2014-01-01 | BWBR0014779 | Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0993a32019
commit 10d000a7f4

View file

@ -16,14 +16,15 @@ citeertitel: Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisati
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: de Minister van Justitie;
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. het College van Toezicht: het College van Toezicht, bedoeld in artikel 2;
c. collectieve beheersorganisatie: de door Onze Minister op grond van de Auteurswet of de Wet op de naburige rechten aangewezen rechtspersoon, die belast is met de inning en de verdeling van vergoedingen, alsmede de rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen overeenkomstig artikel 17, eerste lid;
d. geschillencommissie: de geschillencommissie, bedoeld in artikel 22.
d. geschillencommissie: de geschillencommissie, bedoeld in artikel 22;
e. de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
### Artikel 2
**1.** Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van de vergoedingen door de collectieve beheersorganisaties.
**1.** Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van de vergoedingen door de collectieve beheersorganisaties. De Kaderwet, met uitzondering van de artikelen 21 en 22, is van toepassing op het College van Toezicht. Onze Minister oefent de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 23, eerste en tweede lid, van de Kaderwet uit in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Economische Zaken.
**2.**
@ -65,7 +66,7 @@ c. een besluit tot verhoging van de tarieven anders dan ingevolge een bij of kra
**3.** Het College van Toezicht kan slechts zijn schriftelijke instemming aan een besluit onthouden indien de collectieve beheersorganisatie binnen een door het college te bepalen periode na ontvangst van een voorafgaand advies van het college het advies niet opvolgt.
**4.** Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring aan een besluit tot verhoging van de standaardtarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien de verhoging, gelet op de in artikel 2, tweede lid, vermelde eisen, buitensporig is.
**4.** Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring aan een besluit tot verhoging van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien de verhoging, gelet op de in artikel 2, tweede lid, vermelde eisen, buitensporig is.
### Artikel 4
@ -102,7 +103,7 @@ b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of h
**2.** De leden van het College van Toezicht kunnen de taken onderling verdelen. Het College blijft verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken.
**3.** De leden van het College van Toezicht worden, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, benoemd door Onze Minister, die tevens de voorzitter aanwijst.
**3.** Onze Minister wijst de voorzitter aan.
**4.** De leden van het College van Toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren. Zij kunnen na afloop van deze periode aansluitend eenmaal opnieuw worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren.
@ -110,15 +111,13 @@ b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of h
**6.** Een lid dat een vacature vervult, wordt benoemd voor de resterende duur van de periode waarvoor het door hem vervangen afgetreden lid was benoemd.
**7.** Het College van Toezicht kent zoveel plaatsvervangende leden als Onze Minister nodig acht. Artikel 7, leden 3, 4 en 6 alsmede de artikelen 8, 9 en 12, leden 1 en 2, zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** Het College van Toezicht kent zoveel plaatsvervangende leden als Onze Minister nodig acht. Het vierde en zesde lid en artikel 9 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 8
**1.** Een lid van het College van Toezicht vervult geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
**1.** Nevenfuncties van een lid van het College van Toezicht worden openbaar gemaakt door vermelding op de website van het College van Toezicht.
**2.** Nevenfuncties van een lid van het College van Toezicht worden openbaar gemaakt door vermelding op de website van het College van Toezicht.
**3.** Een lid van het College van Toezicht heeft geen financiële of andere belangen bij ondernemingen, instellingen of andere organisaties waardoor zijn onpartijdigheid in het geding kan zijn.
**2.** Een lid van het College van Toezicht heeft geen financiële of andere belangen bij ondernemingen, instellingen of andere organisaties waardoor zijn onpartijdigheid in het geding kan zijn.
### Artikel 9
@ -127,22 +126,16 @@ b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of h
Het lidmaatschap van het College van Toezicht eindigt:
a. door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd;
b. door ontslag door Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, al dan niet op eigen verzoek van het lid;
b. door ontslag, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet;
c. door ondercuratelestelling of overlijden van het lid;
d. indien het faillissement of de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ten aanzien van het lid wordt uitgesproken;
e. door een veroordeling wegens een misdrijf.
**2.** De leden van het College van Toezicht kunnen door Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, worden geschorst. Het schorsingsbesluit regelt de gevolgen van de schorsing.
**3.** Schorsing en ontslag vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen.
**2.** Een besluit tot schorsing van de leden van het College van Toezicht regelt de gevolgen van de schorsing.
### Artikel 10
**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister, het College van Toezicht zijn taken ernstig verwaarloost, kan Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de noodzakelijke voorzieningen treffen.
**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat het zelfstandig bestuursorgaan in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, te stellen termijn alsnog zijn taken naar behoren uit te oefenen.
**3.** Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 11
@ -150,15 +143,9 @@ e. door een veroordeling wegens een misdrijf.
**2.** Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de secretaris, na overleg met de voorzitter van het College van Toezicht.
**3.** De secretaris is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan het College.
### Artikel 12
**1.** Onze Minister stelt de hoogte vast van de bezoldiging van de leden van het College van Toezicht.
**2.** De leden van het College van Toezicht en de secretaris ontvangen voor de uitoefening van hun werkzaamheden vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig regels door Onze Minister te stellen.
**3.** De kosten van het College van Toezicht worden door Onze Minister vergoed.
De kosten van het College van Toezicht worden door Onze Minister vergoed.
### Artikel 13
@ -166,7 +153,7 @@ e. door een veroordeling wegens een misdrijf.
**2.** Het College van Toezicht besluit met volstrekte meerderheid van uitgebrachte stemmen. Elk lid heeft één stem. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.
**3.** Het College van Toezicht kan bij reglement nadere regels vaststellen omtrent zijn vergadering en besluitvorming. Vaststelling en wijziging van het reglement is onderworpen aan de goedkeuring van Onze Minister.
**3.** Het College van Toezicht kan bij bestuursreglement nadere regels vaststellen omtrent zijn vergadering en besluitvorming.
### Artikel 14
@ -174,11 +161,7 @@ Het College van Toezicht kan vertegenwoordigers van betalingsplichtigen of ander
### Artikel 15
**1.** Het College van Toezicht stelt een jaarrekening op, alsmede voor 1 november een begroting voor het volgende kalenderjaar. De begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** Het College van Toezicht brengt jaarlijks voor 1 juli verslag uit aan Onze Minister van de verrichte werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. De Minister zendt het verslag door aan beide Kamers der Staten-Generaal en aan de collectieve beheersorganisaties.
**3.** Het College van Toezicht verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.
In afwijking van artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet stelt het College van Toezicht voor 1 juli een jaarverslag op.
### Artikel 16
@ -256,9 +239,8 @@ c. de aard en de omvang van het gebruik.
De paragrafen 1, 2, 4 en 5 alsmede de artikelen 7.3, leden 1, 3, 6, 7, 8 en 9, en 7.5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur alsmede de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 1.9 van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing op collectieve beheersorganisaties, met dien verstande dat:
a. wordt verstaan onder topfunctionaris: de leden van de uitvoerende, adviserende en toezichthoudende organen van een collectieve beheersorganisatie alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen die is of zijn belast met de dagelijkse leiding van een collectieve beheersorganisatie.
b. de op grond van artikel 5.5, eerste lid, van die wet opgeëiste bedragen beschikbaar komen voor verdeling aan rechthebbenden,
c. voor artikel 7.3, tiende lid, van die wet wordt gelezen: Voor de toepassing van dit artikel blijft buiten beschouwing iedere wijziging in de bezoldiging of de duur van het dienstverband die is of wordt overeengekomen tussen 18 januari 2012 en het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, en
d. Onze Minister bij ministeriële regeling nadere regels kan stellen over de bezoldiging van de leden van een adviserend orgaan van een collectieve beheersorganisatie.
b. de op grond van artikel 5.5, eerste lid, van die wet opgeëiste bedragen beschikbaar komen voor verdeling aan rechthebbenden, en
c. voor artikel 7.3, tiende lid, van die wet wordt gelezen: Voor de toepassing van dit artikel blijft buiten beschouwing iedere wijziging in de bezoldiging of de duur van het dienstverband die is of wordt overeengekomen tussen 18 januari 2012 en het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.
**2.** De op grond van paragraaf 5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector aan de Minister wie het aangaat toekomende bevoegdheden worden, in afwijking van artikel 5.1 van die wet, voor de overeenkomstige toepassing van die wet op collectieve beheersorganisaties uitgeoefend door het College van Toezicht. De in de artikelen 4.1, 4.2, 5.2, tweede lid, en 5.3 van genoemde wet bedoelde informatie wordt, in afwijking van die artikelen, verstrekt aan het College van Toezicht.