2019-02-06 | BWBR0039826 | Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017
This commit is contained in:
parent
28598c0fd4
commit
1214fd0cec
1 changed files with 17 additions and 7 deletions
|
|
@ -55,7 +55,7 @@ c. Markeringen als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid;
|
|||
d. Klantcategorie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
e. Bij natuurlijke personen:
|
||||
|
||||
1. De voorletters, geboortenaam, geboortedatum;
|
||||
1. Voorletters, of voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, de geboortenaam en de geboortedatum;
|
||||
2. De adresgegevens inclusief het land;
|
||||
3. Het nationale identificatienummer of het fiscale identificatienummer en land van uitgifte, indien natuurlijke personen hierover beschikken;
|
||||
4. De levensstatus;
|
||||
|
|
@ -96,7 +96,8 @@ j. De valuta waarin het deposito wordt aangehouden;
|
|||
k. Het saldo van het deposito;
|
||||
l. Het aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag op het deposito;
|
||||
m. Het land waarin het deposito wordt aangehouden;
|
||||
n. Het aantal depositohouders van het deposito en bij meer dan één depositohouder per depositohouder het percentage van de aanspraak wanneer deze niet evenredig is.
|
||||
n. Het aantal depositohouders van het deposito en bij meer dan één depositohouder per depositohouder het percentage van de aanspraak wanneer deze niet evenredig is;
|
||||
o. Indien dat het geval is, het feit dat het deposito vanuit een andere lidstaat wordt aangehouden zonder dat in die lidstaat bijkantoren gevestigd zijn, alsmede de betreffende lidstaat en de taal die door de depositohouder bij de opening van de rekening is gekozen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,10 +125,19 @@ b. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderd
|
|||
|
||||
In afwijking van het tweede lid, neemt een bank bij de berekening van de gegevens ter bepaling van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm het volgende in acht:
|
||||
|
||||
a. Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, en deposito’s als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag;
|
||||
a. Een inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, gebaseerd op een door de bank gekozen wijze als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel e, en deposito’s als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag;
|
||||
b. Deposito's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met g worden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder.
|
||||
c. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als in aanmerking komende depositohouders;
|
||||
d. Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag.
|
||||
d. Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
|
||||
e. Bij de inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kiest een bank uit een van de vier volgende berekeningswijzen:
|
||||
|
||||
i) Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid;
|
||||
ii) Het aantal derden als bedoeld in artikel 5, derde lid, vermenigvuldigd met het maximale gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm;
|
||||
iii) De som van het gegarandeerde bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm, waarbij niet wordt vereist dat rekening wordt gehouden met andere rekeningen die de derden bij de bank aanhouden.
|
||||
iv) Het verwerken van het in aanmerking komende bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gegarandeerde deposito’s, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm.
|
||||
f. Een bank is in staat per derdenrekening aan te tonen welke methode zoals bedoeld in onderdeel e is gehanteerd bij de berekening van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2.3. Identificatie deposito’s en depositohouders
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,7 +159,7 @@ a. In aanmerking komende deposito’s en depositohouders;
|
|||
b. Deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld als bedoeld in tweede lid, artikel 29.01 van het Bbpm;
|
||||
c. Deposito’s die onderwerp zijn van een rechtsgeschil als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel a van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
d. Deposito’s die onderwerp zijn van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel b van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
e. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij;
|
||||
e. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij en waarbij uitsluitend de pandhouder inningsbevoegd is;
|
||||
f. Deposito’s waar beslag op is gelegd;
|
||||
g. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land waar het deposito wordt aangehouden, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel;
|
||||
h. Bankspaardeposito’s eigen woning als bedoeld in artikel 29.01, tweede lid, sub e van het Bbpm.
|
||||
|
|
@ -264,7 +274,7 @@ d. Jaarlijkse oordeelsvorming ten aanzien van de naleving van de voorschriften u
|
|||
Indien een bank tot het DGS toetreedt na inwerkingtreding van deze beleidsregel, verstrekt een bank aan DNB:
|
||||
|
||||
a. Het IKB-bestand als bedoeld in artikel 2, binnen zes maanden na toetreding;
|
||||
b. Een rapport van de interne accountantsdienst als bedoeld in artikel 11, vierde lid, zo snel mogelijk na afloop van het eerste verslagjaar;
|
||||
b. Een rapport van de interne accountantsdienst als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, zo snel mogelijk na afloop van het eerste verslagjaar;
|
||||
c. Een rapport als bedoeld in artikel 12, eerste lid, binnen vijf maanden na afloop van het eerste verslagjaar;
|
||||
d. De opdracht voor de toetsing over het eerste verslagjaar, gebaseerd op ISAE 3402 type 1.
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,7 +288,7 @@ d. De opdracht voor de toetsing over het eerste verslagjaar, gebaseerd op ISAE 3
|
|||
|
||||
**3.** Voor de beoordeling van het IKB-bestand kan DNB op elk moment een verzoek doen als bedoeld in artikel 9, waarbij het IKB-bestand alle individuele klantbeelden bevat op basis van actuele gegevens van de bank.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de beoordeling van de beheersing van het IKB-systeem maakt DNB gebruik van de periodieke oordeelsvorming door de interne accountantsdienst van een bank als bedoeld in artikel 11, vierde lid, en het rapport van de externe accountant als bedoeld in artikel 12, eerste lid.
|
||||
**4.** Voor de beoordeling van de beheersing van het IKB-systeem maakt DNB gebruik van de periodieke oordeelsvorming door de interne accountantsdienst van een bank als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, en het rapport van de externe accountant als bedoeld in artikel 12, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue