2010-10-10 | BWBR0002810 | Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart
This commit is contained in:
parent
a28fd384a0
commit
14173af60b
1 changed files with 25 additions and 31 deletions
|
|
@ -19,22 +19,16 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze Rijkswet bepaalde wordt verstaa
|
|||
a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
b. "schip onder de vlag van het Koninkrijk":
|
||||
|
||||
1°. een Nederlands schip in de zin van de artikelen 311 en 312 van het Nederlandse Wetboek van Koophandel, geen oorlogsschip zijnde, hetzij
|
||||
1°. een schip dat op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren, niet zijnde een oorlogsschip, hetzij
|
||||
2°. een Nederlands vissersvaartuig, dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de zeevisserij, de kustvisserij of de visserij op het IJsselmeer, een en ander in de zin van de Visserijwet 1963, hetzij
|
||||
3°. een Nederlands-Antilliaans zeeschip op grond van het Curaçaosch zeebrievenbesluit 1933, hetzij
|
||||
4°. een bij landsverordening als zodanig aangewezen in de Nederlandse Antillen thuisbehorend vissersvaartuig, hetzij
|
||||
5°. een Arubaans zeeschip op grond van het Curaçaosch zeebrievenbesluit, hetzij
|
||||
6°. een bij landsverordening als zodanig aangewezen in Aruba thuisbehorend vissersvaartuig;
|
||||
c. "reder":
|
||||
|
||||
1°. voor schepen als bedoeld onder *b*, 1° en 2°: de eigenaar of, ingeval van rompbevrachting, de rompbevrachter;
|
||||
2°. voor schepen als bedoeld onder *b*, 3° en 4°: de reder als bedoeld in artikel 408 Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen;
|
||||
3°. voor schepen als bedoeld onder *b,* 5° en 6°: de reder als bedoeld in artikel 408 Wetboek van Koophandel van Aruba.
|
||||
d. "scheepsregister": het register als bedoeld in artkel“artkel” moet zijn “artikel”378 van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen en het register als bedoeld in artikel 378 van het Wetboek van Koophandel van Aruba.
|
||||
3°. een schip dat op grond van voor Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren, hetzij
|
||||
4°. een bij landsverordening van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten als zodanig in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten thuisbehorend vissersvaartuig.
|
||||
c. "reder": de eigenaar of, ingeval van rompbevrachting, de rompbevrachter.
|
||||
d. "scheepsregister": het openbare register voor de teboekstelling van zeeschepen van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Wij kunnen in geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden op voordracht van Onze Minister-President Onze Minister de bevoegdheid verlenen de artikelen 4, 5, 6, 8 en 16 van deze Rijkswet toe te passen.
|
||||
**1.** Wij kunnen in geval van buitengewone omstandigheden op voordracht van Onze Minister-President Onze Minister de bevoegdheid verlenen de artikelen 4, 5, 6, 8 en 16 van deze Rijkswet toe te passen.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer het in het vorige lid bedoelde besluit is genomen, doen Wij onverwijld een voorstel van Rijkswet aan de Staten-Generaal omtrent het voortduren van de bevoegdheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,7 +40,7 @@ d. "scheepsregister": het register als bedoeld in artkel“artkel” moet zijn
|
|||
|
||||
**6.** Onverminderd het in het vierde lid bepaalde geldt de bevoegdheid niet en eindigt zij niet, voordat Onze besluiten, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk het vorige lid, algemeen bekend zijn gemaakt op de wijze, door Ons te bepalen.
|
||||
|
||||
**7.** Onze besluiten bedoeld in het eerste en het vijfde lid, worden geplaatst in het *Staatsblad,* in het *Publicatieblad van de Nederlandse Antillen* en in het Afkondigingsblad van Aruba.
|
||||
**7.** Onze besluiten bedoeld in het eerste en het vijfde lid, worden geplaatst in het *Staatsblad,* in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,7 +67,7 @@ b. als eigenaar, reder of kapitein van een schip onder de vlag van het Koninkrij
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bepalen, dat geen handeling tengevolge heeft, dat een schip onder de vlag van het Koninkrijk zijn hoedanigheid als bedoeld in artikel 1, b, onder 1°, 2°, 3°, 4° of 5° verliest dan wel de hoedanigheid verkrijgt van schip van een der andere delen van het Koninkrijk, tenzij door hem is verklaard, dat tegen het verlies, onderscheidenlijk tegen de verkrijging dier hoedanigheid geen bezwaar bestaat.
|
||||
|
||||
**4.** Een verbod krachtens het eerste lid en een bepaling krachtens het derde lid worden bekend gemaakt in de *Staatscourant,* in de *Curaçaosche Courant* en in de *Landscourant* van Aruba.
|
||||
**4.** Een verbod krachtens het eerste lid en een bepaling krachtens het derde lid worden bekend gemaakt in de *Staatscourant,* in de Landscourant van Aruba, in de Curaçaose Courant en in de Landscourant van Sint Maarten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf III. Vordering van scheepsruimte
|
||||
|
||||
|
|
@ -85,7 +79,7 @@ b. als eigenaar, reder of kapitein van een schip onder de vlag van het Koninkrij
|
|||
|
||||
**3.** Voor zover zulks mogelijk is, houdt Onze Minister bij de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen rekening met de in de betrokken vaart gebruikelijke bevrachtings- en vervoersvoorwaarden.
|
||||
|
||||
**4.** De vordering wordt bekendgemaakt aan de reder en de eigenaar van het schip, of zo één van beiden onbereikbaar is, aan de ander alleen. Zijn reder en eigenaar beiden onbereikbaar dan geschiedt de bekendmaking aan de kapitein. De vordering kan in dringende gevallen mondeling of telegrafisch geschieden, in welk geval zij zo spoedig mogelijk wordt vastgelegd in een beschikking. Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
**4.** De vordering wordt bekendgemaakt aan de reder en de eigenaar van het schip, of zo één van beiden onbereikbaar is, aan de ander alleen. Zijn reder en eigenaar beiden onbereikbaar dan geschiedt de bekendmaking aan de kapitein. De vordering kan in dringende gevallen mondeling of telegrafisch geschieden, in welk geval zij zo spoedig mogelijk wordt vastgelegd in een beschikking. Indien de bekendmaking in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
|
||||
**5.** De kapitein van het schip, waarin ruimte is gevorderd, is verplicht deze ruimte voor de bij de vordering bepaalde reis of tijd ter beschikking van Onze Minister te stellen. Indien het schip niet onder het bevel van een kapitein staat, rust genoemde verplichting op de reder, of zo er geen reder is, op de eigenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -101,7 +95,7 @@ Onze Minister is bevoegd bepaalde of alle schepen onder de vlag van het Koninkri
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De vordering van een bepaald schip wordt bekendgemaakt aan de reder en de eigenaar van het schip, of zo één van beiden onbereikbaar is, aan de ander alleen. Zijn reder en eigenaar beiden onbereikbaar dan geschiedt de bekendmaking aan de kapitein. De vordering kan in dringende gevallen mondeling of telegrafisch geschieden, in welk geval zij zo spoedig mogelijk wordt vastgelegd in een beschikking. Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
**1.** De vordering van een bepaald schip wordt bekendgemaakt aan de reder en de eigenaar van het schip, of zo één van beiden onbereikbaar is, aan de ander alleen. Zijn reder en eigenaar beiden onbereikbaar dan geschiedt de bekendmaking aan de kapitein. De vordering kan in dringende gevallen mondeling of telegrafisch geschieden, in welk geval zij zo spoedig mogelijk wordt vastgelegd in een beschikking. Indien de bekendmaking in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
|
||||
**2.** Worden één of meer groepen van schepen, dan wel alle schepen onder de vlag van het Koninkrijk, in gebruik gevorderd, dan kan de vordering geschieden bij één besluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -154,7 +148,7 @@ Vergoeding wegens aan het schip te verrichten herstellingen wordt niet verleend,
|
|||
|
||||
**5.** Een vergoeding wegens aan het schip te verrichten herstellingen wordt slechts verleend, voor zover deze worden uitgevoerd. Onze Minister kan van deze voorwaarde ontheffing verlenen.
|
||||
|
||||
**6.** Nadat het schip weder ter beschikking van de eigenaar is gesteld, kunnen de inschulden en vorderingen, genoemd in afdeling 3 van titel 3 van Boek 8 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek of voor zover het betreft een Nederlands-Antilliaans of Arubaans zeeschip of een aldaar thuisbehorend vissersvaartuig, genoemd in de overeenkomstige wettelijke bepalingen van de Nederlandse Antillen of Aruba, en ontstaan gedurende het gebruik door Onze Minister, niet langer op het schip worden verhaald.
|
||||
**6.** Nadat het schip weder ter beschikking van de eigenaar is gesteld, kunnen de inschulden en vorderingen, genoemd in afdeling 3 van titel 3 van Boek 8 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek of voor zover het betreft een Arubaans, Curaçaos of Sint Maartens zeeschip of een aldaar thuisbehorend vissersvaartuig, genoemd in de overeenkomstige wettelijke bepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, en ontstaan gedurende het gebruik door Onze Minister, niet langer op het schip worden verhaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,7 +186,7 @@ Onze Minister kan met de eigenaar overeenkomen, dat de krachtens het vorige arti
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd een schip onder de vlag van het Koninkrijk in eigendom te vorderen.
|
||||
|
||||
**2.** De vordering wordt bekendgemaakt aan de eigenaar van het schip, of zo deze onbereikbaar is, aan de kapitein. Indien de reder een ander is dan de eigenaar, wordt de vordering eveneens aan de reder bekendgemaakt. Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
**2.** De vordering wordt bekendgemaakt aan de eigenaar van het schip, of zo deze onbereikbaar is, aan de kapitein. Indien de reder een ander is dan de eigenaar, wordt de vordering eveneens aan de reder bekendgemaakt. Indien de bekendmaking in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vordering wordt vermeld, op welk tijdstip en op welke plaats het schip aan Nederland moet worden overgedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,13 +228,13 @@ Onze Minister kan met de eigenaar overeenkomen, dat de krachtens het vorige arti
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Als Onze Minister van de hem bij deze Rijkswet verleende bevoegdheden gebruik wenst te maken ten aanzien van Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zeeschepen of van in de Nederlandse Antillen of in Aruba thuisbehorende vissersvaartuigen, dan wel van Nederlandse schepen, die een geregelde vaart uitoefenen in of op de Nederlandse Antillen of Aruba, doet hij dit na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister. Onze Minister stelt de Gevolmachtigde Minister van de getroffen maatregel in kennis.
|
||||
**1.** Als Onze Minister van de hem bij deze rijkswet verleende bevoegdheden gebruik wenst te maken ten aanzien van Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense zeeschepen of van in Aruba, Curaçao of Sint Maarten thuisbehorende vissersvaartuigen, dan wel van Nederlandse schepen, die een geregelde vaart uitoefenen op Aruba, Curaçao of Sint Maarten doet hij dit na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister. Onze Minister stelt de Gevolmachtigde Minister van de getroffen maatregel in kennis.
|
||||
|
||||
**2.** Als Onze Minister van de hem bij deze Rijkswet verleende bevoegdheden gebruik wenst te maken ten aanzien van Nederlandse vissersvaartuigen doet hij dit na overleg met Onze Minister van Landbouw en Visserij.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze rijkswet in de Nederlandse Antillen of in Aruba kan Onze Minister van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan Onze Gouverneur aldaar. Onze Minister geeft, na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister, aanwijzingen ter uitoefening van deze bevoegdheden.
|
||||
Voor de toepassing van deze rijkswet in Aruba, Curaçao of Sint Maarten kan Onze Minister van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan Onze Gouverneur aldaar. Onze Minister geeft, na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister, aanwijzingen ter uitoefening van deze bevoegdheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,8 +262,8 @@ De bedragen der vergoedingen, welke ingevolge de artikelen 4, 7 en 9, tiende lid
|
|||
|
||||
De vaststelling van het bedrag der vergoeding, te betalen aan belanghebbenden, met wie daarover geen overeenstemming is bereikt, geschiedt:
|
||||
|
||||
1°. door de arrondissementsrechtbank, binnen wier rechtsgebied de belanghebbende woont, indien deze in Nederland woonachtig is;
|
||||
2°. door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, indien de belanghebbende woonachtig is in de Nederlandse Antillen of Aruba;
|
||||
1°. door de arrondissementsrechtbank, binnen wier rechtsgebied de belanghebbende woont, indien deze in Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, woonachtig is;
|
||||
2°. door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, indien de belanghebbende woonachtig is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
|
||||
3°. door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, indien de belanghebbende niet binnen het Koninkrijk woonachtig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
|
@ -290,19 +284,19 @@ De vaststelling van het bedrag der vergoeding, te betalen aan belanghebbenden, m
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De kapitein, de reder of de eigenaar, die opzettelijk niet voldoet aan een hem bij artikel 6, vijfde lid, 9, vierde lid, of 16, vierde lid, opgelegde verplichting, en hij, die opzettelijk belet, belemmert of verijdelt, dat aan zodanige, een ander opgelegde verplichting wordt voldaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van ten hoogste € 45 000, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 100 000 onderscheidenlijk AWG 100 000.
|
||||
**1.** De kapitein, de reder of de eigenaar, die opzettelijk niet voldoet aan een hem bij artikel 6, vijfde lid, 9, vierde lid, of 16, vierde lid, opgelegde verplichting, en hij, die opzettelijk belet, belemmert of verijdelt, dat aan zodanige, een ander opgelegde verplichting wordt voldaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van € 45.000,–, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 56.000,–, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten een geldboete van ten hoogste AWG 100.000,– onderscheidenlijk ANG 100.000,–.
|
||||
|
||||
**2.** Hij aan wiens schuld te wijten is, dat aan een verplichting als in het vorige lid bedoeld niet wordt voldaan, of dat de nakoming daarvan wordt belet, belemmerd of verijdeld, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste € 22 500, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 50 000 onderscheidenlijk AWG 50 000.
|
||||
**2.** Hij aan wiens schuld te wijten is, dat aan een verplichting als in het vorige lid bedoeld niet wordt voldaan, of dat de nakoming daarvan wordt belet, belemmerd of verijdeld, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste € 22.500,–, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 28.000,–, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 50.000,– onderscheidenlijk ANG 50.000,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Hij die opzettelijk een verbod als bedoeld in artikel 5 overtreedt of een voorwaarde als bedoeld in dat artikel niet nakomt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste € 45 000, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 100 000 onderscheidenlijk AWG 100 000.
|
||||
**1.** Hij die opzettelijk een verbod als bedoeld in artikel 5 overtreedt of een voorwaarde als bedoeld in dat artikel niet nakomt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste € 45 000,–, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 56.000,–, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 100.000,– onderscheidenlijk ANG 100.000,–.
|
||||
|
||||
**2.** Hij aan wiens schuld te wijten is, dat een verbod als bedoeld in artikel 5 wordt overtreden of een voorwaarde als bedoeld in dat artikel niet wordt nagekomen, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste € 22 500, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 50 000 onderscheidenlijk AWG 50 000.
|
||||
**2.** Hij aan wiens schuld te wijten is, dat een verbod als bedoeld in artikel 5 wordt overtreden of een voorwaarde als bedoeld in dat artikel niet wordt nagekomen, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste € 22.500,–, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 28.000,–, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 50.000,– onderscheidenlijk ANG 50.000,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Hij die handelt in strijd met een hem ingevolge artikel 4 gegeven aanwijzing, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste € 4 500, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 10 000 onderscheidenlijk AWG 10 000.
|
||||
Hij die handelt in strijd met een hem ingevolge artikel 4 gegeven aanwijzing, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste € 4.500,–, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 5.600,–, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 10.000,– onderscheidenlijk ANG 10.000,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -320,7 +314,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van de Nederlandse Antillen en van Aruba, belast:
|
||||
Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, belast:
|
||||
|
||||
a. de officieren der Koninklijke Marine, behorende tot het korps zee-officieren en voor zover zij in werkelijke dienst zijn, de tot dit korps behorende officieren der Koninklijke Marine Reserve, alsmede de overige officieren der Koninklijke Marine, daartoe door Onze Minister van Defensie aangewezen;
|
||||
b. de ambtenaren van de scheepvaartinspectie;
|
||||
|
|
@ -328,9 +322,9 @@ c. de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw
|
|||
d. de ambtenaren van de invoerrechten en accijnzen;
|
||||
e. de ambtenaren van de buitenlandse dienst;
|
||||
f. de ambtenaren, die Onze Minister daartoe aanwijst;
|
||||
g. de ambtenaren van de Nederlandse Antillen of Aruba, die Onze betrokken Gouverneur daartoe aanwijst.
|
||||
g. de ambtenaren van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, die Onze betrokken Gouverneur daartoe aanwijst.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *f*, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*; van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *g*, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Curaçaose Courant*, onderscheidenlijk de *Landscourant* van Aruba.
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*; van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Landscourant van Aruba, de Curaçaose Courant, onderscheidenlijk de Landscourant van Sint Maarten.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -338,7 +332,7 @@ g. de ambtenaren van de Nederlandse Antillen of Aruba, die Onze betrokken Gouver
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de Nederlandse Antillen en Aruba treden zij in woningen tegen de wil van de bewoner niet binnen dan voorzien van een door de aldaar bevoegde autoriteit verstrekte schriftelijke machtiging. Van dit binnentreden wordt binnen tweemaal 24 uur proces-verbaal opgemaakt.
|
||||
In Aruba, Curaçao en Sint Maarten treden zij in woningen tegen de wil van de bewoner niet binnen dan voorzien van een door de aldaar bevoegde autoriteit verstrekte schriftelijke machtiging. Van dit binnentreden wordt binnen tweemaal 24 uur proces-verbaal opgemaakt.
|
||||
|
||||
Daarin wordt mede van het tijdstip van het binnentreden en van het daarmee beoogde doel melding gemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue