2009-03-01 | BWBR0004825 | Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

This commit is contained in:
Coornhert 2009-03-01 12:00:00 +00:00
parent 57d234e530
commit 110d911a7c

View file

@ -31,12 +31,13 @@ f. bestuurder van een motorvoertuig:
g. bestuurders: alle weggebruikers behalve voetgangers;
h. bevoegd gezag: gezag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet;
ha. brombakfiets: bromfiets op drie symmetrisch geplaatste wielen, met twee voorwielen met een diameter van meer dan 0,60 m, uitsluitend ingericht voor het vervoer van de bestuurder en van goederen en eventueel van een achter de bestuurder gezeten passagier;
i. Vervallen.
i. vervallen;
ia. brommobiel: bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie;
j. busbaan: rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht;
k. busstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht;
l. dag: de periode tussen zonsopgang en zonsondergang;
l1. dierenambulance: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren;
l1. diensten voor spoedeisende medische hulpverlening: de ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer, alsmede daartoe uitgeruste voertuigen van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer bezighouden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
l2. dierenambulance: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren;
m. doorgaande rijbaan: rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken;
ma. driewielig motorvoertuig: driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, jo. onderdelen ab, ap en x, jo. artikel 1.4, tweede lid, van het Voertuigreglement;
n. fietsstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht;
@ -69,6 +70,7 @@ ag. uitrijstrook: door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden
ah. veiligheidscel: onderdeel van de constructie van een bromfiets, een motorfiets of een driewielig motorvoertuig dat de bestuurder of passagiers beschermt tegen hoofdletsel;
ai. verdrijvingsvlak: gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht;
aj. verkeer: alle weggebruikers;
aja. verkeersregelaar: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;
aj1. verlicht transparant: verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bb1, van het Voertuigreglement;
ak. vluchthaven of vluchtstrook: door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook;
al. voertuigen: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens;
@ -352,19 +354,31 @@ Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending
### Artikel 29
**1.** Bestuurders van motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer, ambulances en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai- of knipperlicht en een twee- of drietonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.
**1.** Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.
**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het blauwe zwaai- of knipperlicht en de meertonige hoorn.
**2.** De in het eerste lid genoemde bestuurders mogen aanvullend op de in dat lid bedoelde verlichting overdag knipperende koplampen voeren.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende het blauwe zwaai-, flits- of knipperlicht en de knipperende koplampen.
### Artikel 30
**1.** Bestuurders van motorvoertuigen, die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden tijdens deze werkzaamheden geel zwaai- of knipperlicht. De in artikel 29 genoemde bestuurders mogen in die gevallen in plaats van geel zwaai- of knipperlicht, blauw zwaai- of knipperlicht voeren.
**1.** Bestuurders van motorvoertuigen die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht. De in artikel 29, eerste lid, genoemde bestuurders voeren in die gevallen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht in plaats van blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. De bestuurder van het motorvoertuig die als eerste of enige de plek bereikt om de daar aan hem opgedragen taak uit te voeren, mag in plaats van dat licht, blauw zwaai-, flits- of knipperlicht voeren.
**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het gele zwaai- of knipperlicht en de werkzaamheden en omstandigheden waarbij deze signalen worden gevoerd.
**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht en de werkzaamheden en omstandigheden waarbij deze signalen worden gevoerd.
### Artikel 30a
**1.** Bestuurders van de in artikel 29, eerste lid, bedoelde motorvoertuigen mogen onder nader aan te geven omstandigheden extra richtingaanwijzers voeren.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde richtingaanwijzers en de omstandigheden waarin deze worden gebruikt.
### Artikel 30b
De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor eerstelijns spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.
### Artikel 31
Signalen mogen niet worden gegeven in andere gevallen of op andere wijze dan in deze paragraaf is toegestaan.
Signalen mogen niet worden gegeven in andere gevallen of op andere wijze dan de bij of krachtens de in deze paragraaf opgenomen artikelen vastgestelde regels is toegestaan.
### Paragraaf 13. Gebruik van lichten tijdens het rijden
@ -468,13 +482,13 @@ a. personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen:
5°. die worden gebruikt door artsen;
6°. die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef;
7°. die worden gebruikt door ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer een vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer;
8°. van hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van óf een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer óf een centrale post voor het ambulancevervoer als bedoeld in artikel 4, eerst lid, onder a, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bezig houden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
8°. van hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van óf een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer óf een centrale post voor het ambulancevervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bezig houden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
b. autobussen van openbaar vervoerdiensten;
c. bedrijfsautos van transportbegeleiders;
d. personen- en bedrijfsautos ingericht als dierenambulance;
e. taxis.
**2.** Personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef mogen slechts zijn voorzien van een verlicht transparant die de ingevolgde het Reglement rijbewijzen voorgeschreven letter «L» weergeeft.
**2.** Personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef mogen slechts zijn voorzien van een verlicht transparant die de ingevolge het Reglement rijbewijzen voorgeschreven letter «L» weergeeft.
**3.**
@ -916,8 +930,9 @@ Busbanen en busstroken waarop het woord «BUS» is aangebracht mogen slechts wor
Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door:
a. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren,
b. de militairen van de Koninklijke Marechaussee voor zover niet behorend tot de in onderdeel a bedoelde ambtenaren en
c. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars.
b. de militairen van de Koninklijke Marechaussee voor zover niet behorend tot de in onderdeel a bedoelde ambtenaren,
c. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars, en
d. de personen die optreden tijdens de praktijklessen of het praktijkexamen in het kader van een opleiding tot verkeersregelaar of een cursus voor verkeersregelaars, voor de duur van deze praktijklessen of dit praktijkexamen en voor zover gebruik wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling voor verkeersregelaars voorgeschreven kleding.
**2.** Bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren worden, voor zover mogelijk, de in bijlage II vastgestelde aanwijzingen gegeven.
@ -927,7 +942,7 @@ c. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars.
### Artikel 82a
Weggebruikers zijn voorts verplicht de aanwijzingen op te volgen die worden gegeven door middel van de verlichte transparanten op personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen in gebruik bij de in artikel 47a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 4°, genoemde diensten en op bedrijfsautos van transportbegeleiders.
Weggebruikers zijn voorts verplicht de aanwijzingen op te volgen die worden gegeven door middel van de verlichte transparanten op personenautos, bedrijfsautos en motorfietsen in gebruik bij de in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 4°, genoemde diensten en op bedrijfsautos van transportbegeleiders.
### Artikel 83