2005-12-29 | BWBR0019152 | Reïntegratiebesluit
This commit is contained in:
parent
ef6fea46d4
commit
14036a9e71
1 changed files with 69 additions and 109 deletions
|
|
@ -10,54 +10,49 @@ citeertitel: Reïntegratiebesluit
|
|||
|
||||
# Reïntegratiebesluit
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomensvoorziening op grond van de WAZ, de Wajong of de WAO;
|
||||
b. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
d. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
|
||||
e. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op artikel 10g van de Participatiewet, de artikelen 34a, eerste en derde lid, 35, vijfde lid en 36, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, van de Wet WIA, de artikelen 65c, vijfde lid, en 65d, vierde lid, van de WAO, de artikelen 2:22, vierde lid, 2:23, eerste en derde lid, 3:67, vijfde lid, en 3:68, vierde lid, van de Wajong en de artikelen 67a, vijfde lid, en 67b, vierde lid, van de WAZ.
|
||||
a. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, de WAJONG of de WAO;
|
||||
b. Wet IWIA: Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
c. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
d. WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
e. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
|
||||
f. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA of een voorziening als bedoeld in de artikelen 34a, eerste lid, en 35 van de Wet WIA en 2:22 en 2:23, eerste lid, van de Wajong wordt niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft:
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA of een voorziening als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, artikel 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA, wordt niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft:
|
||||
|
||||
a. die algemeen gebruikelijk is; of
|
||||
b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een in dat lid bedoelde subsidie of voorziening worden verstrekt respectievelijk worden verleend indien deze dient ter vergoeding van kosten of voorzieningen waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is en die vrijwel uitsluitend is geïndiceerd voor de werksituatie, dan wel vrijwel uitsluitend kan worden gebruikt voor of in de werksituatie.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op de verlening van een voorziening in de vorm van een hulpmiddel gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening.
|
||||
**3.** Bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA wordt niet verstrekt indien de kosten, bedoeld in dat artikel, minder bedragen dan 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals dat artikel luidde op 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt, gedeeld door 21,75.
|
||||
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA wordt niet verstrekt indien de kosten, bedoeld in dat artikel, minder bedragen dan 1,85 maal het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals laatstgenoemd artikel luidde op 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gezamenlijke waarde van voorzieningen waarvoor in een kalenderjaar een subsidie is aangevraagd als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA, een bedrag ter hoogte van 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, overtreft, kan het UWV de werkgever subsidie verstrekken ter hoogte van die gezamenlijke waarde.
|
||||
**2.** Indien de gezamenlijke waarde van voorzieningen waarvoor in een kalenderjaar een subsidie is aangevraagd als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA, een bedrag ter hoogte van 1,85 maal het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag overtreft, kan het UWV de werkgever subsidie verstrekken ter hoogte van die gezamenlijke waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de verlening van voorzieningen als bedoeld in de artikelen 34a, eerste lid, en 35 van de Wet WIA en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong.
|
||||
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de verlening van voorzieningen als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Een voorziening als bedoeld in de artikelen 34a, eerste lid, en 35 van de Wet WIA en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong wordt slechts verleend indien deze in overwegende mate op het individu is gericht.
|
||||
Een voorziening als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, de artikelen 34, tweede lid, en 35 van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG, 67c van de WAZ en artikel 2.17 van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien deze in overwegende mate op het individu is gericht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Voorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wajong, worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd of voortzetting van een verleende voorziening wordt overwogen, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
**1.** Vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wet WIA, worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd of voortzetting van een verleende voorziening wordt overwogen, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van het eerste lid de som van het inkomen over het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,45 +70,25 @@ c. kan worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt bij de verlening
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, derde lid, van de Wajong wordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd.
|
||||
**1.** Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Wet WIA of artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd.
|
||||
|
||||
**2.** Na beëindiging van een vervoersvoorziening, verleend op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA of artikel 2:22, eerste lid van de Wajong wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden.
|
||||
**2.** Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA wordt slechts verleend indien op grond van artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA een vervoersvoorziening is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Na beëindiging van een vervoersvoorziening, verleend op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA of artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA, wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De verlening van een intermediaire activiteit als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de Wet WIA en artikel 2:22, tweede lid, onderdeel b, van de Wajong, vindt plaats door vergoeding van de kosten voor de bemiddeling bij het vinden van en voor het gebruik van een intermediaire activiteit.
|
||||
**1.** De verlening van een intermediaire activiteit als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de Wet WIA, vindt plaats door vergoeding van de kosten voor de bemiddeling bij het vinden van en voor het gebruik van een intermediaire activiteit.
|
||||
|
||||
**2.** De voorziening, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste worden verleend voor het aantal uren dat overeenkomt met 15% van het aantal uren dat de persoon met een auditieve, visuele of motorische handicap per kalenderjaar in dienstbetrekking werkzaam is of van de tijd dat de persoon deelneemt aan re-integratieactiviteiten.
|
||||
**2.** De voorziening, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste worden verleend voor het aantal uren dat overeenkomt met 15% van het aantal door de persoon met een auditieve, motorische en visuelehandicap te werken uren per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Het UWV kan van het in het tweede lid bedoelde percentage afwijken voorzover toepassing daarvan, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
In afwijking van het tweede lid kan het UWV voor een hoger percentage toekennen indien:
|
||||
|
||||
a. de persoon met een auditieve, visuele of motorische handicap daartoe een onderbouwd verzoek doet; en
|
||||
b. het aangevraagde aantal aanvullende uren naar het oordeel van het UWV in redelijke verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
**1.** De tolkvoorziening, bedoeld in artikel 10g, tweede lid, van de Participatiewet, wordt toegekend voor ten hoogste 15% van het aantal uren dat de persoon met een auditieve beperking per kalenderjaar in dienstbetrekking werkzaam is of als zelfstandige arbeid verricht of van de tijd dat de persoon deelneemt aan re-integratieactiviteiten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan het UWV voor een hoger percentage toekennen indien:
|
||||
|
||||
a. de persoon met auditieve beperking daartoe een onderbouwd verzoek doet; en
|
||||
b. het aangevraagde aantal aanvullende uren naar het oordeel van het UWV in redelijke verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** De tolkvoorziening wordt toegekend indien de persoon een verklaring heeft van de huisarts of behandelend medisch specialist waaruit blijkt dat deze persoon op tolkvoorzieningen is aangewezen. Deze verklaring wordt eenmalig door het UWV gevraagd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de uitvoering van artikel 10g van de Participatiewet kan het UWV gebruik maken van de verklaringen omtrent de auditieve handicap van de persoon, die het UWV heeft verkregen voor de uitvoering van de aanspraken op tolkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet overige OCW-subsidies, of voor de verlening van een intermediaire activiteit ten behoeve van die persoon op grond van artikel 7 of 14.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
De activiteiten van tolken kunnen alleen als tolkvoorziening als bedoeld in artikelen 7, 7a en 14 worden toegekend als de tolken staan ingeschreven in het openbaar register van de Stichting Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken.
|
||||
**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verlening van een intermediaire activiteit op grond van artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan indien een of meer feiten op grond waarvan een voorziening als bedoeld in artikel 35 van de Wet WIA of artikel 2:22 van de Wajong is verleend, zodanig wijzigen dat de verlening van de voorziening niet langer is aangewezen, of indien een met betrekking tot een voorziening afgesloten bruikleencontract afloopt, een belanghebbende de niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleende voorziening doen behouden of doen kopen, voor een prijs die de op dat moment in het maatschappelijke verkeer geldende waarde van een dergelijke voorziening niet te boven gaat.
|
||||
**1.** Het UWV kan indien een of meer feiten op grond waarvan een voorziening als bedoeld in artikel 35 van de Wet WIA of artikel 2.17 van de Wet IWIA is verleend, zodanig wijzigen dat de verlening van de voorziening niet langer is aangewezen, of indien een met betrekking tot een voorziening afgesloten bruikleencontract afloopt, een belanghebbende de niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleende voorziening doen behouden of doen kopen, voor een prijs die de op dat moment in het maatschappelijke verkeer geldende waarde van een dergelijke voorziening niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de voorziening, bedoeld in het eerste lid, een vervoermiddel betreft, wordt bij het bepalen van de prijs, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de voorziening zonder specifieke aanpassingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,12 +96,10 @@ De activiteiten van tolken kunnen alleen als tolkvoorziening als bedoeld in arti
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA verstrekt de werkgever ten minste de volgende gegevens:
|
||||
Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA verstrekt de werkgever ten minste de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. het aansluitingsnummer van de werkgever bij het UWV;
|
||||
b. het burgerservicenummer van de werknemer;
|
||||
b. het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer;
|
||||
c. de naam van de werknemer;
|
||||
d. de datum van aanvang, de aard en de omvang van de dienstbetrekking;
|
||||
e. het loon van de werknemer;
|
||||
|
|
@ -135,8 +108,6 @@ g. een onderbouwing van de noodzaak tot het maken van de kosten;
|
|||
h. gegevens waaruit blijkt op grond waarvan de werknemer volgens de werkgever een structurele functionele beperking heeft; en
|
||||
i. een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO of artikel 25, tweede lid, van de Wet WIA.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Wet WIA, verstrekt de werkgever tenminste de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d en f tot en met h.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Bij de beoordeling en de berekening van de kosten, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA, wordt de omzetbelasting buiten beschouwing gelaten, tenzij de werkgever aantoont dat deze door hem niet kan worden verrekend.
|
||||
|
|
@ -149,64 +120,56 @@ i. een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO of art
|
|||
|
||||
Indien de werkgever een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA in dienst heeft gehouden, bedraagt het in dat onderdeel bedoeld bedrag:
|
||||
|
||||
a. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; en
|
||||
b. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het in onderdeel a bedoelde minimumloon bedraagt.
|
||||
a. € 450,–, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; en
|
||||
b. € 2000,–, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het in onderdeel a bedoelde minimumloon bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de werkgever een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA in dienst heeft genomen, bedraagt het in dat onderdeel bedoelde bedrag:
|
||||
|
||||
a. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt; en
|
||||
b. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt.
|
||||
a. € 1350,–, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt; en
|
||||
b. € 6000,–, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de subsidie, bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA wordt verstrekt ten behoeve van een werknemer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA voor wie de werkgever geen korting als bedoeld in artikel 49 van de Wet financiering sociale verzekeringen kan toepassen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een beschikking tot subsidieverstrekking kan op aanvraag van de werkgever door het UWV worden herzien, indien de periode van drie respectievelijk één jaar, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de Wet WIA, voortijdig wordt beëindigd op initiatief van de werknemer of omdat de werknemer wegens arbeidsongeschiktheid definitief niet in de dienstbetrekking terugkeert, terwijl de werkgever kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Wet WIA. De bedragen, bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA, worden verlaagd naar evenredigheid van de kortere duur van de dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
Een subsidie op grond van artikel 36, vierde lid, van de Wet WIA met betrekking tot de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA en artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, van de Wajong, kan worden verleend, indien:
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het UWV nadat de kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn gemaakt, vaststelt dat bij de werkgever geen passende arbeid aanwezig is.
|
||||
|
||||
a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong, gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken;
|
||||
b. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten;
|
||||
c. de omvang en de kwaliteit van de door de werkgever geboden persoonlijke ondersteuning passend is;
|
||||
d. de persoon voor wie subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met de persoonlijke ondersteuning door de werkgever; en
|
||||
e. de persoon voor wie subsidie wordt gevraagd geen persoonlijke ondersteuning krijgt, als bedoeld in artikel 18.
|
||||
|
||||
**2.** De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.
|
||||
|
||||
**3.** Het UWV kan van de in het tweede lid bedoelde percentages afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Voorzieningen t.b.v. zelfstandigenarbeid
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA, en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong vervoersvoorzieningen verlenen die ertoe strekken dat die persoon zijn werkplek of opleidingslocatie kan bereiken.
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ vervoersvoorzieningen verlenen die ertoe strekken dat die persoon zijn werkplek of opleidingslokatie kan bereiken.
|
||||
|
||||
**2.** Het UWV kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid op aanvraag vervoersvoorzieningen verlenen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Op de verlening en beëindiging van voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn de artikelen 5, 6 en 8 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Op de verlening van voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn de artikelen 5, 6 en 8 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het UWV kan een voorziening als bedoeld in het eerste lid gedurende ten hoogste zes maanden verlengen indien het recht op die voorziening eindigt omdat de in het eerste lid bedoelde persoon ten gevolge van het verrichten van arbeid als zelfstandige geen recht meer heeft op een uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong met een auditieve, visuele of motorische handicap intermediaire activiteiten verlenen.
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ met een auditieve, visuele of motorische handicap intermediaire activiteiten verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid.
|
||||
**2.** Artikel 7, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het UWV kan een voorziening als bedoeld in het eerste lid gedurende ten hoogste twee maanden verlengen indien het recht op die voorziening eindigt omdat de in het eerste lid bedoelde persoon ten gevolge van het verrichten van arbeid als zelfstandige geen recht meer heeft op een uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal een lening of borgtocht verstrekken tot ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag indien:
|
||||
Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 52d van de Ziektewet, artikel 34, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 65e van de WAO, artikel 59b van de WAJONG of artikel 67c van de WAZ, ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal een lening of borgtocht verstrekken ter hoogte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag indien:
|
||||
|
||||
a. de arbeidsmarktpositie van die persoon daartoe aanleiding geeft; en
|
||||
b. het starten van het bedrijf naar het oordeel van het UWV voor betrokkene een reële optie is, gelet op diens beperking als gevolg van de handicap en het door hem opgestelde bedrijfsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Het UWV kan op aanvraag van de persoon, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding verstrekken voor de kosten van begeleiding ten behoeve van de start van een bedrijf voor de duur van ten hoogste één jaar na de start van het bedrijf, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
|
||||
|
||||
**3.** Een vergoeding van de kosten van begeleiding ten behoeve van de start van een bedrijf, bedoeld in het tweede lid, vindt niet plaats aan personen als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet SUWI of personen met wie een individuele re-integratieovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit SUWI.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het UWV verstrekt geen lening of borgtocht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, indien:
|
||||
|
||||
|
|
@ -214,33 +177,13 @@ a. die persoon surséance van betaling heeft aangevraagd;
|
|||
b. die persoon failliet is verklaard en het faillissement voortduurt; of
|
||||
c. er ten aanzien van het faillissement van die persoon geen schuldsanering heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**5.** Het maximale bedrag van de lening of de borgtocht, bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van het bedrag is gebaseerd en door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong voorzieningen verstrekken ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de aanvrager zijn afgestemd.
|
||||
|
||||
**2.** Op de verlening van voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 8, eerste lid, en artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15b
|
||||
|
||||
**1.** Voorzieningen als bedoeld in de artikelen 14 en 15a worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het vierde kalenderjaar dan wel een daarop volgend jaar, na de aanvang van de arbeid als zelfstandige, meer bedraagt dan 261 maal 157% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van dat artikellid de som van het inkomen over het in dat artikellid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, waarbij kan worden bepaald dat bij de vaststelling van het inkomen mede in aanmerking wordt genomen het inkomen van de echtgenoot, de partner of een ander gezinslid van de in het eerste lid bedoelde persoon.
|
||||
|
||||
**4.** Beëindiging van de voorziening wegens overschrijding van de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van de datum gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen beëindiging in kennis is gesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van vervoersvoorzieningen ten aanzien waarvan op grond van artikel 5, vierde lid, onderdeel c, is bepaald dat artikel 5, eerste lid, daarop niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Loon- en inkomenssuppletie
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c van de WAO, artikel 67a van de WAZ en de artikelen 2:25 en 3:67 van de Wajong, bedraagt:
|
||||
De hoogte van de loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c van de WAO, artikel 67a van de WAZ of artikel 59f van de WAJONG, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. gedurende het eerste jaar 100%,
|
||||
b. gedurende het tweede jaar 75%,
|
||||
|
|
@ -268,7 +211,7 @@ niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in artike
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 65d van de WAO, artikel 67b van de WAZ en de artikelen 2:26 en 3:68 van de Wajong, bedraagt:
|
||||
De hoogte van de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 65d van de WAO, artikel 67b van de WAZ of artikel 59g van de WAJONG, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. gedurende het eerste jaar 100%,
|
||||
b. gedurende het tweede jaar 75%,
|
||||
|
|
@ -296,24 +239,41 @@ niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA en artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, van de Wajong, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning.
|
||||
**1.** De persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De persoonlijke ondersteuning wordt slechts verleend indien:
|
||||
|
||||
a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong, gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken;
|
||||
b. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong bedoelde bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten;
|
||||
c. de persoonlijke ondersteuning wordt gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het UWV erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning als bedoeld in onderdeel a; en
|
||||
d. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong bedoelde persoon niet heeft ingestemd met persoonlijke ondersteuning door de werkgever, als bedoeld in artikel 12.
|
||||
a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken;
|
||||
b. de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten; en
|
||||
c. de persoonlijke ondersteuning wordt gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het UWV erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning als bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong bedoelde bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.
|
||||
**3.** De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt.
|
||||
|
||||
**4.** Het UWV kan van de in het derde lid bedoelde percentages afwijken voorzover toepassing daarvan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van de Wet IWIA, worden uitsluitend verstaan:
|
||||
|
||||
a. vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de persoon, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet IWIA, zijn opleidingslokatie kan bereiken;
|
||||
b. intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een auditieve handicap;
|
||||
c. meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de opleidingslocatie en de bij de opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de persoon, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet IWIA, zijn afgestemd.
|
||||
|
||||
**2.** Op de verlening van voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, derde lid, van de Wet IWIA zijn de artikelen 5, 6 en 8 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onder voorzieningen als bedoeld in artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Wet IWIA worden niet verstaan:
|
||||
|
||||
a. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
b. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of aanvullingen op die voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald;
|
||||
c. personele onderwijsfaciliteiten, waaronder in ieder geval worden verstaan activiteiten als remedial teaching, ambulante begeleiding of het geven van begeleidingslessen;
|
||||
d. voorzieningen voor het vervoer van leerlingen naar en van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs, tenzij artikel V van de wet van 17 januari 2002 houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervoer van leerlingen (Stb. 59) van toepassing is;
|
||||
e. voorzieningen verband houdende met dyslexie.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -323,7 +283,7 @@ Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in de artikelen 29b en 90 van d
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Artikel 2, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van het Besluit van 12 december 2012, tot wijziging van het Reïntegratiebesluit in verband met het uitsluiten van de verstrekking van hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie (Stb. 656) blijft van toepassing op de verlening van een voorziening in de vorm van een uitwendig hulpmiddel gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie, indien deze is aangevraagd voor de dag van inwerkingtreding van dat besluit.
|
||||
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de persoon ten aanzien van wie de bruikleen van een vervoermiddel, met inachtneming van artikel 23 van de Wet voorzieningen gehandicapten na inwerkingtreding van die wet is voortgezet.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue