2008-01-19 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
0c6f072823
commit
11d1219475
1 changed files with 50 additions and 2 deletions
|
|
@ -3189,11 +3189,59 @@ Van verzoekster wordt niet verlangd dat zij afstand doet van haar oorspronkelijk
|
|||
|
||||
#### . Ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d
|
||||
|
||||
Een vrouw met de Britse nationaliteit is bij het indienen van het verzoek gehuwd met een Nederlander en verkrijgt door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit. Vezoekster verliest door de naturalisatie tot Nederlandse niet haar Britse nationaliteit. Zij behoeft geen afstand te doen van de Britse nationaliteit.
|
||||
Alleen bij nationaliteiten van Staten waarbij in de ‘Landenlijst bij naturalisatie’ een B (geen automatisch verlies, maar het doen van afstand is mogelijk) staat, moet worden beoordeeld of desbetreffende verzoeker om naturalisatie afstandsplichtig is.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor een verzoeker die is gehuwd met een Nederlander (van het andere of van hetzelfde geslacht) geldt geen afstandsverplichting. Ook de verzoeker die in Nederland een geregistreerd partnerschap met een Nederlander is aangegaan of buiten Nederland een geregistreerd partnerschap is aangegaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, RWN, kan een beroep doen op deze uitzondering. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen. In het geval dat het huwelijk – anders dan door overlijden – tussen de indiening van het verzoek en de beslissing op het verzoek door echtscheiding is ontbonden, zal verzoeker alsnog afstand moeten doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Hetzelfde geldt voor de beëindiging met wederzijds goedvinden of door ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Immers, het moment van de beslissing op het verzoek om naturalisatie is doorslaggevend voor de beoordeling of verzoeker aan de voorwaarden voldoet. Voor de verzoeker die met een ongehuwde Nederlander een duurzame relatie heeft, geldt de afstandseis onverkort.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Voorbeeld**
|
||||
|
||||
Een vrouw met de Britse nationaliteit is bij het indienen van het verzoek gehuwd met een Nederlander en verkrijgt door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster verliest door de naturalisatie tot Nederlandse niet haar Britse nationaliteit. Zij behoeft geen afstand te doen van de Britse nationaliteit.
|
||||
|
||||
|
||||
Op gelijktijdige verzoeken van twee met elkaar gehuwde personen of twee geregistreerde partners, dient zoveel mogelijk tegelijkertijd te worden beslist. Het is niet de bedoeling dat een van de (huwelijks)partners eerder wordt genaturaliseerd, zodat de ander geen afstand meer behoeft te doen op grond van het feit dat hij of zij de (huwelijks)partner is van een Nederlander.
|
||||
|
||||
|
||||
Geen afstandsplicht bestaat voor de echtgenoot/geregistreerd partner met een B-nationaliteit (zie landenlijst) die tezamen met zijn/haar echtgenoot/geregistreerd partner met een B-nationaliteit een naturalisatieverzoek indient, waarbij één van hen op grond van artikel 9, derde lid, onder a, b, c of e, RWN dan wel artikel 6, eerste lid, onderdeel d, e, f, g of h Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (RVVN) niet afstandsplichtig is.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Voorbeeld**
|
||||
|
||||
Een man en een vrouw met de Turkse nationaliteit dienen gezamenlijk een verzoek om naturalisatie tot Nederlander in. De vrouw hoeft op grond van één van de hierboven genoemde uitzonderingsgronden geen afstand te doen van haar Turkse nationaliteit. De man valt niet zelfstandig onder een uitzonderingsgrond maar omdat zijn echtgenote niet afstandsplichtig is, behoeft hij ook geen afstand te doen.
|
||||
|
||||
|
||||
Een eventuele afstandsplicht vervalt indien een verzoeker ná het indienen van het verzoek om naturalisatie maar vóór het Nederlanderschap per Koninklijk Besluit is verleend, huwt (of een geregistreerd partnerschap aangaat) met een Nederlander. Immers, de regel is dat de datum van het naturalisatieKB doorslaggevend is voor het wel of niet bestaan van de afstandsplicht. Op de datum van het naturalisatieKB is de beslissing genomen door het bevoegd gezag op het naturalisatieverzoek.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Voorbeeld**
|
||||
|
||||
A, man, is ongehuwd als hij op 12 augustus 2007 zijn naturalisatieverzoek indient. Hij blijkt afstandsplichtig te zijn en tekent daarom de bereidheidsverklaring. Hij trouwt op 3 maart 2008 met B, van Nederlandse nationaliteit. A’s naturalisatieverzoek wordt door de Koningin bij KB ingewilligd op 17 mei 2008. Dit betekent dat A is gehuwd op de dag van zijn naturalisatie met een Nederlander. Om die reden is hij niet (langer) afstandsplichtig.
|
||||
|
||||
|
||||
Personen die afstand moeten doen en die ná de totstandkoming van de naturalisatie huwen met een Nederlander of een geregistreerd partnerschap (zie artikel 1, tweede lid, RWN) met een Nederlander aangaan, kunnen niet met succes een beroep doen op de bij onderdeel d van het derde lid van artikel 9 bedoelde uitzondering.
|
||||
|
||||
20081217-01-200810-01-2008INDUIT07-6221(AUB)20081217-01-200810-01-2008INDUIT07-6221(AUB)19-01-2008
|
||||
|
||||
#### . Ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder e
|
||||
|
||||
Een verzoeker die valt onder één van de artikelonderdelen van artikel 9, derde lid, RWN behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen. In deze gevallen is de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit immers niet van toepassing. Met het oog op een eventueel automatisch verlies van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander of met het oog op eventuele consequenties van een dubbele nationaliteit (dit kan voor- en nadelen hebben), verdient het aanbeveling dat verzoeker reeds in de voorlichtingsfase door de burgemeester wordt verwezen naar de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit (hetzij direct, hetzij door tussenkomst van de ambassade of het consulaat) of naar de voor hem geëigende organisaties voor minderheden voor het verkrijgen van informatie hieromtrent.
|
||||
**Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de verzoeker die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba erkend is als vluchteling.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De verzoeker die met succes een beroep wil doen op deze uitzonderingsgrond zal bij de indiening van het verzoek om naturalisatie dienen aan te tonen dat hij in het bezit is gesteld van verblijfsdocument IV (verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd) of verblijfsdocument III (verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd). De reden voor deze uitzondering op de afstandsverplichting is dat het onverantwoord is voor een erkende vluchteling contact op te nemen met de autoriteiten van het land van herkomst. Om dezelfde reden is deze categorie vreemdelingen vrijgesteld van het legalisatie-vereiste, indien betrokkene bezwaar maakt tegen dat vereiste. De verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen.
|
||||
|
||||
|
||||
*Procedure bij toepasselijkheid van artikel 9, derde lid, RWN*
|
||||
|
||||
|
||||
Ingevolge onderdeel d van dit artikellid geldt de afstandsverplichting niet voor een verzoeker die is gehuwd met een Nederlander. Ook de verzoeker die in Nederland een geregistreerd partnerschap met een Nederlander is aangegaan of buiten Nederland een geregistreerd partnerschap is aangegaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, RWN, kan een beroep doen op deze uitzondering. Indien twee met elkaar gehuwde personen of twee geregistreerde partners beide een verzoek om naturalisatie hebben ingediend, dient zoveel mogelijk tegelijkertijd op de verzoeken te worden beslist. Het is niet de bedoeling dat een van de (huwelijks)partners eerder wordt genaturaliseerd, waarna de ander geen afstand meer behoeft te doen op grond van het feit dat hij of zij de (huwelijks)partner is van een Nederlander.
|
||||
Personen die afstand moeten doen en die ná de totstandkoming van de naturalisatie huwen met een Nederlander of een geregistreerd partnerschap (zie artikel 1, tweede lid, RWN) aangaan, kunnen evenmin met succes een beroep doen op onderdeel d. Uit de tekst volgt immers dat het moet gaan om een persoon die bij het indienen van het verzoek reeds ‘is’ gehuwd met een Nederlander.
|
||||
|
||||
20081217-01-200810-01-2008INDUIT07-6221(AUB)20081217-01-200810-01-2008INDUIT07-6221(AUB)19-01-2008
|
||||
|
||||
#### . Ad artikel 9, vierde lid
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue