2022-10-01 | BWBR0034162 | Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013
This commit is contained in:
parent
64ca53ccc7
commit
1473a924ca
1 changed files with 54 additions and 13 deletions
|
|
@ -14,7 +14,8 @@ citeertitel: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *instelling:* rechtspersoon die op grond van artikel 2 of artikel 3 subsidie ontvangt,
|
||||
- *instelling:* rechtspersoon die op grond van artikel 2, 3, 3a of 3b subsidie ontvangt,
|
||||
- *kennisveld:* instellingen waaraan beroepsonderwijs of een opleiding educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd of geëxamineerd, instellingen en academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -47,29 +48,65 @@ d. het uitvoeren van aanvullende activiteiten die samenhangen met de taken, geno
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Stichting Nuffic is het nationaal informatiecentrum, bedoeld in artikel IX.2, eerste lid, van het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002,137), is belast met de taken, bedoeld in artikel IX.2, tweede lid, van dit verdrag en is daarmee lid van het Europese Netwerk van nationale informatiecentra voor academische mobiliteit en erkenning, bedoeld in artikel X.3 van dit verdrag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Stichting Nuffic is het kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationalisering van het onderwijs en is belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het desgevraagd verstrekken van advies over de waarde en authenticiteit van een in een ander land dan Nederland behaald diploma of opleidingsdocument
|
||||
|
||||
1°. aan het instellingsbestuur in het kader van de inschrijving van een student of aspirant-student, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
2°. aan Onze Minister in het kader van de toestemming tot het voeren van de Nederlandse titulatuur, bedoeld in artikel 7.23, derde lid, en artikel 7.23a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
b. het desgevraagd adviseren van Onze Minister over de vergelijkbaarheid van opleidingen buiten Nederland of buiten het eigen openbaar lichaam met het oog op toekenning van studiefinanciering respectievelijk studiefinanciering BES voor een vergelijkbare opleiding in de zin van artikel 2.14 van de Wet studiefinanciering 2000 respectievelijk artikel 2.9 van de Wet studiefinanciering BES, voor zover het een ho-student als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering BES betreft;
|
||||
c. het publiek beschikbaar stellen van informatie over internationalisering binnen het onderwijs;
|
||||
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
e. het ontwikkelen en uitvoeren van overige activiteiten ter bevordering van de internationalisering binnen het onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan Stichting Nuffic subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan Stichting Nuffic aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien Stichting Nuffic naar het oordeel van Onze Minister de taken, bedoeld het eerste en tweede lid, ernstig verwaarloost, en de door Onze Minister hierover gegeven aanwijzingen niet opvolgt, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat Stichting Nuffic in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog de taken, genoemd het eerste en tweede lid, naar behoren uit te voeren.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister stelt de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de getroffen voorzieningen bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister kan een rechtspersoon aanwijzen die tot taak heeft het kennisveld te informeren over het beleid van de Europese Unie op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie en de mogelijkheden die dit beleid biedt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval intrekken, indien de rechtspersoon:
|
||||
|
||||
a. naar het oordeel van Onze Minister zijn taak niet langer naar behoren uitoefent;
|
||||
b. niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald;
|
||||
c. niet voldoet aan de in de aanwijzing gestelde eisen met betrekking tot toezicht en verantwoording; of
|
||||
d. het overleg, bedoeld in het derde lid, niet in voldoende mate pleegt.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtspersoon pleegt over de uitoefening van haar taak geregeld overleg met de vertegenwoordigers van het kennisveld.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c worden per boekjaar verstrekt.
|
||||
Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en artikel 3b, worden per boekjaar verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
|
||||
Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA internationalisering bekend op het terrein van de taken, genoemd in de artikelen 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, 3b. Deze Kaderbrief heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt de kaderbrief voor de eerste maal bekend gemaakt binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Onverminderd de mogelijkheden tot weigering van subsidieverlening ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan een subsidieverlening worden geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat:
|
||||
Onverminderd de mogelijkheden tot weigering van subsidieverlening voor de taken, genoemd in artikel 2 en artikel 3, en de taken, genoemd in artikel 3a en artikel 3b, ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan een subsidieverlening worden geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag niet past binnen de Kaderbrief SLOA, of
|
||||
a. de aanvraag niet past binnen de Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito of de Kaderbrief SLOA internationalisering, of
|
||||
b. mag worden verwacht dat de met subsidiëring beoogde doelstellingen niet worden bereikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -93,7 +130,7 @@ j. andere criteria voor de verstrekking van subsidie.
|
|||
|
||||
Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor:
|
||||
|
||||
a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en
|
||||
a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en 3b, en
|
||||
b. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
|
@ -102,15 +139,17 @@ b. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eer
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d. Hij kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, artikel 3b. Onze Minister kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De voor de taken, genoemd in artikel 2 en 3, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft.
|
||||
De voor de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in artikel 2 en 3, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren.
|
||||
**1.** Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover de taken, genoemd in artikel 2 en 3, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister.
|
||||
**2.** Voor zover de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +161,9 @@ De voor de taken, genoemd in artikel 2 en 3, gebruikte gegevens en de resultate
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
**1.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue