2013-06-07 | BWBR0025007 | Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

This commit is contained in:
Coornhert 2013-06-07 12:00:00 +00:00
parent ac71079f31
commit 107afef329

View file

@ -36,9 +36,24 @@ Vervallen
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 290 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of pensioengerechtigd is geworden, onderscheidenlijk € 145 indien de rechthebbende in het gehele jaar pensioengerechtigde was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en:
a. in dat jaar één of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming;
b. in dat jaar één of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming;
c. in dat jaar een ATC of in het jaar voorafgaande aan dat jaar een DBC vergoed kreeg die behoort of die tezamen behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming en daarnaast voor rekening van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel in een bij die regeling te bepalen periode heeft verkregen of heeft laten repareren;
a. in dat jaar één of meer ATCs anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
1° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer ATCs als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
2° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg,
die behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming;
b. in dat jaar één of meer ATCs anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
1° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer ATCs als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
2° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg,
die behoren tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming;
c. in dat jaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
1° in het jaar voorafgaande aan dat jaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
2° in het jaar voorafgaande aan dat jaar een DBC vergoed kreeg,
die behoort of die tezamen behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming en daarnaast voor rekening van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel in een bij die regeling te bepalen periode heeft verkregen of heeft laten repareren;
d. op 31 december van dat jaar heeft beschikt over een indicatie voor het gedurende dat jaar gebruiken van een rolstoel op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft gekregen;
f. in dat jaar:
@ -59,10 +74,12 @@ j. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indi
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 484 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of pensioengerechtigd is geworden, onderscheidenlijk € 339 indien de rechthebbende in het gehele jaar pensioengerechtigde was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en de rechthebbende in dat jaar:
a. een of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar een of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot:
a. in dat jaar één of meer ATCs anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
1°. één of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een hoge tegemoetkoming, of
2°. twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een lage tegemoetkoming;
1° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer ATCs als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg, of
2° in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg,
die behoren tot één of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een hoge tegemoetkoming, of tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een lage tegemoetkoming;
b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat:
1°. een indicatie voor een functie voor één dagdeel geldt als een indicatie voor 2,5 uren zorg per week;