2006-03-01 | BWBR0006533 | Rechtspositiebesluit gedeputeerden
This commit is contained in:
parent
ad0989268b
commit
14ba5b03c9
1 changed files with 24 additions and 51 deletions
|
|
@ -18,14 +18,12 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
b. bezoldiging: de bezoldiging, bedoeld in artikel 3;
|
||||
c. tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde: het tijdstip van aftreden, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Provinciewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 42, tweede lid, en artikel 46, eerste lid, van de Provinciewet, de dag van ingang van het verlies van het lidmaatschap van provinciale staten, bedoeld in artikel 48 van de Provinciewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 49 van de Provinciewet of de dag volgende op die van het overlijden;
|
||||
c. tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde: het tijdstip van aftreden, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Provinciewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 42, tweede lid, en artikel 46, eerste lid, van de Provinciewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 49 van de Provinciewet of de dag volgende op die van het overlijden;
|
||||
d. voormalig gedeputeerde: de gedeputeerde die is afgetreden of ontslagen of die het lidmaatschap van provinciale staten heeft verloren, dan wel is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op het lid van provinciale staten dat gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken een gedeputeerde ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Provinciewet heeft vervangen, tenzij anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op de gedeputeerde die ingevolge artikel 35, tweede lid, van de Provinciewet de betrekking in deeltijd uitoefent, tenzij anders is bepaald.
|
||||
Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op de gedeputeerde die ingevolge artikel 35a, derde en vierde lid, van de Provinciewet de betrekking in deeltijd uitoefent, tenzij anders is bepaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De bezoldiging
|
||||
|
||||
|
|
@ -53,7 +51,7 @@ De gedeputeerde geniet een bezoldiging per maand waarvan de hoogte overeenkomt m
|
|||
|
||||
**1.** In geval van overlijden van de gedeputeerde wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden gedeputeerde niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, welke de gedeputeerde laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden gedeputeerde niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de gedeputeerde.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande levenspartner met wie de overleden niet-gehuwde gedeputeerde samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het provinciebestuur kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden gedeputeerde ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing in geval van overlijden van het lid van provinciale staten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -119,21 +117,7 @@ c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de naar het o
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de voormalig gedeputeerde, wiens recht op uitkering op grond van een verordening, bedoeld in de vijfde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, is voortgezet wegens algemene invaliditeit, wordt, indien zijn invaliditeit het gevolg is van ziekten of gebreken die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan het ambt van gedeputeerde verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze werden verricht, en deze niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten, een aanvulling op de uitkering verleend. Deze aanvulling is gelijk aan een bedrag dat nodig is om de uitkering te verhogen tot een van de mate van algemene invaliditeit afhankelijk percentage van de laatstelijk als gedeputeerde genoten wedde, bedoeld in artikel 133 van de eerdergenoemde wet. Dit percentage is bij een invaliditeitsgraad van
|
||||
|
||||
80% of meer: 90,02%;
|
||||
|
||||
65 tot 80%: 73,31%;
|
||||
55 tot 65%; 56,59%;
|
||||
45 tot 55%: 45,01%;
|
||||
35 tot 45%: 34,08%;
|
||||
25 tot 35%: 22,50% van de wedde.
|
||||
|
||||
Het recht op de aanvulling op de uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de voormalige gedeputeerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het overlijden van een gedeputeerde, dan wel van een voor een uitkering als bedoeld in het eerste lid in aanmerking gekomen voormalig gedeputeerde, het rechtstreeks gevolg is van ziekten of gebreken als bedoeld in het eerste lid, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens een verordening als bedoeld in het eerste lid een pensioen geniet, een uitkering verleend ten bedrage van 18% van dit pensioen. De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel - indien de weduwe of weduwnaar of achtergebleven geregistreerde partner aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt of zich als partner laat registreren - met ingang van de maand volgende op die van het hertrouwen of de partnerschapsregistratie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vergoeding onkosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -162,27 +146,7 @@ c. een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoef
|
|||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan de gedeputeerde een dienstauto ter beschikking is gesteld, kunnen provinciale staten bepalen dat de gedeputeerde een vergoeding ontvangt ter compensatie van de belastingheffing voor het gebruik van de dienstauto voor woon-werkverkeer op grond van de artikelen 3.20 en 3.145 Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de formule:
|
||||
|
||||
C x V x T x 100 / (100 – T) = vergoeding
|
||||
|
||||
In deze formule is:
|
||||
|
||||
C de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van omzetbelasting en belasting van personenauto's en motorrijwielen;
|
||||
|
||||
V het percentage van de cataloguswaarde van de dienstauto dat, op grond van artikel 3.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001, bij het belastbaar inkomen geteld moet worden wegens als privé aangemerkte kilometers woon-werkverkeer;
|
||||
|
||||
T het voor de gedeputeerde geldende inkomstenbelastingpercentage volgens artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de vaststelling van de vergoeding worden de met de dienstauto gemaakte reizen en de daarbij afgelegde kilometers geregistreerd.
|
||||
|
||||
**4.** Op 1 januari van elk jaar wordt aan de hand van de kilometerregistratie de vergoeding voor het voorgaande jaar vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de gedeputeerde voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van meer dan één dienstauto wordt bij de berekening van de vergoeding uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de catalogusprijzen van de gebruikte dienstauto's.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -190,21 +154,32 @@ Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een gedeputeerde, naar in
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een gedeputeerde een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten wordt toegekend die ten hoogste € 261,38 per 1 januari 2004: € 288,62 per maand bedraagt.
|
||||
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een gedeputeerde een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten wordt toegekend die ten hoogste € 607,82 per maand bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een gedeputeerde van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, geldt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding die ten hoogste € 544,99 per 1 januari 2004: € 601,80 per maand kan bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De gedeputeerde, die in de loop van het kalenderjaar is benoemd dan wel het ambt van gedeputeerde heeft beëindigd als bedoeld in artikel 1, onderdeel *c*, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, naar evenredigheid met de periode van uitoefening van het ambt in bedoeld kalenderjaar.
|
||||
**1.** De gedeputeerde, die in de loop van het kalenderjaar is benoemd dan wel het ambt van gedeputeerde heeft beëindigd als bedoeld in artikel 1, onderdeel c , ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, naar evenredigheid met de periode van uitoefening van het ambt in bedoeld kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De gedeputeerde die ingevolge artikel 35, tweede lid, van de Provinciewet de betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de Provinciewet.
|
||||
**2.** De gedeputeerde die ingevolge artikel 35a, derde lid, van de Provinciewet de betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de Provinciewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
De provincie kan, naar bij verordening te stellen regels, aan de gedeputeerde voor de uitoefening van het ambt benodigde computer- en communicatieapparatuur ter beschikking stellen. Het ter beschikking stellen van computerapparatuur kan geschieden door het bieden van een mogelijkheid tot deelname aan een voor het provinciepersoneel geldende pc-privéregeling.
|
||||
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de gedeputeerde voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. Gedeputeerde staten verstrekken op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, wordt door gedeputeerde staten aan de gedeputeerde op aanvraag voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor:
|
||||
|
||||
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of,
|
||||
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de gedeputeerde voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. Gedeputeerde staten verstrekken op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**4.** Op aanvraag wordt door gedeputeerde staten een vergoeding aan de gedeputeerde verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur.
|
||||
|
||||
**5.** Provinciale staten kunnen bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur, de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,8 +187,6 @@ De provincie kan, naar bij verordening te stellen regels, aan de gedeputeerde vo
|
|||
|
||||
**2.** De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen eindigt op het tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde.
|
||||
|
||||
**3.** De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen wordt door het lid van provinciale staten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, genoten met ingang van de dag van de aanwijzing door provinciale staten, voor de periode van vervanging.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
|
@ -222,7 +195,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Artikel 17 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, blijft van toepassing op de voormalig gedeputeerde, indien de in dat artikel bedoelde invaliditeit op die dag reeds bestond of, indien de invaliditeit op een later tijdstip is ontstaan, kan worden vastgesteld dat de oorzaak van deze invaliditeit voor de datum van inwerkingtreding van bovengenoemd besluit 22 december 2005 is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue