2017-10-26 | BWBR0038709 | Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs
This commit is contained in:
parent
53737bdaf4
commit
125d48a9a7
1 changed files with 6 additions and 11 deletions
|
|
@ -432,7 +432,7 @@ c. het bevoegd gezag is geen eigenrisicodrager als bedoeld in paragraaf 2.2;
|
|||
d. het bevoegd gezag draagt premie af voor het personeelslid;
|
||||
e. het bevoegd gezag heeft een vervanger ingezet in verband met de afwezigheid van een personeelslid op grond van de afwezigheidsgronden, genoemd in artikel 28;
|
||||
f. het bevoegd gezag heeft ten behoeve van afwezige geen aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet;
|
||||
g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft ontvangen.
|
||||
g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag uiterlijk 6 april 2018 ontvangen;
|
||||
h. een bevoegd gezag dat binnen de termijn, genoemd onder g, een vervangingsdeclaratie bij het Vervangingsfonds heeft ingediend, kan ten aanzien van deze declaratie binnen drie maanden en vijf werkdagen een correctie indienen, te rekenen vanaf de dag dat het Vervangingsfonds de betreffende declaratie op voorgeschreven wijze heeft ontvangen.
|
||||
2. Ten aanzien van vervanging geldt het bepaalde onder a tot en met h.
|
||||
|
||||
|
|
@ -654,7 +654,7 @@ b. het Vervangingsfonds heeft de definitieve aanmelding uiterlijk op 15 maart 20
|
|||
|
||||
In aanvulling op de voorwaarden voor bekostiging conform één van de financiële varianten als genoemd in dit hoofdstuk, is artikel 29 tot en met 32 van het Reglement van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van:
|
||||
|
||||
a. artikel 29, eerste lid, onder c, e, g en h en derde lid, onder b.
|
||||
a. artikel 29, eerste lid, onder c en e en derde lid, onder b.
|
||||
b. artikel 32, tweede, derde, twaalfde en dertiende lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een personeelslid ten tijde van de ingangsdatum van deelname voor één van de financiële varianten 14 kalenderdagen of langer ziek is, dan komt de vervanging van dit personeelslid niet voor bekostiging in aanmerking.
|
||||
|
|
@ -665,12 +665,7 @@ b. artikel 32, tweede, derde, twaalfde en dertiende lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een declaratie dient uiterlijk binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen, tenzij sprake is van het bepaalde onder a of b:
|
||||
|
||||
a. indien een bevoegd gezag zich heeft aangemeld voor één van de wachtdagenvarianten als bedoeld in artikel 48 en 49, dan geldt voor declaraties die betrekking hebben op vervanging in de maanden november en december van enig jaar, dat het Vervangingsfonds deze declaraties uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen.
|
||||
b. indien de deelname voor één van de financiële varianten is beëindigd, dan geldt het bepaalde in artikel 46, derde tot en met het vijfde lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -697,11 +692,11 @@ Indien de deelname voor een financiële variant voor een bevoegd gezag eindigt,
|
|||
a. voor een bevoegd gezag dat nog de status van eigenrisicodrager heeft: dat het bevoegd gezag na het verloop van de betreffende opzegtermijn weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een eigenrisicodrager.
|
||||
b. voor een bevoegd gezag dat de status van eigenrisicodrager heeft verloren: dat het bevoegd gezag op het moment van het verlies van de status van eigenrisicodrager weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een bevoegd gezag dat geen eigenrisicodrager is.
|
||||
|
||||
**3.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het bevoegd gezag, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging na verloop van het kalenderjaar waarin de opzegging heeft plaatsgevonden. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende dat kalenderjaar komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen.
|
||||
**3.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het bevoegd gezag, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging na verloop van het kalenderjaar waarin de opzegging heeft plaatsgevonden. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende dat kalenderjaar komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van het verlies van eigenrisicodragerschap, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging op het moment dat het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende het kalenderjaar waarin het eigenrisicodragerschap is verloren, komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren, heeft ontvangen.
|
||||
**4.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van het verlies van eigenrisicodragerschap, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging op het moment dat het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende het kalenderjaar waarin het eigenrisicodragerschap is verloren, komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 44, vierde lid, bestaat geen aanspraak meer op bekostiging vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden. Declaraties over de periode tot en met de datum van beëindiging van de deelname worden niet meer vergoed, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk na een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden, heeft ontvangen.
|
||||
**5.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 44, vierde lid, bestaat geen aanspraak meer op bekostiging vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden. Declaraties over de periode tot en met de datum van beëindiging van de deelname worden niet meer vergoed, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### 5.2. Financiële varianten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue