2009-01-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie
This commit is contained in:
parent
daf8946b3f
commit
1044173f9b
1 changed files with 18 additions and 38 deletions
|
|
@ -323,7 +323,7 @@ k. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die
|
|||
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar: het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met:
|
||||
|
||||
a. het aantal zaterdagen en zondagen, en
|
||||
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, dan wel een andere door het bevoegd gezag aangewezen kerkelijke, nationale, regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2.
|
||||
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1%.
|
||||
|
||||
|
|
@ -462,7 +462,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De aanspraak op vakantie bedraagt 165,6 uren per kalenderjaar.
|
||||
**1.** De aanspraak op vakantie bedraagt 172,8 uren per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar in een kalenderjaar geen arbeidsverzuim heeft gehad wegens ziekte, met uitzondering van arbeidsverzuim in verband met een dienstongeval of zwangerschap, wordt in het daaropvolgende kalenderjaar, de in het eerste lid bedoelde aanspraak vermeerderd met 7,2 uur.
|
||||
|
||||
|
|
@ -620,30 +620,7 @@ b. die buitengewoon verlof van lange duur geniet als bedoeld in de artikelen 42,
|
|||
|
||||
### Artikel 28e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de geldende fiscale bepalingen, een regeling vast met de volgende belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:
|
||||
|
||||
a. een fiets voor het woon-werkverkeer, met aan een fiets samenhangende zaken dienstbaar aan het woon-werkverkeer en een fietsverzekering;
|
||||
b. vakliteratuur;
|
||||
c. cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;
|
||||
d. een opleiding of studie met het oog op het verwerven van een inkomen uit werk en woning;
|
||||
e. openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt;
|
||||
f. vakbondscontributies.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op aanvraag van de ambtenaar kan ten behoeve van één of meer van de in het eerste lid genoemde belastingvrije bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk door de ambtenaar worden afgezien van:
|
||||
|
||||
a. zijn salaris, vastgesteld aan de hand van één van de bijlagen van het Besluit bezoldiging politie;
|
||||
b. zijn vakantie-uitkering;
|
||||
c. zijn vakantie-uren;
|
||||
d. zijn uitkering als bedoeld in artikel 25a en 25b van het Besluit bezoldiging politie;
|
||||
e. zijn vergoeding, bedoeld in artikel 28a, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de vakantie-uren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geldt dat van de in een kalenderjaar toegekende vakantie-uren op basis van de artikelen 17, 18 en 19 maximaal van het verschil tussen deze toegekende vakantie-uren en 144 vakantie-uren bij een volledige betrekking kan worden afgezien, dan wel, indien de ambtenaar een andere betrekking heeft, een evenredig deel hiervan.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar afziet van de in het tweede lid genoemde aanspraken, wordt de waarde van die aanspraken vastgesteld op de waarde op de dag waarop de ambtenaar aan de fiscale regeling gaat deelnemen.
|
||||
Onze minister stelt een Regeling ruilmogelijkheden arbeidsvoorwaarden politie vast waarin, met inachtneming van de geldende fiscale bepalingen, de uitwisseling van arbeidsvoorwaarden is geregeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 28f
|
||||
|
||||
|
|
@ -1234,7 +1211,7 @@ Onze minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk.
|
|||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag kan studiefaciliteiten toekennen voor opleidingen die niet functiegericht zijn of voor opleidingen die zijn gericht op een functie buiten de politieorganisatie.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag stelt nadere regels met betrekking tot het tweede en derde lid.
|
||||
**4.** Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
|
|
@ -1321,7 +1298,7 @@ c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding d
|
|||
|
||||
**4.** De terugvordering, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt binnen drie maanden na de datum waarop de ambtenaar de politie heeft verlaten. Bij de berekening van de terug te betalen kosten wordt rekening gehouden met het reeds verstreken deel van de periode van drie jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast.
|
||||
**5.** Onze Minister stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -1641,16 +1618,6 @@ b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een ui
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de inhoud van de in het eerste lid genoemde vragenlijst en de procedures omtrent de vragenlijst.
|
||||
|
||||
### Artikel 88d
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld hoofdstuk 7 van het Pensioenreglement, wordt eervol ontslag verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.** Aan de aspirant die aan het einde van de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken.
|
||||
|
|
@ -1885,6 +1852,19 @@ Met ingang van 1 juli 2021 wordt de betrekkingsomvang van de ambtenaar van gemi
|
|||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 99j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 12, vierde lid, onderdeel b, voor 1 januari 2007 een of meer feest- of gedenkdagen had aangewezen anders dan Goede Vrijdag, wordt voor de ambtenaren van dat korps het aantal te werken uren per jaar verminderd:
|
||||
|
||||
a. met 75% van 7,2 uur in 2009 en de daaropvolgende twee jaren respectievelijk met 50% en 25% van 7,2 uur, vanwege de eerste aangewezen feest- of gedenkdag
|
||||
b. met 100% van 7,2 uur in 2009 tot en met 2011 en met 85% van 7,2 uur in 2012 en de daaropvolgende vier jaren respectievelijk met 65%, 50%, 35% en 15% van 7,2 uur, vanwege de tweede aangewezen feest- of gedenkdagen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag aangewezen feest- of gedenkdagen anders dan Goede Vrijdag voor 1 januari 2007 heeft toegevoegd aan de aanspraak op vakantie op grond van artikel 17, eerste lid, van dit besluit, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde vermindering van het aantal te werken uren per jaar naar evenredigheid toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 12, 12a, 13, eerste en derde lid, 15 tot en met 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktische opleidingsdeel.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue