From 11381d3a9543e00a816c0a5644d47f39aca0f500 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 19 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-19 | BWBR0020762 | Besluit voorkoming verontreiniging door schepen --- .../BWBR0020762/README.md | 72 +++++++++++-------- 1 file changed, 42 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md index af67c53e855..1efe53ab6ba 100644 --- a/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md +++ b/amvb/besluit-voorkoming-verontreiniging-door-schepen/BWBR0020762/README.md @@ -20,23 +20,28 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: Wet voorkoming verontreiniging door schepen; b. olietankschip: een olietankschip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag; -c. schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag; -d. schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting; -e. sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden; -f. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte; -g. uitstoot: emissie als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag; -h. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; -i. lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip; -j. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt; -k. AFS-verdrag: het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44); -l. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; -m. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO; -n. BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*Bulk Chemical Code*); -o. IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*International Bulk Chemical Code*); -p. NO_x-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (*Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines*, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169). +c. passagiersschip: schip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag. +d. schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag; +e. schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting; +f. sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden; +g. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte; +h. uitstoot: emissie als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag; +i. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; +j. lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip; +k. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt; +l. AFS-verdrag: het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44); +m. IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; +n. Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO; +o. BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*Bulk Chemical Code*); +p. IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (*International Bulk Chemical Code*); +q. NO_x-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (*Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines*, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169). **2.** Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: Onze Minister. +**3.** Voor de toepassing van dit besluit wordt met een internationale reis gelijkgesteld een trans-Atlantische reis tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de toepassing van dit besluit ook reizen tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan binnen Caribisch Nederland met een internationale reis gelijk worden gesteld. + ### Artikel 1a **1.** Dit besluit is tevens van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES. @@ -81,19 +86,14 @@ Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de in dat lid bedoelde schep a. waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid, benodigd is, of b. die geen reizen maken naar havens buitengaats binnen de rechtsmacht van andere partijen bij het Verdrag. -**4.** +**4.** Elk schip van 400 GT of meer dat internationale reizen maakt en elk schip van minder dan 400 GT dat internationale reizen maakt en gerechtigd is meer dan 15 personen te vervoeren, voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage IV van het Verdrag, met dien verstande dat met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 9.1. van die Bijlage van toepassing is en voorschrift 9.2 van die Bijlage van toepassing is met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 29, vierde lid. -De volgende schepen die internationale reizen maken, voldoen aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage IV van het Verdrag: - -a. nieuwe schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van 400 GT of meer; -b. nieuwe schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van minder dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren; -c. bestaande schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van 400 GT of meer, met ingang van 28 september 2008; -d. bestaande schepen als bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage van minder dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren, met ingang van 28 september 2008. - -**5.** Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van Bijlage VI van het Verdrag. +**5.** Elk schip voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 3 van Bijlage VI van het Verdrag. **6.** Een schip met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, voldoet met betrekking tot die motoren tevens aan de in de NO_x-Code opgenomen eisen. Het voldoen aan die eisen blijkt voor motoren ten aanzien waarvan op grond van de No_x-Code een pre-certificeringsonderzoek verplicht is, uit een overeenkomstig de NO_x-Code voor de motor afgegeven Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code. +**7.** Elk schip van 400 GT of meer voldoet aan de op dat schip van toepassing zijnde eisen van hoofdstuk 4 van Bijlage VI van het Verdrag. + ### Artikel 6 Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of meer verzameltanks aanwezig met voldoende capaciteit voor het opslaan van sanitair afval. @@ -148,10 +148,12 @@ c. voor schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren en niet behoren t **3.** Voor schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, waarvan na onderzoek is gebleken dat ze voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval als bedoeld in voorschrift 5 van Bijlage IV van het Verdrag afgegeven. -**4.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, vijfde en zesde lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging als bedoeld in voorschrift 6 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. +**4.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, vijfde en zesde lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging als bedoeld in voorschrift 6.1 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. **5.** Voor schepen met een of meer dieselmotoren waarop voorschrift 13 van Bijlage VI van het Verdrag van toepassing is, wordt overeenkomstig de NO_x-Code voor elk van die motoren een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, behorende bij die Code, afgegeven. +**6.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, zevende lid, en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie als bedoeld in voorschrift 6.4 van Bijlage VI van het Verdrag afgegeven. + ### Artikel 13 **1.** Voor een schip van 400 GT of meer, waarvan na onderzoek is gebleken dat het voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 7 en de met dat artikellid samenhangende eisen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt een Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem als bedoeld in voorschrift 1.1. van Bijlage 4 van het AFS-verdrag afgegeven. @@ -183,7 +185,8 @@ Schepen worden ter verkrijging van een in artikel 12, eerste tot en met vierde l a. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie: de in Bijlage I van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; b. in verband met een certificaat als bedoeld in artikel 12, tweede lid: de in Bijlage II van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; c. in verband met het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval: de in Bijlage IV van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; -d. in verband met het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging: de in Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken. +d. in verband met het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging: de in voorschrift 5.1 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken; +e. in verband met het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie: de in voorschrift 5.4 van Bijlage VI van het Verdrag voorgeschreven onderzoeken. **2.** Ter verkrijging van een Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren en tijdens de geldigheidsduur van dat certificaat wordt de motor waarop het certificaat betrekking heeft, onderworpen aan de in de NO_x-Code voorgeschreven onderzoeken. @@ -228,7 +231,7 @@ Nadat een bij of krachtens dit besluit voorgeschreven onderzoek, met uitzonderin **1.** De in artikel 12 genoemde certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaren, met uitzondering van het Internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren, dat geldig is gedurende de volledige levensduur van de motor. -**2.** Het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem is, behoudens het bepaalde in artikel 9 van de wet, onbeperkt geldig. +**2.** Het Internationaal certificaat betreffende energie efficiëntie en het Internationaal certificaat betreffende het aangroeiwerende verfsysteem zijn, behoudens het bepaalde in artikel 9 van de wet, onbeperkt geldig. **3.** Onze Minister kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt. @@ -282,7 +285,8 @@ Onze Minister kan de geldigheid van een certificaat dat ingevolge artikel 9, eer Het is verboden vanaf een schip olie of oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het gebied van de Zwarte Zee, het Golfgebied, de Noordwest-Europese wateren en de Zuidelijke Zuid-Afrikaanse wateren, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en het Antarctisch gebied de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing zijn; -b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing zijn, en in deze gebieden de voorschriften 15 en 34 wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing worden op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. +b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, de voorschriften 15 en 34 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing zijn, en in deze gebieden de voorschriften 15 en 34 wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing worden op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; +c. in afwijking van de onderdelen a en b, voor zover het de toepasselijkheid van voorschrift 15 van die Bijlage betreft, ten aanzien van schepen van minder dan 400 GT in alle gebieden met uitzondering van het Antarctisch gebied voorschrift 15, onderdeel C, van die Bijlage van toepassing is. **2.** @@ -295,17 +299,25 @@ Het lozen van lens- of ballastwater of andere restanten of mengsels die alleen s **3.** Het is verboden vanaf een schip schadelijke stoffen in verpakte vorm te lozen, anders dan met inachtneming van de Bijlage III van het Verdrag gegeven voorschriften. Dit verbod is ook van toepassing op lege, niet gereinigde verpakkingen die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van schadelijke stoffen in verpakte vorm, tenzij toereikende maatregelen zijn getroffen die verzekeren dat geen restanten zijn achtergebleven die schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu. -**4.** Het is verboden vanaf een schip als bedoeld in artikel 5, vierde lid, sanitair afval in zee te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het Verdrag gegeven voorschriften. +**4.** + +Het is verboden vanaf schepen als bedoeld in artikel 5, vierde lid, sanitair afval in zee te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het Verdrag gegeven voorschriften, met dien verstande dat: + +a. met betrekking tot een passagiersschip in de bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen buiten bijzondere gebieden van toepassing is en +b. met betrekking tot een passagiersschip in de onder a bedoelde gebieden voorschrift 11 van die Bijlage wat betreft lozingen in bijzondere gebieden van toepassing is met ingang van een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. **5.** Het is verboden vanaf een schip vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V van het Verdrag in zee te lozen, anders dan met inachtneming van de in die Bijlage gegeven voorschriften, met dien verstande dat: -a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het Golfgebied, het gebied van de Noordzee en het Caraïbisch gebied, bedoeld in voorschrift 5 van die Bijlage, en in het Antarctisch gebied voorschrift 5 van die Bijlage van toepassing is; -b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 5 van die Bijlage, voorschrift 3 van die Bijlage van toepassing is, en in deze gebieden voorschrift 5 van die Bijlage van toepassing wordt op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. +a. in het gebied van de Middellandse Zee, het gebied van de Oostzee, het Golfgebied, het gebied van de Noordzee en het Caribisch gebied, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, en in het Antarctisch gebied voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing is; +b. in de overige bijzondere gebieden, bedoeld in voorschrift 1 van die Bijlage, voorschrift 4 van die Bijlage van toepassing is, en in deze gebieden voorschrift 6 van die Bijlage van toepassing wordt op een nader bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; +c. in afwijking van de onderdelen a en b, ten aanzien van drijvende platforms en alle andere schepen langszij en binnen 500 meter van deze platforms voorschrift 5 van toepassing is. **6.** Voor de toepassing van de op grond van dit artikel toepasselijke voorschriften van het Verdrag wordt verstaan onder Administratie: Onze Minister. +**7.** Het tijdstip, bedoeld in het vierde lid, kan verschillen naar gelang de bouw- of afleverdatum van een schip. + ### Artikel 30 **1.** Het is verboden vanaf een schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt, sanitair afval te lozen anders dan met inachtneming van de in Bijlage IV van het op 4 oktober 1991 te Madrid tot stand gekomen Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica, met Bijlagen (Trb. 1992, 110) gegeven voorschriften, met dien verstande dat voor de toepassing van die voorschriften onder «lozingen in zee van onbehandeld sanitair afval» wordt verstaan «lozingen van sanitair afval die niet voldoen aan voorschrift 11.1.2 van Bijlage IV van het MARPOL-verdrag» en onder «personen» wordt verstaan «passagiers».