2006-02-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2006-02-01 12:00:00 +00:00
parent fbc9e25b99
commit 10c08002a5

View file

@ -270,27 +270,110 @@ d. de vreemdeling die slachtoffer of getuige-aangever is van vrouwenhandel;
e. de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet dan wel van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vreemdelingenwet; of
f. de vreemdeling die tijdig een aanvraag heeft ingediend tot wijziging van een verblijfsvergunning.
##### 1.2.2. Vrijstellingen op grond van het
##### 1.2.2. Vrijstellingen op grond van het Vreemdelingenbesluit
Is het kind evenwel niet direct na de geboorte aangemeld dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. In dat geval kan de verblijfsvergunning worden verleend indien naar het oordeel van de Minister genoegzaam is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in Nederland heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Gelet op het feit dat deze kinderen in Nederland zijn geboren, is het niet rechtvaardig om de aanvraag af te wijzen omdat het kind niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Hetzelfde geldt ten aanzien van kinderen die in Nederland zijn geboren uit een ouder die op het moment van die geboorte rechtmatig in Nederland verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt evenmin verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Tot de hier bedoelde categorie behoren onder meer de kinderen die tijdens de procedure in Nederland worden geboren uit een ouder die aansluitend op die procedure in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning. Tevens zijn vrijgesteld andere kinderen die in Nederland zijn geboren op een moment waarop de ouder op een der andere in artikel 8 Vreemdelingenwet genoemde gronden rechtmatig in Nederland verbleef, bijvoorbeeld in verband met de aangifte van mensenhandel, of tijdens de vrije termijn, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning.
Onderdeel c ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland. De groep gezinsleden in dit artikelonderdeel komt overeen met de groep gezinsleden die onder het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging. Op de hier bedoelde personeelsleden en hun gezinsleden zijn de bepalingen van de Wet niet van toepassing. Zij bezitten een bijzondere status op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101) of het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40). De invulling van het begrip duurzaam verblijf in artikel 37 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer zoals die per 1 januari 2000 wordt gehanteerd, heeft verblijfsrechtelijke gevolgen voor het administratief, technisch en bedienend personeel en voor particuliere bedienden van ambassades of consulaten en hun gezinsleden. Onder omstandigheden kunnen zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt daarmee tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. De afhankelijke gezinsleden die tien jaar of langer bij de hoofdpersoon in Nederland verblijven komen evenals de hoofdpersoon onder omstandigheden in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Bij een afhankelijk verblijf van korter dan tien jaar kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet onder een beperking verband houdend met gezinshereniging worden aangevraagd. Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet (meer) beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, sedert jaren daadwerkelijk verblijf houden in Nederland, is het redelijk van hen geen machtiging tot voorlopig verblijf te verlangen. Zie B12.
Onderdeel d ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vreemdelingenwet is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 t/m 3.38 Vreemdelingenbesluit en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste.
Onderdeel e heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het besluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het besluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het besluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortgezet verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit kunnen voortvloeien.
Onderdeel f heeft betrekking op de vreemdeling die met gebruikmaking van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet een verblijfsvergunning aanvraagt. Hierbij gaat het zowel om de ouder als het (meerderjarige) kind die eerder in Nederland hebben verbleven. Door de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet (en daarmee tevens naar het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet) is verzekerd dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de vreemdeling die voor de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking komt. Deze bepaling ziet derhalve niet op de vreemdeling die op grond van eerdere of andere remigratieregelingen is teruggekeerd naar zijn land van herkomst en die wil terugkeren naar Nederland. De vreemdeling die binnen één jaar na remigratie uit Nederland op grond van de Remigratiewet een aanvraag om verblijf in Nederland indient en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning, komt op grond van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Uit artikel 10, eerste lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet volgt dat alleen voor de terugkeeroptie in aanmerking komt, de vreemdeling die drie jaar in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning onder een beperking van niet-tijdelijke aard. De beperkingen van tijdelijke aard zijn voor het bepaalde bij en krachtens de Remigratiewet geregeld in de Regeling Aanwijzing vreemdelingen wegens verblijf voor een tijdelijk doel (Stcrt. 2000, 62). Uiteraard is de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet alleen van belang voorzover daaruit het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voortvloeit. In andere gevallen kan de vreemdeling op grond van deze terugkeeroptie een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. In het laatste geval kan de desbetreffende aanvraag niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf. Overigens verdient het de voorkeur dat deze vreemdelingen vóór hun terugkeer naar Nederland een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen. artikel 8 van de Remigratiewet heeft ook betrekking op kinderen van vreemdelingen. Ook deze kinderen kunnen van de terugkeeroptie gebruikmaken en zijn daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste. Concreet betekent dit, dat vrijgesteld is de vreemdeling die direct voorafgaande aan de remigratie als minderjarig kind van de ouder in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning of als Nederlander en binnen een jaar na de remigratie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet met de ouder naar Nederland terugkeert. Tevens is vrijgesteld de vreemdeling die binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en vervolgens zelfstandig naar Nederland terugkeert.
De vreemdeling dient, indien hij zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën, aanstonds aan te tonen dat hij behoort tot een vrijstellingscategorie. Op het aanvraagformulier model M35-A staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit vermeld voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond. Indien de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft het beroep op één van deze vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund.
Indien geen (afdoende) bewijs kan worden overgelegd ter staving van het beroep op één der vrijstellingscategorieën, terwijl vaststaat dat de vreemdeling hier wel schriftelijk op is gewezen, wordt de verblijfsvergunning conform artikel 16 Vreemdelingenwet in samenhang met artikel 3.71, eerste lid, Vreemdelingenbesluit afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf.
De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf ten aanzien van hem getuigt van een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit) dient bij het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een onderbouwing voor het beroep op deze vrijstellingscategorie te overleggen. Het aanvraagformulier model M35-A vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen.
Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vreemdelingenbesluit getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a t/m e dan wel l, Vreemdelingenwet en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vreemdelingenbesluit. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vreemdelingenbesluit getoetst.
Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e of onder l, Vreemdelingenwet en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vreemdelingenwet dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uisluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vreemdelingenwet biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven.
Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, Vreemdelingenbesluit kan een vreemdeling van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf vrijgesteld worden.
Artikel
3.71, tweede lid,
Vreemdelingenbesluit:
Van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf is, op grond van artikel 17, eerste lid, onder g, van de Wet, vrijgesteld de vreemdeling:
a.
die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst;
b.
van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van Onze Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die
1.
sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander, of
2.
op het moment van de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van artikel 8, onder f tot en met k, van de Wet en die sedertdien aansluitend rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft, voor zover geen van beiden het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst;
c.
die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 van de Wet;
d.
die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentale plat;
e.
die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije;
f.
die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet;
g.
die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te s-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is;
h.
die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31.
De vreemdeling is echter niet vrijgesteld indien hij in Nederland wil verblijven voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger (zie artikel 3.71, derde lid, Vreemdelingenbesluit en B5). Deze uitzondering voor de vreemdeling die als godsdienstleraar of geestelijke voorganger wil verblijven, dient er mede toe om vooraf te onderzoeken of er vanuit het oogpunt van openbare orde bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de vreemdeling en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. De aanwezigheid en het functioneren van godsdienstleraren en geestelijk voorgangers hier te lande, in verband met de bijzondere positie die zij innemen binnen de alhier gevestigde gemeenschappen, kan van zodanige invloed zijn op de openbare orde en nationale veiligheid, dat onderzoek vooraf gewenst is. In deze gevallen wordt niet voorbijgegaan aan het mvv-vereiste; ook niet indien de vreemdeling behoort tot de in artikel 3.71, tweede lid, Vreemdelingenbesluit genoemde vrijgestelde categorieën. De enige uitzondering hierop vormt artikel 3.71, tweede lid, onder h Vreemdelingenbesluit (zie hiervoor de toelichting van onderdeel h).
Vanzelfsprekend kan het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf niet leiden tot afwijzing van de aanvraag, indien een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet, waarbij in dit verband met name kan worden gedacht aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije.
Indien een vreemdeling een beroep doet op een van de hierboven genoemde vrijstellingscategorieën dient hij aan te tonen dat hij behoort tot één van de vrijstellingscategorieën.
In beginsel dient de vreemdeling reeds bij het indienen van de aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën te onderbouwen. In het aanvraagformulier dat ziet op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd waarbij de vreemdeling niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf - het model M35-A - worden de vrijstellingscategorieën op grond van het Vreemdelingenbesluit met name genoemd. Per categorie wordt een korte toelichting op de vrijstellingsgrond gegeven. Indien de vreemdeling bij het indienen van een aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund.
In het vierde lid van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule.
Ingevolge artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit kan de Minister het eerste lid buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/2.2.1). Op grond van deze clausule is het mogelijk om in bijzondere individuele gevallen dan wel voor bijzondere groepen uitzonderingen te maken.
Indien een vreemdeling vraagt om toepassing van deze hardheidsclausule zal hij dat verzoek met feiten en omstandigheden moeten onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs moeten aanleveren.
*Toelichting per vrijstelling*
Onderdeel a ziet op het volgende:
De vreemdeling die voor diens negentiende levensjaar ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van artikel 8, onder a t/m e dan wel l, Vreemdelingenwet kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot Nederland. Indien de vreemdeling minderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Indien de vreemdeling meerderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen. Dit onderdeel komt grotendeels overeen met artikel 52a, onderdeel g, van het voormalige Vreemdelingenbesluit, met dien verstande dat toegevoegd is de categorie vreemdelingen die in diezelfde periode geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland hebben verbleven. Het is redelijk laatstgenoemde vreemdelingen niet anders te behandelen om de enkele reden dat het rechtmatig verblijf geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland is doorgebracht.
Onderdeel b ziet op het volgende:
Kinderen van twaalf jaar of jonger die in Nederland zijn geboren, vanaf dat moment onafgebroken in Nederland woonachtig zijn en naar het oordeel van de Minister feitelijk zijn blijven behoren tot het gezin van een van de ouders die sinds de geboorte van het kind in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning, komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning indien zij feitelijk (zijn blijven) behoren tot het gezin van die ouder. Als hoofdregel geldt dat één van de ouders binnen drie dagen na de geboorte van het kind een aanvraag ten behoeve van het kind moet indienen bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben, om het verblijfsrecht mede geldig te maken voor het kind. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar worden deze kinderen ook feitelijk in het bezit gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt.
Is het kind evenwel niet direct na de geboorte aangemeld dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. In dat geval kan de verblijfsvergunning worden verleend indien naar het oordeel van de Minister genoegzaam is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in Nederland heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Gelet op het feit dat deze kinderen in Nederland zijn geboren, is het niet rechtvaardig om de aanvraag af te wijzen omdat het kind niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Hetzelfde geldt ten aanzien van kinderen die in Nederland zijn geboren uit een ouder die op het moment van die geboorte rechtmatig in Nederland verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt evenmin verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Tot de hier bedoelde categorie behoren onder meer de kinderen die tijdens de procedure in Nederland worden geboren uit een ouder die aansluitend op die procedure in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning. Tevens zijn vrijgesteld andere kinderen die in Nederland zijn geboren op een moment waarop de ouder op een der andere in artikel 8 Vreemdelingenwet genoemde gronden rechtmatig in Nederland verbleef, bijvoorbeeld in verband met de aangifte van mensenhandel, of tijdens de vrije termijn, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning.
Onderdeel c ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland.
Geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101) of het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40).De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt daarmee tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. De afhankelijke gezinsleden die tien jaar of langer bij de hoofdpersoon in Nederland verblijven komen - evenals de hoofdpersoon - onder omstandigheden in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12).
Na beëindiging van de bijzondere geprivilegieerde status van de hoofdpersoon kan het voorkomen dat de geprivilegieerde hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Dit kan het geval zijn indien één of meer van de afhankelijke gezinsleden nog minderjarig is of als één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet minimaal tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven op basis van een bijzondere geprivilegieerde status. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Deze vrijstelling houdt verband met het feit dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, het feit dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vreemdelingenwet is verzocht en het feit dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Gelet hierop is het niet redelijk van deze afhankelijke gezinsleden een machtiging tot voorlopig verblijf te verlangen.
Geaccrediteerde personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel c ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vreemdelingenwet is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlangen.
Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit.
Onderdeel d ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vreemdelingenwet is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 t/m 3.38 Vreemdelingenbesluit en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste.
Onderdeel e heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het besluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het besluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het besluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortgezet verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit kunnen voortvloeien.
Onderdeel f heeft betrekking op de vreemdeling die met gebruikmaking van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet een verblijfsvergunning aanvraagt. Hierbij gaat het zowel om de ouder als het (meerderjarige) kind die eerder in Nederland hebben verbleven. Door de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet (en daarmee tevens naar het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet) is verzekerd dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de vreemdeling die voor de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking komt. Deze bepaling ziet derhalve niet op de vreemdeling die op grond van eerdere of andere remigratieregelingen is teruggekeerd naar zijn land van herkomst en die wil terugkeren naar Nederland. De vreemdeling die binnen één jaar na remigratie uit Nederland op grond van de Remigratiewet een aanvraag om verblijf in Nederland indient en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning, komt op grond van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Uit artikel 10, eerste lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet volgt dat alleen voor de terugkeeroptie in aanmerking komt, de vreemdeling die drie jaar in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning onder een beperking van niet-tijdelijke aard. De beperkingen van tijdelijke aard zijn voor het bepaalde bij en krachtens de Remigratiewet geregeld in de Regeling Aanwijzing vreemdelingen wegens verblijf voor een tijdelijk doel (Stcrt. 2000, 62). Uiteraard is de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet alleen van belang voorzover daaruit het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voortvloeit. In andere gevallen kan de vreemdeling op grond van deze terugkeeroptie een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. In het laatste geval kan de desbetreffende aanvraag niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf. Overigens verdient het de voorkeur dat deze vreemdelingen vóór hun terugkeer naar Nederland een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen. Artikel 8 van de Remigratiewet heeft ook betrekking op kinderen van vreemdelingen. Ook deze kinderen kunnen van de terugkeeroptie gebruikmaken en zijn daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste. Concreet betekent dit, dat vrijgesteld is de vreemdeling die direct voorafgaande aan de remigratie als minderjarig kind van de ouder in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning of als Nederlander en binnen een jaar na de remigratie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet met de ouder naar Nederland terugkeert. Tevens is vrijgesteld de vreemdeling die binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en vervolgens zelfstandig naar Nederland terugkeert.
Onderdeel g ziet op de volgende situatie:
De persoon die feitelijk in Nederland verblijft en bij de rechtbank te s-Gravenhage een verzoek ingevolge artikel 17, eerste lid, Rijkswet op het Nederlanderschap heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet uitgezet indien dat verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de betrokkene, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, in afwachting van de beslissing op het verzoek. Gelet op het feit dat de verzoeken van deze personen niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot zijn en zij veelal lange tijd in Nederland verblijven voordat twijfels over de Nederlandse nationaliteit ontstonden, is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen en kunnen zij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning.
Onderdeel h is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn nr. 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG L 212). Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste.
*Toetsing van de vrijstellingscategorie*
De vreemdeling dient, indien hij zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën, aanstonds aan te tonen dat hij behoort tot een vrijstellingscategorie. Op het aanvraagformulier model M35-A staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit vermeld voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond. Indien de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft het beroep op één van deze vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund.
Indien geen (afdoende) bewijs kan worden overgelegd ter staving van het beroep op één der vrijstellingscategorieën, terwijl vaststaat dat de vreemdeling hier wel schriftelijk op is gewezen, wordt de verblijfsvergunning conform artikel 16 Vreemdelingenwet in samenhang met artikel 3.71, eerste lid, Vreemdelingenbesluit afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf.
De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf ten aanzien van hem getuigt van een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit) dient bij het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een onderbouwing voor het beroep op deze vrijstellingscategorie te overleggen. Het aanvraagformulier model M35-A vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen.
Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vreemdelingenbesluit getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a t/m e dan wel l, Vreemdelingenwet en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vreemdelingenbesluit. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vreemdelingenbesluit getoetst.
*Vertrektermijn*
Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e of onder l, Vreemdelingenwet en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vreemdelingenwet dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uitsluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vreemdelingenwet biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven.
20062130-01-200618-01-20062006/620062130-01-200618-01-20062006/601-02-2006
##### 1.2.3. Voortgezet verblijf
@ -2994,17 +3077,218 @@ Als hoofdregel wordt de aanvraag, in het belang van de behandeling van die aanvr
###### 4.1.1.3. Plaats van indiening van de aanvraag
Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfs-documenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vreemdelingenbesluit kunnen worden toegezonden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De aanvrager kan daartoe telefonisch via nummer 0900 1234561 (€ 0,10 p.m.) een aanvraagformulier (model M83) aanvragen. Dit landelijk telefoonnummer is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 17.00 uur. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan het hieronder vermelde adres van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND):
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
t.a.v. de afdeling Verlengingen
Postbus 7029
8007 HA ZWOLLE.
Zie verder A3/3.8.3.
Artikel
3.101
Vreemdelingenbesluit:
1
De aanvraag, bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Wet, wordt ingediend op een bij ministeriële regeling aan te wijzen plaats.
2
In afwijking van het eerste lid wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd.
3
In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag, bedoeld in artikel 14 van de Wet, tevens worden ingediend bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Australië, Nieuw Zeeland of Canada, indien de vreemdeling de Australische, Nieuw Zeelandse of Canadese nationaliteit bezit en in Nederland wil verblijven in het kader van een uitwisselingprogramma tussen Nederland en die landen.
Artikel
3.33a
Voorschrift Vreemdelingen:
1
De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft;
2
In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder de beperking, genoemd in artikel 3.4, eerste lid, onder s van het Besluit, ingediend bij de korpschef van de politieregio waar de aangifte is gedaan.
3
In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder de beperking genoemd in artikel 3.4, eerste lid onder y van het besluit, ingediend bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
4
Indien de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft in een gemeente vermeld in kolom A van bijlage 18 bij deze regeling, wordt de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet, in afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, ingediend bij het met die gemeente corresponderende in kolom B van deze bijlage vermelde kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst indien de vreemdeling:
a.
niet de nationaliteit bezit van één der door de Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen landen;
b.
geen gemeenschapsonderdaan is, en
c.
niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd.
Artikel
3.33b
Voorschrift Vreemdelingen:
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Zwolle.
Artikel
3.33c
Voorschrift Vreemdelingen:
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Zwolle.
*De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.*
*Hoofdregel:* De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft (artikel 4:1 Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 3.33a Voorschrift Vreemdelingen).
Dat niet aan deze hoofdregel wordt voldaan, wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling:
die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vreemdelingenwet (oud) heeft ingediend; en
in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde 14-1-brief heeft gestuurd aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen.
Als 14-1-brief wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken:
het verzoek is ingediend rechtstreeks bij de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (dan wel de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)); en
het verzoek is niet ingediend met het in het Voorschrift Vreemdelingen voorgeschreven formulier; en
het verzoek moet worden aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet. Aanvragen tot het verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van de verblijfsvergunning vallen hier niet onder.
In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling die niet in het bezit is van de vereiste mvv en die woonachtig is in de gemeente die vermeld is in kolom A van bijlage 18, behorend bij artikel 3.33a Voorschrift Vreemdelingen, ingediend bij het met die gemeente corresponderende in kolom B van deze bijlage vermelde kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te Hoofddorp of Rijswijk.
Deze verplichting geldt niet voor de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één van de door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen landen dan wel de vreemdeling die een gemeenschapsonderdaan of burger van de Europese Unie is. Het gaat hier om de nationaliteiten van de volgende landen: Australië, België, Canada, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland.
Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen, zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch een afspraak dienen te maken (023- 888 9090 voor het kantoor te Hoofddorp en 070 370 3788 voor het kantoor te Rijswijk).
*De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van hoofdstuk B9 Vreemdelingencirculaire (mensenhandel).*
In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel ingediend bij de korpschef van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
De korpschef stuurt de aanvraag na ontvangst per omgaande rechtstreeks door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zodat op deze aanvraag binnen 24 uur kan worden beslist.
*De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.*
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt schriftelijk ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te Zwolle.
*De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.*
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens schriftelijk ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te Zwolle.
*Aanvraag van een vreemdeling wiens vrijheid rechtens is ontnomen.*
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.101, tweede lid, Vreemdelingenbesluit wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd.
Dat kan een politiecel, een cel van de Koninklijke Marechaussee, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn.
Indien de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, neemt de korpschef de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De terzake relevante bescheiden en gegevens worden met de aanvraag meegezonden. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de korpschef onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing.
Indien de vreemdeling zich in een cel van de Koninklijke Marechaussee of een uitzetcentrum bevindt, neemt de Koninklijke Marechaussee de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De terzake relevante gegevens en bescheiden worden met de aanvraag meegezonden. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de Koninklijke Marechaussee onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing.
*Aanvraag van vreemdelingen van Australische, Canadese of Nieuw-Zeelandse nationaliteit.*
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan ingevolge artikel 3.101, derde lid, Vreemdelingenbesluit worden ingediend bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Australië, Canada of Nieuw Zeeland, indien de Australische, Canadese of Nieuw-Zeelandse vreemdeling in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen Nederland en een van die landen in Nederland wil verblijven. Bedoelde vertegenwoordiging zendt de aanvraag met alle bijbehorende informatie en bescheiden door naar de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats beoogt. De verschuldigde leges worden door de vreemdeling na aankomst in Nederland voldaan bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats beoogt.
De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft verschaft de vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op de aanvraag het bescheid rechtmatig verblijf, met daarop de aantekening dat het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten (zie dienaangaande B7).
De aanvraag kan ook in Nederland worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
*De aanvraag tot vervanging of vernieuwing van een verblijfsdocument*
Artikel
4.22
Vreemdelingenbesluit:
1
De documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a tot en met d, worden door Onze Minister vervangen, indien:
a.
de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, overeenkomstig artikel 4.44 aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en
b.
Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan.
2
Onverminderd het eerste lid, worden de documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, telkens vijf jaren na de afgifte ervan, vervangen.
Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfs-documenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vreemdelingenbesluit kunnen worden toegezonden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De aanvrager kan daartoe telefonisch via nummer 0900 1234561 (€ 0,10 p.m.) een aanvraagformulier (model M83) aanvragen. Dit landelijk telefoonnummer is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 17.00 uur. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan het hieronder vermelde adres van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND):
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
t.a.v. de afdeling Verlengingen
Postbus 7029
8007 HA ZWOLLE.
Zie verder A3/3.8.3.
20062231-01-200630-01-20062006/720062231-01-200630-01-20062006/701-02-2006
###### 4.1.1.4. Vastgesteld formulier
@ -3140,21 +3424,20 @@ De vreemdeling draagt zorg voor de legalisatie van buitenlandse stukken betreffe
Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalische autoriteiten en door hen uitgegeven documenten, waaronder bewijsstukken betreffende de staat van personen, door Nederland niet erkend. Zie voor wat betreft documenten voor grensoverschrijding 2.2.2 slot.
###### 4.1.1.9. Specifieke bepalingen inzake de procedure en de afhandeling van de aanvraag tot verlening of tot wijzing van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
###### 4.1.1.9. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning bepaalde tijd
*Inleiding*
*A. Indien de aanvraag wordt ingediend bij de burgemeester*
Sinds de voltooiing van de overdracht van de toelatingstaken inzake reguliere aanvragen van de korpschef naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de gemeenten, fungeren de gemeenten als front-office, waar aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, tot wijziging van de verblijfsvergunning of tot toetsing aan het gemeenschapsrecht worden ingediend, registratie van de vreemdeling plaatsvindt, de sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ en de sticker „Verblijfsaantekeningen voor Gemeenschapsonderdanen“ worden verstrekt, beleidsarme informatie wordt gegeven en verblijfsdocumenten worden uitgereikt.
*Inleiding*
Sinds de voltooiing van de overdracht van de toelatingstaken inzake reguliere aanvragen van de korpschef naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de gemeenten, fungeren de gemeenten als front-office, waar aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, tot wijziging van de verblijfsvergunning of tot toetsing aan het gemeenschapsrecht worden ingediend, registratie van de vreemdeling plaatsvindt, de sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen en de sticker Verblijfsaantekeningen voor Gemeenschapsonderdanen worden verstrekt, beleidsarme informatie wordt gegeven en verblijfsdocumenten worden uitgereikt.
De onderhavige paragraaf beschrijft de specifieke bepalingen in het kader van deze nieuwe procedure. Voorts wordt een korte uiteenzetting gegeven van de werkzaamheden van de burgemeester, zoals deze door hem worden verricht sinds de overdracht.
Voor zover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing.
Voorzover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde in hoofdstuk B1 onverkort van toepassing.
*Opeenvolgende handelingen (in hoofdlijnen) van de burgemeester inzake de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier.*
*Opeenvolgende handelingen (in hoofdlijnen) van de burgemeester inzake de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier*
*Identificeren van de vreemdeling*
@ -3175,30 +3458,24 @@ Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalisc
Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is. De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en 3.34a tot en met i, Voorschrift Vreemdelingen.
Ingevolge artikel 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid en 3.34h , Voorschrift Vreemdelingen, worden de leges ter zake van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, per aanvraag geheven door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
Ingevolge artikel 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid en 3.34h, Voorschrift Vreemdelingen, worden de leges ter zake van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, per aanvraag geheven door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
De leges worden geïnd door de burgemeester. Betaling van de leges geschiedt per kas of per pin.
De procedure inzake de leges staat meer uitgebreid beschreven in paragraaf B1/4.1.2.
De procedure inzake de leges staat meer uitgebreid beschreven in B1/4.1.2.
*Verstrekken „sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen“*
*Verstrekken sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen*
De burgemeester verstrekt de sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ (bijlage 7g Voorschrift Vreemdelingen) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden.
De sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f,g,h, en i van de Vreemdelingenwet, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
De burgemeester verstrekt de sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (bijlage 7g Voorschrift Vreemdelingen) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden.
De sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h, en i van de Vreemdelingenwet, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker Aantekeningen Toezicht (bijlage 7j Voorschrift Vreemdelingen) door de korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst aangemeld op…(datum).
Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker „Aantekeningen Toezicht“ (bijlage 7j Voorschrift Vreemdelingen) door de korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst aangemeld op…(datum).
*Verstrekken sticker „Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan“*
De burgemeester plaatst de sticker „Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan“ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
*Maken kopieën van originele stukken die aanvrager toont, inclusief geldig document voor grensoverschrijding en brondocumenten*
*Verstrekken sticker Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan*
De burgemeester plaatst de sticker Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
Maken kopieën van originele stukken die aanvrager toont, inclusief geldig document voor grensoverschrijding en brondocumenten
De burgemeester maakt ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een kopie van het door de vreemdeling overgelegde geldige document voor grensoverschrijding alsmede een kopie van de door de vreemdeling overgelegde originele brondocumenten (zoals geboorteakte en de huwelijksakte).
De kopieën van deze bescheiden dienen te worden gewaarmerkt.
@ -3209,8 +3486,7 @@ Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalisc
De burgemeester maakt ten behoeve van de vreemdeling een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager staan vermeld, alsmede diens handtekening. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling.
*Verzenden van stukken naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)*
*Verzenden van stukken naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND*)
De burgemeester draagt zorg voor het doorzenden van de aanvraag naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Hij zendt onder meer de volgende bescheiden naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND); het originele aanvraagformulier (inclusief de vereiste bijlagen (denk hierbij aan de originele relatieverklaring of de bewustverklaring au pair), de set gewaarmerkte kopieën van het document voor grensoverschrijding en de overgelegde brondocumenten, een kopie van het betalingsbewijs leges en de ingevulde checklist.
@ -3220,9 +3496,7 @@ Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalisc
De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument.
Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (Model M76) en - voorzover sprake is van een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning - tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet erop toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De burgemeester zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (Model M76) naar het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (Model M76) en - voor zover sprake is van een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning - tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet erop toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De burgemeester zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (Model M76) naar het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
*Algemene informatie verschaffen*
@ -3230,7 +3504,30 @@ Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalisc
Naast bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling.
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
*B. Indien de aanvraag wordt ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)*
Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen bij een kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald.
Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bepaalt de IND-medewerker de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs.
Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, stelt de IND-medewerker de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht mondeling in de gelegenheid om het verzuim te herstellen en alsnog ter plekke de verschuldigde leges per kas-of pinbetaling te voldoen. In dat geval is er geen reden om langer herstel verzuim te verlenen dan het tijdsverloop dat in de regel gemoeid is met de handeling van kas- of pinbetaling. Als betrokkene geen gebruik maakt van de hem geboden gelegenheid om het verschuldigde legesbedrag alsnog te voldoen, wordt de aanvraag direct ter plaatse door de IND-medewerker buiten behandeling gesteld.
De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend.
Na betaling van de verschuldigde leges vraagt de IND-medewerker aan de vreemdeling voor zover zulks niet reeds blijkt uit het ingevulde aanvraagformulier - op welke mvv-vrijstellingsgrond hij zich beroept dan wel op welke gronden betrokkene meent dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat vasthouden aan het mvv-vereiste zou getuigen van een bijzondere hardheid (de hardheidsclausule ex artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000) indien en voor zover betrokkene zich daarop beroept. Conform het bepaalde in B1/1.2.2 dient betrokkene reeds bij het indienen van de aanvraag het verzoek om mvv-vrijstelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs te leveren.
Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds op voorhand niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste, zal de IND-medewerker direct ter plaatse een afwijzende beschikking uitreiken aan betrokkene.
Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld het beroep op de mvv-vrijstelling (alsnog) nader te onderbouwen met bescheiden of anderszins.
Indien de aanvraag niet meteen ter plaatse kan worden afgedaan omdat nader onderzoek aangewezen is, zal de IND-medewerker de vreemdeling de Sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” (bijlage 7g Voorschrift Vreemdelingen) verstrekken ten bewijze van het feit dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gedurende de behandeling van de aanvraag.
De IND-medewerker maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling.
Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar tuberculose aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-medewerker de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst met gebruikmaking van het formulier M38.
20062231-01-200630-01-20062006/720062231-01-200630-01-20062006/701-02-2006
###### 4.1.1.10. Specifieke bepalingen inzake de procedure van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
@ -3429,48 +3726,29 @@ Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges versc
###### 4.1.2.1. Procedure leges
*
Procedure bij aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van de verblijfsvergunning
*
*Procedure bij aanvraag bij de burgemeester tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van de verblijfsvergunning*
Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning bepaalt de burgemeester de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het verschuldigde bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs.
Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, zendt de burgemeester de aanvraag onverkort door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onder vermelding van het feit dat de leges nog niet zijn voldaan.
Indien de vreemdeling de leges niet heeft voldaan bij de burgemeester, worden de leges alsnog geïnd door KPMG, welke organisatie ten behoeve van de Minister administratieve ondersteuning verleent bij de inning van de leges.
Op grond van de door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekte gegevens wordt vervolgens door KPMG binnen drie werkdagen een factuur met een acceptgiro vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden. Deze factuur betreft tevens de ontvangstbevestiging van de aanvraag.
De aanvrager wordt daarbij een termijn gesteld van vier weken om het legesbedrag te voldoen. Indien hij de leges na ommekomst van deze periode niet heeft betaald, dan wordt een aanmaning om binnen twee weken alsnog te betalen toegezonden. Deze aanmaning (door KPMG) geldt als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim. Indien een vreemdeling in de loop van de procedure een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel, dienen opnieuw leges te worden betaald.
Nadat KPMG aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bericht dat voor de desbetreffende aanvraag de volledige leges zijn ontvangen, wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot wijziging van de verblijfsvergunning ter hand genomen, mits aan de overige voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag wordt voldaan.
Indien de verschuldigde leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van de verblijfsvergunning regulier niet of onvolledig zijn betaald, meldt KPMG dit aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) na het verstrijken van de betalingstermijn.
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure terzake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat indien de aanvraag niet wordt ingewilligd de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
In gevallen waarin na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, terzake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd.
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure ter zake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat indien de aanvraag niet wordt ingewilligd de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
In gevallen waarin na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, ter zake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd.
De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend.
Ten aanzien van de procedure die gevolgd wordt indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend bij een kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zij verwezen naar het bepaalde in B1/4.1.1.9 onder B.
*Procedure legesinning mvv*
Over de legesinning in het geval van aanvragen tot het verlenen van een mvv zijn door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afspraken gemaakt met het ministerie van Buitenlandse Zaken. De leges voor het behandelen van een mvv-aanvraag worden geheven namens de minister van Buitenlandse Zaken en zijn opgenomen in de Regeling op de Consulaire Tarieven. De afspraken houden in dat de voor het behandelen van een mvv-aanvraag verschuldigde leges door de vreemdeling gestort of overgeboekt worden op een rekeningnummer van de IND in Nederland. De IND verrekent de ontvangen legesbedragen met het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Over de legesinning in het geval van aanvragen tot het verlenen van een mvv zijn door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afspraken gemaakt met het ministerie van Buitenlandse Zaken. De leges voor het behandelen van een mvv-aanvraag worden geheven namens de minister van Buitenlandse Zaken en zijn opgenomen in de Regeling op de Consulaire Tarieven. De afspraken houden in dat de voor het behandelen van een mvv-aanvraag verschuldigde leges door de vreemdeling gestort of overgeboekt worden op een rekeningnummer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verrekent de ontvangen legesbedragen met het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Tevens wordt in het kader van een verzoek om advies aan de referent van de vreemdeling, ten behoeve van wie een positief advies is afgegeven, de mogelijkheid geboden om de leges die verschuldigd zijn voor de door de vreemdeling in te dienen mvv-aanvraag, te voldoen. Als de referent niet bereid is de leges te voldoen, dient de vreemdeling in het kader van de aanvraagprocedure voor het verlenen van een mvv de verschuldigde leges op de bovenomschreven wijze te voldoen.
In het kader van verblijf als kennismigrant wordt, in het kader van een verzoek om advies ten behoeve van het verlenen van een mvv aan een vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, met het oog op een snelle procedure aan referenten de mogelijkheid van betaling door middel van automatische incasso geboden. De referent is niet gehouden om in het kader van een adviesprocedure de leges voor de mvv-aanvraag te voldoen ten behoeve van een vreemdeling, nu de mvv-aanvraag formeel nog niet is ingediend en deze leges door de vreemdeling zelf verschuldigd zijn.
@ -3478,30 +3756,16 @@ Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges versc
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier wordt rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden. De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden.
Het innen van de leges geschiedt door KPMG, welke organisatie ten behoeve van de Minister administratieve ondersteuning verleent bij de inning van de legesgelden. Op grond van de door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekte gegevens wordt vervolgens door KPMG binnen drie werkdagen een factuur met een acceptgiro vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden.
Deze factuur betreft tevens de ontvangstbevestiging van de aanvraag.
De aanvrager wordt daarbij een termijn gesteld van vier weken om het legesbedrag te voldoen. Indien hij de leges na ommekomst van deze periode niet heeft betaald, dan wordt door KPMG een aanmaning gestuurd om binnen twee weken alsnog te betalen. Deze aanmaning geldt als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim.
Nadat KPMG aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bericht dat voor de betreffende aanvraag de volledige leges zijn ontvangen, wordt de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier of tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ter hand genomen, mits aan de overige voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag wordt voldaan.
Indien de verschuldigde leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of niet volledig zijn betaald, meldt KPMG dit aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) na het verstrijken van de betalingstermijn.
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure terzake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat indien de aanvraag niet wordt ingewilligd de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3 voor de procedure ter zake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat indien de aanvraag niet wordt ingewilligd de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
In gevallen waarin na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, ter zake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd.
De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend.
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
20062231-01-200630-01-20062006/720062231-01-200630-01-20062006/701-02-2006De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
###### 4.1.2.2. Leges bij de ambtshalve verleende verblijfsvergunning
@ -3552,7 +3816,31 @@ Restitutie is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk, zoals in het geval van
##### 4.2.1. Herstel verzuim
De termijn die gegeven wordt om de aanvraag aan te vullen kan in beginsel worden verlengd. Daarvoor zullen uiteraard bijzonder goede redenen aanwezig moeten zijn. Indien de reeds gegeven termijn redelijk is geweest en de aanvraag toch niet is aangevuld, zal er in het algemeen echter geen aanleiding bestaan om die termijn te verlengen.
Indien niet wordt voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag bijvoorbeeld omdat de leges niet zijn voldaan, de aanvraag niet is ondertekend of niet de nodige gegevens bevat wordt de aanvrager een redelijke termijn gegeven om dat verzuim te herstellen. De redelijke termijn is niet bedoeld om de vreemdeling de gelegenheid te bieden alsnog aan bepaalde inhoudelijke voorwaarden te gaan voldoen.
In het algemeen is een termijn van twee weken redelijk. Zie evenwel het bepaalde in B1/4.1.1.9 onder B ten aanzien van de procedure inzake de legesbetaling indien de aanvraag wordt ingediend bij een kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Voor het geval dat de leges niet zijn voldaan geldt - behoudens het bepaalde in B1/4.1.1.9 onder B - de aanmaning door KPMG als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim. Zie ook B1/4.1.2, procedure leges.
Indien de wettelijke vertegenwoordiging van een minderjarige geregeld moet worden, wordt een termijn van drie maanden gegeven. Zie ook B1/4.1.1.5, ondertekening van de aanvraag.
De beslissing om een nadere aanvulling van de aanvraag te verlangen, is een voorbereidingshandeling waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt (artikel 6:3 Algemene wet bestuursrecht).
Indien de leges zijn voldaan, maar een ander gebrek niet wordt hersteld, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). Indien hiertoe wordt besloten dient de aanvrager binnen vier weken na ommekomst van de gegunde termijn, dan wel nadat de aanvrager heeft gereageerd, hiervan bij beschikking in kennis te worden gesteld. Na ommekomst van de hier genoemde termijn van vier weken dient de aanvraag in behandeling te worden genomen. Het bedoelde, niet herstelde gebrek wordt dan een afwijzingsgrond omdat niet is aangetoond dat aan de voorwaarden voor verlening, verlenging of wijziging is voldaan.
Indien evenwel de leges niet zijn voldaan binnen de daartoe gegeven termijn, de gegeven termijn voor herstel inbegrepen, wordt op grond van artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet de aanvraag niet in behandeling genomen, dan wel wordt het document niet afgegeven. Artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet schrijft dwingend voor om van de bij artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht gegeven bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten, gebruik te maken. De op grond van artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet gegeven bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten, wordt gezien het dwingende karakter van deze bepaling en vanwege het ontbreken van een afwijzingsgrond in de Vreemdelingenwet wegens het niet voldoen van leges, niet beperkt door de in artikel 4:5 Algemene Wet bestuursrecht genoemde termijn van vier weken na ommekomst van de gegunde termijn, dan wel nadat de aanvrager heeft gereageerd.
Indien de vreemdeling niet aanstonds een geldig document voor grensoverschrijding over kan leggen, bedraagt de redelijke termijn in beginsel vier weken. Een kortere termijn kan echter worden gesteld, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld indien de vreemdeling binnen een kortere periode een geldig document over kan leggen, ter fine van uitzetting in bewaring is gesteld, of het een herhaalde aanvraag betreft. Ook hier betreft het een afwijzingsgrond.
*Geen herstel verzuim*
Geen termijn wordt echter gegeven indien van te voren reeds vast staat dat aan een bepaalde voorwaarde niet wordt voldaan, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. In dat geval kan het gebrek niet worden hersteld. Dit moet worden onderscheiden van het onderbouwen van een beroep op een vrijstellingsgrond en op toepassing van de hardheidsclausule. Zie daarover ook B1/1.2.2. Het niet voldoen aan een voorwaarde vormt veelal een afwijzingsgrond.
Indien de relatie is verbroken met degene bij wie verblijf wordt beoogd, is niet voldaan aan een voorwaarde voor verlening van de verblijfsvergunning en geen sprake van verzuim.
*Verlenging*
De termijn die gegeven wordt om de aanvraag aan te vullen kan in beginsel worden verlengd. Daarvoor zullen uiteraard bijzonder goede redenen aanwezig moeten zijn. Indien de reeds gegeven termijn redelijk is geweest en de aanvraag toch niet is aangevuld, zal er in het algemeen echter geen aanleiding bestaan om die termijn te verlengen.
20062231-01-200630-01-20062006/720062231-01-200630-01-20062006/701-02-2006
##### 4.2.2. Inwinnen zienswijze
@ -13955,17 +14243,104 @@ Na beëindiging van het dienstverband met een internationale organisatie komt de
##### 3.4.1. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon
Indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vreemdelingenwet in samenhang met artikel 3.93, eerste lid, onder a, Vreemdelingenbesluit kan de vreemdeling in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet kan op aanvraag worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die:
1.
tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, of het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie,
2.
duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt,
3.
geen gevaar vormt voor de openbare orde,
4.
geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid, en
5.
geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.
Indien de vreemdeling hieraan niet voldoet, gelden artikel 14, 16 en 17 Vreemdelingenwet onverkort.
Ad 1.
Bepalend is dat sprake is van tien jaar aaneengesloten verblijf in Nederland als geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, of het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie. Bij de berekening van de periode van tien aaneengesloten jaren van verblijf worden mede in aanmerking genomen perioden waarin de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet heeft gehad. Wel dient de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status te hebben gehad.
Het is niet van belang of het geaccrediteerde personeelslid van een internationale organisatie de bijzondere geprivilegieerde status (de zogenoemde uitgezonden status) al dan niet door eigen toedoen heeft verloren.
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
Het verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status dient te worden aangetoond aan de hand van een originele verklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waaruit het verblijfsrecht als geprivilegieerde vreemdeling blijkt.
Ad 2.
Voor “zelfstandig”: zie artikel 3.73 Vreemdelingenbesluit en B1/2.2.3. Voor “voldoende”: zie artikel 3.74 Vreemdelingenbesluit en B1/2.2.3. Ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen geldt ingevolge artikel 3.93, tweede lid, Vreemdelingenbesluit een afwijkende bepaling. De middelen van bestaan zijn duurzaam indien zij op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of waarop de beschikking wordt gegeven, of enig tussenliggend moment nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn.
Ad 3.
Ten aanzien van deze voorwaarde wordt aangesloten bij artikel 3.95 Vreemdelingenbesluit. Dit betekent dat de aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, Vreemdelingenbesluit. Verder is artikel 3.86 van overeenkomstige toepassing.
Het eerdere verblijfsrecht op grond van de bijzondere geprivilegieerde status telt niet mee bij de bepaling van de totale verblijfsduur zoals genoemd in artikel 3.86 Vreemdelingenbesluit. Dit betekent dat alleen eventueel eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet meetelt bij de bepaling van de totale verblijfsduur.
Ad 4.
Zie B1/3.2.5.
Ad 5.
Zie B1/3.2.6.
Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden 1 tot en met 5 zoals hierboven vermeld, dan wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet afgewezen. De vreemdeling zal dan, indien hij in aanmerking wil komen voor toelating tot Nederland, een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vreemdelingenwet moeten indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vreemdelingenwet onverkort.
20062130-01-200618-01-20062006/620062130-01-200618-01-20062006/601-02-2006
##### 3.4.2. Verblijfsstatus van de gezinsleden van ex-geprivilegieerden
##### 3.4.2. Verblijfsstatus van de gezinsleden van (ex)-geprivilegieerden
meerderjarig is op het moment van de indiening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en gedurende ten minste tien jaren op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven, kan, indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vreemdelingenwet in samenhang met artikel 3.93 Vreemdelingenbesluit, in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;
op het moment van de indiening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd minderjarig is of korter dan tien jaar op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven, kan in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet, indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 Vreemdelingenwet, in samenhang met artikel 3.13 t/m 3.22 Vreemdelingenbesluit.
De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Zolang de hoofdpersoon de uitgezonden status behoudt, behouden ook de afhankelijke gezinsleden deze status. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. Onder gezinsleden wordt verstaan die personen die door de Minister van Buitenlandse Zaken als gezinslid van de hoofdpersoon zijn aangemerkt en die uit dien hoofde door de Minister van Buitenlandse Zaken in het bezit zijn gesteld van een geprivilegieerdendocument (model M81).
Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan echter net als de hoofdpersoon op aanvraag in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet, indien hij:
1.
tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid van een geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie of als afhankelijk gezinslid van een geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie,
2.
duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt,
3.
geen gevaar vormt voor de openbare orde,
4.
geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid, en
5.
geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.
Voor de toelichting op de voorwaarden 1 tot en met 5 wordt verwezen naar de toelichting op deze artikelen zoals vermeld in B12/3.4.1. Verder geldt wat betreft voorwaarde 2 (middelenvereiste) dat het duurzame en zelfstandige inkomen van de hoofdpersoon wordt meegeteld, indien het gezinslid over dit inkomen kan beschikken en indien de hoofdpersoon een garantverklaring heeft ondertekend.
Dat het gezinslid over het inkomen kan beschikken wordt aangetoond met een schriftelijke verklaring van de hoofdpersoon.
Indien aan de hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan komt het meerderjarige afhankelijk gezinslid op aanvraag in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet. Dit betekent dat het meerderjarige afhankelijke gezinslid ook in aanmerking kan komen voor deze verblijfsvergunning indien de geprivilegieerde hoofdpersoon in dienst blijft van een internationale organisatie of uit Nederland vertrekt. Dit is in tegenstelling tot de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van ambassades en consulaten; hun verblijfsrecht is afhankelijk van dat van de hoofdpersoon (zie B12/2.1.4.1).
Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Dit kan het geval zijn als het afhankelijke gezinslid nog minderjarig is of korter dan tien jaar op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven. Deze afhankelijke gezinsleden kunnen in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet, met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon, indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 Vreemdelingenwet, in samenhang met de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vreemdelingenbesluit.
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van deze afhankelijke gezinsleden kan in behandeling worden genomen met vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het gestelde in artikel 3.71, tweede lid, onder c, Vreemdelingenbesluit, dan wel met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit. Zie in dit verband B1/1.2.2.
Indien het afhankelijke gezinslid niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet en evenmin in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon, dan kan de vreemdeling een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vreemdelingenwet indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 van de Vreemdelingenwet onverkort.
20062130-01-200618-01-20062006/620062130-01-200618-01-20062006/601-02-2006
##### 3.4.3. Leges