2020-01-01 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
This commit is contained in:
parent
49228f6485
commit
14b029c378
1 changed files with 231 additions and 5 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
|
|||
bwb_id: BWBR0006040
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-03-10'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2019-09-30'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006040
|
||||
citeertitel: Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -991,7 +991,7 @@ d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen.
|
|||
De vakantie waarop de ambtenaar aanspraak maakt:
|
||||
|
||||
- wordt verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem langer durend zorgverlof als bedoeld in artikel 46e, of ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, is verleend;
|
||||
- kan worden verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 125c, tweede lid, van de Ambtenarenwet of artikel 45 van dit besluit, is verleend.
|
||||
- kan worden verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Wet ambtenaren defensie of artikel 45 van dit besluit, is verleend.
|
||||
|
||||
**12.** De ambtenaar heeft geen aanspraak op vakantie, indien artikel 61a, tweede lid, onderdeel g, van toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1739,6 +1739,155 @@ Aan de ambtenaar die dat wenst, kunnen naar bij ministeriële regeling te stelle
|
|||
|
||||
Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd alcoholhoudende dranken te gebruiken, bij zich te hebben of in de dienstlokalen te bewaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7c. Het melden van een misstand
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 98a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt onder ambtenaar mede verstaan
|
||||
|
||||
a. de gewezen ambtenaar;
|
||||
b. degenen die anderszins arbeid verrichten of hebben verricht bij het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
in dit hoofdstuk wordt voorts verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. COID: de Centrale Organisatie Integriteit Defensie;
|
||||
b. melder: degene die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig dit hoofdstuk;
|
||||
c. melding: de melding van een vermoeden van een misstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 98b
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een vertrouwenspersoon integriteit of een gewezen vertrouwenspersoon integriteit wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een misstand
|
||||
|
||||
### Artikel 98c
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd defensieonderdeel wijst een of meer vertrouwenspersonen integriteit aan bij zijn defensieonderdeel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak:
|
||||
|
||||
a. een ambtenaar op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand; en
|
||||
b. het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID te informeren over een melding.
|
||||
|
||||
### Artikel 98d
|
||||
|
||||
**1.** Een ambtenaar doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende, bij het Meldpunt van de COID of bij een vertrouwenspersoon integriteit. Indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, kan hij rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
**2.** Een melding over een andere organisatie dan het defensieonderdeel waar hij tewerkgesteld doet een ambtenaar bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of, indien dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd, rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 98e
|
||||
|
||||
Een ambtenaar kan een krachtens artikel 98c, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 98f
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon integriteit maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.
|
||||
|
||||
### Artikel 98g
|
||||
|
||||
Degene bij wie een melding is gedaan, stelt het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 98h
|
||||
|
||||
Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van de melding gaan vertrouwelijk met de melding en de identiteit van de melder om.
|
||||
|
||||
### Artikel 98i
|
||||
|
||||
Het hoofd defensieonderdeel bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
|
||||
### Artikel 98j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De commandant stelt onverwijld een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het vermoeden van een misstand kennelijk ongegrond is;
|
||||
b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De commandant meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, indien deze op de hoogte zijn gebracht van de melding. Een afschrift wordt gezonden aan de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
**4.** Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
|
||||
|
||||
### Artikel 98k
|
||||
|
||||
**1.** De commandant stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, binnen twaalf weken na de melding schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Als niet binnen twaalf weken toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid, wordt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, voordat deze termijn verlopen is daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 98l
|
||||
|
||||
**1.** Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet Huis voor klokkenluiders, stelt de commandant de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. Een afschrift wordt gezonden naar het hoofd defensieonderdeel, de Secretaris-Generaal en de COID.
|
||||
|
||||
**2.** Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt de commandant de reden voor de afwijking.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming
|
||||
|
||||
### Artikel 98m
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling als gevolg van een melding dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
|
||||
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 98j, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet Huis voor klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt als gevolg van een melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
|
||||
|
||||
a. het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en
|
||||
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling het gevolg is van de melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
|
||||
|
||||
**3.** De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het hoofd defensieonderdeel.
|
||||
|
||||
**4.** Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 98n
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, bedoeld in artikel 98m, eerste en tweede lid, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 98o
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd defensieonderdeel beslist binnen zes weken op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd defensieonderdeel kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 98p
|
||||
|
||||
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door de commandant van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
|
||||
|
||||
### Artikel 98q
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 98m aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan de commandant of het hoofd defensieonderdeel te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het hoofd defensieonderdeel voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
|
||||
b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 258,57 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 6.205,71, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
|
||||
c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 98r
|
||||
|
||||
Op meldingen van ambtenaren die zijn gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.10, onderdeel i, van het Besluit van […] houdende aanpassing van besluiten in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (Stb. […]) in de zin van de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie, zoals die luidde voorafgaand aan het bedoelde tijdstip, is met ingang van dat tijdstip dit hoofdstuk van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
|
@ -1784,7 +1933,7 @@ l. ontslag.
|
|||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan niet gestraft worden wegens overtreding van artikel 125*a*, eerste lid van de Ambtenarenwet, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten en functieuitoefening ambtenaren.
|
||||
De ambtenaar kan niet gestraft worden wegens overtreding van artikel 10 van de Ambtenarenwet 2017, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten en functieuitoefening ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
|
|
@ -1792,6 +1941,79 @@ De ambtenaar kan niet gestraft worden wegens overtreding van artikel 125*a*, eer
|
|||
|
||||
**2.** De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onverwijlde terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8a. Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 103a
|
||||
|
||||
In de artikelen 103a tot en met 103i wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. belanghebbende: degene op wie het in artikel 102 bedoelde voornemen betrekking heeft.
|
||||
b. commissie: de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren bedoeld in artikel 103b.
|
||||
|
||||
### Artikel 103b
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening defensieambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag van advies te dienen over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in artikel 102.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Samenstelling van de commissie
|
||||
|
||||
### Artikel 103c
|
||||
|
||||
**1.** De commissie bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd en ontslagen. Onze Minister stelt de centrales van overheidspersoneel die deel uitmaken van de Sectorcommissie Defensie, bedoeld in artikel 4 van het Besluit georganiseerd overleg sector defensie, in de gelegenheid voorstellen te doen voor leden, alsmede hun plaatsvervangers.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 103d
|
||||
|
||||
De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister aangewezen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Werkwijze van de commissie
|
||||
|
||||
### Artikel 103e
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer het advies van de commissie wordt gevraagd, worden daarbij afschriften van de ter zake dienende stukken overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer uit een oogpunt van bronbescherming de inhoud van bepaalde stukken ter uitsluitende kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dat aan de commissie medegedeeld.
|
||||
|
||||
**3.** De commissie is bevoegd voorts alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 103f
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de adviesaanvraag stelt de voorzitter de datum voor een vergadering vast, die – behoudens dringende redenen – niet later dan vier weken na de ontvangst mag plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**2.** De secretaris geeft de belanghebbende alsmede het bevoegd gezag onverwijld na de vaststelling kennis van plaats en tijdstip der vergadering onder mededeling van het bepaalde in het derde lid, alsmede van het bepaalde in 103g, eerste lid, tweede volzin.
|
||||
|
||||
**3.** De belanghebbende en zijn raadsman worden voor deze vergadering in de gelegenheid gesteld kennis en afschrift te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voor zover niet artikel 103e, tweede lid, van toepassing is. In voorkomend geval wordt de belanghebbende daarvan mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 103g
|
||||
|
||||
**1.** De commissie hoort ter vergadering de belanghebbende, tenzij deze heeft verklaard daarop geen prijs te stellen of zonder gegronde reden aan een daartoe gedane oproeping geen gevolg heeft gegeven. De belanghebbende kan zich ter vergadering van de commissie laten bijstaan door een raadsman.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter vergadering van de commissie nader te doen toelichten.
|
||||
|
||||
**3.** De commissie is bevoegd iedere ambtenaar ten aanzien waarvan zij het horen wenselijk acht te doen oproepen ter vergadering. De opgeroepen ambtenaar verstrekt desgevraagd alle inlichtingen. Indien dit uit een oogpunt van bronbescherming noodzakelijk is, verstrekt de ambtenaar de inlichtingen slechts in het bijzijn van de commissie.
|
||||
|
||||
**4.** De commissie kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende andere personen horen.
|
||||
|
||||
### Artikel 103h
|
||||
|
||||
**1.** De commissie vergadert niet indien niet tenminste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 103i
|
||||
|
||||
**1.** De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Noch de voorzitter, noch een der andere leden onthoudt zich van deelneming aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
|
||||
|
||||
**2.** Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed. Indien in de commissie een minderheidsstandpunt bestaat, wordt dit, alsmede de daaraan ten grondslag liggende argumenten, desverlangd in het advies opgenomen. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
|
||||
|
||||
**3.** Behoudens dringende redenen wordt het advies niet later dan vier weken na de in artikel 103f, eerste lid, bedoelde vergadering uitgebracht aan het in artikel 103b bedoelde adviesvragende gezag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Rechten en verplichtingen bij het vervallen van een functie
|
||||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
|
@ -1858,7 +2080,7 @@ b. ten behoeve van ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingskandidaat bed
|
|||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij die vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid.
|
||||
**1.** De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij die vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, genomen in het belang van de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1988,7 +2210,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
**1.** Voor de ontslagverlening als bedoeld in artikel 125e, tweede lid van de Ambtenarenwet is de medewerking of machtiging vereist van Onze Minister. Deze is gehouden het advies in te winnen van de adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren.
|
||||
**1.** Voor de ontslagverlening als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017 is de medewerking of machtiging vereist van Onze Minister. Deze is gehouden het advies in te winnen van de adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het voornemen tot ontslagverlening afkomstig is van Onze Minister is de machtiging vereist van Onze Minister-President.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2257,6 +2479,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in dit besluit gesteld, met uitzondering van die, genoemd in de artikelen 11, eerste en tweede lid, 57, derde en vierde lid alsmede in hoofdstuk 11.
|
||||
|
||||
### Artikel 173a
|
||||
|
||||
Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren berust dit besluit op artikel 12o van de Wet ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
### Artikel 174
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue