2005-09-01 | BWBR0006746 | Voertuigreglement
This commit is contained in:
parent
0fe436cb36
commit
1244d3f516
1 changed files with 55 additions and 47 deletions
|
|
@ -41,11 +41,21 @@ j. vervallen;
|
|||
k. bestuurde as: as die rechtstreeks door middel van de stuurinrichting door de bestuurder kan worden bediend;
|
||||
l. bestuurd asstel: asstel dat rechtstreeks door middel van de stuurinrichting door de bestuurder kan worden bediend;
|
||||
l1: bevestigingspunten: de delen van de voertuigcarrosserie of van de zitplaatsconstructie of andere delen van het voertuig waaraan autogordels moeten worden vastgemaakt;
|
||||
m. bromfiets: motorrijtuig op twee of drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of met een elektromotor en niet zijnde een gehandicaptenvoertuig; motorrijtuigen die op de in artikel 5.6.1, tweede lid, bedoelde wijze zijn voorzien van één of twee gele of oranje platen dan wel gele of oranje vlakken, worden mede als bromfiets aangemerkt; als bromfietsen worden voorts aangemerkt vierwielige motorrijtuigen:
|
||||
m. bromfiets:
|
||||
|
||||
a. met een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen,
|
||||
b. met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km/h, en
|
||||
c. uitgerust met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of uitgerust met een ander type motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 4 kW;
|
||||
a. motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm^3 of een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig;
|
||||
b. motorrijtuig op drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig, uitgerust met:
|
||||
|
||||
1°. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm^3,
|
||||
2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of
|
||||
3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; dan wel
|
||||
c. motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h en een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen, uitgerust met:
|
||||
|
||||
1°. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm^3,
|
||||
2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of
|
||||
3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW.
|
||||
|
||||
In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid;
|
||||
n. bus: bedrijfsauto, ingericht en blijkens het kentekenbewijs bestemd voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen de bestuurderszitplaats niet meegerekend; als bus wordt in ieder geval aangemerkt een bus van één van de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
– klasse I: categorie bussen met een capaciteit van meer dan 22 passagiers, de bestuurder niet meegerekend, gebouwd met ruimte voor staande passagiers, zodat passagiers vaak kunnen in- en uitstappen;
|
||||
|
|
@ -338,7 +348,7 @@ Het is met ingang van 1 oktober 2002 verboden nieuwe personenauto's die niet ver
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de daar bedoelde technische eenheden of onderdelen zijn voorzien van een EG-goedkeuringsmerk overeenkomstig richtlijn 92/61/EG of richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -348,7 +358,7 @@ Het is met ingang van 1 oktober 2002 verboden nieuwe personenauto's die niet ver
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn tot 1 december 2003 niet van toepassing op bromfietsen en technische eenheden of onderdelen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen ten aanzien waarvan een nationale typegoedkeuring is verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op bromfietsen ten aanzien waarvan een goedkeuring voor een individueel voertuig als bedoeld in artikel 26 van de Wegenverkeerswet 1994 is verleend of op bromfietsen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h en technische eenheden of onderdelen daarvan voor zover deze bestemd zijn om op deze bromfietsen te worden gemonteerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,7 +489,7 @@ c. motorrijtuigen die bestemd zijn voor gebruik door lichamelijk gehandicapten;
|
|||
d. landbouw- of bosbouwtrekkers en andere motorrijtuigen die bestemd zijn voor de landbouw of daarmee vergelijkbare doeleinden;
|
||||
e. motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding;
|
||||
f. onderdelen of technische eenheden van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde voertuigen voor zover deze niet bestemd zijn om op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen gemonteerd te worden;
|
||||
g. motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
|
||||
g. fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
|
||||
h. onderdelen of technische eenheden van de in onderdeel g bedoelde voertuigen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Eisen toelating
|
||||
|
|
@ -2893,7 +2903,7 @@ Landbouw- of bosbouwtrekkers categorieën T1, T2, T3 en T5 voldoen voor wat betr
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1
|
||||
|
||||
Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor motorfietsen alsmede driewielige motorrijtuigen waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg.
|
||||
Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor motorfietsen, bromfietsen alsmede driewielige motorrijtuigen waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -3042,7 +3052,7 @@ Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1.4
|
||||
|
||||
Het is verboden op andere voertuigen dan bromfietsen de in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel c, bedoelde gele of oranje plaat of een plaat die daarop lijkt, te voeren. Het is voorts verboden op bromfietsen die van een gele plaat moeten zijn voorzien, een oranje plaat te voeren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -5926,32 +5936,13 @@ b. moet de sluit- en borginrichting van een afneembare kogel goed werken en moet
|
|||
|
||||
Bromfietsen moeten voldoen aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. het identificatienummer moet op een vast voertuigdeel zijn ingeslagen en moet goed leesbaar zijn;
|
||||
b. zij moeten:
|
||||
a. het voertuig is in overeenstemming met de op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs en in het kentekenregister omtrent het voertuig vermelde gegevens;
|
||||
b. het identificatienummer is op een vast voertuigdeel ingeslagen en is goed leesbaar;
|
||||
c. de kentekenplaat is voorzien van het in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerk en moet deugdelijk aan de achterzijde van het voertuig zijn bevestigd;
|
||||
d. het kenteken is goed leesbaar en de kentekenplaat is niet afgeschermd;
|
||||
e. het merk of de fabrieksaanduiding is goed leesbaar op het voertuig aanwezig.
|
||||
|
||||
1°. behoren tot een door Onze Minister goedgekeurd type of exemplaar en zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
A. een goed leesbaar goedkeuringsmerk dat is aangebracht op het balhoofd of op enig ander deel van het frame, dan wel
|
||||
B. zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, behorende tot een na 1 juli 1958 doch voor 31 december 1994 door Onze Minister goedgekeurd type, voorzien van een goed leesbaar goedkeuringsmerk, dan wel
|
||||
C. zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, waarvan het merk en het type door Onze Minister vóór 1 juli 1958 in de Nederlandse Staatscourant zijn bekend gemaakt, of
|
||||
2°. behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG is afgegeven en zijn voorzien van een constructieplaat waarop de volgende gegevens zijn vermeld:
|
||||
|
||||
A. de naam van de fabrikant;
|
||||
B. het goedkeuringsnummer betreffende de goedkeuring van het voertuig;
|
||||
C. het identificatienummer van het voertuig;
|
||||
D. het geluidsniveau tijdens stilstand in dB(A) bij een daarbij behorend aantal toeren per minuut, en
|
||||
c. zij moeten zijn voorzien van een gele plaat of gele vlakken of, indien zij blijkens het in onderdeel b, genoemde goedkeuringsmerk of goedkeuringsnummer zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van niet meer dan 25 km/h, van een oranje plaat of oranje vlakken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt regels vast omtrent:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde goedkeuringsmerk moet zijn aangebracht;
|
||||
b. de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde plaat of vlakken en de wijze waarop deze moeten zijn aangebracht. Bromfietsen met twee voorwielen alsmede bromfietsen waarbij om constructieve redenen de plaat niet in het midden boven het voorwiel kan worden aangebracht, moeten zijn voorzien van twee gele of twee oranje platen dan wel gele of oranje vlakken.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, onderdeel b, tweede volzin, mogen bromfietsen op drie of meer wielen met een carrosserie niet zijn voorzien van een plaat of vlakken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen als bedoeld in artikel 2.4, onderdelen a, b en g.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen als bedoeld in artikel 2.4, onderdelen a, b en g.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Algemene bouwwijze van het voertuig
|
||||
|
||||
|
|
@ -6000,13 +5991,11 @@ c. niet hoger zijn dan 2.50 m.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.6.8
|
||||
|
||||
**1.** Bromfietsen die zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van ten hoogste 45 km/h, moeten bij voortduring blijven voldoen aan deze door de constructie bepaalde maximum snelheid.
|
||||
**1.** Bromfietsen moeten bij voortduring blijven voldoen aan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h.
|
||||
|
||||
**2.** Bromfietsen die zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van ten hoogste 25 km/h, moeten bij voortduring blijven voldoen aan deze door de constructie bepaalde maximum snelheid.
|
||||
**2.** Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de in het eerste lid genoemde maximum constructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden.
|
||||
|
||||
**3.** Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de in het eerste en tweede lid genoemde constructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt regels vast omtrent de wijze van meten van de in het eerste en het tweede lid bedoelde snelheden.
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels vast omtrent de wijze van meten van de in het eerste lid bedoelde snelheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -6024,9 +6013,9 @@ c. niet hoger zijn dan 2.50 m.
|
|||
|
||||
**3.** Bromfietsen moeten blijven behoren tot een goedgekeurd type als bedoeld in artikel 2 van het Besluit typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (*Stb.* 1984, 525).
|
||||
|
||||
**4.** Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 dB(A) voor bromfietsen die blijkens het in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel b, genoemde goedkeuringsmerk zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van meer dan 25 km/h, en niet meer dan 90 dB(A) voor andere bromfietsen.
|
||||
**4.** Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A).
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid mogen bromfietsen die behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG is afgegeven in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die is vermeld op de in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, bedoelde constructieplaat, vermeerderd met 2dB(A).
|
||||
**5.** Bromfietsen waarvoor geen waarde als bedoeld in het vierde lid is vermeld, mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 dB(A) voor bromfietsen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van meer dan 25 km/h en niet meer dan 90 dB(A) voor andere bromfietsen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister stelt regels vast omtrent de wijze van meten van de in het vierde en vijfde lid bedoelde geluidproductie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6134,7 +6123,7 @@ f. mogen flexibele koppelingen niet in ernstige mate zijn gescheurd en de vulkan
|
|||
g. mogen de verbindingen in het stangenstelsel niet te veel speling vertonen; en
|
||||
h. mag, indien een gedeelte van de binnenkant van het stuurkogelhuis en van de stuurkogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, dit gedeelte geen corrosie vertonen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot het tweede lid, onderdelen c, en f.
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot het tweede lid, onderdelen c, f en g.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8. Reminrichting
|
||||
|
||||
|
|
@ -6255,7 +6244,9 @@ Bromfietsen op twee wielen moeten zijn voorzien van:
|
|||
|
||||
a. een of twee dimlichten;
|
||||
b. een of twee achterlichten;
|
||||
c. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig.
|
||||
c. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig;
|
||||
d. een of twee remlichten indien de bromfiets een vermogen van meer dan 0,5 kW en een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft en in gebruik is genomen na 31 december 2006;
|
||||
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen na 31 december 2006.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6267,7 +6258,8 @@ c. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de ac
|
|||
d. een of twee achterlichten indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee achterlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
|
||||
e. een of twee remlichten indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee remlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
|
||||
f. een of twee niet-driehoekige rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee niet driehoekige rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
|
||||
g. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers.
|
||||
g. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers;
|
||||
h. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen na 31 december 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6.52
|
||||
|
||||
|
|
@ -6283,6 +6275,8 @@ Zijspanwagens, verbonden aan een bromfiets, moeten zijn voorzien van een niet-dr
|
|||
|
||||
**4.** De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.
|
||||
|
||||
**5.** De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6.55
|
||||
|
||||
**1.** De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten moeten goed werken.
|
||||
|
|
@ -6353,7 +6347,9 @@ f. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig.
|
|||
|
||||
**3.** Richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen niet anders dan ambergeel stralen.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 5.6.55, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
**4.** De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 5.6.55, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6.64
|
||||
|
||||
|
|
@ -9232,7 +9228,7 @@ De sloten en de scharnieren van de deuren en laadbakkleppen van aanhangwagens mo
|
|||
|
||||
### Artikel 5.15.50
|
||||
|
||||
Aanhangwagens achter een motorfiets moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat.
|
||||
Aanhangwagens achter een motorfiets of bromfiets moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 10. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
|
||||
|
||||
|
|
@ -9255,7 +9251,8 @@ Aanhangwagens achter een bromfiets moeten zijn voorzien van:
|
|||
|
||||
a. één of twee achterlichten;
|
||||
b. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
|
||||
c. ten minste één niet-driehoekige ambergele retroreflector aan elke zijkant van het voertuig.
|
||||
c. ten minste één niet-driehoekige ambergele retroreflector aan elke zijkant van het voertuig;
|
||||
d. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.15.53
|
||||
|
||||
|
|
@ -10376,6 +10373,17 @@ Bij wijziging van de toegestane maximum massa van een bedrijfsauto moet het voer
|
|||
|
||||
**2.** Indien de bouw of inrichting van een bus, ten aanzien waarvan tevens keuring als T100-bus is verzocht, wordt gewijzigd, voldoet deze bus aan de in hoofdstuk 3, afdeling 3, en hoofdstuk 5, afdeling 3, opgenomen eisen, de eisen die van toepassing zijn ingevolge de artikelen 28, eerste lid, en 75, eerste lid, onderdeel b, van de wet, alsmede de bij ministeriële regeling voor T100-bussen vastgestelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.15b
|
||||
|
||||
Bij wijziging van de maximum constructiesnelheid, zoals vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, van bromfietsen voldoet het voertuig aan de in de hoofdstukken 3 en 5 opgenomen eisen omtrent:
|
||||
|
||||
a. algemeen;
|
||||
b. algemene bouwwijze van het voertuig;
|
||||
c. motor;
|
||||
d. ophanging;
|
||||
e. reminrichting, en
|
||||
f. verlichting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Afgifte kentekenbewijs of ontvangstbewijs
|
||||
|
||||
### Artikel 6.16
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue