2004-01-23 | BWBR0003081 | Wet op de dierproeven

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-23 12:00:00 +00:00
parent b6c558a950
commit 11bd6a87f6

View file

@ -138,6 +138,10 @@ b. na een negatief advies van de dierexperimentencommissie een positief oordeel
**6.** De Centrale commissie dierproeven doet van het door haar gegeven oordeel mededeling in de *Staatscourant*; daarbij worden de hoofdzaken vermeld van hetgeen het oordeel bevat met betrekking tot de proef.
**7.** Indien de voorgenomen proef de vrijlating van het betrokken dier vereist, is het advies onderscheidenlijk het oordeel op dit punt uitsluitend positief indien de dierexperimentencommissie onderscheidenlijk de Centrale commissie dierproeven de zekerheid heeft verkregen dat al het mogelijke wordt gedaan om het welzijn van het dier te waarborgen en dat vrijlating alleen plaats vindt indien de gezondheidstoestand van het dier zulks toelaat en er geen gevaar bestaat voor de volksgezondheid en het milieu.
**8.** Bij het beoordelen van een voorgenomen proef die wordt verricht op grond van een wettelijke regeling op het gebied van de gezondheid of de veiligheid, erkennen de dierexperimentencommissie en de Centrale commissie dierproeven zoveel mogelijk de gegevens die het resultaat zijn van dierproeven, verricht op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie, tenzij ter vrijwaring van de volksgezondheid of de veiligheid verder onderzoek vereist is.
### Artikel 10b
**1.** Het is, onverminderd artikel 10a, verboden een dierproef te verrichten waarbij het dier zeer ernstig ongerief kan worden berokkend, indien de proef niet van belang is voor de essentiële behoeften van mens of dier.
@ -317,9 +321,9 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de
### Artikel 25
**1.** Overtreding van artikel 2, 9, 10, 10a, eerste lid, 10b, eerste lid, 10d, 10e, 11, 11a, eerste en derde lid, 12, 13, 14 en 15, of van een voorschrift, krachtens artikel 6, tweede lid, 11a, tweede lid, 16, derde lid, of 18b aan een vergunning, erkenning of ontheffing verbonden, is strafbaar.
**1.** Overtreding van artikel 2, 9, 10, 10a, eerste lid, 10b, eerste lid, 10c, 10d, 10e, 11, 11a, eerste en derde lid, 12, 13, 14 en 15, of van een voorschrift, krachtens artikel 6, tweede lid, 11a, tweede lid, 16, derde lid, of 18b aan een vergunning, erkenning of ontheffing verbonden, is strafbaar.
**2.** Handelen in strijd met de artikelen 2, 10, 10b, eerste lid, 10d en 10e, alsmede indien het opzettelijk geschiedt, artikel 13, is een misdrijf. De overige in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
**2.** Handelen in strijd met de artikelen 2, 10, 10b, eerste lid, 10c, 10d en 10e, alsmede indien het opzettelijk geschiedt, artikel 13, is een misdrijf. De overige in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
**3.** De strafbare feiten die ingevolge het tweede lid misdrijven zijn, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie; de strafbare feiten die ingevolge het tweede lid overtredingen zijn, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.