2009-01-01 | BWBR0020616 | Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
This commit is contained in:
parent
eb14b6469b
commit
122dcdbd79
1 changed files with 48 additions and 38 deletions
|
|
@ -36,7 +36,7 @@ De tweede volzin van artikel 1:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toez
|
|||
|
||||
**1.** Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht vormen de registers, bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, van de Wet financiële dienstverlening, 179 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, 18, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, 20a, eerste lid, 21, eerste lid, 47, negende lid, en 47b, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, en 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en de lijsten, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en 9, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, gezamenlijk het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht berust het register, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 op artikel 5:3, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
**2.** Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht berust het register, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 op artikel 1:109, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**3.** Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht vermeldt de toezichthouder, voorzover van toepassing, met betrekking tot de gegevens die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht waren opgenomen in de in het eerste en tweede lid bedoelde registers en lijsten, de bepalingen uit de Wet op het financieel toezicht waarop zij berusten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -58,7 +58,7 @@ Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die is opgelegd terzake van ov
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992 of de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 1993, na bekendmaking openbaar maken.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, na bekendmaking openbaar maken.
|
||||
|
||||
**2.** Op de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,9 +102,13 @@ Op een voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezi
|
|||
|
||||
Op de afhandeling van een noodregeling of een faillietverklaring van een kredietinstelling of verzekeraar die is vastgesteld onderscheidenlijk uitgesproken voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht, blijft het op het tijdstip van de vaststelling van de noodregeling onderscheidenlijk het uitspreken van de faillietverklaring geldende recht van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Op een op of na 1 januari 2007 plaatsgevonden faillietverklaring van een kredietinstelling of verzekeraar of gedaan verzoek of voordracht daartoe en op de gevolgen van een op of na die datum uitgesproken faillissement van een kredietinstelling of verzekeraar ten aanzien waarvan onderscheidenlijk van wie voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht een noodregeling is uitgesproken op grond van artikel 71 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, artikel 66 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf onderscheidenlijk artikel 156 Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, is de Faillissementswet van toepassing zoals die luidt op het moment van het verzoek of de voordracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Een schadeverzekeraar of levensverzekeraar die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf verplicht is tot afwikkeling van het betrokken gedeelte van zijn bedrijf is gedurende de afwikkeling onderworpen aan de bepalingen van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
Een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht ingevolge de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf verplicht is tot afwikkeling van zijn bedrijf of het betrokken gedeelte daarvan is gedurende de afwikkeling onderworpen aan de bepalingen van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.6. Toetsing van betrouwbaarheid en deskundigheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,7 +124,7 @@ Indien de deskundigheid van een persoon die het dagelijks beleid van een financi
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht de betalingsonmacht van een financiële onderneming is vastgesteld ingevolge het op grond van het op 21 september 1998 en 23 mei 2003 door de Nederlandsche Bank en een aantal representatieve organisaties overeengekomen beleggerscompensatiestelsel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2004, of op grond van de Collectieve Garantieregeling van kredietinstellingen voor Terugbetaalbare Gelden en Beleggingen van 17 september 1998, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2004, blijft op de afwikkeling van vorderingen op die financiële onderneming dat stelsel, onderscheidenlijk die regeling, van toepassing.
|
||||
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht de betalingsonmacht van een financiële onderneming is vastgesteld ingevolge het op grond van het op 21 september 1998 en 23 mei 2003 door de Nederlandsche Bank en een aantal representatieve organisaties overeengekomen beleggerscompensatiestelsel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2004, of op grond van de Collectieve Garantieregeling van kredietinstellingen voor Terugbetaalbare Gelden en Beleggingen van 17 september 1998, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2004, blijft op de afwikkeling van vorderingen op die financiële onderneming dat stelsel, onderscheidenlijk die regeling, van toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.8. Bevoegde rechter
|
||||
|
||||
|
|
@ -182,7 +186,7 @@ Voorschriften die zijn verbonden en beperkingen die zijn gesteld aan een vergunn
|
|||
|
||||
**1.** Een ontheffing van deskundigheidsvereisten als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet financiële dienstverlening, die is verleend op grond van artikel 18, eerste lid, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:9, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot een integere bedrijfsvoering of een adequate administratieve organisatie en systeem van interne controle als bedoeld in artikel 28 van de Wet financiële dienstverlening, die is verleend op grond van artikel 18, eerste lid, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:15, derde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**2.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot een integere bedrijfsvoering of een adequate administratieve organisatie en systeem van interne controle als bedoeld in artikel 28 van de Wet financiële dienstverlening, die is verleend op grond van artikel 18, eerste lid, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:15, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**3.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de informatieverstrekking als bedoeld in artikel 31 van die wet, die is verleend op grond van artikel 18, eerste lid, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:20, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -224,11 +228,15 @@ Het is een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat, die op het
|
|||
|
||||
**3.** De financiële dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, wordt als aanvrager in de zin van het eerste lid ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. De Autoriteit Financiële Markten haalt deze inschrijving door zodra zij op de aanvraag heeft beslist.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot een financiële dienstverlener die zijn werkzaamheden zonder vergunning mag voortzetten als bedoeld in het eerste lid, blijft artikel 25 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zoals dit luidde op 31 december 2005, van toepassing totdat de inschrijving op grond van het derde lid is doorgehaald.
|
||||
**4.** Met betrekking tot een financiële dienstverlener die zijn werkzaamheden zonder vergunning mag voortzetten als bedoeld in het eerste lid, blijft artikel 25 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zoals dit luidde op 31 december 2005, van toepassing totdat de inschrijving op grond van het derde lid is doorgehaald.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de Autoriteit Financiële Markten de aanvraag van een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, heeft afgewezen, mag de financiëledienstverlener zonder vergunning of ontheffing zijn bedrijf afwikkelen. De Autoriteit Financiële Markten kan een termijn bepalen voor de afwikkeling. De Autoriteit Financiële Markten kan de financiëledienstverlener voorschriften geven terzake van de afwikkeling met het oog op het adequaat functioneren van de financiële markten of de positie van de consumenten op die markten.
|
||||
|
||||
**6.** Het bij en krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die op grond van het eerste lid hun werkzaamheden mogen voortzetten en op financiëledienstverleners die op grond van het vijfde lid hun bedrijf mogen afwikkelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Artikel 4:30a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op aanbieders van beleggingsobjecten, voorzover zij overeenkomsten inzake beleggingsobjecten die voor 1 januari 2006 zijn aangegaan, beheren of uitvoeren of daarbij assisteren.
|
||||
Artikel 4:30a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op aanbieders van beleggingsobjecten, voorzover zij overeenkomsten inzake beleggingsobjecten die voor 1 januari 2006 zijn aangegaan, beheren of uitvoeren of daarbij assisteren.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -244,11 +252,11 @@ Artikel 4:30a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toe
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Een beleggingsinstelling die op 1 september 2005 beschikte over een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals dit artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, kan haar werkzaamheden overeenkomstig de bestaande vergunning voortzetten, indien de beheerder van die beleggingsinstelling voor 2 maart 2006 een verzoek heeft ingediend om een vergunning als bedoeld in artikel 4 van die wet zoals dit artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, tot het moment dat onherroepelijk op het verzoek is beslist. De vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en gestelde beperkingen worden beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde direct voorafgaand aan 1 september 2005.
|
||||
Een beleggingsinstelling die op 1 september 2005 beschikte over een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals dit artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, kan haar werkzaamheden overeenkomstig de bestaande vergunning voortzetten, indien de beheerder van die beleggingsinstelling voor 2 maart 2006 een verzoek heeft ingediend om een vergunning als bedoeld in artikel 4 van die wet zoals dit artikel luidde direct voorafgaand aan dat tijdstip, tot het moment dat onherroepelijk op het verzoek is beslist. De vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en gestelde beperkingen worden beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde direct voorafgaand aan 1 september 2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
De in de artikelen 2:67, tweede lid, 2:68, tweede lid en 2:69, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht bedoelde beheerders en beleggingsmaatschappijen waaraan vóór 1 september 2005 een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen is verleend, kunnen op basis van die vergunning hun werkzaamheden voortzetten tot 14 februari 2007. Een vóór 1 september 2005 verleende vergunning en de aan die vergunning verbonden voorwaarden worden, tot het moment dat de vergunning is verleend op grond van artikel 2:68 van de Wet op het financieel toezicht, beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde direct voorafgaand aan 1 september 2005, met dien verstande dat met betrekking tot informatieverstrekking artikel 4:61 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is.
|
||||
De in de artikelen 2:67, tweede lid, 2:68, tweede lid en 2:69, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht bedoelde beheerders en beleggingsmaatschappijen waaraan vóór 1 september 2005 een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen is verleend, kunnen op basis van die vergunning hun werkzaamheden voortzetten tot 14 februari 2007. Een vóór 1 september 2005 verleende vergunning en de aan die vergunning verbonden voorwaarden worden, tot het moment dat de vergunning is verleend op grond van artikel 2:68 van de Wet op het financieel toezicht, beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde direct voorafgaand aan 1 september 2005, met dien verstande dat met betrekking tot informatieverstrekking artikel 4:61 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.2. Ontheffingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -262,7 +270,7 @@ Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 14a, eerste lid, van de Wet
|
|||
|
||||
**2.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wet berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:11, vijfde lid, voorzover ontheffing is verleend van regels met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid moet voldoen dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt, of 4:14, vierde lid, van laatstgenoemde wet, voorzover ontheffing is verleend van regels die een beheerste en integere uitoefening van het bedrijf waarborgen.
|
||||
|
||||
**3.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan de deelnemers in de beleggingsinstelling te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wet berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:22, tweede lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**3.** Een ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wet berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:22, tweede lid, 4:46a, tweede lid, 4:47, vijfde lid, 4:48, derde lid of 4:49, vijfde lid, van laatstgenoemde wet, voor zover het de in het desbetreffende artikel geregelde verplichting betreft.
|
||||
|
||||
**4.** Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan de toezichthouder te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wet berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:51, vijfde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -356,12 +364,12 @@ Andere dan de in artikel 48 bedoelde ontheffingen die zijn verleend op grond van
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de verklaring van geen bezwaar is verleend voor een deelneming die ligt op een van genoemde grenzen; of
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
|
||||
**2.** Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die vóór 15 september 2004 op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is verleend ten behoeve van alle groepsmaatschappijen van een groep gezamenlijk, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend op grond van artikel 3:100 van die wet.
|
||||
**2.** Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die vóór 15 september 2004 op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is verleend ten behoeve van alle groepsmaatschappijen van een groep gezamenlijk, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend op grond van artikel 3:100 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
@ -435,10 +443,12 @@ Een financiële onderneming die op het tijdstip waarop artikel 112a van de Wet t
|
|||
|
||||
**1.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 38a, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:23, tweede lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, voor het buiten besloten kring van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden, die is verleend op grond van artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:5, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**2.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, voor het buiten besloten kring van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:5, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**3.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, voor het verrichten van werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon ten behoeve van het buiten besloten kring aantrekken of ter beschikking verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 4:3, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**4.** Een ontheffing die op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is verleend aan een onderneming of instelling als bedoeld in artikel 3 van de Vrijstellingsregeling Wtk 1992 die niet voldeed aan de in dat artikel bedoelde voorschriften berust, voor zover deze ontheffing betrekking heeft op die voorschriften, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:2, derde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 83, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:7, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
|
@ -455,7 +465,7 @@ Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Wet t
|
|||
|
||||
**1.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 10, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:19, derde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:20, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**2.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:53, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**3.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:57, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -493,11 +503,11 @@ Een mededeling die is gedaan op grond van artikel 48, derde lid, van de Wet toez
|
|||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
Een bank met zetel in een andere lidstaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht voor het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden door middel van het verrichten van diensten in Nederland op grond van artikel 115 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt geacht te beschikken over een ontheffing als bedoeld in artikel 82 van die wet en die van de toezichthoudende autoriteit in de andere lidstaat een voor de uitoefening van het bedrijf van bank benodigde vergunning heeft, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 2:18, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
Een bank met zetel in een andere lidstaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht voor het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden door middel van het verrichten van diensten in Nederland op grond van artikel 115 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt geacht te beschikken over een ontheffing als bedoeld in artikel 82 van die wet en die van de toezichthoudende instantie in de andere lidstaat een voor de uitoefening van het bedrijf van bank benodigde vergunning heeft, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 2:18, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
Een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die op 1 juli 2002 in Nederland door middel van een bijkantoor dan wel het verrichten van diensten het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefent, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te hebben voldaan aan artikel 2:14, eerste lid, onderscheidenlijk 2:19, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
Een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die op 1 juli 2002 in Nederland door middel van een bijkantoor dan wel het verrichten van diensten het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefent, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te hebben voldaan aan artikel 2:14, eerste lid, onderscheidenlijk 2:19, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 6.5. Verklaring van geen bezwaar
|
||||
|
||||
|
|
@ -509,14 +519,14 @@ Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 26, eerste
|
|||
|
||||
**1.** Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 25 van de Wet toezicht kredietwezen berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:97, eerste lid, of op artikel 3:100 van laatstgenoemde wet, voorzover de handelingen waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend overeenkomen met de in artikel 3:95, eerste lid, bedoelde handelingen.
|
||||
|
||||
**2.** Aan degene die reeds op 1 januari 1979 een gekwalificeerde deelneming hield waarvoor ingevolge de artikelen 3:95, eerste lid, onderscheidenlijk 3:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht een verklaring van geen bezwaar is vereist, wordt geacht een verklaring van geen bezwaar te zijn verleend op grond van de artikelen 3:97, eerste lid, 3:100, eerste lid, onderscheidenlijk 3:101 van laatstgenoemde wet.
|
||||
**2.** Aan degene die reeds op 1 januari 1979 een gekwalificeerde deelneming hield waarvoor ingevolge de artikelen 3:95, eerste lid, onderscheidenlijk 3:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht een verklaring van geen bezwaar is vereist, wordt geacht een verklaring van geen bezwaar te zijn verleend op grond van de artikelen 3:97, eerste lid, 3:100, eerste lid, onderscheidenlijk 3:101 van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23 of 24 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23 of 24 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de verklaring van geen bezwaar is verleend voor een deelneming die ligt op een van genoemde grenzen; of
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 6.6. Overig
|
||||
|
||||
|
|
@ -572,10 +582,10 @@ Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 84, eerste
|
|||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf die vóór 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de verklaring van geen bezwaar is verleend voor een deelneming die ligt op een van genoemde grenzen; of
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 7.4. Notificatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -611,11 +621,11 @@ Een beschikking die is gegeven op grond van artikel 51, tweede lid, van de Wet t
|
|||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
Ten aanzien van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die met een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit rechten en verplichtingen na 31 december 1995 zijn of zullen worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Ten aanzien van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die met een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit rechten en verplichtingen na 31 december 1995 zijn of zullen worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
Ingeval voor 1 januari 1996 de faillietverklaring van een natura-uitvaartverzekeraar is uitgesproken, blijven op het faillissement en op de vereffening of de overdracht van verbintenissen de bepalingen van toepassing die voor dat tijdstip golden.
|
||||
Ingeval voor 1 januari 1996 de faillietverklaring van een natura-uitvaartverzekeraar is uitgesproken, blijven op het faillissement en op de vereffening of de overdracht van verbintenissen de bepalingen van toepassing die voor dat tijdstip golden.
|
||||
|
||||
### Afdeling 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -633,15 +643,15 @@ Een vergunning die is verleend op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wet t
|
|||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
**1.** Op levensverzekeraars en schadeverzekeraars die op 20 maart 2002 een vergunning hadden om het levensverzekeringsbedrijf onderscheidenlijk het schadeverzekeringsbedrijf uit te oefenen, blijft tot 20 maart 2007 het bij of krachtens de artikelen 68 of 69 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bepaalde van toepassing zoals dit luidde op 30 november 2003.
|
||||
**1.** Op levensverzekeraars en schadeverzekeraars die op 20 maart 2002 een vergunning hadden om het levensverzekeringsbedrijf onderscheidenlijk het schadeverzekeringsbedrijf uit te oefenen, blijft tot 20 maart 2007 het bij of krachtens de artikelen 68 of 69 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bepaalde van toepassing zoals dit luidde op 30 november 2003.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid op 20 maart 2007 nog niet volledig voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 68 of 96 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bepaalde, kan de Nederlandsche Bank daartoe een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits de verzekeraar voor genoemde datum de maatregelen die hij voornemens is te nemen om de vereiste solvabiliteitsmarge te bereiken overeenkomstig artikel 138 of 144 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ter toestemming bij de Nederlandsche Bank heeft ingediend en zij die toestemming heeft verleend.
|
||||
**2.** Indien een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid op 20 maart 2007 nog niet volledig voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 68 of 96 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bepaalde, kan de Nederlandsche Bank daartoe een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits de verzekeraar voor genoemde datum de maatregelen die hij voornemens is te nemen om de vereiste solvabiliteitsmarge te bereiken overeenkomstig artikel 138 of 144 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ter toestemming bij de Nederlandsche Bank heeft ingediend en zij die toestemming heeft verleend.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.2. Ontheffingen
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
**1.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:19, derde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**1.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:15, derde lid, of 3:19, derde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 45, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:47, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,7 +661,7 @@ Een vergunning die is verleend op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wet t
|
|||
|
||||
**5.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 66, zevende lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:67, vijfde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**6.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 67, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:67, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
**6.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 67, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:67, vijfde lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
**7.** Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 71, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:70, tweede lid, van laatstgenoemde wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -685,10 +695,10 @@ Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 176, eerste
|
|||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 die voor 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 die voor 15 september 2004 is verleend, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te zijn verleend voor een deelneming tot de eerstvolgende bovengrens van 20, 33, 50 of 100 procent, tenzij:
|
||||
|
||||
a. de verklaring van geen bezwaar is verleend voor een deelneming die ligt op een van genoemde grenzen; of
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
b. de desbetreffende verklaring van geen bezwaar in ongewijzigde vorm is behouden op grond van artikel VI, tweede lid, van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 in verband met de vereenvoudiging van het stelsel van de verklaring van geen bezwaar en enkele andere noodzakelijke aanpassingen (Stb. 441).
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.4. Notificatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -766,21 +776,21 @@ Een besluit dat is genomen op grond van een van de artikelen van de Wet toezicht
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voorzieningen die zijn getroffen voor 4 december 1985 en die in strijd waren met artikel 13, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, onderdelen b en c, onderdeel d, onder 2°, en onderdeel e, onder 2°, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 zoals deze wet luidde voor de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht kunnen worden voortgezet, voorzover:
|
||||
Voorzieningen die zijn getroffen voor 4 december 1985 en die in strijd waren met artikel 13, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, onderdelen b en c, onderdeel d, onder 2°, en onderdeel e, onder 2°, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 zoals deze wet luidde voor de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht kunnen worden voortgezet, voorzover:
|
||||
|
||||
a. zij hebben geleid tot overeenkomsten van pensioenverzekering, gesloten voor 19 december 1987;
|
||||
b. zij na 19 december 1987 hebben geleid of leiden tot een verhoging of uitbreiding van een pensioenverzekering als bedoeld in onderdeel a, mits het fonds, de onderneming of de pensioeninstelling daartoe krachtens de voorwaarden van die verzekering of van de voorziening, zoals deze luidden op 19 december 1987, gehouden was of is;
|
||||
c. zij in de periode vanaf 19 december 1987 tot en met 18 juni 1988 hebben geleid tot nieuwe overeenkomsten van pensioenverzekering, verhoging of uitbreiding van die verzekeringen daaronder begrepen, tot het sluiten waarvan het fonds, de onderneming of de pensioeninstelling gehouden was.
|
||||
a. zij hebben geleid tot overeenkomsten van pensioenverzekering, gesloten voor 19 december 1987;
|
||||
b. zij na 19 december 1987 hebben geleid of leiden tot een verhoging of uitbreiding van een pensioenverzekering als bedoeld in onderdeel a, mits het fonds, de onderneming of de pensioeninstelling daartoe krachtens de voorwaarden van die verzekering of van de voorziening, zoals deze luidden op 19 december 1987, gehouden was of is;
|
||||
c. zij in de periode vanaf 19 december 1987 tot en met 18 juni 1988 hebben geleid tot nieuwe overeenkomsten van pensioenverzekering, verhoging of uitbreiding van die verzekeringen daaronder begrepen, tot het sluiten waarvan het fonds, de onderneming of de pensioeninstelling gehouden was.
|
||||
|
||||
**2.** Handelingen die ingevolge het eerste lid zijn toegestaan, worden niet beschouwd als de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar.
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
Ten aanzien van overeenkomsten van schadeverzekering of levensverzekering die door een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit rechten en verplichtingen na 1 januari 1994 zijn of zullen worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Ten aanzien van overeenkomsten van schadeverzekering of levensverzekering die door een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit rechten en verplichtingen na 1 januari 1994 zijn of zullen worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
De artikelen 85, 86, 86a, 86b, 88 en 89 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op een vruchtgebruik van en een pandrecht op aandelen in het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij, gevestigd voor 1 januari 1986.
|
||||
De artikelen 85, 86, 86a, 86b, 88 en 89 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op een vruchtgebruik van en een pandrecht op aandelen in het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij, gevestigd voor 1 januari 1986.
|
||||
|
||||
### Afdeling 9. Clearinginstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1126,7 +1136,7 @@ Onze Minister brengt voor plaatsing van deze wet in het Staatsblad de in deze we
|
|||
|
||||
### Artikel 178
|
||||
|
||||
De Wet van 6 december 1999, houdende bepalingen ter vrijwaring van kredietinstellingen en andere financiële instellingen tegen aansprakelijkheid in verband met maatregelen die samenhangen met sluiting van betalings- en effectenafwikkelsystemen op 31 december 1999 (Stb. 589), de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, onderdelen a, e, n, o en p, 2, 5a, met dien verstande dat voor «artikel 5» wordt gelezen «artikel 5:24 van de Wet op het financieel toezicht», 6a, met dien verstande dat voor «op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs» wordt gelezen «markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht», 6b, 6c, 28, eerste tot en met het derde lid, 29, eerste lid, onderdeel o, tweede en derde lid, 31, 44 en 67, alsmede de hoofdstukken IX, XIIA, XIIB en XIIC, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 worden ingetrokken.
|
||||
De Wet van 6 december 1999, houdende bepalingen ter vrijwaring van kredietinstellingen en andere financiële instellingen tegen aansprakelijkheid in verband met maatregelen die samenhangen met sluiting van betalings- en effectenafwikkelsystemen op 31 december 1999 (Stb. 589), de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, onderdelen a, e, n, o en p, 2, 5a, met dien verstande dat voor «artikel 5» wordt gelezen «artikel 5:24 van de Wet op het financieel toezicht», 6a, met dien verstande dat voor «op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs» wordt gelezen «markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht», 6b, 6c, 28, eerste tot en met het derde lid, 29, eerste lid, onderdeel o, tweede en derde lid, 31, 44 en 67, alsmede de hoofdstukken IX, XIIA, XIIB en XIIC, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 179
|
||||
|
||||
|
|
@ -1134,7 +1144,7 @@ De Wet van 6 december 1999, houdende bepalingen ter vrijwaring van kredietinste
|
|||
|
||||
**2.** In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat daarbij aan te geven artikelen of onderdelen daarvan op een later, bij koninklijk besluit te bepalen, tijdstip in werking treden.
|
||||
|
||||
**3.** In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat het bepaalde in artikel 31, vierde lid, van deze wet kan terugwerken tot en met 1 januari 2006.
|
||||
**3.** In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat het bepaalde in artikel 31, vierde lid, van deze wet kan terugwerken tot en met 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 180
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue