2007-01-01 | BWBR0020419 | Besluit reikwijdtebepalingen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 800d0a4a44
commit 11ed371d4b

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit reikwijdtebepalingen Wft
bwb_id: BWBR0020419
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-12-06'
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020419
citeertitel: Besluit reikwijdtebepalingen Wft
---
@ -27,63 +27,124 @@ b. Zwitserland: Zwitserse Bondsstaat.
### Artikel 2
Vervallen
**1.** Het ingevolge het Algemeen deel, het Deel Markttoegang financiële ondernemingen, het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en de afdeling 5.4.3 van het Deel Gedragstoezicht financiële markten van de wet bepaalde met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar is, voorzover in dit besluit niet anders is bepaald, niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland die het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefenen en in het bezit zijn van een door de Nederlandsche Bank ingevolge deze paragraaf verleende verklaring.
**2.**
Bij de aanvraag van een verklaring legt de aanvrager aan de Nederlandsche Bank een gewaarmerkt afschrift van de statuten, een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en een programma van werkzaamheden over, dat bevat:
a. een opgave van de aard van de risicos die de onderlinge waarborgmaatschappij voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet;
d. bewijsstukken waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies;
f. een raming van de premies en van de schaden;
g. een raming van de liquiditeitspositie; en
h. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en, voorzover van toepassing, tot dekking van de solvabiliteitsmarge bedoeld in artikel 4, tweede lid.
**3.** Indien artikel 4 van toepassing is worden tevens bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij voldoet aan artikel 4, tweede lid, en is het ingevolge artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet bepaalde van toepassing.
### Artikel 3
Vervallen
**1.**
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring als bedoeld in artikel 2 aan onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan:
a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naargelang de beschikbare middelen kan worden beperkt;
b. de bedrijfsuitoefening is beperkt tot slechts een van de branches, bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening;
c. de bij hen verzekerde risicos op genoegzame wijze zijn herverzekerd, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat geen herverzekering behoeft plaats te vinden;
d. ten minste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden;
e. het aantal verzekeringnemers niet groter is dan drieduizend; en
f. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 455.000 beloopt.
**2.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91.000 beloopt.
### Artikel 4
Vervallen
**1.**
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring als bedoeld in artikel 2 aan onderlinge waarborgmaatschappijen die niet voldoen aan artikel 3 en waarvan:
a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten, of dat de schadevergoedingsplicht naargelang de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten, of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt;
b. de bedrijfsuitoefening zich niet uitstrekt tot de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening;
c. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 5.000.000 beloopt; en
d. tenminste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden.
**2.** De onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over een solvabiliteitsmarge die ten minste € 205.000 bedraagt. Ten aanzien van deze solvabiliteitsmarge is het ingevolge artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet bepaalde van toepassing.
### Artikel 5
Vervallen
**1.** Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 3 een verklaring is verleend dient binnen de door artikel 2:58, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijnen de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 2:361, eerste lid, onderscheidenlijk 2:391, eerste lid, en 2:392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van het Burgerlijk Wetboek bij de Nederlandsche Bank in.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91.000 beloopt.
### Artikel 6
Vervallen
**1.** Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 4 een verklaring is verleend, dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar bij de Nederlandsche Bank een opgave in met betrekking tot de vanuit de vestigingen in Nederland gesloten schadeverzekeringen met betrekking tot in andere lidstaten gelegen risicos.
**2.** In de opgave worden per lidstaat en per branchegroep de in dat boekjaar geboekte premies, schaden en provisies vermeld, telkens zonder aftrek van herverzekering. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de branchegroepen en het model van de opgave.
### Artikel 7
Vervallen
**1.** Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 3 een verklaring is verleend, is het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:6, tweede lid, 1:10, aanhef en onderdeel a, 1:24, 1:25, 1:36, 1:40 tot en met 1:42, 1:51, 1:52, 1:59, 1:65, 1:68, 1:72 tot en met 1:74, 1:75, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid, 1:76, eerste tot en met zevende lid, 1:89 tot en met 1:91, 1:92, 1:93, 1:110, eerste lid, 2:27, tweede lid, 2:28, 3:8 tot en met 3:10, 3:17 eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, en vierde lid, 3:29, derde lid, 3:38, en 3:70 van de wet van toepassing.
**2.** Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risicos is het ingevolge artikel 3:36, vierde lid, van de wet bepaalde van toepassing met dien verstande dat de risicos van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risicos mogen worden gecombineerd met branches waarbij risicos worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risicos die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is worden evenwel niet als bijkomend risico verzekerd.
### Artikel 8
Vervallen
**1.** Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 4 een verklaring is verleend, is het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:6, tweede lid, 1:10, aanhef en onderdeel a, 1:24, 1:25, 1:36, 1:40, 1:41, 1:42, 1:51, 1:52, 1:55, 1:59, 1:65, 1:68, 1:72 tot en met 1:74, 1:75, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b en tweede lid, 1:76, tweede tot en met zevende lid, 1:78, 1:89 tot en met 1:91, 1:92, 1:93, 1:110, 2:27, tweede lid, 2:28, 2:117 eerste en derde lid, 2:119, 3:8 tot en met 3:10, 3:17, eerste lid, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b en vierde lid,, 3:29, derde lid, 3:38, 3:67, eerste lid, derde lid en vierde lid, onderdeel a, 3:70, 3:71, 3:72, derde en vijfde tot en met negende lid, 3:73, 3:88, 3:89, 3:114, 3:115 eerste en vierde lid, 3:116, 3:117, tweede lid, 3:118, 3:120, eerste tot en met derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 3:121, 3:128, 3:130, 3:132, 3:136, eerste, vierde en vijfde lid, 3:138, 3:139, 3:161, 3:162 tot en met 3:167, 3:169, 3:170, 3:171, eerste tot en met derde lid, 3:172 tot en met 3:176, 3:177, eerste lid, 3:178 tot en met 3:193, 3:195, eerste tot en met zesde lid, en 3:196 tot en met 3:198, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de wet van toepassing. Artikel 108 van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing.
**2.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in toereikende mate in dezelfde muntsoort kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt als die waarin de verplichtingen luiden. Deze waarden zijn in Nederland aanwezig, met dien verstande dat met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie deze waarden ter keuze van de onderlinge waarborgmaatschappij ook aanwezig mogen zijn in de andere lidstaten van waaruit de overige co-assuradeuren deelnemen aan de overeenkomst. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het bepaalde in dit lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit lid beoogt te beschermen anderszins worden bereikt.
**3.** Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risicos is het bij of krachtens artikel 3:36, vierde lid, van de wet bepaalde van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de risicos van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risicos mogen worden gecombineerd met branches waarbij risicos worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risicos die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is mogen evenwel niet als bijkomend risico worden verzekerd.
### Artikel 9
Vervallen
Voor de toepassing van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde worden onderlinge waarborgmaatschappijen die in het bezit zijn van een door de Nederlandsche Bank ingevolge deze paragraaf verleende verklaring beschouwd als schadeverzekeraar waaraan ingevolge het Deel Markttoegang financiële ondernemingen van de wet een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar is verleend.
### Artikel 10
Vervallen
Indien een onderlinge waarborgmaatschappij voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat zij niet meer voldoet of zal voldoen aan artikel 3 of artikel 4, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
### Artikel 11
Vervallen
**1.** Artikel 1:104, eerste en tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
**2.** De Nederlandsche Bank brengt de intrekking van een verklaring, verleend op grond van artikel 4, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten waarnaar de onderlinge waarborgmaatschappij vanuit Nederland diensten verricht.
### Artikel 12
Vervallen
De Nederlandsche Bank kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:104, eerste en tweede lid, van de wet een verklaring weigeren of intrekken indien een onderlinge waarborgmaatschappij deel uitmaakt of zal uitmaken van een groep en met het deel uitmaken van die groep naar het oordeel van de Nederlandsche Bank uitsluitend of in hoofdzaak wordt beoogd te bewerkstelligen dat een andere in die groep verbonden onderlinge waarborgmaatschappij voldoet of zal blijven voldoen aan artikel 3, eerste lid, onderdelen e en f, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c.
### Artikel 13
Vervallen
**1.** De intrekking van een verklaring verplicht de onderlinge waarborgmaatschappij haar bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een andere verklaring ingevolge dit besluit of met de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet.
**2.** Op de onderlinge waarborgmaatschappij die ingevolge het eerste lid verplicht is haar bedrijf af te wikkelen, blijven gedurende de afwikkeling de bepalingen van dit besluit van toepassing.
**3.** Gedurende de afwikkeling mag zonder toestemming van de Nederlandsche Bank geen wijziging worden gebracht in de verplichting van de leden om bij te dragen in de tekorten dan wel in de mogelijkheid de schadevergoedingsplicht te beperken.
#### Paragraaf 2.1.2. Ondernemingen of instellingen op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland
### Artikel 14
Vervallen
**1.**
Op een onderneming op onderlinge grondslag van beperkte omvang met zetel buiten Nederland die vanuit een vestiging buiten Nederland door middel van dienstverrichting naar Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefent of uit wil oefenen en niet in het bezit is van een vergunning die overeenkomt met de in artikel 2:27, eerste lid, bedoelde vergunning, zijn de artikelen 2:34, 2:37 tot en met 2:47, 3:24, 3:58, tweede lid, 3:78, en 3:83 van de wet niet van toepassing, indien de onderneming aan de Nederlandsche Bank aantoont dat:
a. zij voldoet aan voorwaarden die overeenkomen met artikel 3 of artikel 4;
b. indien de betrokken vestiging zich in een lidstaat bevindt, op deze vestiging toezicht wordt uitgeoefend dat in voldoende mate overeenkomt met het toezicht ingevolge dit besluit of, indien de betrokken vestiging zich bevindt in een staat die geen lidstaat is, zij in de staat van haar zetel bevoegd is tot uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uitoefent.
**2.** Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2.2. Bepalingen ter uitvoering van
### Artikel 15
Het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i, 1:51, tweede lid, 1:78, 1:104, eerste lid, onderdeel d, 3:38, 3:53, eerste tot en met vierde lid, 3:57, eerste tot en met vierde lid, 3:67, 3:72, derde en vijfde tot en met achtste lid, 3:88, 3:132, 3:135 tot en met 3:137, 3:161 tot en met 3:193, 3:195 tot en met 3:201, 3:203, 3:204, 3:207 tot en met 3:219, 3:221, 3:238 tot en met 3:251, 3:255 tot en met 3:257, 3:269 tot en met 3:273, 3:282 tot en met 3:288k, 4:27 eerste en derde tot en met zesde lid, en 5:68 van de wet is niet van toepassing op een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:10, aanhef en onderdeel a, van de wet die voldoet aan de krachtens artikel 3, derde lid, van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën door Onze Minister gestelde regels.
Het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i, 1:51, tweede lid, 1:78, 1:104, eerste lid, onderdeel d, 3:38, 3:53, eerste tot en met vierde lid, 3:57, eerste tot en met vijfde lid, 3:67, 3:72, derde en vijfde tot en met negende lid, 3:73, 3:88, 3:89, 3:132, 3:135 tot en met 3:139, 3:161 tot en met 3:193, 3:195 tot en met 3:201, 3:203, 3:204, 3:207 tot en met 3:219, 3:221, 3:238 tot en met 3:251, 3:255 tot en met 3:257, 3:268 tot en met 3:273, 3:281 tot en met 3:288, 4:27 eerste en derde tot en met zesde lid, en 5:68 van de wet is niet van toepassing op een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:10, aanhef en onderdeel b, van de wet die voldoet aan de krachtens artikel 3, derde lid, van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën door Onze Minister gestelde regels.
### Artikel 16
@ -96,7 +157,7 @@ b. vermeldt in de jaarrekening dat alleen risicos in verzekering zijn genomen
### Artikel 17
Met uitzondering van de hoofdstukken 5.1, 5.3 en 5.5 van de wet, zijn de ingevolge de wet gestelde regels niet van toepassing op verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland die het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefenen en:
Met uitzondering van de hoofdstukken 5.1 en 5.3, de afdelingen 5.4.1 en 5.4.2, en hoofdstuk 5.5 van de wet, zijn de ingevolge de wet gestelde regels niet van toepassing op verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland die het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefenen en:
a. die naar Nederlands recht zijn opgericht voor 1 januari 1995; en
b. waarvan het aantal meerderjarige verzekerden minder dan 3000 bedraagt.
@ -145,7 +206,7 @@ f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie van het b
**2.**
De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van elk der laatste drie boekjaren, tenzij sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken en:
De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van elk der laatste drie boekjaren, tenzij sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken en:
a. de schadeverzekeraar is opgericht ingevolge een fusie van bestaande schadeverzekeraars; of
b. de schadeverzekeraar is opgericht door een of meer bestaande schadeverzekeraars voor de uitoefening van een bepaalde branche, waarin een van de betrokken schadeverzekeraars voordien werkzaam was.
@ -188,28 +249,11 @@ Artikel 3:68 van de wet is van toepassing op een bijkantoor in Nederland van een
**3.** De Nederlandsche Bank heft de beperking of het verbod, bedoeld in het eerste lid, op zodra de toezichthoudende instantie van Zwitserland dit verzoekt. Zij maakt de opheffing bekend aan de schadeverzekeraar. Tevens doet de Nederlandsche Bank van het besluit tot opheffing van de beperking of het verbod mededeling aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarheen de schadeverzekeraar vanuit Nederland diensten verricht.
#### Paragraaf 2.4.3. Afwikkeling
#### Paragraaf 2.4.3. Noodregeling
### Artikel 26
Hoofdstuk 3A:2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland.
## Hoofdstuk 2a. Samenwerking tussen de toezichthouders
### Artikel 26a
**1.**
De Nederlandsche Bank vraagt vooraf advies aan de Autoriteit Financiële Markten indien zij dient te beslissen op:
a. een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2:3.0d, eerste lid, 2:3.0i, eerste lid, 2:3.0m, eerste lid, van de wet teneinde te beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 3:73b, en 4:76a tot en met 4:76d van de wet en aan krachtens de artikelen 17b en 18 van het Besluit prudentiële regels Wft gestelde regels voor zover die regels uitvoering geven aan internationaal aanvaarde standaarden inzake bestuur; of
b. een aanvraag als bedoeld in de artikel 37a van het Besluit prudentiële regels Wft, teneinde te beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 3:73b van de wet en aan de krachtens artikel 17b Besluit prudentiële regels Wft gestelde regels voor zover die regels uitvoering geven aan internationaal aanvaarde standaarden inzake bestuur.
**2.** De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek.
**3.** De Nederlandsche Bank volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om haar advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk.
**4.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning of de instemming.
Paragraaf 3.5.5.3 van de wet is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland.
## Hoofdstuk 3. Ontheffingen
@ -219,12 +263,11 @@ b. een aanvraag als bedoeld in de artikel 37a van het Besluit prudentiële regel
Een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet, kan, onverminderd artikel 28, worden verleend indien;
a. de nakoming van alle verplichtingen van de aanvrager die zijn ontstaan door het in de uitoefening van een bedrijf van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt gegarandeerd door:
a. de nakoming van alle verplichtingen van de aanvrager die zijn ontstaan door het in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, wordt gegarandeerd door:
1°. een onderneming met een positief geconsolideerd eigen vermogen, waarvan de aanvrager dochtermaatschappij is;
2°. een financiële onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen of een bank met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
2°. een financiële onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen of een bank met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
3°. de Staat der Nederlanden of een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; of
4°. een onderneming die behoort tot een door de Nederlandsche Bank aan te wijzen categorie; of
b. de aanvrager een door de Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten op grond van de wet verleende vergunning heeft.
**2.**
@ -236,7 +279,7 @@ b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 30; en
d. een opgave van referenten.
**3.** De houder van de ontheffing verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid, en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**3.** De houder van de ontheffing verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen artikelen 2:361, eerste lid, onderscheidenlijk 2:391, eerste lid, en 2:392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 28
@ -267,8 +310,8 @@ e. de in onderdeel 6 van de bijlage genoemde overige antecedenten.
De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in artikel 29 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;
c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
b. van de Landelijke Officier van Justitie verkregen gegevens uit de politieregisters;
c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet documentatie vennootschappen;
d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;
e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
@ -288,16 +331,7 @@ c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
### Artikel 32
**1.**
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 29 staat niet buiten twijfel indien:
a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van de bijlage, waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van de bijlage, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 65 van de Invorderingswet 1990, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit als genoemd in onderdeel 5 van de bijlage, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
**2.** De Nederlandsche bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 33, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 28 staat niet buiten twijfel als deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van de bijlage, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.
### Artikel 33
@ -313,7 +347,7 @@ c. de overige belangen van de aanvrager en de betrokken persoon of personen.
De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet:
a. informeert, alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het in de uitoefening van een bedrijf van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben zijn wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst;
a. informeert, alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen zijn wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst;
b. deelt de Nederlandsche Bank schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen een wijziging mede in de gegevens die eerder door hemzelf of door een financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 28, eerste lid; en
c. deelt de Nederlandsche Bank schriftelijk het voornemen tot wijziging van de personen bedoeld in artikel 28, eerste lid, mede.
@ -322,7 +356,7 @@ c. deelt de Nederlandsche Bank schriftelijk het voornemen tot wijziging van de p
De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid:
a. binnen zes weken na ontvangst van de mededeling; of
b. inden de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de mededeling om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de mededeling.
b. inden de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de mededeling om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de mededeling.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geeft zij daarvan kennis aan de houder.
@ -405,11 +439,15 @@ d. een opgave van referenten.
### Artikel 38
Vervallen
**1.** Een verklaring die is verleend ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen of ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 en die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt niet is ingetrokken, wordt beschouwd te zijn verleend ingevolge de artikelen 3 onderscheidenlijk 4 van dit besluit.
**2.** Een onderneming op onderlinge grondslag als bedoeld in artikel 14 die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9a van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen of op grond van artikel 13 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 bevoegd is diensten te verrichten naar Nederland vanuit een vestiging buiten Nederland en tevens daadwerkelijk zulke diensten verricht, wordt beschouwd bevoegd te zijn ingevolge artikel 14 van dit besluit.
### Artikel 39
Vervallen
**1.** In afwijking van artikel 38 blijven op onderlinge waarborgmaatschappijen die op 20 maart 2002 in het bezit waren van een verklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, tot 20 maart 2007 de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen van toepassing zoals deze luidden op 2 december 2003.
**2.** Indien de onderlinge waarborgmaatschappij op 20 maart 2007 nog niet volledig voldoet aan de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen, kan de Nederlandse Bank een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits de onderlinge waarborgmaatschappij voor genoemde datum de maatregelen die zij voornemens is te nemen om de vereiste solvabiliteitsmarge te bereiken overeenkomstig artikel 3:136, eerste, vierde en vijfde lid, van de wet ter toestemming bij de Nederlandsche Bank heeft ingediend en de Nederlandsche Bank die toestemming heeft verleend.
### Artikel 40