2017-07-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand
This commit is contained in:
parent
0f3e3a58fe
commit
105b960e17
1 changed files with 21 additions and 21 deletions
|
|
@ -42,7 +42,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. *premies volksverzekeringen:* premies volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
b. *kinderbijslag:* kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet;
|
||||
c. *wettelijk minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet.
|
||||
c. *wettelijk minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 22 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -705,32 +705,32 @@ d. een persoon is die:
|
|||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 242,60;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 485,20;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 944,59.
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 243,52;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 487,04;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 948,18.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 242,60;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 766,00;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.225,39.
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 243,52;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 768,90;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.230,04.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 982,79;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners: € 1.403,98.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 986,52;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners: € 1.409,31.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.104,14;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.508,06;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.508,06.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.108,48;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.514,74;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.514,74.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -753,8 +753,8 @@ c. 22, onderdeel b, indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd he
|
|||
|
||||
Voor rechthebbende gehuwden, waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder is, met een of meer kostendelende medebewoners, is de norm per kalendermaand:
|
||||
|
||||
a. indien ze een of meer ten laste komende kinderen hebben: € 523,40 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder,
|
||||
b. indien ze geen ten laste komende kinderen hebben: € 242,60 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder.
|
||||
a. indien ze een of meer ten laste komende kinderen hebben: € 525,38 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder,
|
||||
b. indien ze geen ten laste komende kinderen hebben: € 243,52 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
|
|
@ -766,8 +766,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 311,17;
|
||||
b. gehuwden: € 484,00.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 312,35;
|
||||
b. gehuwden: € 485,84.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -830,15 +830,15 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan
|
|||
g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
|
||||
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
|
||||
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.392,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.404,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
|
||||
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
|
||||
n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 200,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 201,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
o. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet, zoals dit artikellid op 31 december 2011 luidde opgebouwde voorziening;
|
||||
p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet;
|
||||
q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 125,04 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
|
||||
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 125,67 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
|
||||
|
||||
1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar,
|
||||
2°. de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en
|
||||
|
|
@ -849,7 +849,7 @@ u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2
|
|||
v. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand;
|
||||
w. het vrijgelaten deel van de toeslag, uitkering, kinderbijslag of ouderdomspensioen op grond van de artikelen 14h, vijfde lid, van de Toeslagenwet, 27h, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, 54a, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 24a, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 29h,vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 3:44, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 97, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 45h, vijfde lid, van de Ziektewet, 17h, vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 45a, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 17j, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 29, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en 29, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
x. een inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
y. inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 126,82 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n of r van toepassing is.
|
||||
y. inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 127,46 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n of r van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -992,7 +992,7 @@ d. een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdie
|
|||
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 181,25% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 180,00% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.
|
||||
|
||||
**3.** Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue