diff --git a/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md b/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md index da533450243..df19724cdd8 100644 --- a/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md +++ b/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md @@ -105,32 +105,30 @@ c. welke ervaring, niet opgedaan aan boord van schepen, in aanmerking wordt geno ### Artikel 8 -**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste kennis en ervaring, mits het kennisbewijs ten hoogste vier jaar voor het indienen van de aanvraag is afgegeven. +**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont ten minste te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste kennis en ervaring, mits het kennisbewijs ten hoogste vier jaar voor het indienen van de aanvraag is afgegeven. **2.** -Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste: +Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste: a. 12 maanden in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; of b. 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing. **3.** -Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop waarvan de geldigheid niet langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag: +Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop dat niet op grond van het tweede lid kan worden vernieuwd wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag: -a. een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet en deze met succes heeft afgesloten; -b. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft dienstgedaan; of -c. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante maar lagere functie heeft dienstgedaan dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold. +a. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft dienstgedaan voor zover de geldigheid van het te vernieuwen vaarbewijs niet langer dan 5 jaar is verstreken; +b. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante maar lagere functie heeft dienstgedaan dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold voor zover de geldigheid van het te vernieuwen vaarbewijs niet langer dan 5 jaar is verstreken, of +c. een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet en deze met succes heeft afgesloten. -**4.** Onze Minister geeft op verzoek een vaarbevoegdheidsbewijs af met een geldigheidsduur van ten hoogste 6 maanden voor de vervulling van een functie als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. +**4.** Onze Minister geeft op verzoek een vaarbevoegdheidsbewijs af met een geldigheidsduur van ten hoogste 12 maanden voor de vervulling van een functie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b. -**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs waarvan de geldigheid langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet en deze met succes heeft afgesloten. +**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document. -**6.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document. +**6.** Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het tweede lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven. -**7.** Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het tweede lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven. - -**8.** Voor de afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT zijn, voor zover dat bij regeling van Onze Minister is bepaald, in plaats van de in het eerste tot en met zevende lid vermelde eisen de in die regeling vermelde eisen van toepassing. +**7.** Voor de afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT zijn, voor zover dat bij regeling van Onze Minister is bepaald, in plaats van de in het eerste tot en met zevende lid vermelde eisen de in die regeling vermelde eisen van toepassing. ### Artikel 9 @@ -608,27 +606,65 @@ b. in het bezit is van een certificaat ten bewijze van het gevolgd hebben van ee ### Artikel 36 -**1.** Van kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden die in de alarmrol zijn belast met de hulpverlening aan passagiers aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat zij geoefend zijn in groepsbegeleiding. +**1.** Van elke zeevarende aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat hij geoefend is in familiarisatie voor noodsituaties aan boord van passagiersschepen die is afgestemd op zijn taken aan boord in overeenstemming met voorschrift V/2, vijfde lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, onderdeel 1, van de STCW-Code, -**2.** Van alle zeevarenden aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen die direct betrokken zijn bij de dienstverlening aan passagiers in passagiersruimten, is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat zij geoefend zijn in dienstverlening aan passagiers. +**2.** Van elke zeevarende aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen die direct betrokken is bij de dienstverlening aan passagiers in passagiersruimten is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat hij geoefend is in dienstverlening aan passagiers in overeenstemming met voorschrift V/2, zesde lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, onderdeel 2, van de STCW-Code. -**3.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden die zijn belast met de hulpverlening aan passagiers in noodsituaties aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, zijn in het bezit van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag. +**3.** Van elke zeevarende die in de alarmrol is belast met de hulpverlening aan passagiers aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat hij geoefend is in groepsbegeleiding in overeenstemming met voorschrift V/2, zevende lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, onderdeel 3, van de STCW-Code. -**4.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, die zijn belast met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading of het sluiten van waterdichte deuren, zijn in het bezit van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp. +**4.** Elke zeevarende die in de alarmrol is belast met de hulpverlening aan passagiers in noodsituaties aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, is in het bezit van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag in overeenstemming met voorschrift V/2, achtste lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, onderdeel 4, van de STCW-Code. -**5.** Elke zeevarende belast met bijzondere taken aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een familiarisatietraining in overeenstemming met sectie A-I/14 van de STCW-Code. +**5.** Elke zeevarende die belast is met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading of het sluiten van waterdichte deuren van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen is in het bezit van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp in overeenstemming met voorschrift V/2, negende lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en sectie A-V/2, onderdeel 5, van de STCW-Code. **6.** -Een zeevarende als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, toont door middel van schriftelijk bewijs of een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan: +Een zeevarende als bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid toont door middel van schriftelijk bewijs of een certificaat, met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar, aan: -a. een passende herhalingstraining te hebben gevolgd; -b. in de voorgaande periode van 5 jaar ten minste 12 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip of een ro-ro passagiersschip; of -c. in de voorgaande periode van 6 maanden ten minste 3 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip of een ro-ro passagiersschip. +a. een passende training of herhalingstraining te hebben gevolgd; +b. in de voorgaande periode van 5 jaar ten minste 12 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip, of +c. in de voorgaande periode van 6 maanden ten minste 3 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip. -**7.** In plaats van de certificaten, bedoeld in het derde en vierde lid, kan worden volstaan met een aantekening van de door een zeevarende gevolgde training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht. +**7.** In plaats van een certificaat als bedoeld in het vierde of vijfde lid kan worden volstaan met een aantekening van de door de zeevarende gevolgde training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht. -**8.** Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op zeilschepen waarmee niet meer dan 36 passagiers vervoerd worden. +### Artikel 36a + +**1.** Kapiteins, eerste stuurlieden, eerste maritiem officieren, wachtstuurlieden en maritiem officieren van tankschepen of passagiersschepen die in open polaire wateren varen zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, eerste lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag. + +**2.** Kapiteins, eerste stuurlieden en eerste maritiem officieren van schepen die in andere polaire wateren varen zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, derde lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag. + +**3.** Wachtstuurlieden en maritiem officieren van schepen die in andere polaire wateren varen zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, eerste lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag. + +**4.** Zeevarenden die varen op schepen die in polaire wateren varen, zijn bekend met de apparatuur en de werkprocedures opgenomen in het operationeel handboek polaire wateren bedoeld in hoofdstuk 2 van de Polar Code. + +**5.** Een bekwaamheidsbewijs als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is geldig tot ten hoogste 5 jaar na de datum van afgifte. + +**6.** + +Een bekwaamheidsbewijs als bedoeld in het eerste tot en met derde lid wordt op verzoek vernieuwd indien de houder: + +a. in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van vernieuwing ten minste 2 maanden heeft dienstgedaan in een functie waarvoor het bezit van het bekwaamheidsbewijs vereist is als bedoeld in sectie A-I/11, onderdeel 4, onder 1, van de STCW-Code; +b. ervaring heeft opgedaan in een relevante functie waarbij de opgedane ervaring als gelijkwaardig kan worden beschouwd als bedoeld in sectie A-I/11, onderdeel 4, onder 2, van de STCW-Code, of +c. met goed gevolg een training heeft afgerond als bedoeld in sectie A-I/11, onderdeel 4, onder 4, van de STCW-Code. + +### Artikel 36b + +**1.** Zeevarenden die op grond van paragraaf 12.3.2 van de Polar code zijn belast met de uitvoering van paragraaf 12.3.1 van de Polar code zijn ten minste in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman voor het schip waarop gevaren wordt en zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, derde lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag. + +**2.** Artikel 36a, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 36c + +**1.** Artikel 36a, eerste lid, is niet van toepassing voor de kapitein, de eerste stuurman, eerste maritiem officier, de wachtstuurman of de maritiem officier van een tankschip of passagiersschip, dat in open polaire wateren vaart indien hij tijdens de uitoefening van zijn taken wordt geadviseerd door een zeevarende als bedoeld in artikel 36b. + +**2.** Artikel 36a, tweede en derde lid, is niet van toepassing voor de kapitein, de eerste stuurman, de eerste maritiem officier, de wachtstuurman of de maritiem officier van een passagiersschip of een tankschip dat in bergy wateren vaart, als bedoeld in voorschrift 12.3.2, onder 4, van de Polar Code indien hij tijdens de uitoefening van zijn taken wordt geadviseerd door een zeevarende als bedoeld in artikel 36b. + +**3.** Artikel 36a, tweede lid, is niet van toepassing voor de kapitein, de eerste stuurman of de eerste maritiem officier van een passagiersschip of een tankschip dat in andere polaire wateren dan bergy wateren vaart, als bedoeld in voorschrift 12.3.2, onder 4, van de Polar Code indien hij in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, eerste lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag en hij tijdens de uitoefening van zijn taken wordt geadviseerd door een zeevarende als bedoeld in artikel 36b. + +### Artikel 36d + +**1.** Artikel 36a, tweede en derde lid, is niet van toepassing voor de kapitein, de eerste stuurman, de eerste maritiem officier, de wachtstuurman of de maritiem officier van een schip, niet zijnde een passagiersschip of een tankschip dat in andere polaire wateren vaart met een ijsconcentratie van 2/10 of minder, als bedoeld in voorschrift 12.3.2, onder 4 en 5, van de Polar Code indien hij tijdens de uitoefening van zijn taken wordt geadviseerd door een zeevarende als bedoeld in artikel 36b. + +**2.** Artikel 36a, tweede en derde lid, is niet van toepassing voor de kapitein, de eerste stuurman of de eerste maritiem officier van een schip, niet zijnde een passagiersschip of tankschip, dat in andere polaire wateren vaart met een ijsconcentratie van meer dan 2/10, als bedoeld in voorschrift 12.3.2, onder 5, van de Polar Code indien hij tijdens de uitoefening van zijn taken wordt geadviseerd door een zeevarende als bedoeld in artikel 36b, en hij in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar Code, bedoeld in voorschrift V/4, eerste lid, van de bijlage bij het STCW-Verdrag. ### Paragraaf 3. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzonder voortbewogen schepen @@ -991,7 +1027,7 @@ d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van Onze Minister ten behoeve v Bij het verzoek om afgifte van een monsterboekje worden de volgende bescheiden overgelegd: a. een geldig paspoort of ander geldig nationaliteitsbewijs van de houder; -b. twee identieke, recente, goedgelijkende pasfoto's van de aanvrager, zo mogelijk zonder hoofddeksel, van ongeveer 4 cm hoogte en 3 cm breedte, zodanig dat de afbeelding voor ongeveer drievierde de ene gelaatshelft en voor ongeveer één-vierde de andere weergeeft; de pasfoto's vertonen geen beschadigingen en zijn aan de achterzijde voorzien van de naam van de aanvrager; +b. een recente pasfoto; c. een niet langer dan 6 maanden voor de aanvraag afgegeven, de aanvrager betreffend gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisregistratie personen; d. de bewijsstukken, waardoor wordt aangetoond dat de aanvrager aan artikel 97 voldoet; e. zo nodig aanvullende informatie, die nodig is om de gegevens, bedoeld in artikel 99, in het monsterboekje te kunnen opnemen. @@ -1450,11 +1486,25 @@ Verklaringen als bedoeld in artikel 123, eerste en tweede lid, van dit besluit, ### Artikel 125bb -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Artikel 36a, eerste of derde lid, is tot 1 juli 2020 niet van toepassing indien de zeevarende: + +a. in de periode van 5 jaar voorafgaand aan 1 juli 2018 ten minste 3 maanden heeft dienstgedaan als dekofficier en taken heeft uitgevoerd op operationeel- of managementniveau op een schip varend in polaire wateren, of +b. een training heeft gevolgd en afgerond met goed gevolg die voldoet aan sectie B-V/g van de STCW-Code. + +**2.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar Code, bedoeld in artikel 36a, eerste of derde lid. ### Artikel 125cc -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Artikel 36a, tweede lid, is tot 1 juli 2020 niet van toepassing indien de zeevarende: + +a. in de periode van 5 jaar voorafgaand aan 1 juli 2018 ten minste 3 maanden heeft dienstgedaan als dekofficier en taken heeft uitgevoerd op operationeel- of managementniveau op schip varend in polaire wateren, of +b. een training heeft gevolgd en afgerond met goed gevolg die voldoet aan sectie B-V/g van de STCW-Code. + +**2.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar Code, bedoeld in artikel 36a, tweede lid. ### Artikel 126