From 130fe13fe2a918a5774fef4f4cb55102d880ceea Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Aug 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2014-08-01=20|=20BWBR0020415=20|=20Besluit=20pr?= =?UTF-8?q?udentieel=20toezicht=20financi=C3=ABle=20groepen=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020415/README.md | 52 ++----------------- 1 file changed, 3 insertions(+), 49 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md b/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md index 08598f6b87a..28c8dab5e3b 100644 --- a/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md +++ b/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md @@ -73,61 +73,15 @@ f. de termijn waarbinnen de rapportage wordt verstrekt; met dien verstande dat d ### Artikel 4a -**1.** - -De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep indien in de desbetreffende groep: - -a. elke Nederlandse beleggingsonderneming haar aanwezig toetsingsvermogen berekent ingevolge artikel 90, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft; -b. elke Nederlandse beleggingsonderneming een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, eerste of tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is; -c. elke Nederlandse beleggingsonderneming voldoet aan artikel 62a van het Besluit prudentiële regels Wft, waarbij de waarde van latente verplichtingen aan beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, in mindering worden gebracht op dit toetsingsvermogen; -d. elke financiële moederholding van een beleggingsonderneming beschikt over een toetsingsvermogen dat wordt gevormd door de posten, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, en 92, tweede en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, en dat ten minste gelijk is aan de som van de waarde van de aandelen, deelnemingen, achtergestelde leningen en posten als bedoeld in artikel 94, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van dat besluit ten aanzien van beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, en de waarde van de latente verplichtingen van de financiële moederholding aan deze ondernemingen; -e. elke Nederlandse beleggingsonderneming beschikt over systemen om de bronnen van de passiva van alle tot de groep behorende financiële holdings, beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, te bewaken en te beheersen; en -f. elke beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat voldoet aan de in die lidstaat geldende regels die overeenkomen met de onderdelen a tot en met c en e. - -**2.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat een financiële Nederlandse moederholding van een beleggingsonderneming, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, beschikt over een toetsingsvermogen dat wordt gevormd door de posten, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, en 92, tweede en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft en dat ten minste gelijk is aan de som van de minimumomvang van het toetsingsvermogen van beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, berekend volgens het Besluit prudentiële regels Wft, en de waarde van de latente verplichtingen van de financiële moederholding aan deze ondernemingen. - -**3.** Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, kan zij verlangen dat de beleggingsonderneming haar in kennis stelt van de door die beleggingsonderneming te lopen relevante risico’s. Indien zij zulks verlangt en indien de financiële positie van de beleggingsonderneming onvoldoende beschermd is, neemt de beleggingsonderneming passende maatregelen ter beperking van de relevante risico’s. - -**4.** - -Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent: - -a. neemt zij passende maatregelen voor het toezicht op de door de gehele groep, waarvan de beleggingsonderneming deel uitmaakt, te lopen relevante risico’s; en -b. is het ingevolge de artikelen 3:17 en 3:18a van de wet bepaalde op de beleggingsonderneming van toepassing. +Vervallen ### Artikel 4b -**1.** - -De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een bank deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep: - -a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is; en -b. elke beleggingsonderneming een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: - -1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of -2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. - -**2.** - -Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, houdt een moederbeleggingsonderneming of een beleggingsonderneming die dochteronderneming is van een financiële holding op geconsolideerde basis een toetsingsvermogen aan op basis van de geconsolideerde financiële positie van die moederbeleggingsonderneming onderscheidenlijk financiële holding dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: - -1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of -2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. +Vervallen ### Artikel 4c -**1.** - -De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een bank deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep: - -a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste of tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is; -b. elke beleggingsonderneming die een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is, een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: - -1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of -2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft; en -c. elke beleggingsonderneming die een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is, een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. - -**2.** Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, houdt een moederbeleggingsonderneming of een beleggingsonderneming die dochteronderneming is van een financiële holding op geconsolideerde basis een toetsingsvermogen aan op basis van de geconsolideerde financiële positie van die moederbeleggingsonderneming onderscheidenlijk financiële holding dat ten minste gelijk is aan de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. +Vervallen ## Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op Nederlandse herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep