2007-07-11 | BWBR0014394 | Mijnbouwbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2007-07-11 12:00:00 +00:00
parent 572a2ed048
commit 1044434b57

View file

@ -29,7 +29,7 @@ f. inspecteur-generaal der mijnen: inspecteur-generaal der mijnen als bedoeld in
**1.**
Als mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdelen n en o, van de wet worden aangewezen:
Als mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de wet worden aangewezen:
a. boorgaten, bestemd voor de opsporing en winning van delfstoffen of aardwarmte of voor de opslag van stoffen, voor zover deze geen onderdeel uitmaken van de werken, genoemd in de onderdelen b tot en met e, en niet geheel buiten gebruik zijn gesteld;
b. werken voor het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte;
@ -101,7 +101,7 @@ d. aan de ontheffing of vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet w
**1.** Indien bij mijnbouwactiviteiten op het continentaal plat een monument dan wel een vermoedelijk monument in de zin van de Monumentenwet 1988 wordt gevonden, zijn de artikelen 47 tot en met 49 van die wet van overeenkomstige toepassing.
**2.** De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in artikel 48, onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in artikel 93, eerste lid, ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
**2.** De uitvoerder onderscheidenlijk de beheerder stelt de onderzoeksgegevens, bedoeld in artikel 48, onderscheidenlijk de gegevens voortvloeiend uit onderzoek naar de aanleg en ligging van een pijpleiding als bedoeld in artikel 92, onderdeel a, ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover die gegevens informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid van archeologische monumenten dan wel vermoedelijke archeologische monumenten in of op de bodem van de territoriale zee of het continentaal plat.
## Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek
@ -261,7 +261,7 @@ h. een opgaaf van de plaats en wijze waarop de koolwaterstoffen in de verbuizing
i. een opgaaf van de samenstelling en hoeveelheden van de stoffen, die jaarlijks onvermijdelijk bij de winning van koolwaterstoffen meekomen;
j. een opgaaf van de hoeveelheden gewonnen koolwaterstoffen die jaarlijks bij de winning wordt gebruikt, afgeblazen of afgefakkeld;
k. een opgaaf van de samenstelling en hoeveelheden delfstoffen en andere stoffen die jaarlijks bij de winning in de ondergrond worden teruggebracht;
l. een opgaaf van de jaarlijkse kosten van de winning, onderverdeeld in kosten voor investeringen, onderhoud en bedrijfsvoering;
l. een opgaaf van de jaarlijkse kosten van de winning, onderverdeeld in kosten voor investeringen, onderhoud, bedrijfvoering, en de kosten van het verlaten en verwijderen van mijnbouwwerken;
m. een kaart met daarop de contouren van de verwachte uiteindelijke mate van bodemdaling;
n. een overzicht met het verloop van de verwachte mate van bodemdaling in de tijd;
o. een opgaaf van de onzekerheid omtrent de verwachte mate van bodemdaling als bedoeld in de onderdelen m en n;
@ -303,7 +303,7 @@ c. een opgaaf van de stoffen die worden gebruikt bij het in de ondergrond brenge
d. een inventarisatie van de risico's ten aanzien van de verspreiding van de stoffen die in de ondergrond worden opgeslagen, het optreden van chemische processen in de ondergrond en de aantasting van de in de ondergrond aanwezige reservoirs met delfstoffen of de samenstelling van deze delfstoffen;
e. een inventarisatie van maatregelen die worden getroffen om de risico's, bedoeld in onderdeel d, te voorkomen;
f. een beschrijving van de wijze waarop het voorkomen na beëindiging van de opslag wordt achtergelaten, en
g. een risico-analyse omtrent bodembeweging en bodemtrillingen als gevolg van de opslag.
g. een risico-analyse omtrent bodembeweging als gevolg van de opslag.
**2.** Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s, alsmede artikel 24, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de bijlage bij de wet is vastgelegd.
@ -353,7 +353,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud
**5.** Onze Minister kan de instemming onder beperkingen geven en aan zijn instemming voorschriften verbinden.
**6.** Het meetplan beslaat de termijn van de winning en de daarop volgende dertig jaren. De uitvoerder actualiseert het meetplan gedurende de periode van winning en de daarop volgende vijf jaren jaarlijks en verstrekt daarvan afschrift aan Onze Minister. Onze Minister kan de uitvoerder een aanwijzing geven omtrent de tijdstippen waarop en de plaatsen waar gemeten wordt.
**6.** Het meetplan beslaat de termijn van de winning en de daarop volgende dertig jaren. De uitvoerder actualiseert het meetplan gedurende de periode van winning en de daarop volgende vijf jaren jaarlijks en verstrekt daarvan voor 1 november afschrift aan Onze Minister. Onze Minister kan de uitvoerder een aanwijzing geven omtrent de tijdstippen waarop en de plaatsen waar gemeten wordt.
**7.**
@ -387,7 +387,7 @@ De artikelen 30 en 31 zijn van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoff
**1.**
In geval van zoutwinning bevat het meetplan, bedoeld in artikel 30, eerste lid, tevens een beschrijving van:
In geval van zoutwinning en opslag van stoffen in een door zoutwinning ontstane holruimte bevat het meetplan, bedoeld in artikel 30, eerste lid, tevens een beschrijving van:
a. de tijdstippen waarop metingen in de holruimte worden uitgevoerd, en
b. de methode die voor het uitvoeren van holruimtemetingen wordt gebruikt.
@ -410,18 +410,13 @@ Deze afdeling is van toepassing op mijnbouwwerken, uitgezonderd mijnbouwinstalla
### Artikel 35
**1.**
**1.** Een voor de winning bestemd mijnbouwwerk is voorzien van meetapparatuur waarmee de hoeveelheden delfstoffen of aardwarmte die worden gewonnen, verbruikt, vernietigd of afgevoerd kunnen worden berekend.
Een mijnbouwwerk is te voorzien van apparatuur:
**2.** Een voor de opslag bestemd mijnbouwwerk is voorzien van apparatuur voor het meten van de hoeveelheden stoffen die in de ondergrond worden gebracht, daaruit worden teruggehaald, verbruikt, vernietigd of afgevoerd.
a. voor het meten van hoeveelheden delfstoffen of aardwarmte die worden gewonnen, verbruikt, vernietigd of afgevoerd;
b. voor zover het mijnbouwwerk daartoe bestemd is: voor het meten van hoeveelheden stoffen die worden opgeslagen, verbruikt, vernietigd of afgevoerd.
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid op een daartoe strekkende aanvraag waarbij mede wordt aangegeven op welke andere wijze gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verkregen.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid op een daartoe strekkende aanvraag waarbij mede wordt aangegeven op welke andere wijze gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verkregen.
**3.** De uitvoerder verstrekt de met deze apparatuur verkregen gegevens aan de inspecteur-generaal der mijnen.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde apparatuur.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het aantal metingen, de soort metingen en de te gebruiken meetapparatuur.
#### Paragraaf 5.1.2. Regels over het gebruik van mijnbouwwerken
@ -459,7 +454,7 @@ e. licht brandbare gewassen.
### Artikel 39
**1.** Het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een mijnbouwwerk geschiedt volgens een door de uitvoerder bij Onze Minister in te dienen sluitingsplan. Het sluitingsplan wordt uiterlijk een jaar na het staken van de mijnbouwactiviteiten ingediend.
**1.** Het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een mijnbouwwerk, met uitzondering van een mijnbouwwerk voor het opsporen van delfstoffen of aardwarmte, geschiedt volgens een door de uitvoerder bij Onze Minister in te dienen sluitingsplan. Het sluitingsplan wordt uiterlijk een jaar na het staken van het winnen of opslaan ingediend.
**2.** Het sluitingsplan behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming kan worden verleend onder beperkingen of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade.
@ -495,7 +490,9 @@ Deze afdeling is van toepassing op mijnbouwinstallaties.
### Artikel 42
De artikelen 35 en 37, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
**1.** Artikel 35 is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken.
**2.** Artikel 37, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op mijnbouwinstallaties.
#### Paragraaf 5.2.2. Het ontwerpen, plaatsen en gebruiken van mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewater uitsteken
@ -600,20 +597,26 @@ b. zijn voor een voor de opsporing gebruikte mijnbouwinstallatie een unieke aand
### Artikel 53
**1.** De uitvoerder is verplicht de staat van onderhoud en technische integriteit van een voor de winning bestemde mijnbouwinstallatie periodiek te onderzoeken. De uitvoerder stelt daartoe iedere vijf jaar een onderzoeksprogramma op.
**1.** De uitvoerder is verplicht de technische integriteit van een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie te onderzoeken. De uitvoerder stelt daartoe iedere vijf jaar een onderzoeksprogramma op.
**2.** Het onderzoeksprogramma beschrijft voor elk jaar welke onderdelen van de mijnbouwinstallatie op welke wijze worden onderzocht op de staat van onderhoud en technische integriteit.
**2.** Het onderzoeksprogramma beschrijft voor elk jaar welke onderdelen van de mijnbouwinstallatie op welke wijze worden onderzocht op de technische integriteit.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de inhoud van het onderzoeksprogramma en de in het tweede lid bedoelde jaarlijkse onderzoeken.
**4.** De uitvoerder verstrekt Onze Minister het onderzoeksprogramma voor het eerst samen met het verzoek tot instemming, bedoeld in artikel 55.
**4.** De uitvoerder verstrekt Onze Minister het onderzoeksprogramma voor het eerst samen met de verklaringen, bedoeld in artikel 53a, eerste lid, onderdelen a en b.
**5.**
### Artikel 53a
Op een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie zijn het eerste en het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de uitvoerder:
**1.**
a. zich ervan vergewist dat de staat van onderhoud en technische integriteit van de installatie periodiek worden onderzocht, en
b. ervoor zorg draagt dat aan boord van die mijnbouwinstallatie een daarop betrekking hebbend onderzoeksprogramma aanwezig is.
De uitvoerder verstrekt aan de inspecteur-generaal der mijnen uiterlijk twee dagen voordat een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie in gebruik wordt genomen:
a. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de technische integriteit van de mijnbouwinstallatie gewaarborgd is gezien het ontwerp, de bouw en de plaatsing;
b. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in artikel 53, voor de mijnbouwinstallatie voldoet.
**2.** Nadat de mijnbouwinstallatie in gebruik is genomen verstrekt de uitvoerder voorts de in het eerste lid bedoelde gegevens telkens een maand voor de afloop van een periode van vijf jaar, waarvan de eerste periode ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op die van de ingebruikneming.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaringen.
### Artikel 54
@ -629,13 +632,17 @@ b. ervoor zorg draagt dat aan boord van die mijnbouwinstallatie een daarop betre
**2.** De instemming wordt geweigerd indien de mijnbouwinstallatie niet voldoet aan de eisen en normen, vastgelegd in de artikelen 46, 47, 50, 51 en 52.
**3.** De instemming kan slechts worden geweigerd in verband met risico op schade.
**3.** De instemming kan slechts worden geweigerd in verband met risico op schade of in verband met de opwekking van elektriciteit.
**4.** De instemming kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade.
**4.** De instemming kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden in verband met risico op schade of in verband met de opwekking van elektriciteit.
**5.** De instemming is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister over een verzoek tot instemming niet binnen acht weken na ontvangst heeft beslist. De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**6.** Op een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van een instemmingstermijn van acht weken telkens wordt gelezen een termijn van twee weken.
**6.** Op een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie, voorzover deze wordt geplaatst op een alleen voor opsporing bestemde locatie, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van een instemmingstermijn van acht weken telkens wordt gelezen een termijn van twee weken.
**7.** De uitvoerder doet uiterlijk drie dagen voor de beoogde datum van de plaatsing van een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie op een voor winning bestemde locatie schriftelijk mededeling hiervan aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling wordt een verklaring van een onafhankelijke deskundige overgelegd dat de technische integriteit van de te plaatsen mijnbouwinstallatie gewaarborgd is. Overlegging van deze verklaring is niet vereist indien deze niet ouder is dan vijf jaar en de verklaring reeds eerder is verstrekt.
**8.** Op een voor de opslag bestemde mijnbouwinstallatie is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 56
@ -645,9 +652,12 @@ Bij het verzoek om instemming als bedoeld in artikel 55, eerste lid, worden in i
a. gegevens omtrent de aanwezigheid van leidingen en kabels in de nabijheid van de beoogde plaats van plaatsing;
b. gegevens omtrent de gesteldheid van de bodem en de aanwezigheid van obstakels als bedoeld in artikel 48;
c. het ontwerp van de dragende constructie alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing en een opgave van de herkenningstekens, geluidsbakens, lichtbakens en, voor zover Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zulks bepaalt, elektronische bakens of radarreflectoren van de mijnbouwinstallatie;
d. bij een voor de winning bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de mijnbouwinstallatie voldoende sterk is, bezien vanuit het ontwerp, de bouw en de beoogde wijze van plaatsing, met vermelding van de periode waarvoor deze verklaring geldt, en
e. een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat het onderzoeksprogramma, bedoeld in artikel 53, voor de desbetreffende mijnbouwinstallatie voldoet.
c. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: het ontwerp van de dragende constructie alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing en een opgave van de herkenningstekens, geluidsbakens, lichtbakens en, voor zover Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zulks bepaalt, elektronische bakens of radarreflectoren van de mijnbouwinstallatie;
d. bij een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie op een voor de opsporing bestemde locatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat de technische integriteit van de mijnbouwinstallatie gewaarborgd is, met dien verstande dat:
1°. overlegging niet noodzakelijk is indien de verklaring niet ouder is dan vijf jaar en de verklaring reeds eerder is verstrekt;
2°. artikel 53a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is;
e. bij een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie: een verklaring van een onafhankelijke deskundige dat naar zijn voorlopige oordeel de te plaatsen mijnbouwinstallatie voldoet aan artikel 50.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in de onderdelen d en e bedoelde verklaring.
@ -675,6 +685,8 @@ Wanneer een uitvoerder voornemens is een voor de opsporing bestemde mijnbouwinst
**4.** De instemming is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen de instemmingtermijn van acht weken of voor de afloop van de verlengingstermijn een beslissing heeft genomen. De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**5.** Op een voor opslag bestemde mijnbouwinstallatie is het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 61
**1.**
@ -693,7 +705,7 @@ e. de op de mijnbouwinstallatie aanwezige afvalstoffen en andere stoffen en de e
### Artikel 62
Nadat een voor de opsporing of de winning bestemde mijnbouwinstallatie, schroot en ander materiaal als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet zijn verwijderd, doet de uitvoerder daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen en overlegt daarbij gegevens waaruit dit blijkt.
Nadat een voor de opsporing, winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie, schroot en ander materiaal als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet zijn verwijderd, doet de uitvoerder daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen en overlegt daarbij gegevens waaruit dit blijkt.
#### Paragraaf 5.2.4. Het ontwerpen, plaatsen en buiten gebruik stellen alsmede verwijderen van mijnbouwinstallaties geheel onder oppervlaktewater gelegen
@ -703,13 +715,15 @@ Nadat een voor de opsporing of de winning bestemde mijnbouwinstallatie, schroot
**2.** De beschermingsconstructie is voldoende sterk en wordt stevig geplaatst om de als gevolg van zeestroming, ankers en vistuig te verwachten krachten te weerstaan.
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend of daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
### Artikel 64
De artikelen 44 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid.
De artikelen 44 tot en met 49 en 58 zijn van overeenkomstige toepassing op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid.
### Artikel 65
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid, mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling wordt het ontwerp van de constructie alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63, eerste lid, mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen. Bij de mededeling worden het ontwerp van de constructie, de gegevens bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdelen a en b, alsmede een beschrijving van de wijze van plaatsing gevoegd.
### Artikel 66
@ -717,7 +731,7 @@ De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bed
**2.** De uitvoerder informeert de inspecteur-generaal der mijnen tenminste vierentwintig uren voor het tijdstip van verwijdering van de mijnbouwinstallatie.
**3.** Nadat de mijnbouwinstallatie is verwijderd, doet de uitvoerder daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen.
**3.** Nadat de mijnbouwinstallatie is verwijderd, doet de uitvoerder daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen en overlegt daarbij gegevens waaruit dit blijkt.
### Afdeling 5.3. Boorgaten
@ -727,7 +741,7 @@ De uitvoerder doet acht weken voor plaatsing van een mijnbouwinstallatie als bed
**1.** Bij het aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat worden maatregelen genomen ter voorkoming van schade.
**2.** Het aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder.
**2.** Het aanleggen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de uitvoerder. Het gebruiken van een boorgat geschiedt onder verantwoordelijkheid van de uitvoerder.
### Artikel 68
@ -794,7 +808,7 @@ c. het in artikel 72 bedoelde buiten werking stellen.
Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld omtrent:
a. de inhoud van het in artikel 74 bedoelde werkprogramma en het tijdstip waarop het werkprogramma voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
a. de inhoud van het in artikel 74 bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd;
b. de inhoud van de in artikel 76 bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht.
### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties
@ -913,13 +927,13 @@ b. regels gesteld die slechts kunnen inhouden:
### Artikel 85
**1.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elke mijnbouwinstallatie die in gebruik is ten behoeve van de opsporing of winning van delfstoffen in het continentaal plat of de territoriale zee.
**1.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elke mijnbouwinstallatie die in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van delfstoffen in het continentaal plat of de territoriale zee.
**2.** Het rampenbestrijdingsplan behoeft de instemming van Onze Minister.
**3.** Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning bestemde mijnbouwinstallatie wordt ten minste iedere vijf jaar herzien.
**3.** Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie wordt ten minste iedere vijf jaar herzien.
**4.** Het rampenbestrijdingsplan wordt voor de eerste maal ten minste vier weken voor de aanvang van de opsporing of winning ingediend bij Onze Minister en, in het geval, bedoeld in het derde lid, vervolgens telkens vijf jaar nadat instemming is verkregen.
**4.** Het rampenbestrijdingsplan wordt voor de eerste maal ten minste vier weken voor de aanvang van de opsporing, winning of opslag ingediend bij Onze Minister en, in het geval, bedoeld in het derde lid, vervolgens telkens vijf jaar nadat instemming is verkregen.
**5.** Onze Minister kan zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden in het belang van het milieu of de veiligheid van de scheepvaart of de visserij.
@ -1032,7 +1046,7 @@ b. gegevens waaruit blijkt dat de ligging van de pijpleiding die is aangelegd in
### Artikel 98
**1.** Indien de feitelijke ligging van een pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat afwijkt van de ligging zoals in de vergunning is aangegeven en er kennelijk geen risico is op schade, kan Onze Minister de vergunning dienovereenkomstig wijzigen.
**1.** Indien de feitelijke ligging van een pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat afwijkt van de ligging zoals deze in de vergunning is aangegeven, verstrekt de beheerder aan Onze Minister de gegevens van de feitelijke ligging ervan binnen vier weken na de aanleg van de pijpleiding. Indien er kennelijk geen risico op schade is, kan Onze Minister de vergunning dienovereenkomstig wijzigen.
**2.** Op de voorbereiding van de beschikking tot aanpassing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
@ -1059,7 +1073,7 @@ b. de frequentie waarmee het in het eerste lid bedoelde onderzoek plaatsvindt.
**2.** De beheerder stelt de pijpleiding, of het betrokken deel ervan, onmiddellijk buiten gebruik en maakt deze drukvrij als de lekkage risico op schade oplevert. De nodige herstelwerkzaamheden worden zo spoedig mogelijk verricht.
**3.** De beheerder maakt onmiddellijk melding van de lekkage aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum.
**3.** De beheerder maakt onmiddellijk melding van een lekkage aan de inspecteur-generaal der mijnen en indien de pijpleiding op het continentaal plat of in de territoriale zee ligt, tevens aan het Kustwachtcentrum.
**4.**
@ -1131,7 +1145,7 @@ c. de resultaten van verricht geologisch onderzoek.
**1.**
De uitvoerder verstrekt Onze Minister de volgende gegevens die bij het opsporen van delfstoffen zijn verkregen:
De uitvoerder verstrekt Onze Minister de volgende gegevens die bij het aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van het boorgat zijn verkregen:
a. het profiel van het boorgat;
b. de resultaten van in een boorgat verrichte geofysische, geochemische en geologische metingen;
@ -1144,7 +1158,7 @@ d. de resultaten van verrichte productie- of injectietesten.
### Artikel 110
**1.** De uitvoerder verstrekt Onze Minister een representatief deel van uit een boorgat verkregen gesteentemonsters, die bij het opsporen van delfstoffen zijn verkregen. De uitvoerder verstrekt de monsters binnen twaalf weken nadat deze zijn verkregen.
**1.** De uitvoerder verstrekt Onze Minister een representatief deel van uit een boorgat verkregen gesteentemonsters, die bij het aanleggen van een boorgat zijn verkregen. De uitvoerder verstrekt de monsters binnen twaalf weken nadat deze zijn verkregen.
**2.** De uitvoerder bewaart gedurende twaalf weken een representatief deel van uit een boorgat verkregen vloeistof- en gasmonsters, die bij het opsporen van delfstoffen zijn verkregen. Op verzoek van Onze Minister verstrekt de uitvoerder een representatief deel van de monsters.
@ -1182,14 +1196,14 @@ d. per mijnbouwwerk: de hoeveelheden en soorten stoffen die zijn teruggehaald en
**1.**
De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks de volgende gegevens:
De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks voor 15 maart de volgende gegevens:
a. de door de uitvoerder voor het voorkomen gebezigde naam;
b. de opsporings- of winningsvergunning of opsporings- of winningsvergunningen waaronder het voorkomen is gelegen;
c. een structuurkaart;
d. het vermoedelijke jaar van aanvang van de winning, indien nog geen winning plaatsvindt;
e. de hoeveelheid aangetoonde winbare delfstoffen per 1 januari van het verslagjaar;
f. de verwachte jaarlijks te winnen hoeveelheden delfstoffen, gedurende een periode van tenminste tien jaar die aanvangt met het verslagjaar;
f. de verwachte jaarlijks te winnen hoeveelheden delfstoffen, tot het moment waarop de winning wordt beëindigd;
g. eventueel gebruik van het voorkomen voor opslag;
h. de reservoirdruk, voor zover bekend;
i. het feitelijk gebruik van de in het voorkomen aanwezige boorgaten, en
@ -1219,9 +1233,9 @@ paragraaf 7.1. verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht d
**1.** De gegevens, bedoeld in de artikelen 111, 112 en 113, eerste lid, onderdelen a en b, zijn openbaar, zodra vier weken zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
**2.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 108 tot en met 110, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens aan zijn verstrekt.
**2.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 108 tot en met 110, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat vijf jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
**3.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens aan zijn verstrekt.
**3.** Op de gegevens en de monsters, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen c tot en met j, is artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing, totdat tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
### Artikel 117
@ -1611,7 +1625,7 @@ b. artikel 4.12,
c. artikel 4.14, en
d. artikel 4.16.
**5.** De voorschriften die krachtens artikel 4.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan de in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning zijn verbonden, vervallen.
**5.** De voorschriften die krachtens artikel 4.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in artikel 143, eerste lid, onderdeel a, van de wet zijn verbonden, vervallen.
**6.** De aan de in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.
@ -1651,7 +1665,7 @@ b. artikel 5.7,
c. artikel 5.8, en
d. artikel 5.9.
**5.** De voorschriften die krachtens artikel 5.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning zijn verbonden, vervallen.
**5.** De voorschriften die krachtens artikel 5.1 van de Regeling vergunningen en concessies delfstoffen Nederlands territoir 1996 aan een vergunning als bedoeld in artikel 143, tweede lid, onderdeel a, van de wet zijn verbonden, vervallen.
**6.** De aan de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning verbonden voorschriften die betrekking hebben op het lozen vanaf een mijnbouwinstallatie vervallen.