2018-03-01 | BWBR0020445 | Besluit geluidhinder
This commit is contained in:
parent
c26844ac7f
commit
126c18a394
1 changed files with 37 additions and 28 deletions
|
|
@ -154,15 +154,15 @@ b. 60 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverb
|
|||
|
||||
Indien door de toepassing van de artikelen 47, tweede lid, 54, 59, 65 of 66 van de wet voor de gevel van één of meer in aanbouw zijnde of aanwezige gebouwen binnen een zone rond een industrieterrein een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein,
|
||||
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 30 dB(A) niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, 35 dB(A) niet te boven zal gaan.
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, 30 dB(A) niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, 35 dB(A) niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
Artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet is met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein,
|
||||
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 35 dB(A) niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, 40 dB(A) niet te boven zal gaan.
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, 35 dB(A) niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, 40 dB(A) niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Wegen
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,7 +203,9 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
|
|||
|
||||
**3.** Indien de weg op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -238,7 +240,7 @@ b. de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB.
|
|||
Onze Minister kan voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevels van woningen binnen de zone van die weg een hogere dan de in artikel 90, derde lid, van de wet genoemde waarde vaststellen, in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
a. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg niet mogelijk is;
|
||||
b. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgens bijlage A, tabellen 3 en 4, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai voor een woning mogelijk is;
|
||||
b. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgens bijlage A, tabel 4, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai voor een woning mogelijk is;
|
||||
c. het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b, niet mogelijk is, en
|
||||
d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de weg, tot de in artikel 90, derde lid, van de wet genoemde waarde binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -340,17 +342,17 @@ Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast met betrekking
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien met toepassing van artikel 85 van de wet of artikel 3.4 met betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnd of aanwezig ander geluidsgevoelig gebouw een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders behoudens het derde lid met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg,
|
||||
Indien met toepassing van artikel 85 van de wet of artikel 3.4 met betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnd of aanwezig ander geluidsgevoelig gebouw een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders behoudens het derde lid met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg, bij gesloten ramen,
|
||||
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 28 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, 33 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, 28 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, 33 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A), met toepassing van artikel 3.4 of artikel 3.6, juncto artikel 90 van de wet een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg,
|
||||
Indien met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A), met toepassing van artikel 3.4 of artikel 3.6, juncto artikel 90 van de wet een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg, bij gesloten ramen,
|
||||
|
||||
a. binnen verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 38 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel e, onder 4° en 5°, 43 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
a. binnen verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, 38 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, 43 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Spoorwegen
|
||||
|
||||
|
|
@ -494,6 +496,8 @@ Indien niet eerder bij of krachtens de wet of de Interimwet stad-en-milieubenade
|
|||
a. de waarde van de geluidsbelasting op 1 juli 1987;
|
||||
b. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een aanvang wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op woningen ten aanzien waarvan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.14
|
||||
|
||||
**1.** Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg van de gevel van woningen kan een hogere waarde dan de ingevolge artikel 4.13 geldende waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 71 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
|
@ -519,7 +523,7 @@ b. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een
|
|||
Onze Minister kan bij een besluit als bedoeld in het eerste lid een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
a. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de spoorweg niet mogelijk is;
|
||||
b. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de spoorweg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgens bijlage A, tabellen 3 en 4, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai voor een woning mogelijk is;
|
||||
b. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de spoorweg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgens bijlage A, tabel 5, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai voor een woning mogelijk is;
|
||||
c. het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b, niet mogelijk is, en
|
||||
d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot de in het tweede lid of dit lid genoemde waarde binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -537,6 +541,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** In een geval als bedoeld in artikel 4.7 stelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -613,8 +619,8 @@ Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast met betrekking
|
|||
|
||||
Indien met toepassing van de artikelen 4.11 of 4.15 met betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnd of aanwezig ander geluidsgevoelig gebouw een hogere geluidsbelasting dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, bij gesloten ramen:
|
||||
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 28 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, 33 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, 28 dB niet te boven zal gaan, en
|
||||
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, 33 dB niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.25
|
||||
|
||||
|
|
@ -622,15 +628,15 @@ b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en
|
|||
|
||||
Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het artikel 4.16, tweede of derde lid, treffen burgemeester en wethouders de in het tweede lid beschreven maatregelen, indien:
|
||||
|
||||
a. ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB, of
|
||||
b. ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB.
|
||||
a. ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB, of
|
||||
b. ten minste één verblijfsruimte als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3°, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De maatregelen ter uitvoering van het eerste lid hebben betrekking op de geluidwering van de gevel en bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen:
|
||||
|
||||
a. in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan;
|
||||
b. in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan.
|
||||
a. in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan;
|
||||
b. in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4.5. De aanleg of wijziging van een spoorweg met toepassing van de
|
||||
|
||||
|
|
@ -720,15 +726,15 @@ d. zij behoren tot de categorieën woonwagens of woonschepen.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
De eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden schriftelijk op de hoogste gesteld dat van overheidswege wordt overwogen geluidwerende voorzieningen aan te brengen.
|
||||
De eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden schriftelijk op de hoogte gesteld dat van overheidswege wordt overwogen geluidwerende voorzieningen aan te brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4
|
||||
|
||||
**1.** Aan de eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen wordt verzocht binnen drie weken na de in artikel 6.3 bedoelde schriftelijke mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek.
|
||||
**1.** Aan de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen wordt verzocht binnen drie weken na de in artikel 6.3 bedoelde schriftelijke mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het ander geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren en bewoners schriftelijk meegedeeld dat geen akoestisch en bouwtechnisch onderzoek kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend.
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het ander geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen akoestisch en bouwtechnisch onderzoek kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ook de in het tweede lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het andere geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren en bewoners schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.
|
||||
**3.** Indien ook de in het tweede lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het andere geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -747,9 +753,10 @@ e. een raming van de eventuele kosten voor de eigenaar.
|
|||
De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan uit het in artikel 6.5 bedoelde onderzoek blijkt dat de volgende extra voorzieningen moeten worden getroffen, worden hiervan door het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld:
|
||||
|
||||
a. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de geluidweringvoorschriften ingevolge de Woningwet 1962 of de Woningwet;
|
||||
b. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2012, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
|
||||
c. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van het andere geluidsgevoelige gebouw met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2012, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
|
||||
d. voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud.
|
||||
b. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de technische bouwvoorschriften die bij of krachtens het Bouwbesluit 2012 inzake bestaande bouw worden gesteld, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
|
||||
c. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van het andere geluidsgevoelige gebouw met de technische bouwvoorschriften die bij of krachtens het Bouwbesluit 2012 inzake bestaande bouw worden gesteld, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
|
||||
d. voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud;
|
||||
e. voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw met de mate van geluidwering die is behaald vanwege van rijkswege aangebrachte geluidwerende voorzieningen waarvan is gebleken dat deze zijn verwijderd of waarvan anderszins de werking ervan teniet is gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de betreffende eigenaren wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen de extra voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, aan te brengen, tenzij toepassing wordt gevraagd van artikel 6.7, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -759,7 +766,7 @@ d. voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstall
|
|||
|
||||
### Artikel 6.7
|
||||
|
||||
**1.** Bij het afgeven van de verklaring, bedoeld in artikel 6.6, kan de eigenaar verzoeken dat het treffen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, en het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, gelijktijdig plaatsvindt. Aan dit verzoek wordt gevolg gegeven.
|
||||
**1.** Bij het afgeven van de verklaring, bedoeld in artikel 6.6, tweede lid, kan de eigenaar verzoeken dat het treffen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, en het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, gelijktijdig plaatsvindt. Aan dit verzoek wordt gevolg gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid blijven de kosten van het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, voor rekening van de betreffende eigenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -782,7 +789,7 @@ b. indien toepassing wordt gevraagd van artikel 6.6, eerste lid, een voorstel vo
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de eigenaren, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat:
|
||||
Aan de eigenaren, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, wordt verzocht binnen twee weken na het onherroepelijk worden van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat:
|
||||
|
||||
a. zij voor alle geluidsgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende voorzieningen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende voorzieningen;
|
||||
b. zij zich verbinden tot het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -792,6 +799,8 @@ c. indien toepassing is verzocht van artikel 6.7, eerste lid, zij zich verbinden
|
|||
|
||||
**3.** Indien de verklaring ook niet binnen de in het tweede lid gestelde termijn heeft plaatsgevonden, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de eigenaar of de bewoner van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw zijn medewerking aan het akoestisch en bouwtechnisch onderzoek of het treffen van maatregelen onthoudt, wordt de eigenaar meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.10
|
||||
|
||||
Na ontvangst van het ondertekende aanbod en, indien van toepassing, de ondertekende overeenkomst, besluit het bevoegd gezag tot het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue