2025-02-15 | BWBR0049613 | Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025
This commit is contained in:
parent
e470ba9c5f
commit
13fbfb582e
1 changed files with 183 additions and 30 deletions
|
|
@ -1,21 +1,29 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025
|
||||
titel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
bwb_id: BWBR0049613
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-04-25'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-02-15'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049613
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025
|
||||
# Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aspirant-expertscholen:* vestigingen die deelnemen aan het aspirant-traject expertscholen, en zo worden opgeleid tot expertschool;
|
||||
- *aspirant-traject expertscholen:* opleidingsprogramma voor aspirant-expertscholen waarin de vestiging wordt opgeleid tot expertschool, waarbinnen expertise van de vestiging wordt vastgesteld en een leertraject wordt ontwikkeld waarmee de school andere scholen kan begeleiden;
|
||||
- *aanbieder:*
|
||||
|
||||
a. voor de uitvoering van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject: Groeikracht of Transformatieve School;
|
||||
b. voor de uitvoering van het leertraject: de desbetreffende expertiseschool;
|
||||
c. voor de uitvoering van het aspirant-traject expertisescholen: programmabureau Ontwikkelkracht;
|
||||
d. voor de uitvoering van de co-creatielabs: Education Lab Netherlands;
|
||||
- *aspirant-expertisescholen:* vestigingen die deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen, en zo worden opgeleid tot expertiseschool;
|
||||
- *aspirant-traject expertisescholen:* opleidingsprogramma voor aspirant-expertisescholen waarin de vestiging wordt opgeleid tot expertiseschool, waarbinnen expertise van de vestiging wordt vastgesteld en een leertraject wordt ontwikkeld waarmee de school andere scholen kan begeleiden;
|
||||
- *bevoegd gezag:* bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1 van de WEC of artikel 1.1 van de WVO 2020;
|
||||
- *co-creatielab:* thematisch lab binnen het programma Ontwikkelkracht waarin onderwijsprofessionals en onderzoekers samenwerken aan effectieve aanpakken voor onderwerpen waar vanuit vestigingen grote behoefte aan is;
|
||||
- *co-creërende vestiging:* vestiging die in een co-creatielab samen met onderzoekers co-creëert en zo meewerkt aan het ontwikkelen van effectieve aanpakken;
|
||||
|
|
@ -23,19 +31,20 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
- *DUS-I:* Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
|
||||
- *Education Lab Netherlands:* onderzoeksnetwerk dat werkt aan de verbetering van het onderwijs en dat optreedt als organisator van de co-creatielabs binnen het programma Ontwikkelkracht;
|
||||
- *evidence-informed interventie:* wetenschappelijk bewezen aanpak of werkwijze die bijdraagt aan onderwijsverbetering, waarbij zowel kennis uit onderzoek als praktijkkennis is toegepast;
|
||||
- *expertiseschool:* vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en die een evidence-informed interventie hanteert, evidence-informed werkt, een sterke onderzoeks- en verbetercultuur heeft en vanuit deze expertise andere vestigingen helpt om deze interventie in de context van de eigen vestiging te implementeren;
|
||||
- *expertleraar:* leraar die bekwaam is in een evidence-informed interventie, hierbij gebruikmaakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, en die vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied;
|
||||
- *expertschool:* vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en die een evidence-informed interventie hanteert, evidence-informed werkt, een sterke onderzoeks- en verbetercultuur heeft en vanuit deze expertise andere vestigingen helpt om deze interventie in de context van de eigen vestiging te implementeren;
|
||||
- *expertschoolleider:* schoolleider die bekwaam is in een evidence-informed interventie, met het schoolteam evidence-informed werkt en die andere vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied;
|
||||
- *funderend onderwijs:* onderwijs dat wordt gegeven op een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de WPO, op een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de WVO 2020, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs en een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC.
|
||||
- *intakegesprek:* gesprek voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject, het aspirant-traject expertisescholen, het leertraject of het co-creatielab waar de subsidieaanvraag op zou zijn gericht, waarin de ontwikkelvraag van de vestiging wordt besproken en bekeken wordt in hoeverre het aanbod van de aanbieder hierbij aansluit;
|
||||
- *Kaderregeling:*
|
||||
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
|
||||
- *leertraject expertiseschool:* opleidingsprogramma van een expertiseschool waarin deelnemende onderwijsprofessionals begeleid of opgeleid worden in het toepassen en implementeren van een evidence-informed interventie;
|
||||
- *leraar:* personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in artikel 3 van de WPO, artikel 3 van de WEC, artikel 3 van de WPO BES of artikel 7.8 van de WVO 2020;
|
||||
- *leertraject expertschool:* opleidingsprogramma van een expertschool waarin deelnemende onderwijsprofessionals begeleid of opgeleid worden in het toepassen en implementeren van een evidence-informed interventie;
|
||||
- *lerende school:* vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en van een expertiseschool een evidence-informed interventie leert;
|
||||
- *Minister:* Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
|
||||
- *Nationaal Groeifonds:* fonds als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds;
|
||||
- *onderwijsprofessional:* lid van het personeel, bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
|
||||
- *onderzoeks- en verbetercultuur:* cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen zich richten op het definiëren en behalen van de gewenste onderwijskwaliteit door middel van een constructief-kritische houding en continu streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen;
|
||||
- *ontwikkelschool:* vestiging die deelneemt aan het programma Ontwikkelkracht en van een expertschool een evidence-informed interventie leert;
|
||||
- *penvoerder:* bevoegd gezag in een samenwerking dat namens de samenwerking subsidie aanvraagt;
|
||||
- *primair onderwijs:* onderwijs dat gegeven wordt op een school of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO, onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO BES;
|
||||
- *programma Ontwikkelkracht:* programma dat is gericht op het versterken van de kennisinfrastructuur en de onderzoeks- en verbetercultuur in het funderend onderwijs;
|
||||
|
|
@ -45,6 +54,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
- *samenwerkingsovereenkomst:* ondertekende overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen in een samenwerking;
|
||||
- *school:* uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020, artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WPO BES met inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
|
||||
- *schooljaar:* schooljaar als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WVO 2020;
|
||||
- *verkennend gesprek:* gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit;
|
||||
- *vestiging:* hoofdvestiging van een school, of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO, hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 76a van de WEC, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
|
||||
- *voortgezet onderwijs:* onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
|
||||
- *WEB:*
|
||||
|
|
@ -70,20 +80,26 @@ Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
|
|||
|
||||
De subsidie kan worden aangevraagd voor de uitvoering van één of meer van de volgende activiteiten:
|
||||
|
||||
a. deelname aan het aspirant-traject expertscholen;
|
||||
a. deelname aan het aspirant-traject expertisescholen;
|
||||
b. deelname aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject;
|
||||
c. als ontwikkelschool deelnemen aan het leertraject van een expertschool;
|
||||
c. als lerende school deelnemen aan het leertraject van een expertiseschool;
|
||||
d. deelname als een co-creërende vestiging in een co-creatielab;
|
||||
e. deelname als een deelnemende vestiging in een co-creatielab; of
|
||||
f. het aanbieden van leertrajecten aan ontwikkelscholen als expertschool.
|
||||
f. het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een subsidieaanvraag kan geen betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen aan het aspirant-traject expertscholen of het aanbieden van leertrajecten aan ontwikkelscholen als expertschool;
|
||||
a. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen of het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool;
|
||||
b. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab; of
|
||||
c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject expertscholen alsmede het aanbieden van leertrajecten aan ontwikkelscholen als expertschool.
|
||||
c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen alsmede het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanvraagronde 2024
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor het schooljaar 2024/2025.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -95,7 +111,7 @@ c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject exper
|
|||
|
||||
**4.** In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject.
|
||||
|
||||
**5.** In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertschool die een leertraject aanbiedt.
|
||||
**5.** In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt.
|
||||
|
||||
**6.** Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen van eigen scholen een aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,24 +186,24 @@ e. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3,
|
|||
1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het traject van vraagarticulatie; en
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject;
|
||||
f. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertscholen heeft deelgenomen:
|
||||
f. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen:
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 4, derde lid, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven;
|
||||
4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als ontwikkelscholen; en
|
||||
5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor vestigingen die deelnemen als ontwikkelscholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025.
|
||||
g. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet aan het aspirant-traject expertscholen heeft deelgenomen:
|
||||
4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en
|
||||
5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025.
|
||||
g. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen:
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is;
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft;
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een evidence-informed werkwijze hanteert;
|
||||
6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meerdere leertrajecten als expertschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meerdere leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
7°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven;
|
||||
8°. een beschrijving van het aanbod en studieprogramma van de expertschool en de vereisten voor deelname van de ontwikkelscholen; en
|
||||
9°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor ontwikkelscholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025.
|
||||
8°. een beschrijving van het aanbod en studieprogramma van de expertiseschool en de vereisten voor deelname van de lerende scholen; en
|
||||
9°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen voor lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2024/2025.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,7 +216,7 @@ d. indien het bevoegd gezag of de penvoerder een aanvraag indient voor de activi
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voor verstrekking van de subsidie op grond van deze regeling is in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.248.770,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.
|
||||
**1.** Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.248.770,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -226,7 +242,7 @@ b. € 34.980,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder
|
|||
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f en een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per ontwikkelschool van € 8.480,–.
|
||||
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f en een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -237,7 +253,7 @@ b. € 93.280,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder
|
|||
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per ontwikkelschool van € 8.480,–.
|
||||
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
|
||||
|
||||
**3.** Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,12 +266,12 @@ In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling worden aan de subsidieontvange
|
|||
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd binnen de periode die de Minister in de beschikking bepaalt;
|
||||
b. per vestiging neemt ten minste het volgend aantal onderwijsprofessionals per schooljaar deel aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt:
|
||||
|
||||
1°. vier personen waaronder ten minste één schoolleider aan het aspirant-traject voor expertscholen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
1°. vier personen waaronder ten minste één schoolleider aan het aspirant-traject voor expertisescholen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
2°. vijftien personen, indien het een vestiging in het primair onderwijs betreft of veertig personen, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
3°. vijf personen waaronder ten minste één schoolleider aan een leertraject aangeboden door een expertschool, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
|
||||
3°. vijf personen waaronder ten minste één schoolleider aan een leertraject aangeboden door een expertiseschool, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
|
||||
4°. twee personen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
5°. één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e;
|
||||
6°. vier personen waaronder ten minste één schoolleider voor het uitvoeren van de werkzaamheden als expertschool, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
6°. vier personen waaronder ten minste één schoolleider voor het uitvoeren van de werkzaamheden als expertiseschool, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
c. de subsidieontvanger deelt actief zijn kennis met andere vestigingen;
|
||||
d. de subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, zendt jaarlijks vóór 1 oktober een activiteitenverslag aan de Minister, waarin verslag wordt gedaan van de realisatie van de in het activiteitenplan genoemde activiteiten;
|
||||
e. de subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen d en e:
|
||||
|
|
@ -269,6 +285,143 @@ e. de subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor de activiteiten, bedoeld in a
|
|||
|
||||
**4.** Voor subsidies vanaf € 125.000 geldt dat de subsidieontvanger op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag zendt over de gehele subsidieperiode aan de Minister. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Aanvraagronde 2025
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor het schooljaar 2025/2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
**1.** Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2024/2025 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag;
|
||||
b. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag;
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, een intakegesprek met het programmabureau;
|
||||
b. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, het intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject;
|
||||
c. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, het intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt;
|
||||
d. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen d of e, het intakegesprek met Education Lab Netherlands.
|
||||
|
||||
**4.** Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor vestigingen van eigen scholen per activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, een aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door een penvoerder.
|
||||
|
||||
**6.** Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e, kan worden ingediend van 10 maart 2025, 9.00 uur, tot en met 27 juni 2025, 16.00 uur.
|
||||
|
||||
**7.** Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f, kan worden ingediend van 10 maart 2025, 9.00 uur, tot en met 27 juni 2025, 16.00 uur en van 1 oktober 2025, 9.00 uur, tot en met 28 november 2025, 16.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling ten minste wordt opgenomen:
|
||||
|
||||
a. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a:
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is;
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; en
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging in een bepaald leergebied een evidence-informed werkwijze of aanpak hanteert;
|
||||
b. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b:
|
||||
|
||||
1°. een omschrijving van de vraag of doelstelling die de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur;
|
||||
2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst;
|
||||
3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft;
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur zich committeren aan het traject;
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; en
|
||||
6°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de wijze waarop het traject op de desbetreffende vestiging organisatorisch wordt vormgegeven;
|
||||
c. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c:
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b, zesde lid, met de expertiseschool die het te volgen leertraject aanbiedt;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het leertraject;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; en
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat er in het team voldoende draagvlak is om de lessen uit het leertraject duurzaam in de school te borgen;
|
||||
d. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d:
|
||||
|
||||
1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking in staat is de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie;
|
||||
4°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, welke rol eenieder heeft en de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject;
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; en
|
||||
6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers;
|
||||
e. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e:
|
||||
|
||||
1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om deel te nemen aan het project en de activiteiten van het co-creatielab; en
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject;
|
||||
f. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen;
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b, derde lid, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals, de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven;
|
||||
4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en
|
||||
5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen, ten minste vier en ten hoogste zes plaatsen, voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2025/2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 9d
|
||||
|
||||
De weigeringsgronden, bedoeld in artikel 6, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 6, onderdeel a, voor ‘de gesprekken’ wordt gelezen de gesprekken als bedoeld in artikel 9b, eerste, tweede of derde lid en bij artikel 6, onderdeel d, voor ‘peildatum 1 januari 2024’ wordt gelezen ‘peildatum 1 januari 2025’.
|
||||
|
||||
### Artikel 9e
|
||||
|
||||
**1.** Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 19.378.831,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
|
||||
|
||||
a. € 1.601.689,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, waarbij in het schooljaar 2025/2026 ten hoogste tien vestigingen in het primair onderwijs en zeven vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen;
|
||||
b. € 13.111.480,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, waarbij in het schooljaar 2025/2026 ten hoogste zesentachtig vestigingen in het primair onderwijs en zesentachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen;
|
||||
c. € 1.814.400,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste achtenveertig vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste vierentwintig vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste tweeënzeventig vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
|
||||
d. € 446.179,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
|
||||
e. € 991.615,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, waarbij in het schooljaar 2025/2026 in totaal voor ten hoogste negentig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en
|
||||
f. € 1.413.468,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, waarbij in het schooljaar 2025/2026 voor ten hoogste twaalf vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** In aanvulling op het tweede lid, onderdeel b, geldt voor het primair onderwijs dat het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten vanuit de aanbieder Groeikracht en de aanbieder Transformatieve school respectievelijk eenenzestig en vijfentwintig bedraagt. Het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten voor het voortgezet onderwijs bedraagt zesentwintig vanuit Groeikracht en zestig vanuit de Transformatieve School.
|
||||
|
||||
**4.** De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
|
||||
|
||||
**3.** Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
|
||||
|
||||
### Artikel 9g
|
||||
|
||||
De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 9, derde lid, voor ‘kalenderjaar 2025’ wordt gelezen ‘kalenderjaar 2026’.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie waarbij het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 125.000,– bedraagt, wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag.
|
||||
|
|
@ -299,4 +452,4 @@ De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing lat
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025.
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue