2021-08-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2021-08-01 12:00:00 +00:00
parent 1a5f1485c5
commit 11e8784541

View file

@ -237,7 +237,7 @@ Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactivitei
**2.** Indien het onderwijsprogramma van een school tevens een maatschappelijke stage omvat, sluit het bevoegd gezag voor deze stage met de leerling en de stagebieder tezamen een schriftelijke stageovereenkomst.
**3.** Voor vermelding op de cijferlijst bij het diploma, bedoeld in artikel 29, derde lid, of op het getuigschrift, bedoeld in artikel 29a, omvat de maatschappelijke stage tenminste 30 uren.
**3.** Voor vermelding op de cijferlijst bij het diploma, bedoeld in artikel 29, derde lid, of op het schooldiploma praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 29a, omvat de maatschappelijke stage tenminste 30 uren.
### Artikel 6g
@ -1113,11 +1113,15 @@ Vervallen
### Artikel 17
Het onderwijs:
**1.**
a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,
b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op:
a. het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school;
b. het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving; en
c. het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.
**2.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het eerste lid, onder c, genoemde verschillen.
### Artikel 17a
@ -1348,7 +1352,7 @@ b. de wijze waarop aan de ondersteuning van leerlingen die extra ondersteuning b
c. 1°. het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in artikel 6g, eerste tot en met vijfde lid, wordt geprogrammeerd, de vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd, alsmede wat het beleid is ten aanzien van lesuitval,
2°. de inrichting van het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren waarbij wordt aangegeven of sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen en de inzet van het personeel daarbij,
3°. de invulling van de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f,
d. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 27, tweede lid, waarbij wordt vermeld dat deze vrijwillig is,
d. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 27, tweede lid, waarbij wordt vermeld dat deze vrijwillig is en dat het niet voldoen van die bijdrage niet leidt tot het uitsluiten van leerlingen van deelname aan activiteiten,
e. de rechten en plichten van de ouders, de voogden, de verzorgers, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in artikel 24b, waarbij wat betreft de leerlingen kan worden volstaan met vermelding van de rechten en plichten opgenomen in het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 24g,
f. de wijze waarop het bevoegd gezag omgaat met de in artikel 24, eerste lid, omschreven bijdragen,
g. het beleid met betrekking tot de veiligheid,
@ -1657,11 +1661,21 @@ c. die van de school wordt verwijderd.
Indien degene die voldoet aan artikel 28, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 27a, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
##### Paragraaf 2. Toetsen en eindexamens
### Artikel 28b
Vervallen
**1.** De deelname van leerlingen aan activiteiten die geen onderdeel uitmaken van het verplichte onderwijsprogramma en worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, wordt niet afhankelijk gesteld van een bijdrage als bedoeld in artikel 27, tweede lid.
**2.**
Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan voor de daar bedoelde activiteiten, indien:
a. deze activiteiten buiten de kerndoelen, bedoeld in artikel 11b, of eindtermen en eindexamenprogrammas langdurig aan leerlingen worden aangeboden door een school die door dat bevoegd gezag in stand gehouden wordt,
b. die school is aangesloten bij een verband van scholen die dergelijke activiteiten organiseren, en
c. krachtens een door dat verband vastgestelde code een regeling is getroffen voor de leerlingen ten aanzien van wie niet of niet geheel de gevraagde ouderbijdrage wordt betaald.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld aan de scholen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en aan de code, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
##### Paragraaf 2. Toetsen en eindexamens
### Artikel 29
@ -1687,7 +1701,13 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald door wie en op wel
### Artikel 29a
Leerlingen die een school voor praktijkonderwijs verlaten, ontvangen een getuigschrift praktijkonderwijs, met dien verstande dat het bevoegd gezag aan leerlingen die de opleiding hebben afgerond en daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag in aanmerking komen, een schooldiploma praktijkonderwijs kan uitreiken. Onze Minister stelt het model van het getuigschrift vast.
**1.** De directeur reikt een schooldiploma praktijkonderwijs uit aan de leerling die een school voor praktijkonderwijs verlaat en naar het oordeel van de directeur in aanmerking komt voor het schooldiploma. De directeur baseert zijn oordeel op een reglement dat door het bevoegd gezag wordt vastgesteld.
**2.** Een portfolio waarin de behaalde resultaten zijn opgenomen, maakt deel uit van het schooldiploma.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt een model voor het schooldiploma vastgesteld.
**4.** De leerling die een deel van het programma heeft voltooid, de school voor praktijkonderwijs verlaat en niet op grond van het eerste lid een schooldiploma ontvangt, ontvangt een verklaring.
### Artikel 30
@ -2698,7 +2718,7 @@ Het bestuur van een bijzondere school voor voortgezet onderwijs geeft binnen vie
### Artikel 56
**1.** Onze Minister kan de school, die ten aanzien van de duur van de cursus, het schoolplan en de bevoegdheden van de leraren overeenkomt met een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanwijzen als bevoegd om aan de leerlingen op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een eindexamen aan de school het diploma uit te reiken, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
**1.** Onze Minister kan de school, die ten aanzien van de duur van de cursus, de opdracht tot actief burgerschap en sociale cohesie, het schoolplan en de bevoegdheden van de leraren overeenkomt met een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanwijzen als bevoegd om aan de leerlingen op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een eindexamen aan de school het diploma uit te reiken, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
**1a.** Artikel 29, leden 1a en 1b, zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid het eindexamen af te nemen, bedoeld in het eerste lid.
@ -2720,7 +2740,7 @@ c. de statuten en het reglement van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegd
### Artikel 58
**1.** Het schoolplan van een ingevolge artikel 56 aangewezen school voldoet ten minste aan de voorschriften, gegeven bij of krachtens de artikelen 6g, 6g1, 10, 10b, 10d, 11a tot en met 11f, 12 tot en met 15 en 24.
**1.** Het schoolplan van een ingevolge artikel 56 aangewezen school voldoet ten minste aan de voorschriften, gegeven bij of krachtens de artikelen 6g, 6g1, 10, 10b, 10d, 11a tot en met 11f, 12 tot en met 15, 17 en 24.
**2.** Bij wijziging van het schoolplan doet het schoolbestuur daarvan onmiddellijk mededeling aan de inspectie.
@ -4810,52 +4830,19 @@ Voor scholen die leerwegondersteunend onderwijs aanbieden, is artikel 86, derde
### Artikel 118z
**1.**
De artikelen 10, 10b en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88) zijn voor alle scholen, bedoeld in de artikelen 9 en 10a van toepassing:
a. met ingang van 1 augustus 2016 op het derde leerjaar, en
b. met ingang van 1 augustus 2017 op het vierde leerjaar.
**2.** Met betrekking tot het vierde leerjaar waarop de artikelen 10, 10b en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88) nog niet van toepassing zijn, blijven van toepassing de bij en krachtens deze wet gegeven voorschriften zoals luidend op 31 juli 2016.
**3.** In het schooljaar 20162017 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor de leerlingen die voor 1 augustus 2016 zijn toegelaten tot het vierde leerjaar.
**4.** In afwijking van het derde lid, stelt het bevoegd gezag in het schooljaar 20172018 een eerder afgewezen leerling nogmaals in de gelegenheid het in dat lid bedoelde examen af te leggen.
**5.** In het studiejaar 20182019 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het examen van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover gericht op het behalen van het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, volgens de op 31 juli 2016 geldende bij en krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde voorschriften.
**6.** In het jaar 2020 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het staatsexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 geldende bij en krachtens deze wet vastgestelde voorschriften.
**7.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
Vervallen
### Artikel 118aa
**1.** Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 9 of 10a, kan besluiten, in afwijking van artikel 118z, eerste lid, met ingang van 1 augustus 2017 ten aanzien van het derde leerjaar van die school toepassing te geven aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 10b, en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88). Bij toepassing van de eerste volzin zijn de in die volzin genoemde artikelen ten aanzien van de school met ingang van 1 augustus 2018 van toepassing op het vierde leerjaar.
**2.** Artikel 118z, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen.
**3.** In afwijking van artikel 118z, derde lid, geldt voor scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen dat in het schooljaar 20172018 voor de laatste maal gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor de leerlingen die voor 1 augustus 2017 zijn toegelaten tot het vierde leerjaar.
**4.** In afwijking van het derde lid, geldt voor scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen dat het bevoegd gezag in het schooljaar 20182019 een eerder afgewezen leerling nogmaals in de gelegenheid stelt het in het derde lid bedoelde examen af te leggen.
**5.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
Vervallen
### Artikel 118bb
**1.** Een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a, die voor 1 augustus 2016 in aanmerking is gebracht voor bekostiging van een of meer bij regeling van Onze Minister aan te wijzen afdelingen als bedoeld in artikel 10c, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, komt met ingang van 1 augustus 2016 in aanmerking voor bekostiging van een of meer bij die regeling aan te wijzen profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid, en 10d, derde lid.
**2.** In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens voorwaarden worden gesteld waaronder een school, die in schooljaar 20152016 een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, zoals die artikelen luidden op 31 juli 2016, verzorgde en die tot het verzorgen van dat programma gerechtigd was, met ingang van 1 augustus 2016 in aanmerking komt voor bekostiging van een of meer bij die regeling aan te wijzen profielen als bedoeld in de artikelen 10b, derde lid, en 10d, derde lid.
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
Vervallen
### Artikel 118cc
**1.** Artikel 109 is niet van toepassing op een profiel als bedoeld in artikel 118bb, dat in aanmerking is gebracht voor bekostiging op grond van een in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen opgenomen afdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, indien die afdeling uiterlijk op 1 augustus 2014 voor het eerst voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
**2.** Artikel 109 is van overeenkomstige toepassing op een profiel als bedoeld in artikel 118bb, dat in aanmerking is gebracht voor bekostiging op grond van een in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen opgenomen afdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, indien die afdeling na 1 augustus 2014 voor het eerst voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
Vervallen
### Afdeling IV. Overgangsrecht