diff --git a/zbo/beleidsregel-duurzaam-herstel/BWBR0048321/README.md b/zbo/beleidsregel-duurzaam-herstel/BWBR0048321/README.md index 9416e70af3e..541a4d08a76 100644 --- a/zbo/beleidsregel-duurzaam-herstel/BWBR0048321/README.md +++ b/zbo/beleidsregel-duurzaam-herstel/BWBR0048321/README.md @@ -42,9 +42,16 @@ b. voor woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes, voor zover het Institu **3.** Openstelling van postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geschiedt indien de verwachting is dat er voldoende capaciteit is om binnen een redelijke termijn tot uitvoering van duurzaam herstel over te gaan. -**4.** Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking. +**4.** -**5.** Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft. +Buiten de gevallen dat een postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan het Instituut op aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming duurzaam herstel besluiten: + +a. in bijzondere omstandigheden; of +b. indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze. + +**5.** Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking. + +**6.** Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft. ### Artikel 3 @@ -58,11 +65,13 @@ a. de aanvraag voor een tegemoetkoming is ingediend namens alle rechthebbenden v b. de aanvrager maximaal eenmaal eerder een tegemoetkoming is toegekend, of, indien de aanvraag voor een tegemoetkoming wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers tweemaal eerder een tegemoetkoming is toegekend; c. de aanvrager een verklaring de-minimissteun heeft overgelegd, indien de aanvrager tevens ondernemer is; d. aan de hand van het advies van een deskundige, bedoeld in artikel 12 van de wet, door het Instituut is vastgesteld dat het gebouw een gebrek aan de constructie heeft; -e. er sprake is van nieuwe schade, met inbegrip van schade die na eerder herstel opnieuw is ontstaan, of verergerde schade aan het gebouw, die mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van het gebouw dat kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw, en aanvrager instemt met vergoeding van de schade in de vorm van te treffen maatregelen in natura; -f. de schade waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend minimaal schadetype D3 betreft zoals omschreven in het technisch kader, of aannemelijk is dat bij eerdere schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut schade van minimaal schadetype D3 aan het gebouw is vastgesteld; en -g. voor het betreffende gebouw in totaal een bedrag gelijk aan of groter dan € 15.000 inclusief BTW aan schadevergoeding voor fysieke schade is toegekend door de NAM, het CVW de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut of wordt toegekend door het Instituut. Bij de bepaling van het minimale bedrag van € 15.000, bedoeld in de eerste volzin, wordt de vergoeding van bijkomende kosten, de overlastvergoeding en de vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing gelaten. +e. er sprake is van nieuwe schade, met inbegrip van schade die na eerder herstel opnieuw is ontstaan, of verergerde schade aan het gebouw, die mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van het gebouw dat kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw; +f. de aanvrager instemt met vergoeding van de schade bedoeld in onderdeel e in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze, of bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze, in de vorm van herstel in natura; +g. de aanvrager, bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze, instemt met een vaste eenmalige en finale vergoeding ter hoogte van € 2.000,– voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast die zijn veroorzaakt door de fysieke schade. De vergoeding, bedoeld in de vorige volzin, ziet niet op kosten, bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, onderdeel d, en het derde lid, onderdelen b, c en d alsmede waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 van de werkwijze; +h. de schade waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend minimaal schadetype D3 betreft zoals omschreven in het technisch kader, of aannemelijk is dat bij eerdere schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut schade van minimaal schadetype D3 aan het gebouw is vastgesteld; en +i. voor het betreffende gebouw in totaal een bedrag gelijk aan of groter dan € 15.000 inclusief BTW aan schadevergoeding voor fysieke schade is toegekend door de NAM, het CVW de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut of wordt toegekend door het Instituut, dan wel er sprake is van samenloop. Bij de bepaling van het minimale bedrag van € 15.000, bedoeld in de eerste volzin, wordt de vergoeding van bijkomende kosten, de overlastvergoeding en de vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing gelaten. -**3.** Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend en herstel van het gebrek aan de constructie bedoeld in het tweede lid, onder, a, alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, heeft de eigenaar van dat andere gebouw of die andere gebouwen ook aanspraak op een tegemoetkoming. +**3.** Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend en herstel van het gebrek aan de constructie bedoeld in het tweede lid, onder d, alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, heeft de eigenaar van dat andere gebouw of die andere gebouwen ook aanspraak op een tegemoetkoming. **4.** Er bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde kosten op andere wijze zijn of worden vergoed. @@ -93,7 +102,7 @@ b. neemt het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek een besluit **3.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal een waarde van € 125.000 inclusief BTW per gebouw. Het Instituut kan in uitzonderlijke gevallen een hogere tegemoetkoming toekennen. Het Instituut publiceert in zijn jaarverslag in hoeveel gevallen een hogere tegemoetkoming dan € 125.000 inclusief BTW per gebouw is toegekend. -**4.** Indien ten aanzien van het gebouw waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend sprake is van samenloop met het treffen van versterkingsmaatregelen bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, kan het Instituut met instemming van de eigenaar van het gebouw de tegemoetkoming doen toekomen aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in geval er wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw van het gebouw. +**4.** Indien ten aanzien van het gebouw waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend sprake is van samenloop met het treffen van versterkingsmaatregelen bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, kan het Instituut met instemming van de eigenaar van het gebouw de tegemoetkoming doen toekomen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in geval er wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw van het gebouw. ### Artikel 6