2025-01-01 | BWBR0051139 | Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Vaste voet emissievrije bijzondere personenauto’s en emissievrije motorrijwielen

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 23da907e36
commit 124f3fc0de

View file

@ -0,0 +1,39 @@
---
titel: Belasting van personenautos en motorrijwielen. Vaste voet emissievrije bijzondere
personenautos en emissievrije motorrijwielen
bwb_id: BWBR0051139
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2025-06-25'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0051139
citeertitel: Belasting van personenautos en motorrijwielen. Vaste voet emissievrije
bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen
---
# Belasting van personenautos en motorrijwielen. Vaste voet emissievrije bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen
*Dit besluit bevat een goedkeuring vooruitlopend op wetgeving waarmee wordt geregeld dat de vaste voet voor de bpm ook geldt voor emissievrije bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen.*
## 1. Algemene bepalingen
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
| Bpm | belasting van personenautos en motorrijwielen |
| --- | --- |
| Wet bpm | Wet op de belasting van personenautos en motorrijwielen 1992 |
## 2. Emissievrije bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen
Op 1 januari 2025 zijn door het vervallen van de vrijstelling van bpm voor emissievrije motorrijtuigen grote verschillen ontstaan in de bpm tussen emissievrije personenauto's enerzijds en emissievrije bijzondere personenauto's (zoals kampeerautos en rolstoelvervoer) en emissievrije motorrijwielen anderzijds.
Voor emissievrije personenautos geldt vanaf 1 januari 2025 de CO_2-uitstoot als maatstaf van heffing voor de bpm. Door de zogenoemde vaste voet in de CO_2-tarieftabel voor personenautos is in 2025 € 667 aan bpm verschuldigd. Hiermee is voor emissievrije personenautos nog altijd aanzienlijk minder bpm verschuldigd dan voor hun fossiele tegenhangers waarvoor meer bpm is verschuldigd naargelang deze een hogere CO_2-uitstoot hebben. Voor bijzondere personenautos en motorrijwielen is de maatstaf van heffing voor de bpm gebaseerd op de catalogusprijs. Hierdoor zijn voor deze emissievrije bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen in 2025 respectievelijk 37,7% en 9,6% of 19,4% van de netto catalogusprijs aan bpm verschuldigd.
Op 25 april 2025 heb ik in de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda aangekondigd dit verschil weg te nemen door ook voor emissievrije bijzondere personenautos en emissievrije motorrijwielen een vaste voet te introduceren in de Wet bpm. In deze brief is aangekondigd dat de Belastingdienst via goedkeurend beleid ook voor het jaar 2025 voor emissievrije bijzondere personenautos het tarief van € 667 toepassen en een tarief van € 200 hanteren voor emissievrije motorfietsen.
Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving goed dat in 2025, in afwijking van artikel 9, derde lid, onderdeel a, Wet bpm voor emissievrije bijzondere personenautos de bpm € 667 bedraagt en in afwijking van artikel 9, derde lid, onderdeel b, Wet bpm de bpm voor emissievrije motorrijwielen € 200 bedraagt.
Via een ambtshalve vermindering zal voor aangiften die vanaf 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 zijn ingediend worden geborgd dat de betaalde bpm in overeenstemming is met dit besluit. Vanaf 1 juli 2025 kunnen vergunninghouders conform dit besluit aangiften indienen en daarbij een beroep doen op de vaste voet voor bijzondere personenautos en motorrijwielen. Bij individuele aangiften kan vanaf 1 juli 2025 het bruto-bpm bedrag conform dit besluit worden ingevuld in het aangifteformulier.
## 3. Inwerkingtredingen vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2026.