From 1435432361d87a5681c618067863d3179ea71a4c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 May 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-05-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 110 ++++++++++++++++++--- 1 file changed, 96 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 31ccbc9d7af..2bcbe89e9b3 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -74,6 +74,10 @@ de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in artikel 2.1; emissiegrenswaarde: massa gerelateerd aan bepaalde parameters, dan wel concentratie of niveau van een emissie uit een of meer bronnen, die gedurende een bepaalde periode niet mag worden overschreden; +emissiereductie-eenheid: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 6 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (ERU); + +gecertificeerde emissiereductie: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 12 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (CER); + gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.16; gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties; @@ -102,12 +106,16 @@ Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milie preparaten: preparaten in de zin van de Wet milieugevaarlijke stoffen; +Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110); + provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.9; provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in artikel 2.41; provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in artikel 1.2; +Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189); + stikstofoxiden (NO_x): stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide; stoffen: stoffen in de zin van de Wet milieugevaarlijke stoffen; @@ -157,7 +165,7 @@ Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, prepa Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid. Tevens kan Onze Minister of een door hem aan te wijzen instantie vaststellen dat een afvalstof, zoals die door de houder ter beoordeling wordt aangeboden: -a. niet de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt. +a. niet de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt; b. hoewel deze niet als gevaarlijke afvalstof is aangewezen, toch de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge de in onderdeel a genoemde bijlage als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt. **11.** Een wijziging van de bijlagen bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijvingen van «afvalstoffen»,« beheer van afvalstoffen», «nuttige toepassing» en« verwijdering» gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. @@ -3777,18 +3785,20 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: emissieverslag: verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b; -monitoringsprotocol: protocol als bedoeld in artikel 16.6, tweede lid; - jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar; -nationaal toewijzingsplan: plan als bedoeld in artikel 16.23, eerste lid; +monitoringsprotocol: protocol als bedoeld in artikel 16.6, tweede lid; nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid; +nationaal toewijzingsplan: plan als bedoeld in artikel 16.23, eerste lid; + Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken; planperiode: periode waarop een nationaal toewijzingsplan ingevolge artikel 16.23, tweede lid, betrekking heeft; +projectactiviteit: project of activiteit als bedoeld in artikel 6 onderscheidenlijk artikel 12 van het Protocol van Kyoto; + register voor handel in broeikasgasemissierechten: register als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid; register voor handel in NO_x-emissierechten: register als bedoeld in artikel 16.58, eerste lid; @@ -4007,19 +4017,19 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrich Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.45, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. -#### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten +#### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties ##### Paragraaf 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan ### Artikel 16.23 -**1.** Onze Ministers stellen voor emissies van broeikasgassen die een gevolg zijn van activiteiten die zijn genoemd in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, gezamenlijk een plan vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten. +**1.** Onze Ministers stellen voor emissies van broeikasgassen die een gevolg zijn van activiteiten die zijn genoemd in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, gezamenlijk een plan vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties. **2.** Nationale toewijzingsplannen gelden voor aansluitende perioden. Deze periode bedraagt voor elk plan vijf jaar, met uitzondering van de periode voor het eerste plan, welke drie jaar bedraagt, ingaande 1 januari 2005. ### Artikel 16.24 -Het nationale toewijzingsplan wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en van de termijnen, genoemd in artikel 9 van de richtlijn. Het plan wordt vastgesteld met gebruikmaking van objectieve en transparante criteria, waaronder de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij die richtlijn, en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de richtlijn heeft vastgesteld. +Het nationale toewijzingsplan wordt vastgesteld met inachtneming van de artikelen 10 en 30, derde lid, eerste alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en van de termijnen, genoemd in artikel 9 van de richtlijn. Het plan wordt vastgesteld met gebruikmaking van objectieve en transparante criteria, waaronder de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij die richtlijn, en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de richtlijn heeft vastgesteld. ### Artikel 16.25 @@ -4030,7 +4040,8 @@ Het nationale toewijzingsplan bevat ten minste: a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat Onze Ministers voornemens zijn voor de planperiode toe te wijzen; b. een beschrijving van de manier waarop Onze Ministers voornemens zijn broeikasgasemissierechten toe te wijzen; c. een lijst van alle inrichtingen waarvoor Onze Ministers voornemens zijn op grond van artikel 16.29, eerste lid, broeikasgasemissierechten toe te wijzen, onder vermelding van het aantal broeikasgasemissierechten dat zij voornemens zijn toe te wijzen voor elke afzonderlijke inrichting; -d. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar op grond van artikel 16.35, eerste lid, zal worden verleend. +d. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar op grond van artikel 16.35, eerste lid, zal worden verleend; +e. een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder c, dat degene die een inrichting drijft, ten hoogste in de vorm van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties met betrekking tot de betrokken planperiode ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, mag inleveren. **2.** @@ -4144,7 +4155,7 @@ In een geval als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, wijzen Onze Mini **4.** Voorzover het geldende nationale toewijzingsplan daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit, indien het geval, bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, zich voordoet, voor 1 maart van het laatste kalenderjaar in een planperiode voor inrichtingen als bedoeld in dat onderdeel, het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken inrichtingen is toegewezen in het besluit, bedoeld in artikel 16.34, dat op die periode betrekking heeft. -#### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar +#### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het intrekken van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar ### Artikel 16.36 @@ -4158,6 +4169,27 @@ In een geval als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, wijzen Onze Mini **2.** Ter bepaling van de hoeveelheid van een emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens betreffende de emissie in acht genomen, die overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten in het register voor handel in broeikasgasemissierechten zijn opgenomen of de emissiegegevens die overeenkomstig artikel 16.17 ambtshalve zijn vastgesteld. +### Artikel 16.37a + +**1.** Ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, kan degene die een inrichting drijft, in plaats van broeikasgasemissierechten emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties inleveren. + +**2.** Voor de toepassing van artikel 16.37, eerste lid, en van het eerste lid van dit artikel wordt één emissiereductie-eenheid of gecertificeerde emissiereductie gelijkgesteld met één broeikasgasemissierecht. + +**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar dat valt binnen de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, uitsluitend broeikasgasemissierechten en gecertificeerde emissiereducties worden ingeleverd. + +### Artikel 16.37b + +**1.** Artikel 16.37a, eerste lid, is van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties het gedeelte van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig artikel 16.25, eerste lid, onder e, met betrekking tot de desbetreffende inrichting in het voor de betrokken planperiode geldende nationale toewijzingsplan is aangeduid, niet overschrijdt. + +**2.** + +Artikel 16.37a, eerste lid, is niet van toepassing met betrekking tot emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties die afkomstig zijn van projectactiviteiten voor: + +a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie; +b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten. + +**3.** Het tweede lid, aanhef en onder a, geldt met betrekking tot de in artikel 11bis, derde lid, onder a, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde planperiodes. + ### Artikel 16.38 **1.** Indien degene die een inrichting drijft overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, een broeikasgasemissierecht heeft ingeleverd, trekt het bestuur van de emissieautoriteit dat broeikasgasemissierecht onverwijld in. @@ -4168,9 +4200,9 @@ In een geval als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder c, wijzen Onze Mini ### Artikel 16.39 -Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd. +Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat hij te weinig had ingeleverd. -#### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten +#### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties ### Artikel 16.40 @@ -4207,7 +4239,13 @@ b. bijschrijving op een rekening in een register als bedoeld onder a, die op naa **5.** Een broeikasgasemissierecht is niet vatbaar voor beslag. -#### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten +### Artikel 16.42a + +**1.** De artikelen 16.40, eerste en vierde lid, 16.41 en 16.42 zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties. + +**2.** Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, wordt voor de toepassing van de artikelen 16.40, eerste lid, en 16.41, eerste lid, onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol. + +#### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties ### Artikel 16.43 @@ -4226,7 +4264,7 @@ en heeft de taken die in de EG-verordening registratie van handel in broeikasgas ### Artikel 16.44 -Een ieder kan broeikasgasemissierechten bezitten. +Een ieder kan broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties bezitten. ### Artikel 16.45 @@ -4240,6 +4278,50 @@ Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de EG-verordening registrati **3.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt Onze Minister regels vast omtrent de wijze waarop de in dat lid bedoelde vergoeding wordt betaald. +#### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten + +### Artikel 16.46a + +Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in artikel 16.46b, derde lid, of artikel 16.46c, derde lid, in verbinding met artikel 16.46b, derde lid, indient. + +### Artikel 16.46b + +**1.** Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto (CDM). + +**2.** Onze Minister verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten. + +**3.** + +De instemming wordt op verzoek van de projectdeelnemer verleend indien: + +a. de deelname door de projectdeelnemer aan de projectactiviteit voldoet aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld; +b. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: bij de projectactiviteit en de uitvoering daarvan de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen met betrekking tot het derde lid nadere regels worden gesteld. + +**5.** + +De instemming kan worden geweigerd indien: + +a. niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onder a, of, voorzover van toepassing, onder b; +b. is gebleken dat bij de uitvoering van een andere projectactiviteit waarbij de projectdeelnemer is of was betrokken en waarvoor Onze Minister reeds instemming heeft verleend, niet is voldaan aan de eisen die in het derde lid met betrekking tot die uitvoering zijn gesteld. + +**6.** Een verleende instemming omvat mede de machtiging van de betrokken projectdeelnemer, voorzover een dergelijke machtiging op grond van artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is vereist. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt in de beslissing op het verzoek aangegeven dat de instemming mede de machtiging omvat. + +**7.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verzoek om instemming, de bij het verzoek te verstrekken gegevens en over te leggen bescheiden. + +**8.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor het verlenen van instemming een vergoeding is verschuldigd. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald. + +**9.** Onze Minister stelt bij hem berustende informatie over projectactiviteiten waarvoor hij instemming heeft verleend, voor het publiek beschikbaar. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.46c + +**1.** Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto (JI), die buiten Nederland of buiten de Nederlandse exclusieve economische zone worden uitgevoerd. + +**2.** Onze Minister van Economische Zaken verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten. + +**3.** Artikel 16.46b, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 16.46b, zesde lid, in plaats van «artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto» wordt gelezen: artikel 6, derde lid, van het Protocol van Kyoto. + ### Titel 16.3. Stikstofoxiden en NO #### Afdeling 16.3.1. Algemeen @@ -4825,7 +4907,7 @@ b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen **2.** Het bestuur van de emissieautoriteit stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. -**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing. +**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.37a, eerste lid, heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing. **4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent.