 @@ ind. = inductief
B1.9
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op HS-niveau als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op hoogspanning als functie van het maximale vermogen van de GCvO-installatie.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1303,7 +1303,7 @@ ind. = inductief
B1.10
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau via stroomtransformatoren.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning via stroomtransformatoren.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1317,7 +1317,7 @@ ind. = inductief
B1.11
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op LS-niveau, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting voor elektrische energie bij een aansluiting op laagspanning, bij een direct aangesloten kWh-meter die niet onder de Metrologiewet valt.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.
@ -1333,7 +1333,7 @@ ind. = inductief
B1.12
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op LS-niveau.
Maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde productiemeetinrichting bij een aansluiting op laagspanning.
*) De 99%-betrouwbaarheidsgrenzen (±) zijn vermeld.