2025-05-08 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2025-05-08 12:00:00 +00:00
parent d176d6d898
commit 104532ec34

View file

@ -30,7 +30,11 @@ Vervallen
### Artikel 1.4
De processen in de artikelen, 3.3, de paragrafen 9.1, 9.2, 9.9, 9.10 en 9.11, de artikelen 9.19, 13.11 tot en met 13.14, alsmede in de hoofdstukken 10 en 11, inclusief de bijlagen 2, 3, 16, 17, 18 en 19, worden toegepast per allocatiepunt in plaats van per aansluiting.
De volgende artikelen, paragrafen en hoofdstukken, inclusief de bijbehorende bijlagen, zijn van toepassing per allocatiepunt in plaats van per aansluiting:
a. de artikelen 3.3, 9.19, 13.11 tot en met 13.14;
b. de paragrafen 9.1, 9.2, 9.9 tot en met 9.11; en
c. de hoofstukken 10 en 11.
### Artikel 1.5
@ -76,7 +80,7 @@ Vervallen
**9.** De netbeheerder identificeert elke overeenkomstig artikel 2.16, tweede lid gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De netbeheerder legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
**10.** De netbeheerder identificeert desgevraagd een beoogde GCvO-installatie met een unieke EAN-code, verstrekt deze aan de aangeslotene en legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
**10.** De netbeheerder identificeert desgevraagd een beoogde GCvO-installatie of een elektriciteitsproductie-eenheid dan wel een elektriciteitsopslageenheid waarvoor geen garantie of certificaat van oorsprong gewenst is, maar waarvan de uitwisseling van de meetgegevens wel noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 9, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong, met een unieke EAN-code, verstrekt deze aan de aangeslotene en in geval van een grootverbruikaansluiting tevens aan de meetverantwoordelijke, en legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
**11.** Indien de aan een elektriciteitsproductie-eenheid of een GCvO-installatie toegekende EAN-code op 5 april 2022 dezelfde is als de EAN-code die op grond van het eerste lid aan de aansluiting van de desbetreffende aangeslotene is toegekend, kan deze situatie gehandhaafd blijven tot op het moment dat er wijziging van de aansluiting, de elektriciteitsproductie-eenheid of de GCvO-installatie plaatsvindt.
@ -220,10 +224,14 @@ a. zijn aansluitvoorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG)
5°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 50 MW en kleiner dan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C;
6°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type D;
b. beschikt de elektriciteitsopslageenheid over de mogelijkheid tot het automatisch overschakelen van de opslagmodus naar de opwekkingsmodus als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), alsmede over de mogelijkheid tot automatisch ontkoppelen als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER);
c. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.2 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
c1. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.1 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger;
c2. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.2 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
d. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder de artikelen 13.1, 13.11 en 13.21 of 13.2, 13.12 en 13.22 van overeenkomstige toepassing;
e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder tevens de artikelen 13.3, 13.13 en 13.23 of 13.4, 13.14 en 13.24 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
f. geldt in afwijking van onderdeel a voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0,8 kW dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus onderfrequentie (LFSM-U) in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op 1%; en
f. geldt in afwijking van onderdeel a dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus onderfrequentie (LFSM-U) in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op:
1°. 2% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW; en
2°. 1% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan of gelijk aan 1 MW;
g. is artikel 9.13 van overeenkomstige toepassing op het beïnvloeden van het via het overdrachtspunt van de aansluiting van een elektriciteitsopslageenheid uit te wisselen werkzaam vermogen.
### Artikel 2.17
@ -716,7 +724,7 @@ b. klasse 2, in overige gevallen, tenzij anders met de netbeheerder is overeenge
**5.** De elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van en wordt bedreven met een instelbare automatische spanningsregeling. De netbeheerder kan op basis van de lokale situatie voor een elektriciteitsproductie-eenheid een arbeidsfactor-regeling eisen of toestaan.
**6.** De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning onbeperkt de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan Un en groter dan of gelijk aan 0,9 Un.
**6.** De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning onbeperkt de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan U_n en groter dan of gelijk aan 0,9 U_n.
**7.** De behandeling van het sterpunt van de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, wordt bepaald door de netbeheerder in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid.
@ -1044,7 +1052,7 @@ b. de maximaal toegestane tijd t_2 voor elektriciteitsproductie-eenheden is: 30
**9.** De elektriciteitsproductie-eenheid met black-start-capaciteit is in staat tot synchronisatie overeenkomstig de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vastgestelde en gepubliceerde specificaties, als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG).
**10.** De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat zich automatisch van het net te ontkoppelen in geval van verlies van rotorhoekstabiliteit of verlies van besturing, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). De criteria hiervoor worden opgenomen in de aansluit- en transportovereenkomst.
**10.** De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat zich automatisch van het net te ontkoppelen in geval van verlies van rotorhoekstabiliteit bij een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of verlies van besturing, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). De criteria hiervoor worden opgenomen in de aansluit- en transportovereenkomst.
**11.** Indien van toepassing leggen de aangeslotene en de netbeheerder de instellingen van de storingsregistratieapparatuur, inclusief de startcriteria en bemonsteringsfrequenties, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel b, subonderdeel ii, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
@ -1278,7 +1286,7 @@ c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4
**4.** De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram:
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.19, tiende tot en met zestiende tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules.
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.19, achtste en tiende tot en met zestiende lid, behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.19, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de netbeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst.
### Artikel 3.34
@ -1372,7 +1380,7 @@ e. de bedrijfsvoering.
**1.**
Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt over het uitwisselen van blindvermogen met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, varieert de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in afwijking van artikel 2.27, in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt over het uitwisselen van blindvermogen met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, varieert de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in afwijking van artikel 2.27, tenzij sprake is van kortstondige afwijkingen en van perioden met zeer lage belasting, in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
a. zonder lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (inductief) en 1.0;
b. met lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (capacitief) en 0,9 (inductief).
@ -1878,7 +1886,7 @@ f. stabiliteit bij harmonischen en resonanties.
**5.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.13, vierde lid, artikel 3.17, derde en achtste tot en met elfde lid, artikel 3.19, tiende tot en met zestiende lid, artikel 3.20 en artikel 3.28, derde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O.
**6.** Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O, LFSM-U en FSM.
**7.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.24, met uitzondering van het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
@ -1932,7 +1940,7 @@ Voor de beveiliging van de DC-aangesloten power park module en overige onderdele
**1.** De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op de artikelen 2.28,2.40 en 3.34 de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen, als bedoeld in artikel 44 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**2.** De netbeheerder van het net op zee specificeert, als bedoeld in artikel 44 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), in aanvulling op artikel 7.3, derde lid, onderdeel c, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**2.** De netbeheerder van het net op zee specificeert, als bedoeld in artikel 44 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), in aanvulling op artikel 2.28, eerste lid, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
### Paragraaf 6.3. Eisen voor remote-end HVDC-convertorstations
@ -1964,7 +1972,7 @@ De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over e
**1.** De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op de artikelen 2.28, 2.40 en 3.34 de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, als bedoeld in artikel 50 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**2.** De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op artikel 7.3, derde lid, onderdeel c, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**2.** De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op artikel 2.28, eerste lid, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
## Hoofdstuk 7. Transportvoorwaarden
@ -2189,7 +2197,7 @@ c. De asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd
2°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden.
d. De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd:
1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160:2010+A1:2015+A2:2019+A3:2019, Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm.
1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160:2022, Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm.
2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd.
3°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden.
4°. THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd.
@ -2215,7 +2223,7 @@ c. De asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd
2°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden.
d. De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd:
1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm.
1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160:2022, Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm.
2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd.
3°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden.
4°. THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd.
@ -2256,7 +2264,7 @@ f. voor spanningsdips geldt dat het gemiddelde van het aantal opgetreden spannin
2°. 1,2 voor spanningsdips met een duur groter dan 200 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 500 milliseconden en een restspanning kleiner dan 70% (klasse B2);
3°. 0,4 voor spanningsdips met een duur groter dan 500 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 5.000 milliseconden en een restspanning kleiner dan 80% (klasse C).
**4.** Voor de overige voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit geldt de norm NEN-EN 50160:2010+A1:2015+A2:2019+A3:2019 Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten.
**4.** Voor de overige voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit geldt de norm NEN-EN 50160:2022 Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten.
**5.** De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit van de transportdienst zoals genoemd in het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op aansluitingen van netbeheerders.
@ -2418,7 +2426,7 @@ c. legt de netbeheerder schriftelijk ten minste vast:
1°. of het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden;
2°. indien het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden, of, in welke mate en binnen welke termijn de aangeslotene verwacht het transportvermogen te zullen benutten; en
3°. de informatie die aangeslotene naar voren heeft gebracht in het kader van sub 2.
3°. de informatie die aangeslotene naar voren heeft gebracht in het kader van subonderdeel 2°.
d. deelt de netbeheerder de informatie als bedoeld in onderdeel c, binnen 10 werkdagen nadat het in onderdeel b bedoelde overleg heeft plaatsgevonden, of direct na afloop van de in onderdeel b genoemde termijn, indien het overleg niet heeft plaatsgevonden, met de aangeslotene.
e. stelt de netbeheerder de aangeslotene in de gelegenheid binnen 10 werkdagen na het delen van de informatie als bedoeld in onderdeel d schriftelijk hierop te reageren.
3. Binnen één maand na de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde termijn, of indien het in onderdeel b bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden, direct na afloop van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn van twee maanden, stelt de netbeheerder vast in welke mate de aangeslotene binnen een termijn van ten minste twaalf maanden, gerekend vanaf de in het tweede lid, onderdeel a genoemde schriftelijke melding, het gecontracteerd transportvermogen zal gebruiken. De netbeheerder betrekt hierbij:
@ -2490,7 +2498,7 @@ d. 220 kV en 380 kV.
**2.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt over de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, alsmede van de vaststelling van de prestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
**3.** In aanvulling op het tweede lid worden de resultaten van de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, van de gezamenlijke netbeheerders in enig jaar jaarlijks voor 1 mei van het daaropvolgende jaar op geschikte wijze openbaar gemaakt in een rapportage. Deze rapportage bevat voor de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, voor zover van toepassing, per criterium de gemiddelde waarde, de standaarddeviatie, de uiterste waarde en de trend over de periode vanaf 2005.
**3.** In aanvulling op het tweede lid worden de resultaten van de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, van de gezamenlijke netbeheerders in enig jaar jaarlijks voor 1 mei van het daaropvolgende jaar op geschikte wijze openbaar gemaakt in een rapportage. Deze rapportage bevat voor de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, voor zover van toepassing, per criterium de gemiddelde waarde, de standaarddeviatie, de uiterste waarde en de trend over de afgelopen tien jaar.
**4.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt per kwaliteitscriterium over de realisatie van de uitvoering van het gestelde in de artikelen 8.2 tot en met 8.7.
@ -2556,7 +2564,9 @@ Indien en voor zover door de netbeheer in overleg met de aangeslotene voor een o
### Artikel 8.6
De netbeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in artikel 2.4, negende en twaalfde lid, en artikel 5.9, binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht.
**1.** De netbeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in artikel 2.4, negende en twaalfde lid, en artikel 5.9, binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht.
**2.** Het eerste lid en artikel 5.9 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van een GCvO-installatie, aangesloten op een directe lijn.
### Artikel 8.7
@ -2629,7 +2639,7 @@ c. 0,5 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van
De netbeheerder dient een vergoeding te betalen aan de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en artikel 4a.4 eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas is aangesloten op een hoogspanningsnet of op het onderliggende middenspanningsnet bij het afschakelen van een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve, dan wel op het onderliggende net, indien:
a. er sprake is van een uitvalsituatie gedurende normaal bedrijf als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas; en
a. er sprake is van een uitvalsituatie als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas; en
b. de elektriciteitsproductie-eenheid ten gevolge van deze uitvalsituatie wordt afgeschakeld of afgeregeld; en
c. de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in artikel 8.8, eerste lid.
@ -2643,18 +2653,7 @@ De kosten voor de vergoeding als bedoeld in het eerste lid komen voor rekening v
**1.** Indien een aangeslotene een netbeheerder verzoekt om een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80A op het door hem beheerde net, dan wel om een wijziging van een bestaande aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80A, realiseert de netbeheerder deze aansluiting of wijziging binnen een redelijke termijn, tenzij er sprake is van overmacht.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde termijn is in ieder geval verstreken na:
a. 12 weken na ontvangst van de acceptatie van de offerte indien het verzoek een wijziging betreft van een bestaande aansluiting waarbij geen grondwerkzaamheden nodig zijn;
b. 18 weken na ontvangst van de acceptatie van de offerte indien het verzoek een nieuwe aansluiting betreft, of een wijziging van een bestaande aansluiting waarbij sprake is van grondwerkzaamheden;
**3.** De aangeslotene kan een langere termijn verzoeken dan de in het tweede lid onderdeel a of b, of vierde lid, vastgestelde termijn. Tevens kan de netbeheerder de aangeslotene verzoeken of hij expliciet akkoord wil gaan een langere termijn.
**4.** Indien de netbeheerder geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.6, derde lid en de periode tussen het verzoek en de beschikbaarheid van het transport langer is dan de termijn bedoeld in het tweede lid, onderdelen a of b, bedraagt de aansluittermijn in afwijking van het tweede lid de periode tot de beschikbaarheid van het transport, met een maximum van 52 weken.
**5.** Als er sprake is van overmacht, als bedoeld in het eerste lid, brengt de netbeheerder de aangeslotene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Een beroep op overmacht is mogelijk tot het verstrijken van de op grond van het tweede, derde of vierde lid van toepassing zijnde termijn.
**2.** Als er sprake is van overmacht, als bedoeld in het eerste lid, brengt de netbeheerder de aangeslotene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.
### Artikel 8.12
@ -2968,7 +2967,7 @@ b. de termijn waarbinnen overgegaan zal worden op de procedure overeenkomstig de
Indien op basis van het in artikel 9.10, eerste lid, genoemde onderzoek blijkt dat in het congestiegebied waarvoor een vooraankondiging is afgegeven congestiemanagement overeenkomstig de paragrafen 9.9, 9.10 en 9.11 een oplossing biedt, doet de netbeheerder binnen één week na afronding van het onderzoek aan de hierna in onderdeel a bedoelde aangeslotenen in het congestiegebied hiervan melding. De melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. een aanduiding van het congestiegebied door middel van een lijst van EAN-codes in het desbetreffende gebied die op grond van Verordening (EU) 2016/679 gepubliceerd mogen worden en een geografische beschrijving van het betrokken gebied met het desbetreffende net in dat gebied;
a. een aanduiding van het congestiegebied door middel van een lijst van EAN-codes in het desbetreffende gebied en een geografische beschrijving van het betrokken gebied met het desbetreffende net in dat gebied;
b. de ingangsdatum van het verwachte structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit;
c. de verwachte periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
d. een onderbouwing en motivering, op grond waarvan duidelijk blijkt dat er binnen het gestelde gebied sprake is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit; en
@ -2983,7 +2982,7 @@ e. een onderbouwing en motivering van de onmogelijkheid om de fysieke congestie
Een netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk 30 april over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn congestiegebieden. De rapportage bevat per congestiegebied in ieder geval:
a. de totale hoeveelheid elektriciteit die is getransporteerd;
b. de totale inzet van capaciteitsbeperkingen, waarbij voor iedere inzet het verschil tussen de maximale verstrekte gecontracteerde transportvermogen voor afname en voor invoeding zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst, en het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW) wordt weergegeven, gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren);
b. de totale inzet van capaciteitsbeperkingen, waarbij voor iedere inzet het verschil tussen het maximaal verstrekte transportvermogen voor afname en voor invoeding zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst, en het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW) wordt weergegeven, gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren);
c. de totale inzet van redispatchproducten op grond van bijlage 11 in MWh, zowel binnen als buiten het congestiegebied; en
d. de kosten aan congestiemanagement, onderverdeeld in de totale kosten voor:
@ -3104,7 +3103,7 @@ d. Indien door toepassing van de in onderdeel b of c bedoelde maatregelen de kne
### Artikel 9.19
Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1, derde lid, stellen aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat de volgende dag minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door middel van het aanwijzen van een BSP om biedingen voor balanceringsenergie in te dienen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1, derde lid, stellen aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door middel van het aanwijzen van een BSP om biedingen voor balanceringsenergie in te dienen.
### Artikel 9.20
@ -3115,7 +3114,7 @@ Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1, derde lid, stellen aangeslotenen, niet
Indien nodig, neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vervolgens maatregelen volgens onderstaande volgorde:
a. hij activeert de hem ter beschikking staande middelen, waaronder het in artikel 9.19 bedoelde vermogen.
b. indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de n-1-reserve te handhaven is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren overeenkomstig de in hoofdstuk 12 vermelde procedure bij onvoorziene fysieke congestie. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt onverwijld de andere netbeheerders en de BRPs op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen.
b. indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de enkelvoudige storingsreserve te handhaven is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren overeenkomstig de in hoofdstuk 12 vermelde procedure bij onvoorziene fysieke congestie. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt onverwijld de andere netbeheerders en de BRPs op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen.
c. indien de in onderdeel a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en de systeemtoestand afwijkt van de normaaltoestand, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.21. De andere netbeheerders en de BRPs worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan.
d. indien de in onderdeel a tot en met c genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden, schakelt hij belasting af dan wel draagt hij een of meer andere netbeheerders op om belasting af te schakelen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.22.
@ -3157,7 +3156,7 @@ d. indien de in onderdeel a tot en met c genoemde maatregelen niet tot herstel v
**1.**
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert op zijn website informatie aangaande het onbalansnettingsproces en de uitwisseling van balanceringsenergie via het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR als bedoeld in artikel 21 van de Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB), waaronder:
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert op zijn website een verwijzing naar de informatie die Entso-E op zijn website publiceert aangaande het onbalansnettingsproces en de uitwisseling van balanceringsenergie via het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR als bedoeld in artikel 21 van de Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB), waaronder:
a. welke participanten deelnemen in de overeenkomst bedoeld in artikel 9.20, eerste lid, en per wanneer zij participant zijn;
b. de actuele omvang van de onbalansnettingvermogensuitwisseling;
@ -3321,9 +3320,9 @@ b. handmatig afgeschakelde belasting, voor zover de afschakeling valt onder de c
**4.**
Significante netgebruikers met hoge prioriteit, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), zijn aangeslotenen waarvan de installatie is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet en:
Significante netgebruikers met hoge prioriteit, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), zijn aangeslotenen:
a. waarvan de installatie onderdeel is van het landelijk gastransportnet, een gasproductienet of een gasproductie-installatie en naar het gezamenlijke oordeel van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet cruciaal is voor het in stand houden van de openbare gasvoorziening of de gasvoorziening van gasgestookte elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet; of
a. waarvan de installatie onderdeel is van het landelijk gastransportnet, een gasproductienet, een gasopslagsysteem of een gasproductie-installatie en naar het gezamenlijke oordeel van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet cruciaal is voor het in stand houden van de openbare gasvoorziening of de gasvoorziening van gasgestookte elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet; of
b. waarvan de installatie een elektriciteitsproductie-installatie is die nucleaire energie als primaire energiebron heeft.
**5.** Regionale netbeheerders en aangeslotenen, die beschikken over een verbruiksinstallatie als bedoeld in artikel 19 van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) jo. artikel 4.7, vierde lid, dragen er zorg voor dat hun distributienet of verbruiksinstallatie na een spanningsloze toestand van (een deel van) het landelijk hoogspanningsnet weer onder spanning gebracht wordt zodra de spanning in het landelijk hoogspanningsnet is hersteld.
@ -3390,7 +3389,7 @@ Netbeheerders verkrijgen congestiemanagementdiensten door de volgende producten
a. bieding redispatch overeenkomstig bijlage 11; of
b. capaciteitsbeperking overeenkomstig bijlage 12.
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt dat, als de congestiemanagementdiensten als bedoeld in het eerste lid, in de dagelijkse voorbereiding en de dagelijkse uitvoering de voorziene fysieke congestie niet in voldoende mate oplossen, de netbeheerder niet-marktgebaseerde redispatch toepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden, volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van Verordening (EU) 2019/943 zijn opgenomen.
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt dat, als de congestiemanagementdiensten als bedoeld in het eerste lid, in de dagelijkse voorbereiding en de dagelijkse uitvoering de voorziene fysieke congestie niet in voldoende mate oplossen, de netbeheerder niet-marktgebaseerde redispatch toepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden en elektriciteitsopslageenheden, volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van Verordening (EU) 2019/943 zijn opgenomen.
**3.** De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde diensten kunnen door de netbeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij CSPs. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde diensten kunnen door de netbeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij aangeslotenen of CSPs. Voor deze contracten geldt een prijs die niet hoger is dan in het normaal economisch verkeer gebruikelijk.
@ -3588,7 +3587,7 @@ b. van toerbeurtsgewijze toewijzing, waarbij de netbeheerder een ondergrens stel
**2.** De financiële verrekening als bedoeld in het eerste lid vindt uiterlijk 30 dagen na afloop van de desbetreffende kalendermaand plaats.
**3.** Als uitzondering op het tweede lid geldt dat de financiële verrekening als bedoeld in het eerste lid voor de vergoeding financiële ondersteuning die zou zijn ontvangen zonder de opgedragen beperking plaatsvindt na afloop van het desbetreffende kalenderjaar, en uiterlijk 60 dagen nadat de aangeslotene de informatie over de definitief vastgestelde financiële ondersteuning aan de netbeheerder heeft verstrekt.
**3.** Als uitzondering op het tweede lid geldt dat de financiële verrekening als bedoeld in het eerste lid voor de vergoeding financiële ondersteuning die zou zijn ontvangen zonder de opgedragen beperking, plaatsvindt na afloop van het desbetreffende kalenderjaar en uiterlijk 60 dagen nadat de aangeslotene de informatie over de definitief vastgestelde financiële ondersteuning aan de netbeheerder heeft verstrekt.
### Artikel 9.45
@ -3825,7 +3824,7 @@ b. A plus B indien twee maal A kleiner is dan B.
**7.**
In de volgende gevallen leidt een door een BRP ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma, dan wel door conform de regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone namens de programmaverantwoordelijke ingediende wijziging van de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma, tot goedkeuring daarvan door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
In de volgende gevallen leidt een door een BRP ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma, dan wel door conform de regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone namens de BRP ingediende wijziging van de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma, tot goedkeuring daarvan door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
a. indien de wijziging een transactie met een andere BRP betreft: hetgeen in de ingediende wijziging per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energietransactie is vermeld, strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in een door enige andere BRP ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma;
b. indien de wijziging de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma betreft: de betreffende netbeheerder van het in het buitenland gelegen deel van de desbetreffende landsgrensoverschrijdende verbinding, bevestigt de wijziging.
@ -4172,7 +4171,7 @@ t. per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting het verschil v
u. per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig artikel 10.20 jo. artikel 10.17, negende lid, onderdeel a, aan de BRP die verantwoordelijk is voor de netverliezen van het desbetreffende netgebied; en
v. per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de BRP die verantwoordelijk is voor de netverliezen van het desbetreffende netgebied.
**9.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de reconciliatieprijs zoals vastgesteld op basis van bijlage 3, artikel 6, 9 en 10 voor de reconciliatiemaand op haar website uiterlijk de 11e werkdag van de maand volgend op de reconciliatiemaand.
**9.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de reconciliatieprijs zoals vastgesteld op basis van bijlage 3, artikel 6, 9 en 10 voor de reconciliatiemaand op haar website uiterlijk de elfde werkdag van de maand volgend op de reconciliatiemaand.
**10.** De partij die op grond van het tweede of zesde lid gegevens heeft ontvangen van de netbeheerder op uiterlijk de zesde werkdag van de tweede maand na de reconciliatie maand, kan tot uiterlijk de laatste kalenderdag van de derde maand na de reconciliatiemaand bij de netbeheerder bezwaar maken tegen de van hem ontvangen gegevens.
@ -4251,7 +4250,7 @@ b. indien de in artikel 10.25, eerste lid, genoemde afwijking het karakter heeft
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verrekent, via zijn transportafhankelijk verbruikerstarief als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Tarievencode elektriciteit, in het jaar volgend op het jaar van verrekening van het in een kalenderjaar voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet resulterende saldo van de verrekeningen van:
a. onbalans met BRPs;
b. de kosten met BSPs voor de geactiveerde middelen als bedoeld in artikel 9.20, eerste lid, onderdeel a, met uitzondering van de kosten voor aFRR en noodvermogen als bedoeld in artikel 3.2.2a, onderdeel a, van de Tarievencode elektriciteit;
b. de kosten met BSPs voor de geactiveerde middelen als bedoeld in artikel 9.20, eerste lid, onderdeel a, met uitzondering van de kosten voor aFRR en noodvermogen als bedoeld in artikel 3.2.2a, onderdeel a, van de Tarievencode elektriciteit;
c. het onbalansnettingproces;
d. uitwisselingen van balanceringsenergie via de Europese platformen voor uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR en mFRR.
@ -5362,7 +5361,7 @@ Waar in deze paragraaf sprake is van een grenswaarde van 1 MW, kan de netbeheer
**1.**
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, desgewenst via zijn BRP de plannings- en prognosegegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten:
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten:
a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de elektriciteitsproductie-eenheid;
b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
@ -5408,7 +5407,7 @@ c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, in de vorm van het verw
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
### Artikel 13.12
@ -5433,7 +5432,7 @@ b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.
**3.**
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, over elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW wordt jaarlijks, desgewenst door zijn BRP, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende:
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, over elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende:
a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van inbedrijfname;
b. van tijdens de zichtperiode te amoveren elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van amovering;
@ -5452,7 +5451,7 @@ c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, van elektriciteitsprodu
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april:
a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld;
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
**5.** Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens, voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, dan wel een hogere door de netbeheerder te bepalen maximumcapaciteit, bedoeld in het vierde lid, deel uit van de gegevens in het derde lid.
@ -5461,20 +5460,20 @@ b. voor elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewe
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vierde lid,
a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld;
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
**7.**
De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier, te weten:
a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd;
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP.
b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW.
**8.**
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zevende lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
**9.** In geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit van 100 MW of groter, wordt van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking gesteld overeenkomstig de specificaties uit artikel 15, eerste lid, van de Verordening (EU) 543/2013. De netbeheerder draagt zo nodig zorg voor het doorgeven van deze gegevens aan het platform als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) 543/2013.
@ -5483,7 +5482,7 @@ b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
**1.**
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, desgewenst via zijn BRP, de plannings- en prognosegegevens, te weten:
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens, te weten:
a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie;
b. de prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen;
@ -5515,14 +5514,14 @@ c. de verwachte trendbreuken.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
### Artikel 13.14
**1.**
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder, desgewenst via zijn BRP, de plannings- en prognosegegevens, te weten:
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder de plannings- en prognosegegevens, te weten:
a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie;
b. de prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen;
@ -5549,27 +5548,27 @@ c. de verwachte trendbreuken.
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april:
a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld;
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
**5.**
Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, overeenkomstig het vierde lid:
a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld;
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
**6.**
De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier, te weten:
a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRPs, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd;
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, desgewenst door zijn BRP.
b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW.
**7.**
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
### Artikel 13.15
@ -5604,7 +5603,7 @@ a. de naam van het station.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid met het net uit te wisselen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
**8.**
@ -5620,8 +5619,7 @@ Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beh
a. tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de desbetreffende beheerder van een gesloten distributiesysteem kan worden overeengekomen om op onderdelen af te wijken van het eerste tot en met het achtste lid;
b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een verzoek van een beheerder van een gesloten distributiesysteem tot een andere overeenkomst niet op onredelijke gronden zal weigeren;
c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transport-overeenkomst;
d. de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid, op verzoek van de beheerder van het gesloten distributiesysteem worden aangeleverd door zijn BRP of indien het een beheerder van een gesloten distributiesysteem betreft als bedoeld in artikel 5.8. door de partij die in opdracht van de beheerder van het gesloten distributiesysteem namens hem deelneemt aan het elektronisch berichtenverkeer als bedoeld in paragraaf 13.5.
c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transport-overeenkomst.
### Artikel 13.16
@ -5693,7 +5691,7 @@ b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zevende lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid met het net uit te wisselen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen:
a. groter dan 60 MW en kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen;
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
**9.**
@ -5702,14 +5700,13 @@ Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beh
a. tussen de netbeheerder van dat distributienet en de desbetreffende beheerder van een gesloten distributiesysteem kan worden overeengekomen om op onderdelen af te wijken van het eerste tot en met het achtste lid;
b. de netbeheerder van het desbetreffende distributienet een verzoek van een beheerder van een gesloten distributiesysteem tot een andere overeenkomst niet op onredelijke gronden zal weigeren;
c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transportovereenkomst;
d. de gegevens als bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid op verzoek van de beheerder van het gesloten distributiesysteem worden aangeleverd door zijn BRP of, indien het een beheerder van een gesloten distributiesysteem betreft als bedoeld in artikel 5.8 door de partij die in opdracht van de beheerder van het gesloten distributiesysteem namens hem deelneemt aan het elektronisch berichtenverkeer als bedoeld in paragraaf 13.5.
c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transportovereenkomst.
### Artikel 13.18
**1.**
Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, desgewenst via zijn BRP, de plannings- en prognosegegevens van dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module, te weten:
Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens van dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module, te weten:
a. de niet-beschikbaarheidsplanning van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module;
b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module zich bevindt;
@ -5742,7 +5739,12 @@ b. van tijdens de zichtperiode te amoveren HVDC-systemen of DC-aangesloten power
**8.** De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier.
**9.** Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden of van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld als de wijziging groter is dan 10 MW.
**9.**
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden of van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld in geval van een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module met een maximumcapaciteit:
a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
### Artikel 13.19
@ -5941,7 +5943,7 @@ c. van elke aansluiting waarachter zich een net of een gesloten distributiesyste
**1.**
Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, als bedoeld in de artikelen 10.11 tot en met 10.28, artikel 10.36, en de artikelen 13.1 tot en met 13.8, artikelen 13.11 tot en met 13.18, stellen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de overige netbeheerders in onderling overleg regels vast ten aanzien van hetgeen tussen de netbeheerders onderling alsmede tussen hen en BRP's, BSPs en voor zover van toepassing aangeslotenen geldt omtrent:
Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, als bedoeld in de artikelen 10.11 tot en met 10.28, artikel 10.36, en de artikelen 13.1 tot en met 13.8, artikelen 13.11 tot en met 13.18, stellen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de overige netbeheerders in onderling overleg regels vast ten aanzien van hetgeen tussen de netbeheerders onderling alsmede tussen hen en BRP's, BSPs, CSPs en voor zover van toepassing aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen aan het in het eerste lid bedoelde berichtenverkeer en die op grond van artikel 13.33 zijn gecertificeerd voor het gebruik van de desbetreffende berichten geldt omtrent:
a. berichtspecificaties voor de (elektronische) berichtenuitwisseling waaronder mede begrepen gegevensuitwisseling via een webportal;
b. procedures en specificaties van het te gebruiken centrale communicatiesysteem voor de geautomatiseerde berichtenuitwisseling waaronder mede begrepen gegevensuitwisseling via een webportal:
@ -5955,7 +5957,7 @@ i. specificaties waaraan de balanceringsinformatie en daarmee verband houdende b
**2.** Het in het eerste lid bedoelde centrale communicatiesysteem wordt beheerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
**3.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt iedere BRP, iedere BSP en voor zover van toepassing de relevante aangeslotenen op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde regels door toezending daarvan.
**3.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt iedere BRP, BSP, CSP en voor zover van toepassing de relevante aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen of willen deelnemen aan het in het eerste lid bedoelde berichtenverkeer op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde regels door toezending daarvan.
### Artikel 13.33
@ -6088,10 +6090,10 @@ b. Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een n
**9.**
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.18 en 3.25, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.18 en 3.25, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de productie-installatie binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
### Artikel 14.5
@ -6133,24 +6135,24 @@ c. na activering gedurende ten minste 15 minuten gehandhaafd te blijven.
**14.**
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.19, 3.26 en 3.30, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die:
Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn de artikelen 3.19, 3.26 en 3.30, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die:
a. voor 1 juli 2021 op het net zijn aangesloten; of
b. na 1 juli 2021 maar voor 1 januari 2024 op het net zijn aangesloten, indien de eigenaar voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-installatie en hij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uiterlijk 30 september 2021 op de hoogte heeft gesteld van dat contract.
b. na 1 juli 2021 maar voor 1 januari 2024 op het net zijn aangesloten, indien de eigenaar voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid en hij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uiterlijk 30 september 2021 op de hoogte heeft gesteld van dat contract.
**15.**
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is artikel 3.29 niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is artikel 3.29 niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-installatie binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
**16.**
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is artikel 3.13, tweede lid, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is artikel 3.13, tweede lid, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-installatie. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet binnen een termijn van 6 maanden na het afsluiten van het contract uit de eerste volzin op hoogte van het afsluiten van dat contract.
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet binnen een termijn van 6 maanden na het afsluiten van het contract uit de eerste volzin op hoogte van het afsluiten van dat contract.
### Paragraaf 14.2. Bestaande verbruiksinstallaties en gesloten distributiesystemen
@ -6174,12 +6176,12 @@ b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 septem
Voor distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, zijn de volgende aanvullingen op artikel 9.26 van toepassing:
a. Het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat:
a. het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat:
1°. binnen 100 ms na het overschrijden van de in artikel 9.26, eerste lid, genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt;
2°. de werking van het relais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning.
b. De meetonnauwkeurigheid van het relais bedraagt maximaal 10 mHz.
c. De storingsgevoeligheid van het relais is afgestemd op de installatie waarin het wordt toegepast, maar voldoet ten minste aan IEC 1000-4 klasse 3.
2°. de werking van het relais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning;
b. de meetonnauwkeurigheid van het relais bedraagt maximaal 10 mHz; en
c. de storingsgevoeligheid van het relais is afgestemd op de installatie waarin het wordt toegepast, maar voldoet ten minste aan IEC 1000-4 klasse 3.
## Hoofdstuk 15. Overgangs- en slotbepalingen