2004-01-01 | BWBR0007795 | Algemene nabestaandenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent cf37f2f61d
commit 10d4566462

View file

@ -85,7 +85,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 3, tweede tot en met zesde lid onder nabestaande mede verstaan de gewezen echtgenoot van een overleden verzekerde, indien:
a. het huwelijk anders dan door de dood is ontbonden; en
b. de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is krachtens rechterlijke uitspraak of overeenkomst, vastgelegd in een notariële akte of een akte mede ondertekend door een advocaat, levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; en
b. de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is krachtens rechterlijke uitspraak of overeenkomst, vastgelegd in een notariële akte of een akte mede ondertekend door een advocaat dan wel een akte waarvan door de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat, levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; en
c. de gewezen echtgenoot overeenkomstig de bepalingen in deze wet recht op nabestaandenuitkering zou hebben gehad, indien het overlijden plaats zou hebben gehad op de dag van ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood.
### Artikel 5
@ -244,7 +244,7 @@ c. de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt.
In afwijking van het eerste lid wordt van het inkomen uit arbeid buiten aanmerking gelaten:
a. een bedrag gelijk aan 50% van het bruto-minimumloon vermeerderd met de overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies, alsmede
a. een bedrag gelijk aan 50% van het bruto-minimumloon, alsmede
b. voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdeel *a* bedoelde bedrag, een derde gedeelte van dat meerdere.
### Artikel 19
@ -303,7 +303,7 @@ b. **waarin de halfwees de leeftijd van 18 jaar bereikt.
**1.** De bruto-halfwezenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de in te houden procentuele premie op grond van de Ziekenfondswet, de netto-halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van het netto-minimumloon.
**2.** Op de halfwezenuitkering ten behoeve van de halfwees, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel f, onder 2°, wordt de financiële bijdrage die de overlevende ouder betaalt of op grond van een rechterlijke uitspraak in verband met zijn onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient te betalen in mindering gebracht. De Sociale verzekeringsbank kan hiertoe zelf een onderzoek instellen. Indien de toepassing van de eerste zin tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt kan de Sociale verzekeringsbank hiervan afzien.
**2.** Op de halfwezenuitkering ten behoeve van de halfwees, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel e, onder 2°, wordt de financiële bijdrage die de overlevende ouder betaalt of op grond van een rechterlijke uitspraak in verband met zijn onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient te betalen in mindering gebracht. De Sociale verzekeringsbank kan hiertoe zelf een onderzoek instellen. Indien de toepassing van de eerste zin tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt kan de Sociale verzekeringsbank hiervan afzien.
#### Paragraaf 5. De wezenuitkering
@ -515,7 +515,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5, tweede lid, 11, 14, eerste lid, aanhef en
### Artikel 38
**1.** Indien de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting op grond van artikel 36, tweede lid, of 37 opgelegd, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 35, niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de Sociale verzekeringsbank de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
**1.** Indien de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting op grond van artikel 36, tweede lid, of 37 is opgelegd, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 35, niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de Sociale verzekeringsbank de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
@ -587,7 +587,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, uitkering op grond van deze wet, kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering op grond van deze wet, die kinderbijslag of dat ouderdomspensioen.
**3.** Indien degene aan wie de boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
**3.** Indien degene aan wie de boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, geen kinderbijslag, pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
@ -648,7 +648,7 @@ b. indien de nabestaande van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden
### Artikel 48
**1.** Ingeval de uitkering in het buitenland wordt uitbetaald, worden de daaraan verbonden kosten op de uitkering in mindering gebracht.
Ingeval de uitkering in het buitenland wordt uitbetaald, worden de daaraan verbonden kosten op de uitkering in mindering gebracht.
### Artikel 49
@ -839,7 +839,9 @@ e. indien de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit
De artikelen 63 tot en met 63c zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. de gewezen verzekerde die op 31 december 1999 verplicht verzekerd was op grond van artikel 26 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 en die op of na 1 januari 2000, maar voor de dag van inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW, de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
b. de gewezen verzekerde die op 31 december 1999 vrijwillig verzekerd was op grond van artikel 63 van deze wet, zoals dat artikel luidde tot en met de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW en wiens vrijwillige verzekering tussen 31 december 1999 en de dag van inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW uitsluitend als gevolg van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar is geëindigd; met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 63b, eerste lid, de verzekering geacht wordt geëindigd te zijn, op de dag voor inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW.
b. de gewezen verzekerde die op 31 december 1999 vrijwillig verzekerd was op grond van artikel 63 van deze wet, zoals dat artikel luidde tot en met de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW en wiens vrijwillige verzekering tussen 31 december 1999 en de dag van inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW uitsluitend als gevolg van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar is geëindigd;
met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 63b, eerste lid, de verzekering geacht wordt geëindigd te zijn, op de dag voor inwerkingtreding van de Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en ANW.
## Hoofdstuk 6. Vrijstelling wegens gemoedsbezwaren
@ -920,25 +922,7 @@ c. met ingang van 1 januari 1998 op de nabestaandenuitkering het overig inkomen
### Artikel 68
**1.**
Hoofdstuk 3, afdeling I, paragraaf 9, is tot 1 januari 2004 niet van toepassing op de persoon, die:
a. op 31 december 1999, op grond van artikel 14, 22 dan wel 26, recht heeft op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering dan wel wezenuitkering;
b. op die dag niet woont in Nederland, en
c. op 1 januari 2003 woont in een van de in het derde lid aangewezen landen.
**2.**
Hoofdstuk 3, afdeling I, paragraaf 9, is tot 1 januari 2004 evenmin van toepassing op de persoon, die:
a. op 31 december 1999, op grond van artikel 22 recht heeft op halfwezenuitkering;
b. de halfwees op die dag niet woont in Nederland, en
c. de halfwees op 1 januari 2003 woont in een van de in het derde lid aangewezen landen.
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden de volgende landen aangewezen: Armenië, Barbados, Belize, Benin, Burkina Faso, Botswana, China, Colombia, Dominicaanse Republiek, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Ghana, Guatemala, Honduras, Jamaica, Japan, Kenia, Koeweit, Madagaskar, Maleisië, Mali, Mauritius, Nicaragua, Nigeria, Oekraïne, Pakistan, Russische Federatie, Sri Lanka, St. Vincent & Grenadines, Swaziland, Tanzania, Togo, Venezuela, Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, uitsluitend voorzover het de Baljuwschappen Jersey en Guernsey betreffen, Vietnam en Zimbabwe.
**4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2004.
Vervallen
### Artikel 69
@ -964,7 +948,7 @@ De nabestaande, die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet een tijdelij
### Artikel 72
Artikel 68 is van overeenkomstige toepassing op de vakantie-uitkering, die op grond van artikel 31 wordt vastgesteld.
Vervallen
### Artikel 73
@ -1100,8 +1084,6 @@ Wijzigt deze wet.
**3.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de pensioenaanspraken van de nabestaanden van de militair, gewezen militair of gepensioneerde militair die is overleden tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken, als bedoeld in artikel E11 van de Algemene militaire pensioenwet. Onze Minister van Defensie stelt in verband daarmee voor de in het eerste lid bedoelde periode en met inachtneming van het tweede lid bij ministeriële regeling nadere regels overeenkomstig de inbouw- en franchise bepalingen van die wet.
**4.** Artikel 82 van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies is van toepassing op de uitkering op grond van deze wet. Onze Minister kan voor de eerste volzin bij ministeriële regeling nadere regels stellen.
## Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
### Artikel 104
@ -1116,9 +1098,7 @@ Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de
### Artikel 106
**1.** Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen van bestuur, mede op grond van de artikelen 7 en 47 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet getroffen, mede op de artikelen 13 en 63 van deze wet.
**2.** Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de ministeriële regelingen op grond van de artikelen 4, 28 en 37*f* van de Algemene Weduwen- en Wezenwet op de artikelen 8, 48 en 50 van deze wet.
Na de inwerkingtreding van deze wet berust de ministeriële regeling op grond van artikel 4 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet op artikel 8 van deze wet.
### Artikel 107