diff --git a/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md b/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md index 1b33fc6f9c6..0f7d433a79f 100644 --- a/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md +++ b/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md @@ -114,7 +114,7 @@ c. een uitrusting, geschikt om een vaartuig of ander vervoermiddel door middel v ### Artikel 15aa -Indien een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, voor het wijzigen van een inrichting wordt aangevraagd en voor die inrichting al een of meer vergunningen krachtens deze wet zijn verleend, is artikel 8.4, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag kan de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunningen ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van artikel 18a of artikel 19 van deze wet. +Indien een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, voor het wijzigen van een inrichting wordt aangevraagd en voor die inrichting al een of meer vergunningen krachtens deze wet zijn verleend, is artikel 2.6, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag kan de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunningen ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van artikel 18a of artikel 19 van deze wet. ### Artikel 15b @@ -165,21 +165,25 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze, waarop de aanvraag om een vergunning dient te geschieden, en de gegevens, welke van de aanvrager kunnen worden verlangd. -**2.** Artikel 8.5, tweede en derde lid, van de Wet milieubeheer is van overeenkomstige toepassing. +**2.** + +Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager in gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, dat tevens is aan te merken als het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: + +a. indien de aanvraag om een omgevingsvergunning voor dat bouwen tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet is ingediend, een afschrift van die aanvraag om een omgevingsvergunning bij zijn aanvraag overlegt; +b. indien de aanvraag om een omgevingsvergunning voor dat bouwen niet tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet wordt ingediend, een afschrift van die aanvraag om een omgevingsvergunning aan het bevoegd gezag overlegt gelijktijdig met de indiening van die aanvraag. ### Artikel 17 -**1.** Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 15 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 8.1.3.2 en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij hetgeen in de artikelen 17a tot en met 20a van deze wet is bepaald, in acht wordt genomen. +**1.** Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 15 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 3.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij hetgeen in de artikelen 17a tot en met 20a van deze wet is bepaald, in acht wordt genomen. **2.** -In afwijking van het eerste lid zijn de in dat lid genoemde onderdelen van de Wet milieubeheer en van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de voorbereiding van beschikkingen op de aanvraag om een vergunning krachtens: +In afwijking van het eerste lid zijn de in dat lid genoemde onderdelen van de Algemene wet bestuursrecht, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en van de Wet milieubeheer niet van toepassing op de voorbereiding van beschikkingen op de aanvraag om een vergunning krachtens: a. artikel 15, onder a, voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer, dan wel het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen; b. artikel 15, onder a, voor het voorhanden hebben van splijtstoffen in een inrichting of uitrusting, ten aanzien waarvan een vergunning krachtens artikel 15, onder b of c, is vereist, dan wel voor het zich ontdoen van splijtstoffen die rechtstreeks afkomstig zijn uit een zodanige inrichting of uitrusting; c. artikel 15, onder a, voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen in gevallen als bedoeld in het derde lid; -d. artikel 15, onder b of c, indien al eerder een vergunning met betrekking tot dezelfde inrichting, onderscheidenlijk uitrusting was verleend en naar het oordeel van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsmede van Onze Ministers wie het mede aangaat, niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning nadeliger gevolgen voor mensen, planten, dieren en goederen kunnen worden veroorzaakt dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking zijn genomen; -e. artikel 15, onder c, in gevallen waarin de uitrusting slechts buiten Nederland in werking zal worden gebracht of gehouden. +d. artikel 15, onder c, in gevallen waarin de uitrusting slechts buiten Nederland in werking zal worden gebracht of gehouden. **3.** @@ -189,17 +193,19 @@ a. waarin het voorhanden hebben van splijtstoffen of het zich daarvan ontdoen ge 1°. in een voertuig of aan boord van een vaartuig of van een luchtvaartuig; 2°. op steeds wisselende plaatsen, indien die gevallen behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorie waarin het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren; -3°. indien al eerder een overeenkomstige vergunning met betrekking tot dezelfde plaats was verleend aan de aanvrager of aan degene wiens vergunning ingevolge artikel 70 voor hem geldt, en naar het oordeel van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning nadeliger gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen kunnen worden veroorzaakt dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking zijn genomen; +3°. indien al eerder een overeenkomstige vergunning met betrekking tot dezelfde plaats was verleend aan de aanvrager of aan degene wiens vergunning ingevolge artikel 70 voor hem geldt en de aangevraagde vergunning niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan; b. waarin bij algemene maatregel van bestuur aangegeven splijtstoffen op een daarbij aan te geven wijze hetzij zijn opgenomen in vaste stoffen die geen ioniserende straling uitzenden, hetzij zijn omgeven door een omhulsel; c. behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, waarin, gezien de wijze waarop de daarbij aangegeven splijtstoffen worden toegepast, het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren. +**4.** In afwijking van het eerste lid zijn de in dat lid genoemde onderdelen van de Algemene wet bestuursrecht, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en van de Wet milieubeheer niet van toepassing op de voorbereiding van beschikkingen op de aanvraag om een wijziging van een vergunning krachtens artikel 15, onder b of c, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan, waarvoor geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, en die niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. + ### Artikel 17a Bij algemene maatregel van bestuur worden de bestuursorganen aangewezen, die - anders dan als adviseurs - bij de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag worden betrokken. Bij de maatregel kunnen bestuursorganen worden aangewezen, die in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. ### Artikel 18 -Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, zijn de regels gesteld bij of krachtens artikel 8.19 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de artikelen 8.22, 8.23 of 8.25» wordt gelezen: artikel 18a van de Kernenergiewet. +Vervallen ### Artikel 18a @@ -223,7 +229,7 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder ### Artikel 20 -**1.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens artikel 18a, tweede lid, of artikel 19, eerste, tweede of derde lid, is – tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 17, tweede lid – afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 8.1.3.2. en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. +**1.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens artikel 18a, tweede lid, of artikel 19, eerste, tweede of derde lid, is – tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 17, tweede lid – afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 3.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. **2.** Indien een verzoek wordt gedaan als bedoeld in artikel 19, tweede lid, stelt het bevoegd gezag de houder van de betrokken vergunning daarvan in kennis. Deze wordt voor zover zijn belang dat vordert, mede als verzoeker beschouwd. @@ -231,7 +237,7 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder **1.** Het bevoegd gezag kan de vergunning intrekken indien dat ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen noodzakelijk is. -**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 8.1.3.2 en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 17, tweede lid. +**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 3.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 17, tweede lid. **3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, tevens intrekken wanneer de ontmanteling van die inrichting is voltooid. @@ -243,11 +249,11 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de buitengebruikstelling en ontmanteling van bij of krachtens die maatregel aangewezen categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. -**4.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de artikelen 8.12 tot en met 8.16 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, bij toepassing van het tweede lid, het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt. +**4.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de bij of krachtens artikel 2.22, tweede en derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde regels over activiteiten met betrekking tot inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet, alsmede artikel 4.1 van die wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, bij toepassing van het tweede lid, het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt. **5.** Indien bij een maatregel krachtens het eerste lid tevens toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd tot het melden van de handelingen ten aanzien waarvan de bij artikel 15 gestelde verboden niet gelden. -**6.** De artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid en 8.42 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen. +**6.** De artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid en 8.42, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen. ### Afdeling 3. Inbezitneming van splijtstoffen en ertsen @@ -352,7 +358,7 @@ c. regelen, welke voorwaarden inhouden, waaraan vervoermiddelen, waarmede bij de **5.** -Ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, zijn de artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid, en 8.42 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat met betrekking tot de toepassing van artikel 8.41, derde lid, van die wet onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en: +Ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, zijn de artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid, en 8.42, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat met betrekking tot de toepassing van artikel 8.41, derde lid, van die wet onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en: a. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op medische stralingstoepassingen, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op toepassingen met radioactieve stoffen of toestellen in het kader van activiteiten in de zin van de Mijnbouwwet, Onze Minister van Economische Zaken; @@ -503,17 +509,17 @@ f. interventie: een verrichting, bestaande uit het treffen van maatregelen bij s **1.** Onze Minister en Onze Minister wie het aangaat, zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding van de organisatie ten behoeve van een doelmatige bestrijding van ongevallen binnen of buiten Nederland met categorie A-objecten en voor de coördinatie van die bestrijding. Zij bevorderen voorts in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die nodig zijn voor een doelmatige bestrijding van deze ongevallen. -**2.** Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding van de organisatie ten behoeve van een doelmatige bestrijding van ongevallen met categorie B-objecten. De burgemeester is verantwoordelijk voor de coördinatie van die bestrijding. +**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de organisatie ten behoeve van een doelmatige bestrijding van ongevallen met categorie B-objecten. De burgemeester is verantwoordelijk voor de coördinatie van die bestrijding. ### Artikel 41 -De voorbereiding door provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de bestrijding van ongevallen met categorie A-objecten en categorie B-objecten geschiedt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk II van de Wet rampen en zware ongevallen. +De voorbereiding door het bestuur van de veiligheidsregio van de bestrijding van ongevallen met categorie A-objecten en categorie B-objecten geschiedt overeenkomstig paragraaf 3 van de Wet veiligheidsregio’s. Bij de voorbereiding houdt het bestuur van de veiligheidsregio rekening met de, overeenkomstig artikel 40, eerste lid, tot stand gekomen afspraken. ### Artikel 42 -**1.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister wie het aangaat, gelet op de meer dan plaatselijke betekenis van een ongeval met een categorie B-object, zoveel mogelijk na overleg met de burgemeester van de gemeente waar zich dat ongeval heeft voorgedaan en de commissaris van de Koning, besluiten dat een ongeval met een categorie B-object wordt bestreden als een ongeval met een categorie A-object. +**1.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister wie het aangaat, gelet op de meer dan plaatselijke betekenis van een ongeval met een categorie B-object, zoveel mogelijk na overleg met de burgemeester van de gemeente waar zich dat ongeval heeft voorgedaan en de voorzitter van de veiligheidsregio, besluiten dat een ongeval met een categorie B-object wordt bestreden als een ongeval met een categorie A-object. -**2.** De burgemeester van de gemeente waar zich dat ongeval heeft voorgedaan, of de commissaris van de Koning kan Onze Minister verzoeken gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. +**2.** De burgemeester van de gemeente waar zich dat ongeval heeft voorgedaan, of de voorzitter van de veiligheidsregio kan Onze Minister verzoeken gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. ### Afdeling 3. Informatieverstrekking @@ -552,13 +558,13 @@ d. de diensten of personen bij wie nadere informatie kan worden ingewonnen. ### Artikel 44 -Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en de burgemeester dragen er zorg voor dat de personen werkzaam bij diensten of organisaties die kunnen worden ingeschakeld bij de bestrijding van een ongeval met een categorie A-object of van een ongeval met een categorie B-object dat krachtens artikel 42 als een ongeval met een categorie A-object wordt bestreden, regelmatig worden geïnformeerd over de tot deze categorie behorende ongevallen, over de risico’s die zij bij de uitvoering van hun taak lopen, en over de daarbij te nemen voorzorgsmaatregelen. +Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en het bestuur van de veiligheidsregio dragen er zorg voor dat de personen werkzaam bij diensten of organisaties die kunnen worden ingeschakeld bij de bestrijding van een ongeval met een categorie A-object of van een ongeval met een categorie B-object dat krachtens artikel 42 als een ongeval met een categorie A-object wordt bestreden, regelmatig worden geïnformeerd over de tot deze categorie behorende ongevallen, over de risico’s die zij bij de uitvoering van hun taak lopen, en over de daarbij te nemen voorzorgsmaatregelen. ### Artikel 45 -**1.** De verstrekking van informatie aan de bevolking en aan personen die bij de bestrijding van een ongeval met een categorie B-object zijn betrokken, geschiedt overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Hoofdstukken II en III van de Wet rampen en zware ongevallen. +**1.** De verstrekking van informatie aan de bevolking en aan personen die bij de bestrijding van een ongeval met een categorie B-object zijn betrokken, geschiedt overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7 en 46 van de Wet veiligheidsregio’s. -**2.** Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de door hen verstrekte informatie in overeenstemming is met de informatie, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onder *a* en *b*. +**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de door hem verstrekte informatie in overeenstemming is met de informatie, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onder a en b. ### Afdeling 4. Regels en maatregelen bij een ongeval met een categorie A- of een categorie B-object @@ -583,7 +589,7 @@ j. het beschermen van oppervlaktewater en de drinkwatervoorziening, k. het onttrekken van primair slib aan het slibverwerkingsproces, of het verbieden of beperken van het gebruik van oppervlaktewater, en l. het telen en oogsten van land- en tuinbouwprodukten, het sluiten van kassen, het weiden, vangen en slachten van dieren en het vissen. -**3.** Onze Minister wie het aangaat, stelt geen regels en treft geen maatregelen dan na overleg met Onze Minister alsmede met de burgemeester en de commissaris van de Koning, die hierbij in het bijzonder betrokken zijn, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. +**3.** Onze Minister wie het aangaat, stelt geen regels en treft geen maatregelen dan na overleg met Onze Minister alsmede met de voorzitter van de veiligheidsregio en de commissaris van de Koning, die hierbij in het bijzonder betrokken zijn, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. ### Artikel 47 @@ -607,9 +613,9 @@ l. het telen en oogsten van land- en tuinbouwprodukten, het sluiten van kassen, ### Artikel 49 -**1.** De commissaris van de Koning, de burgemeester en het dagelijks bestuur van het waterschap en van andere openbare lichamen verlenen, op verzoek van Onze Minister wie het aangaat, medewerking aan de uitvoering of handhaving van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde regels en maatregelen. +**1.** De commissaris van de Koning, de burgemeester, de voorzitter van de veiligheidsregio en het dagelijks bestuur van het waterschap en van andere openbare lichamen verlenen, op verzoek van Onze Minister wie het aangaat, medewerking aan de uitvoering of handhaving van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde regels en maatregelen. -**2.** Onze Minister wie het aangaat, geeft van de regels en maatregelen, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onmiddellijk kennis aan de commissaris van de Koning, aan de burgemeester en, voor zover nodig, aan het dagelijks bestuur van het waterschap en van andere openbare lichamen. +**2.** Onze Minister wie het aangaat, geeft van de regels en maatregelen, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onmiddellijk kennis aan de commissaris van de Koning, aan de burgemeester, aan de voorzitter van de veiligheidsregio en, voor zover nodig, aan het dagelijks bestuur van het waterschap en van andere openbare lichamen. ### Artikel 49a @@ -619,17 +625,17 @@ l. het telen en oogsten van land- en tuinbouwprodukten, het sluiten van kassen, ### Artikel 49b -**1.** De burgemeester van een gemeente kan naar aanleiding van een ongeval met een categorie A-object bij verordening voorschriften vaststellen of kan, zonodig met behulp van de sterke arm, maatregelen treffen om de gevolgen van dat ongeval zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De voorschriften en maatregelen kunnen onder meer betrekking hebben op de onderwerpen, bedoeld in artikel 46, tweede lid. +**1.** De voorzitter van de veiligheidsregio kan naar aanleiding van een ongeval met een categorie A-object bij verordening voorschriften vaststellen of kan, zonodig met behulp van de sterke arm, maatregelen treffen om de gevolgen van dat ongeval zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De voorschriften en maatregelen kunnen onder meer betrekking hebben op de onderwerpen, bedoeld in artikel 46, tweede lid. -**2.** De burgemeester deelt de voorschriften of maatregelen die hij krachtens het eerste lid heeft vastgesteld of getroffen, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en de commissaris van de Koning. +**2.** De voorzitter van de veiligheidsregio deelt de voorschriften of maatregelen die hij krachtens het eerste lid heeft vastgesteld of getroffen, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en de commissaris van de Koning. -**3.** De burgemeester trekt de door hem vastgestelde voorschriften in en beëindigt de door hem getroffen maatregelen, zodra Onze Minister wie het aangaat, overeenkomstige regels stelt of overeenkomstige maatregelen treft krachtens artikel 46, eerste lid, of aan de burgemeester meedeelt dat de door deze vastgestelde voorschriften moeten worden ingetrokken of de door hem getroffen maatregelen moeten worden beëindigd. Onze Minister wie het aangaat, handelt hierbij voor zover mogelijk in overleg met de burgemeester. +**3.** De voorzitter van de veiligheidsregio trekt de door hem vastgestelde voorschriften in en beëindigt de door hem getroffen maatregelen, zodra Onze Minister wie het aangaat, overeenkomstige regels stelt of overeenkomstige maatregelen treft krachtens artikel 46, eerste lid, of aan de voorzitter van de veiligheidsregio meedeelt dat de door deze vastgestelde voorschriften moeten worden ingetrokken of de door hem getroffen maatregelen moeten worden beëindigd. Onze Minister wie het aangaat, handelt hierbij voor zover mogelijk in overleg met de voorzitter van de veiligheidsregio. -**4.** Artikel 49*a* is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 49a is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 49c -De burgemeester deelt de bevelen en algemeen verbindende voorschriften die hij op grond van de artikelen 173 en 175 onderscheidenlijk 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object heeft gegeven, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en aan de commissaris van de Koning. +De burgemeester deelt de bevelen en algemeen verbindende voorschriften die hij op grond van artikel 175 onderscheidenlijk 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object heeft gegeven, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, en aan de commissaris van de Koning. ### Artikel 49d @@ -651,7 +657,7 @@ c. het onttrekken van primair slib aan het slibverwerkingsproces, of het verbied **1.** -Aan degene voor wie uit de toepassing van artikel 46, 49b of 49d of uit de toepassing van artikel 173, 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object rechtstreeks en onmiddellijk schade ontstaat, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kan op zijn verzoek door het in het vijfde lid aangewezen bestuursorgaan een naar billijkheid te bepalen vergoeding worden toegekend, voor zover: +Aan degene voor wie uit de toepassing van artikel 46, 49b of 49d of uit de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object rechtstreeks en onmiddellijk schade ontstaat, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kan op zijn verzoek door het in het vijfde lid aangewezen bestuursorgaan een naar billijkheid te bepalen vergoeding worden toegekend, voor zover: a. de schade niet langs burgerrechtelijke weg is of kan worden verhaald; b. in de vergoeding van de schade niet op andere wijze is of kan worden voorzien. @@ -672,7 +678,7 @@ b. omtrent de indiening en behandeling van en de beslissing op een verzoek om ee Regels als bedoeld in het tweede en derde lid worden gesteld door: a. Onze Minister wie het aangaat, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 46; -b. de gemeenteraad, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 173, 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object; +b. de gemeenteraad, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object; c. de beheerder van het oppervlaktewater indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49d. **6.** @@ -680,7 +686,7 @@ c. de beheerder van het oppervlaktewater indien het betreft schade ten gevolge v De beslissing op een verzoek om vergoeding van schade als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door: a. Onze Minister wie het aangaat, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 46; -b. het college van burgemeester en wethouders, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 173, 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object; +b. het college van burgemeester en wethouders, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object; c. de beheerder van het oppervlaktewater, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49d. ## Hoofdstuk VII. Beroep @@ -953,7 +959,7 @@ Vervallen ### Artikel 83a -Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.7, 18.11, 18.12, eerste en derde lid, 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing. +Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 5.15 tot en met 5.18, 5.19, eerste en derde lid, en 5.21 tot en met 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. ### Artikel 83b