2009-07-01 | BWBR0004365 | Loodsenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-01 12:00:00 +00:00
parent cd9653803f
commit 14209bac19

View file

@ -550,21 +550,17 @@ b. geldboete van ten hoogste € 2 250;
c. schorsing of beperking van de bevoegdheid voor de duur van ten hoogste één jaar;
d. verval of beperking van de bevoegdheid.
**2.** De geldboete komt ten bate van de Staat. In de beslissing kunnen twee of meer termijnen worden vastgesteld waarin zij moet worden voldaan. Degene aan wie een boete is opgelegd wordt door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete binnen de gestelde termijn dan wel met inachtneming van de gestelde termijnen te betalen.
**2.** Indien een geldboete is opgelegd, komt de te betalen geldsom toe aan de Staat. Betaling van de geldsom geschiedt aan Onze Minister. De geldsom moet binnen zes weken na de datum waarop de uitspraak van het tuchtcollege onherroepelijk is geworden worden betaald. Voor de toepassing van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak van het tuchtcollege aangemerkt als beschikking als bedoeld in artikel 4:86 van die wet. In de uitspraak van het tuchtcollege kunnen twee of meer termijnen worden vastgesteld waarin de geldsom moet worden voldaan.
**3.** Indien de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de ambtenaar hem schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen na de dagtekening van de aanmaning te betalen.
**3.** Onze Minister is bevoegd tot uitvaardiging van een dwangbevel tot invordering van de verschuldigde geldsom.
**4.** Indien de schuldenaar na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van de verschuldigde geldboete en de aanmaningskosten geschieden bij een door de ambtenaar uit te vaardigen dwangbevel.
**4.** De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet.
**5.** De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet.
**5.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
**6.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
**6.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
**7.** De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem te stellen voorwaarden aan een schuldenaar voor een bepaalde tijd schriftelijk uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd.
**8.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
**9.** De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. De artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn de artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Tuchtcollege loodsen
@ -778,16 +774,14 @@ De raad van bestuur brengt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister verslag uit o
**1.**
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k en 27l, eerste lid, en 45c, tweede lid, kan de raad van bestuur de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k en 27l, eerste lid, en 45c, tweede lid, kan de raad van bestuur de overtreder:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
**2.** De in het eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450.000,=, of, indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
**2.** De in het eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450.000,=, of, indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. Indien op grond van artikel 5.0.1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 450.000,=.
**3.** Bij toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 56, tweede en derde lid, 57, tweede en derde lid, 58, 59, 60 tot en met 63, 64, eerste lid, en 65 tot en met 68 van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op de overtredingen, bedoeld in het eerste lid. Indien aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht toepassing wordt gegeven, bedraagt de boete ten hoogste € 450.000,=.
**3.** Bij de toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 56, 57, tweede lid, 58 tot en met 63, 65 tot en met 68 van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Overtredingen medewerkingsplicht
@ -799,9 +793,9 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
**3.** De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450.000,=, of, indien dit meer is, 1% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
**4.** Bij toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 57, tweede en derde lid, 69, tweede en derde lid, 77, 78 en 79 tot en met 82 van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 57, tweede lid, 69, tweede lid, 77, en 78 tot en met 82 van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
**5.** Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op de overtredingen, bedoeld in het eerste lid. Indien aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht toepassing wordt gegeven, bedraagt de boete ten hoogste € 450.000,=.
**5.** Indien op grond van artikel 5.0.1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 450.000,=.
#### Paragraaf 3. Overtreding verzegeling
@ -811,9 +805,9 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
**2.** Artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
**3.** De artikelen 57, tweede en derde lid, 70b, tweede lid, 77, 78 en 79 tot en met 82 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij de toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 57, tweede lid, 77, 80 en 82 van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op de overtreding, bedoeld in het eerste lid. Indien aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht toepassing wordt gegeven, bedraagt de boete ten hoogste € 450.000,=.
**4.** Indien op grond van artikel 5.0.1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 450.000,=.
#### Paragraaf 4. Onderzoek
@ -848,15 +842,13 @@ d. registerloodsen.
**3.** Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens artikel 26 en de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet gestelde regels en voorschriften.
**4.** Een boete komt ten bate aan de staat.
### Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen
### Artikel 46
**1.** Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, 1°, artikel 13, eerste lid, onder a, 1° en 2°, en onder b, artikel 15, eerste lid, onder b, 2°, artikel 21, vijfde lid, en artikel 26. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie.
**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, 1°, artikel 13, eerste lid, onder a, 1° en 2°, en onder b, artikel 15, eerste lid, onder b, 2°, artikel 21, vijfde lid, en artikel 26. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie.
**2.** De raad van bestuur is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27b, eerste en zesde lid, en 27l, eerste lid, onder a en b. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie.
**2.** De raad van bestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27b, eerste en zesde lid, en 27l, eerste lid, onder a en b. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie.
**3.** Van de krachtens het eerste of tweede lid genomen maatregelen wordt binnen tweemaal vierentwintig uur een schriftelijk verslag opgemaakt dat onverwijld in afschrift wordt gezonden aan de belanghebbenden alsmede aan de algemene raad onderscheidenlijk het bestuur van de regionale corporatie.