2020-05-21 | BWBR0024282 | Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
This commit is contained in:
parent
3e4e97683d
commit
11db5aa68a
1 changed files with 263 additions and 54 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
|
|||
bwb_id: BWBR0024282
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-08-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-05-21'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024282
|
||||
citeertitel: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,18 +20,21 @@ citeertitel: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aanbieder van een bewaarportemonnee:* entiteit die diensten aanbiedt om namens haar cliënten cryptografische privésleutels te beveiligen om virtuele valuta aan te houden, op te slaan en over te dragen;
|
||||
- *bijkantoor:* duurzaam in een andere staat dan de staat van zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon of vennootschap;
|
||||
- *cliënt:* natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren;
|
||||
- *correspondentrelatie:*
|
||||
|
||||
a. het verlenen van bankdiensten door een bank als correspondent aan een andere bank als respondent, met inbegrip van het verstrekken van een lopende of andere passiefrekening en aanverwante diensten, zoals contantenbeheer, internationale geldovermakingen, verwerking van cheques, transitrekeningen en valutawisseldiensten; of
|
||||
b. de betrekkingen tussen banken onderling, andere financiële ondernemingen onderling, of tussen banken en andere financiële ondernemingen, waar soortgelijke diensten als bedoeld onder a door een correspondentinstelling aan een respondentinstelling worden verleend, met inbegrip van betrekkingen die zijn aangegaan voor effectentransacties of geldovermakingen;
|
||||
- *de Nederlandsche Bank:* de Nederlandsche Bank N.V.;
|
||||
- *dochteronderneming:* dochteronderneming als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de richtlijn jaarrekening;
|
||||
- *Europese toezichthoudende autoriteiten:* de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Bankautoriteit;
|
||||
- *elektronisch geld:* elektronisch geld als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
- *familielid van een politiek prominente persoon:* natuurlijke persoon die een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen familierelatie heeft met een politiek prominente persoon;
|
||||
- *financieren van terrorisme:* de gedraging strafbaar gesteld in artikel 421, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
- *Financiële inlichtingen eenheid:* Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid;
|
||||
- *gekwalificeerde deelneming:* rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap;
|
||||
- *groep:* groep van ondernemingen bestaande uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen en de entiteiten waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen een deelneming hebben als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de richtlijn jaarrekening, alsook ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in artikel 22 van de richtlijn jaarrekening;
|
||||
- *hoger leidinggevend personeel:*
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,6 +67,7 @@ b. personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een instelling, die een leid
|
|||
- *verordening inzake de veiling van broeikasgasemissierechten:* verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 302);
|
||||
- *vierde anti-witwasrichtlijn:*
|
||||
richtlijn 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141);
|
||||
- *virtuele valuta:* een digitale weergave van waarde die niet door een centrale bank of een overheid wordt uitgegeven of gegarandeerd, die niet noodzakelijk aan een wettelijk vastgestelde valuta is gekoppeld en die niet de juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke personen of rechtspersonen als ruilmiddel wordt aanvaard en die elektronisch kan worden overgedragen, opgeslagen en verhandeld;
|
||||
- *witwassen:* de gedragingen strafbaar gesteld in de artikelen 420bis, 420bis.1, 420ter, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van strafrecht;
|
||||
- *zakelijke relatie:* zakelijke, professionele, of commerciële relatie tussen een instelling en een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, die verband houdt met de professionele activiteiten van die instelling en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,7 +101,7 @@ k. bijkantoren in Nederland van andere financiële ondernemingen als bedoeld ond
|
|||
|
||||
Als natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten waarop deze wet van toepassing is worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, voor zover zij anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;
|
||||
a. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen voor zover zij anderszins zelfstandig in hoofdzaak, onafhankelijk, al dan niet via andere aan hen gelieerde natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;
|
||||
b. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als externe registeraccountant of externe accountant-administratieconsulent zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten waaronder forensische accountancy uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, voor zover die anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;
|
||||
c. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als advocaat:
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,12 +128,16 @@ vi. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed; of
|
|||
e. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die in de uitoefening van een aan dat van advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf de in onderdeel c of d genoemde werkzaamheden verrichten;
|
||||
f. trustkantoren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018;
|
||||
g. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig een adres of postadres ter beschikking stellen, niet zijnde een trustkantoor als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018;
|
||||
h. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, of inzake koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen;
|
||||
h. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, met inbegrip van het tot stand brengen en sluiten van een overeenkomst tot huur als bedoeld in artikel 7:201 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de maandelijkse huurprijs een bedrag van € 10.000 of meer bedraagt;
|
||||
i. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat;
|
||||
j. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig gelegenheid geven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelen of die activiteiten verrichten als bedoeld in artikel 7a, 30b, 30h of 30z van die wet.
|
||||
k. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig taxaties uitvoeren van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
|
||||
l. pandhuizen als bedoeld in artikel 131, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of personen.
|
||||
j. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen inzake koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen;
|
||||
k. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van kunstvoorwerpen, voor zover betaling van deze kunstvoorwerpen plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat;
|
||||
l. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta aanbieden;
|
||||
m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bewaarportemonnees aanbieden;
|
||||
n. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig gelegenheid geven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelen of die activiteiten verrichten als bedoeld in artikel 7a, 30b, 30h of 30z van die wet.
|
||||
o. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig taxaties uitvoeren van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
|
||||
p. pandhuizen als bedoeld in artikel 131, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
q. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of personen.
|
||||
|
||||
**5.** Deze wet is niet van toepassing op belastingadviseurs als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, en personen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, d en e, voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -137,9 +145,9 @@ m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die behoren tot een b
|
|||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, zo nodig onder het stellen van aanvullende regels, geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien, rekening houdend met de aard en de omvang van de te verlenen diensten, voor die instellingen een bewezen laag risico op witwassen en financieren van terrorisme bestaat.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, zo nodig onder het stellen van aanvullende regels, geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien, rekening houdend met de aard en de omvang van de te verlenen diensten, voor die instellingen een bewezen laag risico op witwassen en financieren van terrorisme bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Geen vrijstelling kan worden verleend aan instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, die activiteiten verrichten als bedoeld in artikel 27g of 31 van de Wet op de kansspelen.
|
||||
**2.** Geen vrijstelling kan worden verleend aan instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, die activiteiten verrichten als bedoeld in artikel 27g of 31 van de Wet op de kansspelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1c
|
||||
|
||||
|
|
@ -161,12 +169,12 @@ c. de houder van een ontheffing niet langer voldoet aan de bij of krachtens deze
|
|||
|
||||
Met de uitvoering en handhaving van deze wet zijn belast:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandsche Bank N.V.: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, tweede lid, derde lid, onderdeel a, b, e, f, g en j, of bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland, alsmede instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel f;
|
||||
a. de Nederlandsche Bank N.V.: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, tweede lid, derde lid, onderdeel a, b, e, f, g en j, vierde lid, onderdeel l en m, of bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland, alsmede instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel f;
|
||||
b. de Stichting Autoriteit Financiële Markten: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, derde lid, onderdeel c, d, h en i of bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland, alsmede beheerders als bedoeld in artikel 1a, zesde lid;
|
||||
c. het Bureau Financieel Toezicht: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b, d en e;
|
||||
d. de deken, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel c;
|
||||
e. Onze Minister van Financiën: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, k en l;
|
||||
f. de kansspelautoriteit: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j.
|
||||
e. Onze Minister van Financiën: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, j, k, o en p;
|
||||
f. de kansspelautoriteit: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. is belast met de uitvoering en handhaving van de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,7 +196,9 @@ Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en V
|
|||
|
||||
### Artikel 1f
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren elke twee jaar een verslag van de geïdentificeerde, geanalyseerde en beoordeelde nationale risico’s op witwassen en het financieren van terrorisme, bedoeld in artikel 7 van de vierde anti-witwasrichtlijn.
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren een verslag van de geïdentificeerde, geanalyseerde en beoordeelde nationale risico’s op witwassen en het financieren van terrorisme, bedoeld in artikel 7 van de vierde anti-witwasrichtlijn. Dit verslag wordt elke twee jaar geactualiseerd.
|
||||
|
||||
**2.** Ter voorbereiding van dit verslag publiceren Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk de statistieken, bedoeld in artikel 44 van de vierde anti-witwasrichtlijn. Deze statistieken worden jaarlijks geactualiseerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -269,7 +279,7 @@ Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamen
|
|||
Het cliëntenonderzoek stelt de instelling in staat om:
|
||||
|
||||
a. de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren;
|
||||
b. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt te identificeren en redelijke maatregelen te nemen om zijn identiteit te verifiëren, en indien de cliënt een rechtspersoon is, redelijke maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;
|
||||
b. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt te identificeren en redelijke maatregelen te nemen om zijn identiteit te verifiëren, indien de cliënt een rechtspersoon is, redelijke maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt, en indien de uiteindelijk belanghebbende lid is van het hoger leidinggevend personeel, noodzakelijke redelijke maatregelen te nemen om de identiteit te verifiëren van de natuurlijke persoon die lid is van het hoger leidinggevend personeel, waarbij de genomen maatregelen en de ondervonden moeilijkheden tijdens het verificatieproces worden vastgelegd;
|
||||
c. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen;
|
||||
d. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden;
|
||||
e. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is en in voorkomend geval de natuurlijke persoon te identificeren en diens identiteit te verifiëren;
|
||||
|
|
@ -293,15 +303,15 @@ g. indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten beh
|
|||
|
||||
**6.** Een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel i, verricht cliëntenonderzoek indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt van ten minste € 10.000 in contant geld, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste € 10.000 in contant geld.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid, onderdeel b, verricht een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, cliëntenonderzoek indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt van ten minste € 2.000,– bij het ophalen van een prijs of het aangaan van een weddenschap, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste € 2.000,– of meer.
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid, onderdeel b, verricht een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, cliëntenonderzoek indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt van ten minste € 2.000,– bij het ophalen van een prijs of het aangaan van een weddenschap, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste € 2.000,– of meer.
|
||||
|
||||
**8.** Een instelling stemt het cliëntenonderzoek aantoonbaar af op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie.
|
||||
|
||||
**9.** Een instelling houdt bij het bepalen van de risicogevoeligheid, bedoeld in het achtste lid, tenminste rekening met de in bijlage I bij de vierde anti-witwasrichtlijn genoemde risicovariabelen.
|
||||
|
||||
**10.** Het eerste tot en met het negende lid en het elfde lid zijn niet van toepassing op een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel k.
|
||||
**10.** Het eerste tot en met het negende lid en het elfde lid zijn niet van toepassing op een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel o.
|
||||
|
||||
**11.** Een instelling neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede tot en met vierde lid zijn verzameld over daar bedoelde personen, actueel gehouden worden.
|
||||
**11.** Een instelling neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede tot en met vierde lid zijn verzameld over daar bedoelde personen, actueel gehouden worden. De gegevens worden in elk geval geactualiseerd indien relevante omstandigheden van de cliënt veranderen, een instelling op grond van deze wet verplicht is tot het opnemen van contact met de cliënt om informatie met betrekking tot de uiteindelijk begunstigde te evalueren of de instelling daartoe verplicht is op grond van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/79/EEG (PbEU 2011, L 64).
|
||||
|
||||
**12.** In dit artikel wordt verstaan onder personenvennootschap: een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met een van deze rechtsvormen vergelijkbaar is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -331,13 +341,15 @@ b. voldoende informatie in te winnen betreffende de begunstigde om ervan overtui
|
|||
|
||||
**1.** Een instelling voldoet aan artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien van toepassing het derde en vierde lid van dat artikel, voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onderdelen b en g, zesde en zevende lid, wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt.
|
||||
**2.** Bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een cliënt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of vierde lid, beschikt de instelling over een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, en stelt de instelling vast of de uiteindelijk belanghebbenden van de cliënt zijn opgenomen als bedoeld in artikel 15a van die wet.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is het een bank of andere financiële onderneming toegestaan een rekening, met inbegrip van een rekening voor effectentransacties, te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 39 van de Wet op het notarisambt is vereist.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is het een bank of andere financiële onderneming toegestaan een rekening, met inbegrip van een rekening voor effectentransacties, te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan om de identiteit van de begunstigde van een trust of van een soortgelijke juridische constructie pas vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent, mits de begunstigde voor het aangaan van de zakelijke relatie of het uitvoeren van een incidentele transactie aan de hand van specifieke kenmerken of naar categorie is omschreven en de instelling zodanige informatie inwint dat zij in staat is de identiteit van de begunstigde vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 39 van de Wet op het notarisambt is vereist.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan om de identiteit van de begunstigde van een trust of van een soortgelijke juridische constructie pas vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent, mits de begunstigde voor het aangaan van de zakelijke relatie of het uitvoeren van een incidentele transactie aan de hand van specifieke kenmerken of naar categorie is omschreven en de instelling zodanige informatie inwint dat zij in staat is de identiteit van de begunstigde vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -387,15 +399,15 @@ c. op de effectieve uitvoering van de in onderdeel b bedoelde voorschriften op h
|
|||
|
||||
De artikelen 3, tweede lid, onderdelen a tot en met c, e en f, en 4 zijn niet van toepassing voor zover een instelling een zakelijke relatie aangaat of een transactie verricht met betrekking tot elektronisch geld en:
|
||||
|
||||
a. het elektronisch geld waarop de geldwaarde is opgeslagen niet kan worden heropgeladen of een betalingstransactielimiet heeft van € 250 per maand en uitsluitend in Nederland kan worden gebruikt;
|
||||
b. de opgeslagen geldwaarde van het elektronisch geld niet meer dan € 250 bedraagt;
|
||||
a. het elektronisch geld waarop de geldwaarde is opgeslagen niet kan worden heropgeladen of een betalingstransactielimiet heeft van € 150 per maand en uitsluitend in Nederland kan worden gebruikt;
|
||||
b. de opgeslagen geldwaarde van het elektronisch geld niet meer dan € 150 bedraagt;
|
||||
c. het elektronisch geld uitsluitend wordt gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;
|
||||
d. de opgeslagen geldwaarde van het elektronisch geld niet kan worden aangevuld met anoniem elektronisch geld; en
|
||||
e. de uitgever van het elektronisch geld zorgt voor een toereikende controle van de transacties of de zakelijke relatie om te verzekeren dat kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 16.
|
||||
|
||||
**2.** Een instelling verzamelt voldoende gegevens om te kunnen vaststellen of het eerste lid van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Voor nationale betalingstransacties wordt het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde bedrag van € 250 verdubbeld.
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van terugbetaling in contanten of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld en het terug te betalen bedrag hoger is dan € 50, of indien sprake is van een betalingstransactie op afstand als bedoeld in artikel 4, onderdeel 6, van de richtlijn betaaldiensten en het betaalde bedrag hoger is dan € 50 per transactie.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van terugbetaling in contanten of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld en het terug te betalen bedrag hoger is dan € 100.
|
||||
|
||||
|
|
@ -412,11 +424,11 @@ b. indien de staat waar de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heef
|
|||
|
||||
**2.** Een instelling houdt ten minste rekening met de risicofactoren, bedoeld in bijlage III bij de vierde anti-witwasrichtlijn, om vast te stellen of het eerste lid, onderdeel a, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Een instelling neemt redelijke maatregelen om alle complexe en ongebruikelijk grote transacties en alle ongebruikelijke transactiepatronen die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben te onderzoeken en onderwerpt de gehele zakelijke relatie met de cliënt in dat geval aan een verscherpte controle.
|
||||
**3.** Een instelling neemt redelijke maatregelen om de achtergrond en het doel van complexe of ongebruikelijk grote transacties, van transacties met een ongebruikelijk patroon of zonder duidelijk economisch of rechtmatig doel te onderzoeken en onderwerpt de gehele zakelijke relatie met de cliënt in dat geval aan een verscherpte controle.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid draagt een bank of andere financiële onderneming die een correspondentrelatie aangaat of is aangegaan met een respondentinstelling in een staat die geen lidstaat is, er zorg voor dat:
|
||||
Onverminderd het eerste lid draagt een bank of andere financiële onderneming die een correspondentrelatie aangaat of is aangegaan met een respondentinstelling in een staat die geen lidstaat is en waarbij betalingen worden verricht, er bij het aangaan van de zakelijke relatie zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. zij voldoende informatie over de betrokken respondentinstelling verzamelt om een volledig beeld te krijgen van de aard van haar bedrijfsactiviteiten, en op basis van openbaar beschikbare informatie de reputatie van de respondentinstelling en de kwaliteit van het toezicht dat op de respondentinstelling wordt uitgeoefend beoordeelt;
|
||||
b. zij de procedures en maatregelen ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme van de betrokken respondentinstelling beoordeelt;
|
||||
|
|
@ -457,26 +469,43 @@ b. past een instelling de volgende maatregelen toe in geval de persoon, bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 8, eerste lid, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen bijzondere maatregelen nemen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme, hun uiteindelijk belanghebbenden of de natuurlijke personen, bedoeld in artikel 3, vierde lid, of transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan die staten. In de regeling kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 8, eerste lid, verricht een instelling met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme de volgende verscherpte onderzoeksmaatregelen:
|
||||
|
||||
a. verzamelen van aanvullende informatie over die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden;
|
||||
b. verzamelen van aanvullende informatie met betrekking tot het doel en de aard van die zakelijke relatie;
|
||||
c. verzamelen van informatie over de herkomst van de fondsen die bij die zakelijke relatie of transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van die cliënten en van die uiteindelijk belanghebbenden;
|
||||
d. verzamelen van informatie over de achtergrond van en beweegredenen voor de voorgenomen of verrichte transacties van die cliënten;
|
||||
e. verkrijgen van goedkeuring van het hoger leidinggevend personeel voor het aangaan of voortzetten van die zakelijke relatie;
|
||||
f. verrichten van verscherpte controle op die zakelijke relatie met en de transacties van die cliënten, door het aantal controles en de frequentie van actualiseringen van gegevens over die cliënten en die uiteindelijk belanghebbenden te verhogen en door transactiepatronen te selecteren die nader onderzocht moeten worden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als bijzondere maatregelen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in in een staat als bedoeld in het eerste lid, hun uiteindelijk belanghebbenden of de natuurlijke personen, bedoeld in artikel 3, vierde lid, kunnen worden aangewezen:
|
||||
In aanvulling op het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat een instelling tevens één of meer van de volgende aanvullende risicobeperkende maatregelen toepast met betrekking tot cliënten die transacties uitvoeren die verband houden met staten als bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. verzamelen van aanvullende informatie over die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden, waaronder informatie met betrekking tot het doel en de aard van de zakelijke relatie, de herkomst van de fondsen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van die cliënten en van die uiteindelijk belanghebbenden;
|
||||
b. verhoogde frequentie van actualiseringen van gegevens over die cliënten en die uiteindelijk belanghebbenden;
|
||||
c. verscherpte controle op de zakelijke relatie met en de transacties van die cliënten;
|
||||
d. verzamelen van aanvullende informatie over de achtergrond van en beweegredenen voor voorgenomen of verrichte transacties van die cliënten;
|
||||
e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen die strekken tot het beheersen of beperken van risico’s gerelateerd aan die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden.
|
||||
a. toepassen van aanvullende elementen van verscherpt cliëntenonderzoek;
|
||||
b. invoeren van verscherpte meldmechanismen of het systematisch melden van financiële transacties;
|
||||
c. beperken van die transacties, zakelijke relaties of correspondentbankrelaties;
|
||||
d. niet uitvoeren van die transacties en beëindiging van die zakelijke relaties en correspondentbankrelaties;
|
||||
e. overige bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als bijzondere maatregelen met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan een staat als bedoeld in het eerste lid kunnen worden aangewezen:
|
||||
In aanvulling op het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling ten aanzien van de in het eerste lid aangewezen staten tevens één of meer van de volgende maatregelen worden bepaald:
|
||||
|
||||
a. verscherpte controle op die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties;
|
||||
b. beperking van die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties;
|
||||
c. niet uitvoeren van die transacties en beëindiging van die zakelijke relaties en correspondentbankrelaties;
|
||||
d. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen die strekken tot het beheersen of beperken van risico’s gerelateerd aan die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties.
|
||||
a. vestigingsverbod voor dochterondernemingen of bijkantoren van instellingen afkomstig uit die staten;
|
||||
b. vestigingsverbod voor dochterondernemingen of bijkantoren van instellingen in die staten;
|
||||
c. uitvoeren van verscherpte controle op of toepassen van verscherpte eisen aan de uitvoering van een externe audit voor in die staten gevestigde dochterondernemingen of bijkantoren door een instelling;
|
||||
d. toepassen van hogere eisen aan de uitvoering van een externe audit voor groepen ten aanzien van in die staten gevestigde dochterondernemingen of bijkantoren door een instelling;
|
||||
e. herzien, wijzigen of beëindigen van zakelijke relaties en correspondentrelaties in die staten door banken en andere financiële ondernemingen;
|
||||
f. overige bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.** In de regeling bedoeld in het tweede en derde lid, kan worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen één of meer van de maatregelen genoemd in het tweede en derde lid verrichten. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk stellen een lijst met de functies vast die in Nederland kwalificeren als prominente publieke functies. Deze lijst wordt actueel gehouden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Uitbesteding van cliëntenonderzoek
|
||||
|
||||
|
|
@ -555,7 +584,9 @@ b. in het verzoek uiteen is gezet wat de redenen zijn voor het verzoek en hoe de
|
|||
|
||||
**6.** Aan een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt niet voldaan indien het verstrekken van de gevraagde informatie zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**7.** De Financiële inlichtingen eenheid wijst een centraal contactpunt aan dat verantwoordelijk is voor de ontvangst van de verzoeken bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Indien een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat verzoekt om toestemming voor het delen van informatie afkomstig van de Financiële inlichtingen eenheid met bevoegde autoriteiten in een andere lidstaat, verstrekt de Financiële inlichtingen eenheid deze toestemming onverwijld en zo ruim mogelijk, tenzij het verlenen van toestemming:
|
||||
|
||||
|
|
@ -564,7 +595,7 @@ b. strijdig is met wettelijke bepalingen;
|
|||
c. een strafrechtelijk onderzoek kan schaden; of
|
||||
d. de belangen van natuurlijke of rechtspersonen op wie de informatie betrekking heeft onevenredig kan schaden.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het verstrekken van informatie of het verlenen van toestemming op grond van het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, wordt geweigerd, wordt dit gemotiveerd kenbaar gemaakt aan de financiële inlichtingen eenheid die om de informatie of toestemming heeft verzocht.
|
||||
**9.** Indien het verstrekken van informatie of het verlenen van toestemming op grond van het zesde lid, onderscheidenlijk het achtste lid, wordt geweigerd, wordt dit gemotiveerd kenbaar gemaakt aan de financiële inlichtingen eenheid die om de informatie of toestemming heeft verzocht.
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
|
|
@ -632,7 +663,7 @@ e. de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aan
|
|||
f. een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde bij een transactie boven de € 15 000;
|
||||
g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid verstrekt een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel k, de gegevens bedoeld in het tweede lid voor zover zij daarover beschikt, alsmede een beschrijving van de desbetreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid verstrekt een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel o, de gegevens bedoeld in het tweede lid voor zover zij daarover beschikt, alsmede een beschrijving van de desbetreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -710,11 +741,27 @@ b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in artikel 15.
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
|
||||
**1.** Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, kan de toezichthoudende autoriteit met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde informatie mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid laten ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De toezichthoudende autoriteit is in afwijking van artikel 22, eerste lid, bevoegd gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan:
|
||||
|
||||
a. een andere toezichthoudende autoriteit of aan een buitenlandse toezichthoudende instantie;
|
||||
b. de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Nationale Politie, de Financiële Inlichtingen Eenheid of het Openbaar Ministerie, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken;
|
||||
c. een tijdelijke enquêtecommissie van het Europees Parlement, bedoeld in artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
|
||||
d. een commissie, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de parlementaire enquête 2008, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van die commissie noodzakelijk zijn voor de vervulling van haar taak;
|
||||
e. de Algemene Rekenkamer, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar wettelijke taak op grond van artikel 7.24 van de Comptabiliteitswet 2016.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De toezichthoudende autoriteit is in afwijking van het eerste lid bevoegd gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan een andere toezichthouder of aan een buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij:
|
||||
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt niet verstrekt indien:
|
||||
|
||||
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
|
||||
b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
|
||||
|
|
@ -723,30 +770,54 @@ d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is ge
|
|||
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
|
||||
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn verkregen van een buitenlandse toezichthoudende instantie, verstrekt de toezichthoudende autoriteit deze niet aan een andere toezichthouder of aan een andere buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
|
||||
**3.** Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse toezichthoudende instantie, verstrekt de toezichthoudende autoriteit deze niet aan een andere toezichthoudende instantie of aan een andere buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien een buitenlandse toezichthoudende instantie aan de toezichthouder die de gegevens of inlichtingen op grond van het tweede of derde lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de toezichthouder dat verzoek slechts in:
|
||||
Indien een buitenlandse toezichthoudende instantie aan de toezichthoudende autoriteit die de gegevens of inlichtingen op grond van het tweede of derde lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de toezichthoudende autoriteit dat verzoek slechts in:
|
||||
|
||||
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het tweede of derde lid of voorzover die toezichthoudende instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; en
|
||||
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het tweede of derde lid of voor zover die toezichthoudende instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat ander doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; en
|
||||
b. na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid laat ten aanzien van degene op wie het eerste lid van toepassing is onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
**5.** De partijen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c tot en met e, zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het eerste lid ontvangen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen en maken die slechts openbaar indien deze niet herleid kunnen worden tot afzonderlijke personen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder toezichthoudende autoriteit verstaan:
|
||||
|
||||
a. de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdeel a, b, e of f;
|
||||
b. de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, voor zover het betreft instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b of e;
|
||||
c. de Nederlandsche Bank, bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht trustkantoren 2018.
|
||||
a. de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdeel e of f;
|
||||
b. de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, voor zover het betreft de instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b of e;
|
||||
c. de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdelen a en b, is in afwijking van artikel 22, eerste lid, bevoegd gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan:
|
||||
|
||||
a. een andere toezichthoudende autoriteit of een toezichthoudende instantie die belast is met het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1a, tweede of derde lid;
|
||||
b. een buitenlandse toezichthoudende instantie in een andere lidstaat die is belast met het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1a, eerste of tweede lid, of een buitenlandse toezichthoudende instantie in een derde land die belast is met het toezicht op deze instellingen en waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 57bis, vijfde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn;
|
||||
c. de Europese Centrale Bank;
|
||||
d. de instanties genoemd in artikel 22a, eerste lid, onderdelen b tot en met e.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt niet verstrekt indien:
|
||||
|
||||
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
|
||||
b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van deze wet, prudentiële regelgeving of het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1a, tweede of derde lid;
|
||||
c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
|
||||
d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
|
||||
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
|
||||
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 22a, derde tot en met het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
**1.** Het Bureau Financieel Toezicht is in afwijking van artikel 22, eerste lid, bevoegd gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel a of b, te verstrekken aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van taken van de Stichting Autoriteit Financiële Markten op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 22, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 22a, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -790,6 +861,144 @@ Voor de toepassing van het zesde lid wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
Onverminderd artikel 23, eerste lid, deelt een instelling informatie over een melding ingevolge artikel 16 door die instelling binnen de groep, tenzij door de Financiële inlichtingen eenheid anders wordt bepaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder die in of vanuit Nederland beroeps- of bedrijfsmatig diensten aanbiedt voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta registreert zich bij de Nederlandsche Bank.
|
||||
|
||||
**2.** Een ieder die in of vanuit Nederland beroeps- of bedrijfsmatig bewaarportemonnees aanbiedt registreert zich bij de Nederlandsche Bank.
|
||||
|
||||
### Artikel 23c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een verzoek tot registratie als bedoeld in artikel 23b geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. Deze gegevens kunnen betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. gegevens van feitelijke aard;
|
||||
b. gegevens die verband houden met de naleving van voorschriften op grond van deze wet of de Sanctiewet 1977.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank registreert een aanbieder als bedoeld in artikel 23b binnen twee maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b kan enkel diensten als bedoeld in dit hoofdstuk aanbieden indien hij geregistreerd is.
|
||||
|
||||
### Artikel 23d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank gaat niet over tot registratie van een aanbieder als bedoeld in artikel 23b indien:
|
||||
|
||||
a. de gegevens bedoeld in artikel 23c, eerste lid, niet volledig zijn;
|
||||
b. zij na verificatie van de gegevens bedoeld in artikel 23c, eerste lid, niet overtuigd is van de juistheid van deze gegevens;
|
||||
c. een aanbieder als bedoeld in artikel 23b niet voldoet aan artikel 23h, eerste, tweede of vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** DNB stelt de aanbieder onverwijld op de hoogte indien zij op grond van het eerste lid niet over gaat tot registratie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan de registratie van een aanbieder als bedoeld in artikel 23b doorhalen indien:
|
||||
|
||||
a. de aanbieder hierom verzoekt;
|
||||
b. de aanbieder bij het verzoek tot registratie onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens ertoe zou hebben geleid dat De Nederlandsche Bank niet tot registratie zou zijn overgegaan;
|
||||
c. de aanbieder relevante omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de registratie heeft plaatsgevonden zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, De Nederlandsche Bank niet zou zijn overgegaan tot registratie;
|
||||
d. de aanbieder niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet of de Sanctiewet 1977 gestelde regels;
|
||||
e. de aanbieder niet voldoet aan de verplichting tot betaling van een bedrag op grond van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019;
|
||||
f. de aanbieder geen diensten heeft verleend binnen een termijn van zes maanden na registratie;
|
||||
g. de aanbieder zijn dienstverlening heeft beëindigd, dan wel zijn dienstverlening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt;
|
||||
h. de aanbieder de onderneming ten behoeve waarvan de registratie heeft plaatsgevonden, geheel of gedeeltelijk overdraagt;
|
||||
i. de aanbieder in staat van faillissement is komen te verkeren;
|
||||
j. doorhaling of beëindiging heeft plaatsgevonden van de inschrijving van de aanbieder in het handelsregister bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
k. de aanbieder is opgehouden te bestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 23e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de identiteit van degenen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
|
||||
b. de identiteit van degenen die al dan niet middellijk een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet doorgevoerd dan nadat de Nederlandsche Bank hiervoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b meldt onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe de aanbieder behoort;
|
||||
b. de antecedenten van degenen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
|
||||
c. de antecedenten van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
|
||||
d. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur of de bedrijfsvoering van de aanbieder;
|
||||
e. een wijziging van de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
|
||||
f. overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** De houder van een gekwalificeerde deelneming verschaft een aanbieder als bedoeld in artikel 23b alle informatie die noodzakelijk is om te voldoen aan dit artikel.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de bij de in het eerste en derde lid bedoelde kennisgeving te verstrekken gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 23f
|
||||
|
||||
**1.** Er is een openbaar register van aanbieders als bedoeld in artikel 23b die door de Nederlandsche Bank zijn geregistreerd. Het register wordt gehouden door de Nederlandsche Bank en wordt in ieder geval gepubliceerd op een daartoe geschikte website.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank verricht de inschrijving en doorhaling in het register op zodanige wijze dat uit het register is op te maken vanaf welk tijdstip, welke diensten als bedoeld in artikel 23b een geregistreerde aanbieder mag verrichten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In het register worden ten aanzien van een aanbieder als bedoeld in artikel 23b de volgende gegevens opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres en, indien van toepassing, de statutaire zetel en de naam en het adres van zijn bijkantoren;
|
||||
b. de datum van inschrijving van de aanbieder als bedoeld in artikel 23b in het register;
|
||||
c. het nummer van de inschrijving van de aanbieder als bedoeld in artikel 23b bij de Kamer van Koophandel.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank draagt onverwijld zorg voor de inschrijving van de aanbieder als bedoeld in artikel 23b.
|
||||
|
||||
**5.** Indien van toepassing vermeldt de Nederlandsche Bank bij doorhaling dat het desbetreffende besluit nog niet onherroepelijk is.
|
||||
|
||||
**6.** De Nederlandsche Bank versterkt aan een ieder desgevraagd, tegen betaling van de kostprijs, afschriften uit het register.
|
||||
|
||||
### Artikel 23g
|
||||
|
||||
**1.** Het is een ieder die in een derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft verboden beroeps- of bedrijfsmatig in Nederland diensten aan te bieden voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta.
|
||||
|
||||
**2.** Het is een ieder die in een derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft verboden beroeps- of bedrijfsmatig in Nederland bewaarportemonnees aan te bieden.
|
||||
|
||||
**3.** Het verbod in het eerste onderscheidenlijk het tweede lid is niet van toepassing op een aanbieder die in een door Onze Minister aangewezen derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft, waar toezicht op het uitoefenen van het beroep of bedrijf, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het tweede lid, wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen en de aanbieder in het desbetreffende derde land onder toezicht staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 23h
|
||||
|
||||
**1.** Het beleid van een aanbieder als bedoeld in artikel 23b wordt bepaald of mede bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de door die aanbieder verleende diensten. Indien binnen die aanbieder een orgaan belast is met het toezicht op het beleid en de algemene zaken van de aanbieder, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Het beleid van een aanbieder als bedoeld in artikel 23b wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen die aanbieder een orgaan belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de aanbieder, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
**3.** De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de Nederlandsche Bank of de stichting Autoriteit Financiële Markten voor de toepassing van deze wet, de Wet op het financieel toezicht of de Wet toezicht trustkantoren 2018 is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
|
||||
|
||||
**4.** Indien sprake is van een gekwalificeerde deelneming wordt die gehouden door natuurlijke personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat, of in geval van een rechtspersoon, de betrouwbaarheid van de bestuurders van die rechtspersoon buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen, alsmede regels met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 23i
|
||||
|
||||
**1.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de aanbieder.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de aanbieder.
|
||||
|
||||
### Artikel 23j
|
||||
|
||||
**1.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b voert een adequaat beleid dat een integere en beheerste uitoefening van het bedrijf waarborgt, met in achtneming van de artikelen 2 tot en met 2f, 3 tot en met 10, 16, 20a, 20b, 23e tot en met 23j en 33 tot en met 35a.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanbieder als bedoeld in artikel 23b richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt, met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 2f, 3 tot en met 10, 16, 20a, 20b, 23e tot en met 23j en 33 tot en met 35a.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen in dit artikel. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. een integere bedrijfsuitoefening, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:
|
||||
|
||||
1°. belangenverstrengeling;
|
||||
2°. strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de aanbieder of zijn werknemers, die het vertrouwen in de aanbieder kunnen schaden;
|
||||
3°. relaties met cliënten of derden, die het vertrouwen in de aanbieder kunnen schaden
|
||||
b. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
|
||||
|
|
@ -828,7 +1037,7 @@ De toezichthoudende autoriteit kan een ieder die niet voldoet aan een ingevolge
|
|||
|
||||
De toezichthoudende autoriteit kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van:
|
||||
|
||||
a. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 1e, 2, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, eerste en tweede lid, 2f, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste tot en met negende en elfde lid, 3a, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, en derde lid, 5, eerste, derde en vijfde lid, 6, 7, tweede lid, 8, 9, 10, tweede lid, 11, 16, 17, tweede lid, 20a, 20b, 23, eerste, tweede en vierde lid, 23a, 33, 34, 35, 35a en 38 van deze wet gestelde regels;
|
||||
a. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 1e, 2, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, eerste en tweede lid, 2f, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste tot en met negende en elfde lid, 3a, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, en derde lid, 5, eerste, derde en vijfde lid, 6, 7, tweede lid, 8, 9, 10, tweede lid, 11, 16, 17, tweede lid, 20a, 20b, 23, eerste, tweede en vierde lid, 23a, 23b, 23c, eerste lid en derde lid, 23e, eerste en tweede lid, 23g, eerste en tweede lid, 23h, eerste, tweede en vierde lid, 23i, 23j, eerste en tweede lid, 33, 34, 35, 35a en 38 van deze wet gestelde regels;
|
||||
b. overtreding van artikel 1a, zesde lid, voor zover de overtreding betrekking heeft op de regels die bij of krachtens de in onderdeel a genoemde artikelen zijn gesteld;
|
||||
c. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 14 en 16, eerste lid, van de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie gestelde regels;
|
||||
d. overtreding van de bij of krachtens de verordening inzake de veiling van broeikasgasemissierechten gestelde regels;
|
||||
|
|
@ -840,7 +1049,7 @@ g. het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een
|
|||
|
||||
De toezichthoudende autoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van:
|
||||
|
||||
a. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 1e, 2, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, eerste en tweede lid, 2f, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste tot en met negende en elfde lid, 3a, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, en derde lid, 5, eerste, derde en vijfde lid, 6, 7, tweede lid, 8, 9, 10, tweede lid, 11, 16, 17, tweede lid, 20a, 20b, 23, eerste, tweede en vierde lid, 23a, 33, 34, 35, 35a en 38 van deze wet gestelde regels;
|
||||
a. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 1e, 2, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, eerste en tweede lid, 2f, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste tot en met negende en elfde lid, 3a, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, en derde lid, 5, eerste, derde en vijfde lid, 6, 7, tweede lid, 8, 9, 10, tweede lid, 11, 16, 17, tweede lid, 20a, 20b, 23, eerste, tweede en vierde lid, 23a, 23b, 23c, eerste lid en derde lid, 23e, eerste en tweede lid, 23g, eerste en tweede lid, 23h, eerste, tweede en vierde lid, 23i, 23j, eerste en tweede lid, 33, 34, 35, 35a en 38 van deze wet gestelde regels;
|
||||
b. overtreding van artikel 1a, zesde lid, voor zover de overtreding betrekking heeft op de regels die bij of krachtens de in onderdeel a genoemde artikelen zijn gesteld;
|
||||
c. overtreding van de bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 14 en 16, eerste lid, van de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie gestelde regels;
|
||||
d. overtreding van de bij of krachtens de verordening inzake de veiling van broeikasgasemissierechten gestelde regels;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue