2007-01-01 | BWBR0003296 | Sanctiewet 1977
This commit is contained in:
parent
92476149de
commit
14b8fb1475
1 changed files with 11 additions and 20 deletions
|
|
@ -89,15 +89,14 @@ Een sanctieregeling op grond van artikel 7 blijft, behoudens eerdere intrekking
|
|||
|
||||
Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiën een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door:
|
||||
|
||||
a. de kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 52, tweede lid, onder a, b, c, e en f van de Wet toezicht kredietwezen 1992,
|
||||
b. de beleggingsinstellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 18, eerste lid, onder a en c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen,
|
||||
a. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen,
|
||||
b. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland rechten van deelneming in een beleggingsinstelling mogen aanbieden of beheerder van een beleggingsinstelling mogen zijn,
|
||||
c. de geldtransactiekantoren die zijn geregistreerd op grond van artikel 2 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren,
|
||||
d. de effecteninstellingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i, en de effecteninstellingen die een vergunning hebben op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995,
|
||||
e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en l, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet,
|
||||
f. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993,
|
||||
g. het pensioenfonds, bedoeld in artikel 13, derde lid, onder d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, en
|
||||
h. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;
|
||||
i. de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren.
|
||||
d. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen,
|
||||
e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en de beroepspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling,
|
||||
f. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen,
|
||||
g. het notarieel pensioenfonds, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds,
|
||||
h. de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -127,25 +126,17 @@ Onze Minister van Financiën kan de krachtens artikel 10, tweede lid, aangewezen
|
|||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, zijn de artikelen 90e, 90f, 90g, 90h, 90i, 90k, 90l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 90d, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van de ondernemingen en instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, b, d, f, g en h, zijn de artikelen 1:82, 1:83, 1:84, 1:85, 1:87 en 1:88 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, zijn de artikelen 33e, 33f, 33g, 33h, 33i, 33k, 33l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder c, zijn de artikelen 23, 24, 25, 26, 27, 29 en 30 en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 22, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder c, zijn de artikelen 23, 24,25, 26, 27, 29 en 30 en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 22, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d, zijn de artikelen 48e, 48f, 48g, 48h, 48i, 48k, 48l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 48d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, zijn de artikelen 23d, 23e, 23f, 23g, 23h, 23j, 23k en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 23c, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder f en g, zijn de artikelen 188e, 188f, 188g, 188h, 188i, 188k, 188l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 188d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder h, zijn de artikelen 93e, 93f, 93h, 93i, 93k, 93l en de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 93d van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, zijn de artikelen 180 tot en met 184, 186, 187 van de Pensioenwet en de artikelen 175 tot en met 179, 181, 182 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de categorie-indeling op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 179 van de Pensioenwet en de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 174 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
**1.** Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze, voorzien in het tweede lid, met dien verstande dat het bedrag van de boete ten hoogste € 200 000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de in artikel 10d, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste of negende lid, bedoelde categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage.
|
||||
**2.** Het bedrag van de boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de in artikel 10d, derde, vierde of vijfde lid, bedoelde categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Financiën kan een lagere boete opleggen dan in het eerste lid is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue