2010-07-01 | BWBR0003871 | Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
d6f45c5c14
commit
1092f34188
1 changed files with 52 additions and 59 deletions
|
|
@ -16,23 +16,22 @@ citeertitel: Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. opleiding: de opleiding, bedoeld in artikel 2;
|
||||
c. rechterlijk ambtenaar in opleiding: degene, die is aangesteld om de opleiding te volgen;
|
||||
d. hoofd van dienst: het bestuur van de rechtbank, dan wel het hoofd van het arrondissementsparket, waarbij de rechterlijk ambtenaar in opleiding is tewerkgesteld;
|
||||
e. rector: degene, die overeenkomstig artikel 11 als rector van de opleiding is aangewezen;
|
||||
f. de binnenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
|
||||
g. de buitenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
|
||||
a. opleiding: de opleiding, bedoeld in artikel 2;
|
||||
b. rechterlijk ambtenaar in opleiding: degene, die is benoemd om de opleiding te volgen;
|
||||
c. hoofd van dienst: het bestuur van de rechtbank onderscheidenlijk het hoofd van het arrondissementsparket waarbij de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn opleiding doorbrengt;
|
||||
d. rector: degene, die overeenkomstig artikel 11 als rector van de opleiding is aangewezen;
|
||||
e. binnenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
|
||||
f. buitenstage: de stage, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en 54, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2:. De opleiding
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van Officier van Justitie te kunnen uitoefenen. De opleiding duurt zes jaar en omvat een binnenstage, een buitenstage en een theoretisch vormingsprogramma.
|
||||
Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van officier van justitie te kunnen uitoefenen. De opleiding duurt zes jaar en omvat een binnenstage, een buitenstage en een theoretisch vormingsprogramma.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,17 +74,17 @@ Het toezicht op de buitenstage berust bij de rector.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding voor zijn aanstelling reeds meer dan een jaar ervaring in de rechtspraktijk of andere naar het oordeel van Onze Minister relevante ervaring heeft verworven, kan Onze Minister de opleiding bekorten met ten hoogste de duur van die ervaring, voor zover die meer dan een jaar bedraagt, doch niet met meer dan drie jaar.
|
||||
**1.** Indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding voor zijn benoeming reeds meer dan een jaar ervaring in de rechtspraktijk of andere naar het oordeel van Onze Minister relevante ervaring heeft verworven, kan Onze Minister de opleiding bekorten met ten hoogste de duur van die ervaring, voor zover die meer dan een jaar bedraagt, doch niet met meer dan drie jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de opleiding verlengen
|
||||
|
||||
a. indien de aanstelling in tijdelijke dienst van een rechterlijk ambtenaar in opleiding ingevolge artikel 21, tweede lid, is verlengd: met ten hoogste eenzelfde periode;
|
||||
b. indien de aanstelling voor een volledige taak op grond van artikel 22*a* is gewijzigd in een aanstelling voor een gedeeltelijke taak dan wel een aanstelling voor een gedeeltelijke taak is gewijzigd in een aanstelling voor een andere gedeeltelijke taak: met ten hoogste een jaar;
|
||||
a. indien de periode, waarvoor de benoeming in tijdelijke dienst van een rechterlijk ambtenaar in opleiding is verleend, ingevolge artikel 21, derde lid, is verlengd: met ten hoogste eenzelfde periode;
|
||||
b. indien de volledige arbeidsduur van een rechterlijk ambtenaar in opleiding op zijn eigen verzoek is gewijzigd in een niet volledige arbeidsduur dan wel zijn arbeidsduur op zijn eigen verzoek anderszins is gewijzigd: met ten hoogste een jaar;
|
||||
c. in andere gevallen, indien Onze Minister zulks, met het oog op het met gunstig resultaat beëindigen van de opleiding, nodig oordeelt: met ten hoogste een jaar.
|
||||
|
||||
De verlenging op grond van de onderdelen *a* tot en met *c* gezamenlijk kan niet meer dan twee jaar bedragen en heeft in beginsel slechts betrekking op de binnenstage.
|
||||
De verlenging op grond van de onderdelen a tot en met c gezamenlijk kan niet meer dan twee jaar bedragen en heeft in beginsel slechts betrekking op de binnenstage.
|
||||
|
||||
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bepaalt Onze Minister op welke onderdelen van de opleiding de bekorting of de verlenging betrekking heeft en in welke volgorde de binnenstage en buitenstage worden doorlopen. De laatste volzin van artikel 3, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -95,7 +94,7 @@ De verlenging op grond van de onderdelen *a* tot en met *c* gezamenlijk kan niet
|
|||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister in de loop van de opleiding op grond van een beoordeling, bedoeld in artikel 25, op grond van het oordeel van de rector, bedoeld in artikel 26, dan wel op grond van andere ambtsberichten, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat zal kunnen afsluiten of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, beëindigt hij diens opleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister na voltooiing van de opleiding op een van de gronden als bedoeld in het eerste lid, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat heeft beëindigd of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, maakt hij bekend niet te zullen overgaan tot een voordracht, als bedoeld in artikel 29.
|
||||
**2.** Indien Onze Minister na voltooiing van de opleiding op een van de gronden als bedoeld in het eerste lid, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat heeft beëindigd of niet geschikt is voor een der in artikel 2 bedoelde functies, maakt hij bekend niet te zullen overgaan tot een benoeming dan wel de voordracht voor een benoeming als bedoeld in artikel 29.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens de in het eerste en tweede lid bedoelde beslissingen te nemen hoort Onze Minister het hoofd van dienst en de rector.
|
||||
|
||||
|
|
@ -145,14 +144,14 @@ Onze Minister beslist omtrent de toelating tot de opleiding na advies van een se
|
|||
|
||||
Leden van de in artikel 16 bedoelde selectiecommissie zijn:
|
||||
|
||||
a. twee presidenten en zes andere leden van een rechtbank;
|
||||
b. een officier van justitie, hoofd van een arrondissementsparket, en drie andere leden van het openbaar ministerie;
|
||||
c. vier personen, niet behorend tot een der onder *a* en *b* bedoelde groepen en niet werkzaam bij het Ministerie van Justitie;
|
||||
a. twee presidenten van een rechtbank alsmede zes andere bij een rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren;
|
||||
b. een officier van justitie in de rang van hoofdofficier, zijnde hoofd van een arrondissementsparket, alsmede drie andere rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een tot het openbaar ministerie behorend parket;
|
||||
c. vier personen, niet behorend tot een der onder a en b bedoelde groepen en niet werkzaam bij het Ministerie van Justitie;
|
||||
d. vier ambtenaren van het Ministerie van Justitie.
|
||||
|
||||
De in onderdelen *a* tot en met *c* bedoelde leden worden voor vier jaar benoemd door Onze Minister, die met betrekking tot de in onderdelen *a* en *b* bedoelde leden eerst het advies inwint van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Onze Minister benoemt de in onderdeel *d* bedoelde leden voor onbepaalde tijd.
|
||||
De in onderdelen a tot en met c bedoelde leden worden voor vier jaar benoemd door Onze Minister, die met betrekking tot de in onderdelen a en b bedoelde leden eerst het advies inwint van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Onze Minister benoemt de in onderdeel d bedoelde leden voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
**2.** Elk jaar treden drie van de in het eerste lid, onder *a* tot en met *c*, bedoelde leden af volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreden. Zij zijn niet aansluitend herbenoembaar, behoudens in de gevallen, bedoeld in de laatste volzin. Tussentijds benoemden treden af op het tijdstip waarop degenen, wier plaats zij hebben ingenomen, volgens het rooster zouden zijn afgetreden. Eerst- en tussentijds benoemden zijn aansluitend herbenoembaar indien zij niet meer dan twee jaar lid van de commissie zijn geweest.
|
||||
**2.** Elk jaar treden drie van de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde leden af volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreden. Zij zijn niet aansluitend herbenoembaar, behoudens in de gevallen, bedoeld in de laatste volzin. Tussentijds benoemden treden af op het tijdstip waarop degenen, wier plaats zij hebben ingenomen, volgens het rooster zouden zijn afgetreden. Eerst- en tussentijds benoemden zijn aansluitend herbenoembaar indien zij niet meer dan twee jaar lid van de commissie zijn geweest.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan. De commissie kiest uit haar midden één of meer plaatsvervangende voorzitters.
|
||||
|
||||
|
|
@ -184,26 +183,26 @@ Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het advies.
|
|||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 19 kan Onze Minister, gehoord de selectiecommissie, zonodig de toelatingsprocedure nader regelen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. De aanstelling van toegelatenen tot de opleiding
|
||||
### Paragraaf 5. De benoeming van toegelatenen tot de opleiding
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Degene, die is toegelaten tot de opleiding, wordt door Onze Minister aangesteld als rechterlijk ambtenaar in opleiding in tijdelijke dienst bij de gerechten voor de duur van drie jaar en tewerkgesteld bij een met name te noemen rechtbank of arrondissementsparket.
|
||||
**1.** Degene, die is toegelaten tot de opleiding, wordt door Onze Minister benoemd als rechterlijk ambtenaar in opleiding in tijdelijke dienst bij de gerechten voor de duur van drie jaar. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank en welk arrondissementsparket de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gedurende deze periode vervult.
|
||||
|
||||
**2.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren door Onze Minister tewerkgesteld worden bij een andere rechtbank of ander arrondissementsparket.
|
||||
**2.** Onze Minister kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren de vaststelling van de rechtbank of het arrondissementsparket waarbij een rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt vervult wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, het hoofd van dienst en de rector gehoord, de aanstelling in tijdelijke dienst verlengen:
|
||||
Onze Minister kan, het hoofd van dienst en de rector gehoord, de periode waarvoor een benoeming in tijdelijke dienst is verleend verlengen:
|
||||
|
||||
a. indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding dit verzoekt en naar het oordeel van Onze Minister voortzetting van de opleiding nog zinvol kan zijn: met ten hoogste één jaar;
|
||||
b. indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn: met de tijd welke de rechterlijk ambtenaar in opleiding niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht.
|
||||
b. indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn: met de periode gedurende welke de rechterlijk ambtenaar in opleiding geheel of gedeeltelijk geen werkzaamheden heeft verricht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de opleiding met toepassing van artikel 7, eerste lid, is bekort, kan Onze Minister, na overleg met de rector, de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst bepalen op een periode korter dan drie jaar, doch niet korter dan twee jaar. Ten aanzien van de verlenging van een verkorte aanstelling in tijdelijke dienst is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Indien de opleiding met toepassing van artikel 7, eerste lid, is bekort, kan Onze Minister, na overleg met de rector, de duur van de benoeming in tijdelijke dienst bepalen op een periode korter dan drie jaar, doch niet korter dan twee jaar. Ten aanzien van de verlenging van een verkorte benoeming in tijdelijke dienst is het derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**1.** Om aangesteld te kunnen worden als rechterlijk ambtenaar in opleiding dient het afsluitend examen, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, te voldoen aan de eisen van het tweede lid.
|
||||
**1.** Om benoemd te kunnen worden als rechterlijk ambtenaar in opleiding dient het afsluitend examen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, te voldoen aan de eisen van het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -213,29 +212,27 @@ a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht;
|
|||
b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; en
|
||||
c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder afsluitend examen, bedoeld in die leden, tevens begrepen het schakelprogramma, bedoeld in artikel 38ca, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder afsluitend examen, bedoeld in die leden, tevens begrepen het schakelprogramma, bedoeld in artikel 2b, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 21b
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding legt aan het begin van de opleiding ten overstaan van de rector en in aanwezigheid van een getuige, de eed of belofte af overeenkomstig het als bijlage bij dit besluit gehechte formulier.
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding legt aan het begin van de opleiding ten overstaan van de rector en in aanwezigheid van een getuige, de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door de rechterlijk ambtenaar in opleiding, de rector en de getuige.
|
||||
|
||||
**3.** De rector houdt een register bij waarin de formulieren, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard.
|
||||
**3.** De rector houdt een register bij waarin de formulieren betreffende de door de rechterlijke ambtenaren in opleiding afgelegde eed of belofte worden bewaard.
|
||||
|
||||
**4.** Een uittreksel uit dit register wordt aan de rechterlijk ambtenaar in opleiding uitgereikt.
|
||||
**4.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt van de rector een afschrift van het formulier betreffende de door hem afgelegde eed of belofte.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij de opleiding op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, is beëindigd, wordt een rechterlijk ambtenaar in opleiding aansluitend aan de aanstelling in tijdelijke dienst aangesteld in vaste dienst bij de gerechten en tewerkgesteld bij een met name te noemen rechtbank of arrondissementsparket.
|
||||
**1.** Tenzij de opleiding op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, is beëindigd, wordt een rechterlijk ambtenaar in opleiding aansluitend aan de benoeming in tijdelijke dienst benoemd in vaste dienst bij de gerechten. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank of welk arrondissementsparket de rechterlijk ambtenaar in opleiding, die in vaste dienst is benoemd, zijn ambt vervult.
|
||||
|
||||
**2.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren door Onze Minister tewerkgesteld worden bij een andere rechtbank of ander arrondissementsparket.
|
||||
**2.** Onze Minister kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren de vaststelling van de rechtbank of het arrondissementsparket waarbij een rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt vervult wijzigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt aangesteld voor het vervullen van een volledige of een gedeeltelijke taak.
|
||||
|
||||
**2.** De gedeeltelijke taak kan niet minder zijn dan de helft van de volledige taak en kan niet anders worden vervuld dan door wekelijks gemiddeld gedurende de in het aanstellingsbesluit genoemde arbeidsduur werkzaamheden te verrichten. De vervulling van de gedeeltelijke taak kan niet eerder ingaan dan na afloop van de vierde deelstage van de binnenstage.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,7 +252,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt beoordeeld. Daarbij wordt tegen de achtergrond van zijn toekomstige taak gelet op de wijze waarop hij de hem opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het stadium van opleiding waarin de rechterlijk ambtenaar in opleiding verkeert.
|
||||
**1.** Een rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt beoordeeld. Daarbij wordt tegen de achtergrond van zijn toekomstige functie gelet op de wijze waarop hij de hem opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het stadium van opleiding waarin de rechterlijk ambtenaar in opleiding verkeert.
|
||||
|
||||
**2.** De beoordeling geschiedt telkens na de tweede, de derde, de vierde en de vijfde deelstage van de binnenstage door het hoofd van dienst of door een door deze aangewezen functionaris en tegen het einde van de buitenstage door een door Onze Minister aan te wijzen functionaris.
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,7 +270,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister een der beslissingen, bedoeld in artikel 8, heeft genomen, kan hij de rechterlijk ambtenaar in opleiding ontslaan. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding ten tijde van het te verlenen ontslag reeds was aangesteld in vaste dienst, kan het ontslag evenwel slechts worden verleend, indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de betrokkene binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende, werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze weigert zodanige werkzaamheden te aanvaarden.
|
||||
Indien Onze Minister een der beslissingen, bedoeld in artikel 8, heeft genomen, kan hij de rechterlijk ambtenaar in opleiding op die grond ontslaan. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding reeds in vaste dienst is benoemd, kan hij evenwel, in afwijking van de eerste volzin, slechts worden ontslagen, indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om hem binnen het gezagsbereik van Onze Minister of bij een gerecht een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, passende functie aan te bieden dan wel indien hij weigert deze functie te aanvaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,13 +291,13 @@ b. bepaalt Onze Minister overeenkomstig artikel 3, tweede lid, waar de buitensta
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Op voordracht van Onze Minister benoemen Wij een rechterlijk ambtenaar in opleiding, die de opleiding met gunstig resultaat heeft beëindigd en geschikt wordt geacht voor een der in artikel 2 bedoelde functies, overeenkomstig diens voorkeur tot gerechtsauditeur bij een door Ons aan te wijzen gerecht of tot officier van justitie in de rang van substituut-officier van justitie in een door Ons aan te wijzen arrondissement. Bij de aanwijzing letten wij zowel op de voorkeur van de betrokken rechterlijk ambtenaar in opleiding als op het belang van de dienst.
|
||||
Een rechterlijk ambtenaar in opleiding, die de opleiding met gunstig resultaat heeft beëindigd en geschikt wordt geacht voor een van de in artikel 2 bedoelde functies, wordt, overeenkomstig diens voorkeur, benoemd in de functie van gerechtsauditeur en in de rang van gerechtsauditeur dan wel benoemd in de functie van officier van justitie en in de rang van substituut-officier. Bij de vaststelling van de rechtbank of het parket waarbij het ambt, bedoeld in de eerste volzin, wordt vervuld, wordt de voorkeur van de betrokken rechterlijk ambtenaar in opleiding en het dienstbelang in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7:. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Dit besluit berust mede op artikel 2, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,40 +319,36 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage . Formulier voor het afleggen van de eed of belofte
|
||||
## Bijlage . als bedoeld in
|
||||
|
||||
**Door de rechterlijk ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 21b van het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren**
|
||||
**Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een rechterlijk ambtenaar in opleiding**
|
||||
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal eerbiedigen.
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn benoeming.
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn benoeming aan niemand iets heb gegeven of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen.
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling van niemand giften heb aanvaard en niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn benoeming van niemand giften heb aanvaard en niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen.
|
||||
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de aan mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofd van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben;
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik bij de uitoefening van mijn ambt de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden;
|
||||
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de aan mij opgedragen werkzaamheden zal verrichten, dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.
|
||||
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
|
||||
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig !/Dat verklaar en beloof ik !
|
||||
|
||||
Op .................... , werd te ....................
|
||||
Op ........................, werd te .....................
|
||||
|
||||
ten overstaan van (1) .................... , en
|
||||
ten overstaan van (1) .............................., en
|
||||
|
||||
in tegenwoordigheid van (2) ....................
|
||||
in tegenwoordigheid van (2) .......................
|
||||
|
||||
door (3) ....................
|
||||
door (3) .............................
|
||||
|
||||
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
|
||||
|
||||
de ....................
|
||||
(1) .............................
|
||||
|
||||
(1) ....................
|
||||
(2) .............................
|
||||
|
||||
(2) ....................
|
||||
|
||||
(3) ....................
|
||||
|
||||
Krachtens de wet is de rechterlijk ambtenaar in opleiding tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. Daarbij is de rechterlijk ambtenaar in opleiding verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
|
||||
(3) .............................
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue